日蘭辭典+

14 resultaten voor 「たい」
日蘭辭典 (trefwoord)
hanasu話す
i.w. (1) [談話] praten; spreken; babbelen; converseeren. t.w. (2) [告げる] vertellen; zeggen; verhalen. (3) [外國語を] spreken; kunnen spreken; kennen. ¶ にちと話したいある er is iets waarover ik u spreken wilde. ¶ 蘭語話す hollandsch spreken; hollandsch kennen.
kaeru歸る
(帰る(F)、還る、還る、復る) i.w. (1) [戾る] terugkeeren; thuiskomen; naar huis gaan. (2) [去る] heengaan; weggaan. (3) [反射] terugkaatsten. ¶ 元の位置に復る in den vorigen staat terugkeeren. ¶ 歸らぬ旅 de laatste reize; uitvaart. ¶ お歸り遊ばせ welkom thuis. ¶ 子供の復りたいものですなあ wat zou ik graag weer een kind zijn! ¶ 覆水盆に還らず gedane zaken nemen geen keer; wat gebeurd is, is gebeurd.
TEKST EN UITLEG
-tai-たい
(hulp-i-adj, oude spelling tevens 度い) Toegevoegd aan de infinitief van (vrijwel alle) werkwoorden drukt -tai de wens uit om de actie van het werkwoord uit te voeren. Hoewel -tai het werkwoord waaraan het gekoppeld wordt verandert in een i-adjectief en de daarbij horende inflectie heeft, vertoont het in gebruik veel kenmerken van een werkwoord, zoals het gebruik van de partikels を o, に ni en へ e. ¶ 率直な意見を聞きたい。 Sotchoku na iken wo kikitai. Ik wil weten wat je er echt van denkt. ¶ 来年、カナダに行きたいと思う。 Rainen, Kanada ni ikitai to omou. Volgend jaar hoop ik naar Canada te gaan. ¶ 私は昨夜どちらかというとコンサートに行きたかった。 Watashi wa yūbe [sakuya] dochiraka to iu to konsāto ni ikitakatta. Ik zou liever naar het condert gegaan zijn gisteravond. ¶ 何か甘いものを食べたい気がする。 Nanika amai mono wo tabetai ki ga suru. Ik denk dat ik iets zoets wil eten. ¶ 母はお昼に私が食べたいものを出してくれた。 Haha wa ohiru ni watashi ga tabetai mono wo dashite kureta. Mijn moeder heeft me voor de lunch meegegeven wat ik wilde eten. ¶ 私はなにかおいしいものが食べたい。 Watashi wa nanika oishii mono ga tabetai. Ik wil graag iets lekkers eten. ¶ ときどき私は辛くてスパイスのきいたものを食べたくなる。 Tokidoki watashi wa karakute supisu no kiita mono wo tabetaku naru. Af en toe krijg ik trek in iets wat heet en gekruid is. (TTC)

In de tweede persoon is het gebruik van -taivooral beperkt tot vragen. ¶ 将来、何になりたいの? Shōrai, nani naritai no? Wat wil je worden in de toekomst? ¶ いったい何がしたいのか。 Ittai nani ga sitai no ka. Wat is het in hemelsnaam dan wat je wilt? (TTC)

In de derde persoon wordt meestal het hulpwerkwoord 〜がる -garu toegevoegd. ¶ 門のところにあなたに会いたがっている男性がいる。 Mon no tokoro ni anata ni aitagatte iru dansei ga iru. Er is een man bij de poort die je wil zien. ¶ 子猫は中に入りたがった。 Koneko wa naka ni hairitagatta. Het poesje wilde naar binnen. (TTC)

