znw. (1) [hoedanigheid] 美
bi; 美しさ
utsukushisa. ¶ この庭の美しさは
自然より人工のおかげだ。 De schoonheid
van deze tuin is
meer het
resultaat van mensenwerk
dan van de
natuur; De schoonheid
van deze tuin is
niet natuurlijk - ze is kunstmatig. ¶ その湖の美しさは言葉
では言い表せないほどであった。
Sono mizuumi no utsukushisa wa kotoba de iiarawasenai hodo de atta. Het
meer was
zo mooi dat het
niet in woorden
uit te drukken was; De schoonheid
van het
meer was onbeschrijfelijk. [ttc] (2) [persoon, meest vrouwelijk] 美人
bijin; 美女
bijo. [
adonis]
美男 binan. ¶ マドンナは美人だ。
Madonna wa bijin da. Madonna is een schoonheid. ¶ あんなに美人なんだから、彼女も優越感を感じているんだろうな、きっと。
Anna ni bijin nan da kara, kanojo mo yūetsukan wo kanjite irun darō na, kitto. Aangezien ze
zo mooi is,
zal ze
ook wel het
gevoel hebben dat ze superieur is,
dat moet
wel. [ttc]