日蘭辭典+

44 resultaten voor 「なる」
日蘭辭典 (titelwoord)
naru成る
(なる) i.w. worden; tot stand komen; ontstaan. ¶ 大きくなる groot worden. ¶ 病氣になる ziek worden. ¶ 辯護士になる advocaat worden. ¶ 六十となる het komt op zestig cent. ¶ は酸素と素とより成る water bestaat uit zuurstof en waterstof. ¶ あの人が死んでからもう五年になります het is al vijf jaar geleden, dat hij stierf.
naruなる
i.w. vrucht dragen
naru鳴る
i.w. klinken; slaan (時計が). ¶ が鳴る suizing in de ooren hebben. ¶ 雷が鳴る het dondert. ¶ がらがら鳴る ratelen; klapperen. ¶ 日本は風景を以て鳴る Japan is beroemd wegens zijn natuurschoon.
日蘭辭典 (trefwoord)
hito
zn. (1) [人類] menschdom o. (2) [個] een man m.; persoon m. & v. (3) [世人] volk o. (4) [成] volwassene m. & v. (5) [他人] een ander m.; anderen m.mv. ¶ 伊藤と言ふ een zekere Ito. ¶ de ouden. ¶ 好き好き ieder zijn smaak. ¶ 惡い iemand met onaangenaam karakter. ¶ なる een man worden; volwassen zijn. ¶ と言ふだろう wat zal men er van zeggen? wat zullen de menschen er van zeggen? ¶ 中で in het publiek. ¶ がなくて困って居る wij hebben gebrek aan volk.
omomuku赴く
i.w. (1) [行く] gaan; zich begeven naar. (2) [なる、傾く] worden; neiging hebben. ¶ 快方に赴く aan de beterende hand zijn; herstellende zijn; beter worden. ¶ 援助赴く gaan helpen; te hulp komen. ¶ 風潮の赴く de richting van den stroom; de geest des tijds.
jōzuru乘ずる
(乘じる、乗じる、乗ずる) t.w. (1) [かける] vermenigvuldigen. i.w. (2) [つけこむ] gebruik maken van; zich bedienen van; gelegenheid aangrijpen. ¶ に乘じて bij gelegenheid van; onder den invloed van. ¶ 六に六を乘ずると三十六となる zes-maal zes is zes en dertig; 6×6=36.
ikaga如何
bw. hoe?; wat? ¶ 如何ですhoe gaat het ermee? hoe maakt u het?; hoe is het?. ¶ 如何お思ひになりますか wat zou je ervan zeggen? ¶ 昨夜は如何でしたか hoe was het gisterenavond?; hoe heb je het gisterenavond gehad? ¶ 今度芝居如何でしたか hoe vond je de comedie?; wat zeg je van de comedie? ¶ もう一つ如何ですか wil je er niet nog eentje nemen? ¶ 明日では如何ですか schikt het u morgen?
yūkō有効
zn. uitwerking v.; nuttig effect o.; waarde v. ¶ 有効になる uitwerking hebben; resultaat hebben. ¶ 有効な nuttig; effectief; van waarde; geldig; bruikbaar. ¶ 有効なる契約 geldig contract. ¶ 有効期間 geldigheidsduur.
suki
(好き) zn. behagen o.; smaak m.; liefhebber (人) m. ¶ 好き iemand, die veel van katten houdt. ¶ 好きな geneigd tot; houden; geliefd; -zuchtig. ¶ 戰爭好きな oorlogzuchtig. ¶ 好きな人 geliefde; iemand van wien men veel houdt. ¶ 好きな樣に zoals men wil; naar verkiezen. ¶ 好き不好きは人の勝手 over smaak valt niet te twisten. ¶ 好きになる zich aangetrokken voelen tot; gaan houden van. ¶ 讀書が好き veel van lezen houden.
menboku面目
zn (1) [名譽] waardigheid v.; eer v. (2) [顏色] gezicht o. ¶ 面目なる zijn familie tot eer strekken. ¶ 面目關する de eer is er mede gemoeid. ¶ 面目保つ zijn eer hoog houden; (俗) zijn figuur redden. ¶ 面目失ふ een gek figuur slaan; beschaamd staan. ¶ 面目改める een geheel ander aanzien krijgen.
chiisai小さい
bn. klein; onbeduidend. ¶ 気が小さい verlegen. ¶ 小さくなる kleiner worden.
mieru見える
