日蘭辭典+

891 resultaten voor 「一」
日蘭辭典 (titelwoord)
ichi
telw. een; de eerste (第一); zn. aas (カルタの) o. ¶ 一も二もなく zonder eenige discussie. ¶ 一も二もなく斷る botweg weigeren. ¶ 第一に in de eerste plaats; eerstens. ¶ 一か八か erop of eronder; alles of niets. ¶ 一から十まで in alle opzichten; van begintot eind. ¶ 一と言って二とさがらぬ onovertroffen. ¶ 一を聞いて十を知る voor een goed verstaander is een half woord genoeg.
日蘭辭典 (trefwoord)
jikan時間
zn. tijd m.; uur o. ¶ 執務時間 kantoortijd. ¶ 一時間 の行程 een uur gaans. ¶ 時間拂 betaling per uur. ¶ 時間通りに op tijd. ¶ 時間を費す tijd verspillen. ¶ 時間を消す den tijd dooden. ¶ 時間が遲れる achter loopen. ¶ 事件を進める (de klok) vooruit zetten. ¶ 時間は何時ですか hoe laat is het? ¶ 時間が合ふ gelijk gaan; goed loopen (時計が). ¶ 時間表(汽車の) spoorboekje; loop der treinen; tabel der lessen (學校の).
tsutsumi
(包み) zn. pak o.; pakje o.; paket o.; omhulsel (包袋) o. ¶ 包紙 pakpapier. ¶ 綿包 baal katoen. ¶ 包に造る inpakken.
een

(bepaald hoofdtelwoord, ter onderscheid ook geschreven als één)

[alleen of bijwoordelijk gebruikt] ichi [, 1, ]; hitotsu [一つ, 1つ, 1つ]
¶ Ik schoof een stuk op het bord één plaats naar voren. Boku wa boodo no ue no koma wo hitotsu mae ni susumeta. 僕はボードの上の駒を一つ前に進めた。 (TTC)

[verbonden met een ander woord, attributief] ichi no [の, 1の, の]; hitotsu no [一つの, 1つの, 1つの] ¶ Het warenhuis was leeg op één meubel na. Sooko ni wa kagu ga hitotsu no hoka ni wa nani mo nakatta. 倉庫には家具一つの他には何もなかった。 ¶ Hij heeft maar één doel in zijn leven, en dat is geld verdienen. Kare wa jinsei ni tatta hitotsu no mokuhyoo shika motte inai. Sore wa kanemooke de aru. 彼は人生たった一つの目標しかもっていない。それは金もうけである。 (TTC)

[met een maatwoord; er zijn meer dan honderd maatwoorden, maar het wago (inheems Japans) hitotsu (no) is bruikbaar als alternatief, behalve bij mensen (één persoon is altijd hitori)] ¶ Eén brood alstublieft. Pan ippon kudasai. パン一本下さい。 ¶ Ik zou nog een laken willen. Moofu wo moo ichimai hoshii no desu. 毛布をもう枚ほしいのですが。 ¶ Dit boek kun je in maar één winkel krijgen. Kono hon wa tada ikken no mise de dake nyuushu dekiru. このただ軒のだけ入手できる。 ¶ Ik kan ook geen $40 betalen voor één boek. Issatsu no hon ni yonjuu doru mo shiharaenai. 冊のに40ドルも支払えない。 ¶ Echter, ik was niet alleen, het leek dat er nog één andere persoon - dat wil zeggen nog één ander lid van de soort ‘zeldzame gast’ aanwezig was. Shikashi boku dake de wa naku, moo hitori - iya moo ippiki no chanchaku ga itarashii. しかし僕だけではなく、もうひとり―いや、もう匹の珍客がいたらしい。 (TTC)

(onbepaald lidwoord)

[het Japans heeft geen onbepaald lidwoord; “een” kan onvertaald blijven ... ] ¶ Ze plukte een appel voor me. Kanojo wa watashi ni ringo wo moide kureta. 彼女は私にリンゴをもいでくれた。 ¶ Breng een stoel uit de kamer hiernaast aljeblieft. Tonari no heya kara isu wo motte kite kudasai. 部屋から椅子を持って来て下さい。 (TTC)

[ ... of vertaald worden met equivalenten van het telwoord één] ¶ Ik heb hem een boek gegeven. Watashi wa kare ni hon wo issatsu yatta. 私は彼に冊やった。 ¶ Ze zong een lied terwijl ze naar me glimlachte. Kanojo wa boku ni hooemi kakenagara ikkyoku utta. 彼女は僕に微笑みかけながら曲歌った。 ¶ Pak een stoel uit de kamer hiernaast alsjeblieft. Tonari no heya kara isu wo hitotsu totte kite kudasai. 部屋からいすを1つ取ってきてください。 (TCC)

[in de betekenis van “een bepaald(e)”] aru [ある, 或る, ] ¶ Ze lijkt op een populaire zangeres. Kanojo wa aru ninki kashu ni nite iru. 彼女はある人気歌手に似ている。 (TTC) 

[Dit lemma gebruikt oo-spelling.]

