日蘭辭典+

38 resultaten voor 「人」
日蘭辭典 (titelwoord)
hito
zn. (1) [人類] menschdom o. (2) [個人] een man m.; persoon m. & v. (3) [世人] volk o. (4) [成人] volwassene m. & v. (5) [他人] een ander m.; anderen m.mv. ¶ 伊藤と言ふ人 een zekere Ito. ¶ 昔の人 de ouden. ¶ 人は好き好き ieder zijn smaak. ¶ 人の惡い人 iemand met onaangenaam karakter. ¶ 人となる een man worden; volwassen zijn. ¶ 人が何と言ふだろう wat zal men er van zeggen? wat zullen de menschen er van zeggen? ¶ 人中で in het publiek. ¶ 人がなくて困って居る wij hebben gebrek aan volk.
日蘭辭典 (trefwoord)
areあれ
vnw. (1) [人] hij (男); zij (女). (2) [事物] het; dat. ¶ あれで zoo; zulk. ¶ 或程度迄 tot op zekere hoogte.
ato-oshi後押
(後押し) zn. (1) [後授] steun m.; hulp v. (2) [煽動] aanstoken o. (3) [人] steun m.; helper m.; aanstoker m.; duwer (車の) m.
atotori跡取
(跡取り) zn. (1) [人] erfgenaam m.; opvologer m.; stam voortzetter m. (2) [後繼] opvolging v.;
ningen人間
zn. (1) [人] mensch m.; menschelijk wezen o.; schepsel o. (2) [人類] menschheid v. (3) [世間] de wereld v. ¶ 人間時代 het tijdperk van de mensch. ¶ 人間以上の bovenmenschelijk. ¶ 人間らしい menschelijk. ¶ 人間にする een man maken van. ¶ 人間の menschelijk; stervelijk. ¶ 人間嫌ひ menschenhater; misanthroop. ¶ 人間世界 de menchenwereld. ¶ 人間業 menschelijk werk; menschenwerk.
yaseru痩せる
(痩せる; 瘠せる) i.w. (1) [人が] mager worden; vermageren; er slecht uitzien. (2) [土地が] uitgemergeld zijn; onvruchtbaar geworden zijn. ¶ 痩せた mager; vermagerd; smalletjes; uitgemergeld; onvruchtbaar.
gomakashi誤魔化し
(誤摩化し、胡魔化し) zn. bedriegerij v.; fopperij v. ¶ 胡魔化す bedriegen; bedotten; foppen; (卑) verneuken. ¶ 勘定を胡魔化す rekening vervalschen. ¶ 場を胡魔化す zich ergens uitdraaien. ¶ 過失を胡魔化す een fout weten te verbergen. ¶ 人を胡魔化す iemand bedotten.
kakugo覺悟
(覚悟) zn. (1) [用意] gereedheid v. (2) [諦め] berusting v. (3) [決心] besluit o.; beslissing v. ¶ 覺悟する bereid zijn; besloten zijn. ¶ 萬一を覺悟して居る op het ergste voorbereid zijn. ¶ 死を覺悟する bereid zijn om te sterven. ¶ 人に覺悟さす iemand voorbereiden op.
iu言ふ、云ふ
(言う、云う) t.w. (1) [言ふ] zeggen. (2) [告げる] vertellen. (3) [話す] spreken. (4) [呼ぶ] noemen. ¶ 云ひ條 zelfs al neemt men aan, dat. ¶ 言へない ik kan niet zeggen of ...... ¶ 言ふ迄もなく het spreekt van zelf; uit den aard der zaak; onnoodig te zeggen dat ...... ¶ 言ふ所の zoogenaamd. ¶ 言ふに言はれない onuitsprekelijk; onbeschrijfelijk. ¶ 言ふもかなり men kan gerust zeggen, dat ..... ¶ 言ふと同時に實行する de daad bij het woord voegen. ¶ 法律から言へば wettelijk gesproken. ¶ 言ふ事を聞く luisteren naar iemands woorden; doen wat een ander zegt. ¶ 言はぬが花 het is het beste erover te zwijgen. ¶ それは蘭語で何と云ひますか hoe zeg je dat in het Hollandsch?; wat is dat in het Hollandsch? ¶ 君に少し言ひ度い事がある ik heb je wat te vertellen. ¶ それ見な言はぬことか wel, heb ik het je niet gezegd; wel heb ik je nietgewaarschuwd? ¶ 大きく言ふ overdrijven. ¶ 暗に言ふ te verstaan geven. ¶ 物を言へなくなる verstomd staan; met stomheid geslagen zijn. ¶ 人を悪く言ふ kwaad van iemand spreken. ¶ あの人はスミットと云ひます die meneer heet Smit. ¶ スミットと云ふ人 een meneer, genaamd Smit; een zekere (meneer) Smit. ¶ 彼は恩知らずだと云はれる men zegt, dat hij ondankbaar is; men verwijt hem ondankbaarheid. ¶ とは言ふものの hoe het ook zij.
fusagaru塞がる