i.w. (1) [に映る] zichtbaar zijn; gezien kunnen worden; in ’t gezicht komen. (2) [らしい] er uitzien als; aanzien hebben van; schijnen te zijn. (3) [出現] opdagen; verschijnen; komen. ¶ 見えなくなる onzichtbaar worden; verdwijnen. ¶ 見え出す in het gezicht komen. ¶ 日本人とは見えない hij ziet er niet uit als een Japanner. ¶ 病氣見える hij schijnt ziek te zijn. ¶ 先生はまだ見えない de leeraar is er nog niet.
ni
zn. (1) [負擔,荷物] last m.; vracht v. (2) [積荷] lading v. [荷物] bagage v. ¶ を積む laden. ¶ を拵へる pakken. ¶ を引取る goederen in ontvangst nemen. ¶ なる tot last zijn.
dake
(だけ) bw. (1) [ばかりのみ] alleen maar; slechts; niet meer dan. (2) [相當價値] ter waarde van; een hoeveelheid van; ten minste (少なくも). (3) [程度、範圍] zoo ver als......; hoe meer ...... hoe meer (……すれば其れ). ¶ のペンは是か zijn dit al de pennen uit de doos? ¶ 今度は勘辨してやる voor dezen keer zal ik het door de vingers zien. ¶ 三切手を三下さい geef mij voor drie yen postzegels van drie cent ¶ 彼は知らせねばならぬ hij althans dient te worden ingelicht. ¶ 自由愛する壓世を憎む hij haat verdrukking evenzeer als hij de vrijheid liefheeft. ¶ 高ければ高いよくなる hoe duurder het is hoe beter de kwaliteit. ¶ 軍人zooals een goed soldaat betaamt.
ka
part. (1) [疑問] is er?; bw. hoe? wat? vw. (2) [或は] of......of; nauwelijks......of. ¶ 成行はどうなることwat zal er van terecht komen? ¶ どうして分るものhoe zou ik het weten? ¶ 風呂が出來たかどうか vraag eens of het bad al klaar is. ¶ 君が歸るか歸らないかにあのが來た nauwelijks was je naar huis gegaan of hij kwam.
kekkyoku結局
zn. eind v.; uitslag m.; resultaat o.; uitkomst v.; bw. ten slotte; ten laatste; eindelijk. ¶ 結局どうなりました en wat was het resultaat?; en hoe liep het af?
kane
zn. (1) [屬] metaal o. (2) [錢] geld o. ¶ 儲ける geld verdienen. ¶ に困って居る in geldverlegenheid zijn. ¶ ばなれが好い royaal zijn. ¶ ある goed bij kas zijn; geld hebben. ¶ なる voordeelig zijn; windstgevend. ¶ する te gelde maken; voordeel trekken uit. ¶ goud regeert de wereld. ¶ さへあれば飛ぶも落される goud is de sleutel, die op alle sloten past.
kuchi
zn. (1) [] mond m. (2) [言語] taal v. ; woord v. (3) [味感] smaak m. (4) [入] deur v.; ingang m. (5) [吸] mondstuk o. (6) [] opening v.; gat o. (7) [空位] vacature v.; vacante plaats v.; betrekking v. (8) [人數] aantal personen m. (9) [割前] aandeel o.; portie v.; (10) [部類] soort v.; artikel o.; merk o. ¶ 開く den mond opendoen. ¶ をきく spreken met. ¶ 出す zich mengen in; zich bemoeien met. ¶ がすべる zich verspreken. ¶ 惡い gemeene taal uitslaan. ¶ と腹とは違ふ niet meenen wat men zegt. ¶ 合ふ naar den smaak zijn. ¶ を探す een baantje zoeken. ¶ 此のは品切れになりました dit artikel is uitverkocht; deze soort hebben wij niet meer. ¶ にて mondeling.
dōnimokōnimoどうにもかうにも
(どうにもこうにも) bw. hoe ook; op welke manier ook. ¶ どうにもかうにもならない het is hopeloos; er is volstrekt geen kans op; het gaat stellig niet, wat wij ook doen.
diabun大分
bw. zeer; heel; in hevige mate. ¶ 大分早く起きる zeer vroeg opstaan. ¶ 大分經ってから na geruimen tijd. ¶ 大分なる het is lang geleden. ¶ 大分氣分がよい zich veel beter voelen.
itazuraいたづら