Echter, in diverse situaties kan -tai toch ook direct worden gebruikt in de derde persoon. Zoals in de verleden tijd, in directe citaten (‘X zei dat’), uitleg, van horen zeggen en veronderstellingen. (BEJD) ¶ 彼女はインドに行きたかったのだが。 Kanojo wa Indo ni ikitakatta no da ga. Zij had India willen bezoeken. (TTC) ¶ 彼女が温泉に行きたいと言って いるので、渋温泉に行く予定です。 Kanojo ga onsen ni ikitai to itte iru node, Shibu Onsen ni iku yotei desu. Aangezien mijn vriendin (zei dat ze) naar een Onsen toe wilde, gaan we naar Shibu Onsen.¶ 彼は離婚したいそうです… Kare wa rikonshitai sō desu... Ik heb gehoord dat hij wil scheiden... (Internet)

Het lijdend voorwerp in zinnen met -tai kan soms zowel met が ga als met を o gemarkeerd worden. Een subtiel betekenisverschil zou de keuze tussen die twee dan kunnen beperken. Aan が ga zou de voorkeur gegeven kunnen worden als de wens heel sterk is (iemand die klaar is met hardlopen zou kunnen zeggen: 水が飲みたい ik wil wat water drinken). Echter, in zinnen waarin een zinselement tussen het lijdend voorwerp en het werkwoord komt kan alleen を o gebruikt worden. Eveneens is alleen を o mogelijk bij passieve werkwoordsvormen, en wanneer het zelfstandige naamwoord dat gemarkeerd moet worden niet werkelijk een lijdend voorwerp is, maar bijvoorbeeld een plaatsbepaling (この電車を降りたい kono densha wo oritai ‘ik wil in deze trein stappen’, 公園を歩きたい kōen wo arukitai ‘ik wil in het park wandelen). Het hulpwerkwoord -garu staat ook alleen を o toe. (BEJD) ¶ 池田さんは新しい車を買いたがっています。 Ikeda-san wa atarashii kuruma wo kaitagatte imasu. Meneer Ikeda wil een nieuwe auto kopen. (TTC)