i.w. (1) [閉塞] omkneld zijn; ingesloten zijn; versperd zijn. (2) [家が] bewoond zijn. (3) [室が] bezet zijn; genomen zijn. (4) [手が] bezet zijn; geen tijd hebben. (5) [息が] stikken v. ¶ 胸が塞がる overweldigd door smart. ¶ あの人のあとは塞がりました zijn plaats is weer vervuld. ¶ 下水はも泥土で塞がってゐる de goot is verstopt door modder. ¶ 傷口が塞がって居る de wond is gesloten.
tadashii正しい
bn. (1) [正當な] rechtvaardig; billijk. (2) [正直な] eerlijk. (3) [眞實な] waar. (4) [適當] juist. ¶ 正しい人 eerlijk man. ¶ 正しき語法 juist gebruik van woorden. ¶ 正しい方法 de goede manier; de ware weg. ¶ 血統の正しい van zuiver bloed.
eru得る
t.w. (1) [獲得] krijgen; verkrijgen; i.w. slagen. (2) [可能] i.w. kunnen; in staat zijn. ¶ 得らるべき verkrijgbaar. ¶ 人の信用を得る iemand’s vertrouwen winnen. ¶ 利益を得る voordeel hebben van. ¶ 日沒迄に辛うじてことを得たり wij slaagden erin nog juist voor donker de plaats te bereiken.
yoriより
vz. (1) [から] van; sedert; sinds. vw. (2) [比較] dan. ¶ 今より van nu af aan. ¶ 人より物を買ふ iets van iemand koopen. ¶ 十より二十まで van tien tot en met twintig. ¶ 國を出てより sinds wij uit het vaderland zijn weggegaan. ¶ 酒よりビールを好む meer van bier houden dan van ‘‘sake.’’ ¶ これより内に入るべからず verboden toegang.
ka
part. (1) [疑問] is er?; bw. hoe? wat? vw. (2) [或は] of......of; nauwelijks......of. ¶ 此成行はどうなることか wat zal er van terecht komen? ¶ どうして私に分るものか hoe zou ik het weten? ¶ 風呂が出來たかどうか vraag eens of het bad al klaar is. ¶ 君が歸るか歸らないかにあの人が來た nauwelijks was je naar huis gegaan of hij kwam.
meiyo名譽
(名誉) zn. goede naam m.; eer v.; reputatie v. ¶ 名譽心 eerzucht. ¶ 名譽職 erebaantje. ¶ 名譽ある人 man van eer. ¶ 名譽に關する問題 zaak van eer. ¶ 名譽賞牌 eeremedaille. ¶ 名譽快復 eerherstel; rehabilitatie. ¶ 名譽にかけての誓 woord van eer. ¶ 名譽を失う zijn reputatie verliezen. ¶ 名譽學位 eeregraad. ¶ 名譽博士 doctor honoris causa; eere-doctor.
urikomi賣込
(売り込み) zn. verkoop m. ¶ 賣込商 commissiehandel. ¶ 賣込の上手な人 goede verkooper. ¶ 賣込む verkoopen; markt veroveren; afzetgebied vinden.
wazawai
(災い) zn. ramp v.; onheil o.; bezoeking v.; beproeving v. ¶ 禍に遭ふ door een ramp bezocht worden; geteisterd worden. ¶ 自ら禍を招く zich ongeluk op den hals halen. ¶ 禍なる哉此人[[よ]] wee hem! ¶ 禍轉じて福となる geluk komt uit het onheil voort.
haji
zn. schande v. ¶ 恥を雪ぐ schande uitwisschen. ¶ 恥を知らぬ geen schaamte kennen; schaamteloos. ¶ 人に恥をかかす iemand beschaamd maken. ¶ 此の恥かきめ foei!; schandelijk!. ¶ 恩惠を乞ふを恥とする ik schaam mij om een gunst te vragen. ¶ 恥をかく schaamte op zich laden. ¶ 恥ぢる zich schamen; beschaamd zijn.
dōnin同人
zn. (1) [同じ人] dezelfde m. & v.; de persoon in kwestie; de betrokken persoon. m. (2) [仲間] makker.
shishō私娼
zn. clandestiene prostitutie v.; (人) clandestiene prostituee v.; snol v.
gakari掛り
(がかり) bw. vereischend. ¶ 二人掛りで waarvoor twee menschen noodig zijn. ¶ 三日掛り drie dagen nemend.
ōi王位
zn. troon m.; vorstelijke waardigheid v. ¶ 王位にある人 gekroonde hoofden.
mazekaesu雜返す
(混ぜ返す, 雑ぜ返す) t.w. (1) [かき混ぜる] roeren. (2) [嘲弄] verlegen maken; spotten. ¶ 人の話を雜返す iemand hoonend in de rede vallen.
sakigake
(先駆け) zn. (1) [人] eerste m.; pionier m.; baanbreker m. (2) [事] eerste o.; begin o. ¶ 春の魁 voorbode. ¶ 魁する de eerste zijn; de anderen voor zijn; het initiatief nemen.
ji