(いたずら, 悪戯, 惡戲, 徒, 徒ら) zn. (1) [惡戲] ondeugendheid v.; kwajongensstreek m. (2) [徒爲] nutteloosheid v. (3) [淫蕩] geiligheid v.; gemeenigheid v.; wulpschheid v. ¶ いたづらな (惡戲な) ondeugend; kwajongensachtig; (徒爲な) nutteloos; noodeloos; (淫蕩な) geil; onzedelijk. ¶ いたづらに (面白半分に) voor de grap; uit gekheid; zoo maar; (徒爲に) vergeefs; nutteloos. ¶ いたづらをする (わるさする) gekheid maken; kwajongensstreek uithalen; stoeien; spelen. ¶ いたづら者 ondeugd; vrouw van losse zeden (不品行な) ¶ 徒になる op niets uitloopen. ¶ いたづら盛り de ondeugende leeftijd. ¶ いたづら兒 ondeugd; kwajongen.
issho ni一緖に
(一緒に) bw. (1) [共に] tezamen met; met. (2) [同時に] tegelijkertijd. ¶ 一緖に住む samenwonen. ¶ 一緖になる zich vereenigen; trouwen (夫妻になる). ¶ 一緖にする mengen; vereenigen; huwen (結婚).
mama
(まま) bw. (1) [其の儘] zooals het is; in den tegenwoordigen toestand. (2) [意の] naar verkiezen; zoals men wil. ¶ で met zijn schoenen aan. ¶ 聞いた話す vertellen zooals men het gehoord heeft. ¶ もとのである hetzelfde gebleven zijn; onveranderd zijn. ¶ 何卒其 derangeer u niet; blijft toch zitten. ¶ 思ふする doen wat men wil; zijn eigen zin doen. ¶ なるなら als ik mijn zin kreeg. ¶ そのにして置く het erbij laten; geen moeite doen het te veranderen.
kuyashigaru悔しがる
i.w. zich ergeren; jammeren; treuren om. ¶ 悔しい betreurenswaardig; spijtig; ergerlijk. ¶ 悔しくてならぬ om zich dood te ergeren. ¶ 悔しさ ergernis; spijt; smart.
kau買ふ
(買う) t.w. (1) [購求] koopen; i.w. zich aanschaffen. i.w. (2) [招致] zich op den hals halen. t.w. (3) [喧嘩相手なる] (strijd) opnemen; (uitdaging) aanvaarden.
nan to何と
tw. wat!; bw. hoe; hoezeer. ¶ 何と暑いことwat is het warm! ¶ 何とか het een of ander; dit of dat; zus of zoo. ¶ 何とも niets; volstrekt niets. ¶ 何とも言へぬ men kan er niets van zeggen; onbeschrijfelijk. ¶ 何とも思はぬ onbeduidend; er niets om geven; het kan mij niets schelen; ¶ 何となく eenigszins; eenigermate; op de een of andere wijze; onbestemd. ¶ 何となく氣味が惡い ik voel me, waarom weet ik niet, niet erg op mijn gemak. ¶ 何となれば want; omdat.
iya嫌、厭
zn. afkeer m.; ergernis v.; verveling v. ¶ 嫌な onaangenaam; ergerlijk; vervelend. ¶ 嫌な stank. ¶ いやな天氣 beroerd weer. ¶ 嫌な beroerde vent; lamme vent. ¶ 厭になる iets moede zijn; het land hebben aan. ¶ 貸して呉れ嫌か leen me wat, of wil je het niet? ¶ 嫌ですよ laat dat toch!; je hindert me; niet doen!
kanji感じ
zn. (1) [感覺] gewaarwording v.; gevoel o. (2) [印象] indruk m. (3) [效驗] resultaat o.; effect o. (4) [感應] invloed m. ¶ 感じがなくなる gevoelloos worden. ¶ 感じを與へる een goeden indruk maken. ¶ 好い感じを持って居る welwillende gevoelens koesteren.
ugoku動く
i.w. (1) [動く] bewegen; zich bewegen. (2) [移動] van plaats veranderen; zich verplaatsen. (3) [運轉] loopen; gaan; werken. (4) [變動] veranderen; zich wijzigen. (5) [搖ぐ] schommelen; schudden. (6) [感ずる] geroerd worden; getroffen zijn. ¶ 動かざる onbewegelijk; roerloos; (の) onbewogen; onverschillig. ¶ 動かざる泰山の如し rotsvast; onwankelbaar. ¶ 一寸も動かない er wordt niets verkocht. ¶ 時計が動かなくなった het horloge staat stil. ¶ 一寸も動くことならぬぞ verroer je niet!; blijf stokstil staan!
renchoku廉直
kinshu金主
zn. kapitalist m.; geldschieter m. ¶ 金主になる kapitaal verschaffen; geld fourneeren; financieren.
ratai裸體