〜たい -tai wordt tenslotte niet in alle situaties gebruikt waar we in het Nederlands ‘willen’ zouden gebruiken. Niet in uitnodigingen: ‘wil je met me meegaan?’ staat geen -tai toe. In plaats daarvan iets als 私と一緒に行きませんか watashi to issho ni ikimasen ka (lett. ‘ga je niet met mij mee?’). Niet wanneer de spreker een voorwerp of een zaak wil: 領収書がほしいのですが ryōshūsho ga hoshii no desu ga ‘ik zou graag een bewijsje willen’ gebruikt het i-adjectief ほしい hoshii. Echter, wanneer je het Japanse werkwoord 持つ motsu gebruikt in de betekenissen van ‘hebben; bezitten’ kun je wel weer zoiets zeggen als もっと自信を持ちたい motto jishin wo mochitai ‘ik zou meer zelfvertrouwen willen hebben’, of 私は車を持ちたい watashi wa kuruma wo mochitai ‘ik zou een auto willen hebben’. Wanneer iemand wil dat iemand anders iets voor hem of haar iets doet kan het eerdergenoemde hoshii weer gebruikt worden, of -tai in combinatie met een werkwoord dat aangeeft dat je een dienst ‘ontvangt’. ¶ 明日のこの時間までに、全てのものを整頓してをいてほしい。 Ashita no kono jikan made ni, subete no mono wo seitonshite wo ite hoshii. Ik wil dat om deze tijd morgen alles in orde is. ¶ 直ちに大阪へ行ってもらいたい。 Tadachi ni Oosaka e itte moraitai. Ik wil dat je direct naar Osaka gaat. (TTC)
SUPPLEMENT (trefwoord)
ingaritsu因果律
(identiek aan 因果法則 inga hōsoku) zn. het principe dat ieder verschijnsel een oorzaak heeft; wet van oorzaak en gevolg; causaliteit. ¶ が知りたいのは、科学の最先端で因果律がどう扱われているか? Watashi ga shiritai no wa, kagaku no saisentan de ingaritsu ga dō atsukawarete iru ka? [vert. lett.:] Wat ik weten wil is, hoe gaat men in de voorhoede van de wetenschap om met causaliteit? (blog) ¶ 十如是(じゅうにょぜ)とは、『法華経』方便品に説かれる因果律をいうJū'nyoze to wa, Hokekyō Hōbenbon ni tokareru ingaritsu to iu. Jū'nyoze (de tien staten of factoren in bepaalde vormen van Boedhisme) is de wet van oorzaak en gevolg die wordt uiteengezet in [het hoofdstuk] ‘Geschikt middel’van de Lotus Sutra. (BCWK) ¶ 因果律を信じ大乗を誹謗せず、ただただ無上道心を起すIngaritsu wo shinji Daijō wo hibōsezu, tadatada mujō dōshin wo okosu mono. Mensen die geloven in de wet van oorzaak en gevolg, geen kwaad spreken van Mahayana Boedhisme en slechts hopen verlichting te bereiken. (BCWK)
hoshū補習
(zn; -suru ww.) Het geven van onderwijs buiten de reguliere schooltijden voor het bijbrengen van extra kennis; aanvullend onderwijs; aanvullende les; bijles. ¶ 補習する hoshūsuru bijles geven; aanvullend onderwijs geven. ¶ 補習教育 hoshū kyōiku aanvullend onderwijs; voortgezet onderwijs. ¶ 先生も連休をエンジョイしたかったが、どっかの6人組の補習やら準備やらで連休無かったぞ! Sensei mo renkyū wo enjoi shitakatta ga, dokka no roku-ningumi no hoshū yara junbi yara de renkyū nakatta zo! Ik had ook van de vakantieperiode willen genieten, maar door aanvullende lessen, voorbereidingen en wat al niet voor een zekere ploeg van zes personen had ik helemaal geen vakantie! (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <たい>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
tai [dierk.] zeebrasem; Sparus sparus
tai (1) a. corps; troep; (2) b. gelid; rot; ; (1) groep; bende; geleding; (2) [mil.] brigade; corps; wapen; troep; troepen; (3) [ritsuryō] militaire eenheid ter grootte van 50 man
tai (1) tegen; versus; vs.; contra; anti-; tegenover; jegens; ten opzichte van; vis-à-vis; [wedstrijd enz.] tussen [x] en [y]; [uitvoer enz.] naar; [onderhandelingen enz.] met; (2) [een verhouding van x] tegen [y]; bij; (3) voet van gelijkheid; gelijke voet; (4) tegengestelde; tegenovergestelde; tegendeel; omgekeerde; convers
tai band; zone; gordel; kring; [i.h.b.] aardgordel
tai [maatwoord voor goden- en boeddhabeelden, lijken e.d.]; ; (1) a. lichaam; ledematen; (2) b. gedaante; vorm; (3) c. figuur; voorwerp; (4) d. wezen; essentie; substantie; (5) e. orgaan; organisatie; (6) f. lichamelijke opvoeding; ; (1) lichaam; lijf; (2) staat; toestand; gesteldheid; (3) vorm; voorkomen; gedaante; stijl; (4) wezen; essentie; substantie; aard; natuur; (5) [taalk.] substantief; substantivum; (6) sterkte; kloekheid; ruggengraat; (7) [ikebana] bovenste leidtak; (8) [wisk.] lichaam
tai Thailand
たい tai [drukt een wens, verlangen uit] (graag) willen; wensen; verlangen; begeren; zou graag …; erop uit zijn; erop gebrand zijn; van zins zijn; begerig om; zin hebben om; in
タイ tai (1) das(je); (2) gelijk spel; gelijke stand; remise; tie; (3) [muz.] boogje; (4) Thailand; (5) [dierk.] zeebrasem
tai [Chin.gesch.] duì [= metalen vat waarin gekookt graan bewaard werd]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.22 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'たい', strategie: exact). 
2005-2019