zn. letter v.; karakter o.; woord (語) o. ¶ 字のうまい人 een schoonschrijver; iemand met een mooie hand. ¶ 字が讀めない ik kan niet lezen. ¶ 之は何と云ふ字ですか hoe spreek je dit karakter uit?

sukedachi助太刀

zn. bijstand in een duel; secondant (人) m.

kenka喧嘩

zn. (1) [喧嘩] twist m. (2) [鬪爭] gevecht o.; strijd m. ¶ 喧嘩する twisten; vechten; kijven; kibbelen (子供が). ¶ 喧嘩の種 twistappel. ¶ 喧嘩腰 dreigende houding. ¶ 人の喧嘩を買ふ iemand’s partij opnemen. ¶ 喧嘩をしかける twist zoeken. ¶ 喧嘩好き twistziek.

hataori機織

(機織り) zn. weven o.; (人) wever m.; weefster v. ¶ 機織機械 weefgetouw. ¶ 機織工場 weverij. ¶ 機を織る weven.

SUPPLEMENT (trefwoord)
sugoi凄い
(すごい、スゴイ) bn. (1) afschrikwekkend; benauwend; gruwelijk; huiveringwekkend. ¶ すごい目でにらむ sugoi me de niramu met een ijselijke blik aanstaren; met een schrikaanjagende blik aankijken. (2) ongewoon; verbazend; opmerkelijk; bewonderenswaardig; geweldig; excellent; fameus; fantastisch; ongelooflijk; ongehoord; verbluffend. ¶ すごい腕前 sugoi udemae opvallend bekwaam. ¶ 彼はすごい知識を持った人です。すなわち、生き字引です。 Kare wa sugoi chishiki wo motta hito desu. Sunawachi, ikijibiki desu. Hij beschikt over ongelooflijke kennis. Hij is een levende encyclopedie. (TTC) ¶ 彼の姉さんはすごい美人だ。 Kare no neesan wa sogoi bijin da. Zijn zus is een opmerkelijke schoonheid. (TTC) (tevens als uitroep van bewondering of emotie) ¶ へー、キーボード見ないで文字打てるんだ。スゴイわねー。♀ Hèè? kiiboodo minaide moji uterun da. Sugoi wa nèè. Hé, jij kunt tikken zonder te kijken naar het toetsenbord. Cool zeg! (TTC) (3) (zowel in negatieve als positieve zin) in ongewone mate; excessief; extreem; vreselijk; bovenmatig; ontstellend; ontzettend; uiterst; verdomd; zeer; erg; groot (aantal). 半時間ほどすごい土砂降りだった。Hanjikan hodo sugoi doshaburi datta. Een half uur lang hadden we een vreselijke stortregen; Het was een ontzettende stortbui van een half uur. (TTC) bw. ¶ 今日はすごく暑い。 Kyō wa sugoku atsui. Het is vandaag vreselijk warm. (TTC) ¶ 目が光に対してすごく敏感なのです。 Me ga hikari ni taishite sugoku binkan na no desu. Mijn ogen zijn enorm gevoelig voor licht. (TTC)
azukeru預ける
t.w. in bewaring geven; afgeven; toevertrouwen; deponeren. ¶ この荷物を預ける事が出来ますか。 Kono nimotsu wo azukeru koto ga dekimasu ka. Kan ik deze bagage afgeven? Kan ik deze tas in bewaring geven? (TTC) ¶ 銀行に預けるのが嫌いな人もいる。 Ginkō ni azukeru no ga kirai na hito mo iru. Er zijn ook mensen die er niet van houden om hun geld op de bank te zetten. (TTC) ¶ 彼にそのような大金を預けるな。 Kare ni sono yō na taikin wo azukeru na. Je moet hem niet zo’n groot geldbedrag toevertrouwen. (TTC) ¶ この案件をどう処理するか、君に下駄を預けるよ。 Kono anken wo dō shorisuru ka, kimi ni geta wo azukeru yo. Hoe je deze zaak gaat behandelen [dat] laat ik helemaal aan jou over. (TTC)
dare hitori誰一人
(frase) niemand; geen een/één (persoon); niet een/één (persoon) (in ontkennende zinnen). ¶ 彼らのことは誰一人知らない。 Karera no koto wa dare hitori shiranai. Ik ken niemand van ze. ¶ 誰一人、犯人を見ていない。 Dare hitori, hannin wo mite inai. Niemand heeft de misdadiger gezien. (yasamv) ¶ 誰一人僕の言うことに耳を貸そうとしなかったんだ。 Dare hitori boku no iu koto ni mimi wo kasō to shinakattan da. Er was niemand die wou luisteren naar wat ik te zeggen had. ¶ その仕事のお手伝いが出来る人はここには誰一人いません。 Sono shigoto no o-tetsudai ga dekiru hito wa koko ni wa dare hitori imasen. Er is hier niemand die je kan helpen met het werk. (TTC)
nan to ka何とか
(frase) (1) op de een of andere wijze; op een of andere manier; enigerlei wijze; het een of ander; dit of dat; zus of zo. ¶ なんとかそのテストに受かった。 Nan to ka sono tesuto ni ukatta. Op een of andere manier ben ik geslaagd voor de test. ¶ なんとか日曜日までに家賃を払わないといけない。 Nan to ka nichiyōbi made ni yachin wo harawanai to ikenai. Op een of andere manier moet ik uiterlijk zondag de huur betalen. ¶ 僕はなんとか時間までにそこに着いた。 Boku wa nan to ka jikan made ni soko ni tsuita. Op een of andere manier lukte het me om er op tijd te komen. ¶ 彼女はなんとかして世間体をつくろった。 Kanojo wa nan to ka shite sekentei wo tsukurotta. Op een of andere wijze wist ze haar gezicht te bewaren. (2) (in plaats van de naam van iets of iemand) zus of zo; je-weet-wel; nog wat; hoe-heet-hij [zij, het]-ook al weer; ding; dinges. ¶ 田中なんとかという人から電話がありました。 Tanaka nan to ka to iu hito kara denwa ga arimashita. Er was een telefoontje van een Tanaka-nog-wat voor je. ¶ 人事部長のなんとかさんが捜してたよ。 Jinji buchō no nan to ka-san ga sagashite ta yo. De manager van personeelszaken, hoe heet hij ook al weer, was naar je op zoek. (yamasv) (TTC)
SUPPLEMENT (trefwoord)
liefde