(裸体) zn. naaktheid v. ¶ 裸體の naakt. ¶ 裸體になる zich naakt uitkleden.

SUPPLEMENT (trefwoord)
shōrisha勝利者
zn. winnaar; overwinnaar; veroveraar. ¶ 群集は勝利者を歓呼して迎えた。 Gunshū wa shōrisha wo kankoshite mukaeta. De menigte verwelkomde de winnaar met gejuig. (TTC) ¶ 最終の勝利者は後白河であったが、両乱を通じて武士を利用したため、その後の武士の台頭を許すこととなった。 Saishū no shōrisha wa Goshirakawa de atta ga, ryōran wo tsūjite bushi wo riyōshita tame, sonogo no bushi no taitō wo yurusu koto to natta. De uiteindelijke winnaar was Goshirakawa, maar omdat hij bij de oorlogen gebruik had gemaakt van Samurai stond dit later die Samurai toe politieke invloed te verkrijgen. (BCWK)
kyōgen jisatsu狂言自殺
zn. in scène gezette zelfmoord; geënsceneerde zelfmoord. ¶ 結局その狂言自殺が完全犯罪にほころびを作ることとなり、悪巧みがバレることとなったのですが。 Kekkyoku, sono kyōgen jisatsu ga kanzen hanzai ni hokorobi wo tsukuru koto to nari, warudakumi ga bareru koto to natta no desu ga. Echter, uiteindelijk werd de in scène gezette zelfmoord ontrafeld als een perfecte misdaad en werd een boosaardige samenzwering onthuld. (blog)
shiiteki恣意的
(na-adj) een handelswijze waarbij men niet gehinderd wordt door overwegingen van logica; eigenzinnig; willekeurig; lukraak; arbitrair. ¶ 恣意的な判断 shiiteki na handan een willekeurige beslissing規則を恣意的に運用する kisoku wo shiiteki ni un'yōsuru regels lukraak toepassenある目的思想を持った人間が恣意的にツイートをまとめると、本来の発言者の意図とは正反対になることあるっていう良い見本 Aru mokuteki ya shisō wo motta ningen ga shiiteki ni tsuiito wo matomeru to, honrai no hatsugensha no ito to wa seihantai ni naru koto mo aru tte iu ii mihon Een fraai patroon is dat het ook voorkomt dat wanneer mensen met een bepaald doel of bepaalde ideeën lukraak tweets bij elkaar harken ze lijnrecht tegenover de intentie van de oorspronkelijke twitteraar kunnen komen te staan. (twitter)
kyū
(na-adj) (1) plotseling; plots; opeens; onverwacht. ¶ 急にがブレーキをかけたので、フロントガラスにをぶつけた。 Kyū ni kare ga burēki wo kaketa no de, furontogurasu ni atama wo butsuketa. Omdat hij plotseling op de rem trapte stootte ik mijn hoofd tegen het voorraam. ¶ 急な客が来たので、そのテレビ番組が見れなかった。 Kyū na kyaku ga kita no de, sono terebi bangumi ga mirenakatta. Omdat ik onverwacht bezoek had kon ik dat programma niet kijken. (2) urgent; dringend. ¶ 急な用事〔急用〕が出来て、パーティに行けなくなった。ごめんなさい。 Kyū na yōji [kyūyō] ga dekite, pāti ni ikenaku natta. Omdat zich een urgente zaak voordeed kon ik niet naar het feestje gaan. ¶ この事態は急を要する Kono jitai wa kyū wo yōsuru De situatie is urgent. ¶ これは急を要する事態だ。 