(znw, de)
(1) ai (een breed begrip dat voor alle mensen en ook dieren en dingen kan opgaan)
(2) koi ; ren’ai [[恋愛]] (specifiek de romantische en seksuele liefde tussen twee mensen)
(3) rabu ラブ (meest in samenstellingen)
¶ Moederliefde. Haha no ai 母の愛 [boseiai 母性愛]。¶ Liefde voor muziek. Ongakuai. 音楽愛。(G) ¶ Omdat liefde niet kan liegen. Ai wa itsuwarenai kara. 愛は偽れないから。(Twitter) ¶ Een emotionele liefdesverklaring. Kandou shita koi [ai] no kokuhaku. 感動した恋[愛]の告白。(Twitter, ref. G.) ¶ Hij is mijn eerste liefde. Kare wa watashi no hatsukoi no hito desu. 彼は私の初恋の人です。(TA) ¶ Het was voor hem liefde op het eerste gezicht. Kare wa hitome de kanojo ni koi wo shita. 彼は一目で彼女に恋をした。(TTC) ¶ de liefde bedrijven seikou suru 性交する [sekkusu suru セックスする]. (ref) Liefde maakt blind. Koi [ai] wa moumoku. 恋[愛]は盲目。(TA) ¶ liefdesaffaire rabu afea ラブ・アフェア ¶ liefdesbrief raburetaa ラブレター (ref)

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <人>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
jin iemand afkomstig uit ~; iemand wonend in ~; inwoner; bewoner van ~; -er; -aan; -ees; -aar; -man; -iet; -ling
tari [klassiek maatwoord voor personen]
ri [maatwoord voor personen]
hito (1) mens; Homo sapiens; (2) persoon; mens; ziel; sterveling; [oorspr.bijb.] mensenkind; [oneig.] man; [oneig.] vrouw; figuur; individu; type; iemand; (3) karakter; inborst; aard; persoonlijkheid; [i.h.b.] talent; (4) de mensen; hij of zij; iemand anders; de andere; men; je
nin [maatwoord voor personen]; ; -er; -aar; -e; -man; -ant; ; mens; persoon; ziel; sterveling
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.24 sec. jiten.nl: 33 treffers, warandict: 5 treffers (zoekopdracht: '人', strategie: exact). 
2005-2019