Kore wa kyū wo yōsuru jitai da. Dit is een urgente situatie. (3) snel; woest (water). ¶ 急なで泳ぐのは大変危険だ。 Kyū na kawa de oyogu no wa taihen kiken da. Het is enorm gevaarlijk om in een snelstromende rivier te zwemmen. ¶ 彼女は急に老け込んできた。 Kanojo wa kyū ni fukekonde kita. Ze werd snel oud. (4) steil (helling); scherp (bocht). ¶ 急な坂 Kyū na saka. Een steile helling; Een plotse daling. ¶ 道路はそこで急な右カーブになっている。 Dōro wa soko de kyū na migi kābu ni natte iru. De weg maakt daar een scherpe bocht naar rechts. (TTC) (yamasv)
shaberu喋る
(-r stam) (1) babbelen; kletsen; (niet serieus, vrijblijvend) praten; roddelen. ¶ 日本人遭遇して日本語めっちゃしゃべった。 Nihonjin to sōgōshite nihongo mettcha shabetta. Toevallig een Japanner ontmoet, we hebben tijdenlang gebabbeld. (twitter) (2) informatie doorvertellen die niet voor anderen bestemd is; zich iets laten ontvallen; zich verspreken; roddelen. ¶ しゃべってしまった shabette shimatta ik versprak me (twitter) ¶ 眠すぎて真実しゃべってしまった Nemusugite shinjitsu shabette shimatta Ik was te slaperig en liet me ontvallen hoe het werkelijk in elkaar zit. (twitter) ¶ あ、ごめんなさい。聞かれてもいない余計なことをしゃべってしまったと思って、ツイート消しちゃった。 A, gomen nasai. Kikarete mo inai yokei na koto wo shabette shimatta to omotte, twiito keshichatta. O, neem me niet kwalijk. Omdat ik dacht dat ik nodeloos uitweidde over dingen die me niet eens gevraagd waren had ik de tweet verwijderd. (twitter) (3) praten over iets. ¶ テレビでは、我が国の将来の問題を誰かが深刻なをしてしゃべっている。 Terebi de wa, wagakuni no shōrai no mondai wo dare ka ga shinkoku na kao wo shite shabette iru. Op TV is iemand met een ernstige blik over de problemen van ons land aan het praten. (4) (in) een taal praten; een taal spreken. (TTC) ¶ 彼ら英語をしゃべっていますか。 Karera wa eigo wo shabette imasu ka. Spreken ze Engels? (TTC) ¶ 彼はとうとう中国語をしゃべるようになりました。 Kare wa tōtō chūgokugo wo shaberu yō ni narimashita. Hij is eindelijk Chinees gaan praten. (twitter)
seikai正解
(znw) (1) het juiste antwoord; de juiste verklaring [interpretatie]; correct; juist; goed. ¶ 正解をまるで囲みなさいSeikai wo maru de kakominasai. Omcirkel het juiste antwoord alsjeblieft. (TTC) ¶ そっか!!それ正解だよね Sokka! Sore ga seika da yo ne! Ja toch! Zo is het toch! (twitter) (2) (als evaluatie achteraf) de juiste beslissing; de juiste keuze. ¶ どんどんひどくなっていく今日は出かけなくて正解だったAme ga dondon hidoku natte iku. Kyō wa dekakenakute seikai datta. De regen wordt steeds erger. Ik ben blij dat we niet weg zijn gegaan. (yamasv)
SUPPLEMENT (trefwoord)
zus, zuster

[de, zussen; zusters] (1.a.a) [oudere zus(ter); mijn [onze] zus(ter)] ane (beleefheid: geen of nederig; richting: geschikt voor benoemen van de eigen zuster tegen tweede persoon; over een derde persoons oudere zuster (niet erend, niet beleefd); over een oudere zuster in algemene zin). ¶ 回転いいAne wa atama no kaiten ga ii. Mijn zus is vlot van begrip. 料理先生にして習いました。 Ryōri wa ane wo sensei ni shite naraimashita. Mijn zus heeft me koken geleerd. (TTC) (1.a.b.) [oudere zus; jongedame; aanspreekvorm serveerster] 姉さん anesan (algemeen of neutraal beleefd).

(1.b) [oudere zus(ter), uw [hun] zus(ter); aanspreekvorm serveerster] 姉さん neesan; お姉さん oneesan (beleefdheid: erend of algemeen beleefd; richting: over tweede of derde persoons oudere zuster; binnen wij-groep over of naar de eigen oudere zuster; in algemene zin); おちゃん oneechan (idem, maar meer familiair of vertroetelend). NB met name onder en naar kinderen worden deze vormen ook gebruikt om in algemene zin naar oudere zussen te verwijzen. ¶ メアリーは遊園地で一人で泣いている男の子を見つけて、やさしくをかけた。「ねえぼくどうしたの? 迷子になっちゃったの? おちゃんが迷子センターに連れてってあげようか?」 Mearii wa yūenchi de hitori de naite iru otoko no ko wo mitsukete, yasashiku koe wo kaketa. ‘Nee, boku, dōshita no? Meigo ni nattyatta no? Oneechan ga meigo-sentā ni tsurete tte ageyō ka?’ In het pretpark vond Mary een huilend jongetje. Met zachte stem sprak ze: ‘Hee, jongetje, wat is er aan de hand? Ben je je ouders kwijt? Zal ik [lett. de oude zus] je naar de informatiebalie brengen [lett. zoekgeraakte-kinderen-afdeling]?’ (TTC)

(2.a) [jongere zusje/zuster, mijn [onze] zuster/zusje] imōto (beleefheid: geen of nederig; richting: geschikt voor benoemen van de eigen zuster tegen tweede persoon; over een derde persoons jongere zuster (niet erend, niet beleefd); over een jongere zuster in algemene zin). ¶ の咲子ですと年子で、受験生ですImōto no Sakiko desu. Boku to toshigo de, ima jukensei desu. Dit is mijn zusje Sakiko. Ze minder dan een jaar jonger dan ik en studeert nu voor haar toelatingsexamens. ¶ をパーティーに連れて行きます。 Imōto wo paatii ni tsurete ikimasu. Ik neem mijn zus mee naar het feestje. (TTC) NB in een wij-groep noemen oudere broers en zussen hun jongere zuster alleen bij naam (dit vloeit voort uit de hiërarchie), omgekeerd spreken jongere broers en zussen hun oudere zussen normaal gesproken als姉さん oneesan aan. (Miura)

(2.b) [jongere zusje/zus(ter), uw [hun] zusje/zus(ter)] さん imōtosan (beleefdheid: erend of algemeen beleefd; richting: over tweede of derde persoons jongere zuster, of in algemene zin). ¶ 今度さんを連れていらっしゃい。 Kondo wa imōtosan wo tsurete irasshai. Neem de volgende keer je zus mee. ¶ さんによろしくね。 Imōtosan ni yoroshiku ne. Doe de groetjes aan je zus. (TTC)

(3) [zusters, zussen, zusjes] shimai; [oudere zus en jongere broer] 姉弟 kyōdai;[oudere broer en jongere zus] 兄妹 kyōdai; [broer en zus] 兄姉 kyōdai; [broers of broer en zus] 兄弟 kyōdai.

(4) [verpleegster] 看護婦 kangofu; [verpleger m/v] 看護士 kangoshi.

(5) [non] 修道女 shūdōjo; 修道尼 shūdōni; 尼僧 nisō.

WACHTKAMER (deze lemma’s zijn nieuw of bevatten wijzigingen)
uwakuchibiru上唇

zn. bovenlip. NB tevens jōshin. ¶ 上唇が薄い女の子になりたかった Uwakuchibiru ga usui onna no ko ni naritakatta Ik wou een meisje met een dunne bovenlip zijn ¶ 雪乃さん笑うと上唇がむにゅっとなるのめちゃくちゃ可愛いよね。 Yukino-san warau to uwakuchibiru ga munyutto naru no mechakucha kawaii yo ne. Wanneer Yukino lacht en haar bovenlip glad wordt is dat extreem schattig. (Twitter)

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <なる>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
成る naru (1) worden; raken; geraken; [i.h.b.] worden van; [i.h.b.] terechtkomen van; [i.h.b.] gebeuren met; [i.h.b.] aflopen met; (2) worden; beginnen te; [het warm enz.] krijgen; (3) [m.b.t. hoogte, lengte, gewicht enz.] worden; bedragen; uitmaken; komen op; bereiken; neerkomen op; (4) worden; veranderen (in); overgaan (in); [m.b.t. positie, status, toestand enz.] bereiken; uitlopen op; zich ontwikkelen tot; (5) verwezenlijkt worden; volbracht worden; voltooid worden; bereikt worden; (ten slotte ~) blijken; uitlopen op; (6) bestaan uit; omvatten; samengesteld zijn uit; opgebouwd zijn uit; [x leden enz.] tellen; [deel enz.] uitmaken; vormen; (7) kunnen; mogen [vaak i.c.m. ontkenning of retorische vraag]; (8) dienen als; [de rol van ~] vertolken; (9) promoveren (tot) [m.b.t. shōgipion]; ; 10. zich verwaardigen te ~ [Tangconstructie waarbij tussen het beleefdheidsprefix (o お of go ご) en de combinatie ni naru になる een dōshi in de ren'yōkei of een deverbatief meishi staat. Drukt respect voor het onderwerp van het gezegde uit.]
鳴る naru (1) klinken; luiden; [van bel, fluitje, telefoon enz.] gaan; galmen; schallen; weerklinken; [van wekker] aflopen; [i.h.b. van bel] rinkelen; klingelen; [i.h.b. van klok] beieren; slaan; kleppen; [van sirene] loeien; [van wind] ruisen; [van oren] suizen; tuiten; [van donderslag] rollen; rommelen; (2) [fig., van roem, faam] weerklinken; befaamd zijn; beroemd zijn; gevierd zijn; vermaard zijn; bekendstaan om
生る naru (vrucht) dragen; (vruchten) voortbrengen; (vruchten) leveren; (vrucht) zetten; (in de vrucht) gaan staan; [m.b.t. fruit] groeien
為る naru (1) worden; raken; geraken; [i.h.b.] worden van; [i.h.b.] terechtkomen van; [i.h.b.] gebeuren met; [i.h.b.] aflopen met; (2) worden; beginnen te; [het warm enz.] krijgen; (3) [m.b.t. hoogte, lengte, gewicht enz.] worden; bedragen; uitmaken; komen op; bereiken; neerkomen op; (4) worden; veranderen (in); overgaan (in); [m.b.t. positie, status, toestand enz.] bereiken; uitlopen op; zich ontwikkelen tot; ; zich verwaardigen te ~ [tangconstructie waarbij tussen het beleefdheidsprefix (o お of go ご) en de combinatie ni naru になる een dōshi in de ren'yōkei of een deverbatief meishi staat. Drukt respect voor het onderwerp van het gezegde uit.]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.28 sec. jiten.nl: 40 treffers, warandict: 4 treffers (zoekopdracht: 'なる', strategie: exact). 
2005-2019