TEKST EN UITLEG (trefwoord)
kazu, sūji数、数字

getallen

  • Eén tot en met tien hebben zowel kango (漢語, ontleend aan Chinees) als wago (和語, oorspronkelijk Japans) equivalenten.
  • In de Chinese reeks vervangt men meestal het equivalent van vier (shi) door yon of yo, ook bij de hogere getallen. Bijvoorbeeld vierenveertig is dan yonjuuyon. Evenzo wordt zeven (shichi) vaak vervangen door nana.
NederlandsJapans, kangoschrijftaalJapans, wagoschrijftaal
een ichi1, 一, 1, 壱 hitotsu1つ, 一つ, 1つ
twee ni2, 二, 2, 弐 futatsu2つ, 二つ, 2つ
drie san3, 三, 3, 参 mitsu, mittsu3つ, 三つ, 3つ
vier shi [→yon, yo]4, 四, 4, 肆 yotsu, yottsu4つ, 四つ, 4つ
vijf go5, 五, 5, 伍 itsutsu5つ, 五つ, 5つ
zes roku6, 六, 6, 陸 mutsu, muttsu6つ, 六つ, 6つ
zevenshichi [→nana] 7, 七, 7, 漆 nanatsu7つ, 七つ, 7つ
achthachi8, 八, 8, 捌 yatsu, yattsu8つ, 八つ, 8つ
negenkyuu, ku9, 九, 9, 玖 kokonotsu9つ, 九つ, 9つ
tienjuu10, 十, 一〇, 10, 拾 to, too10, 十, 一〇, 10
NederlandsJapansschrijftaal
nulrei, zero0, 〇, 0, 零
  • Vanaf elf zijn er alleen getallen gebaseerd op het stelsel dat is gevormd naar ontleningen uit het Chinees, maar neem nota van de vervanging van shi door yon en van shichi door nana, zoals hierboven aangegeven.
  • De eenheden juu, hyaku en sen staan op zichzelf voor respectievelijk tien, honderd en duizend, maar tienduizend is ichiman (letterlijk één-tienduizend). Miljard komt zowel voor als oku als ichioku.
  • In instanties als rokujuuku (negenenzestig) wordt de negen meestal als ku gerealiseerd, maar bij negenhonderd (kyuuhyaku), negenduizend (kyuusen), negentigduizend (kyuuman), geeft men de voorkeur aan kyuu.
  • De volgorde van de telwoorden is zoals in het Engels, en wijkt dus van het Nederlands af in de tientallen: vijfenveertig is yonjuugo letterlijk vier-tien-vijf (vergelijk het Engels forty-five).
  • Wanneer het aantal van iets gegeven wordt, gebruikt men de getallen meestal in combinatie met maatwoorden (ook wel klasse-aanduiders genoemd). Zie josuushi voor het gebruik daarvan.
NederlandsJapansschrijftaal
elfjuu ichi11, 十一, 11
twaalfjuu ni12, 十二, 12
dertienjuu san13, 十三, 13
viertienjuu yon, juu shi14, 十四, 14
vijftienjuu go15, 十五, 15
zestienjuu roku16, 十六, 16
zeventienjuu shichi, juu nana17, 十七, 17
achttienjuu hachi18, 十八, 18
negentienjuu kyuu, juu ku19, 十九, 19
twintigni juu20, 二十, 二〇, 20
eenentwintigni juu ichi21, 二十一, 二〇一, 21
tweeentwintigni juu ni22, 二十二, 二〇二, 22
....
dertigsan juu30, 三十, 三〇, 30
veertigyon juu40, 四十, 四〇, 40
vijftiggo juu50, 五十, 五〇, 50
zestigroku juu60, 六十, ろく〇, 60
zeventignana juu, shichi juu70, 七十, 七〇, 70
tachtighachi juu80, 八十, 八〇, 80
negentigkyuu juu90, 九十, 九〇, 90
honderdhyaku100, 百, 一〇〇, 100
tweehonderdnihyaku200, 二百, 二〇〇, 200
driehonderdsanbyaku300, 三百, 三〇〇, 300
vierhonderdyonyaku400, 四百, 四〇〇, 400
vijfhonderdgohyaku500, 五百, 五〇〇, 500
zeshonderdroppyaku600, 六百, 六〇〇, 600
zevenhonderdnanahyaku700, 七百, 七〇〇, 700
achtonderdhappyaku800, 八百, 八〇〇, 800
negenhonderdkyuuhyaku900, 九百, 九〇〇, 900
duizendsen1000, 千, 一〇〇〇, 1〇00
elfhonderdsen hyaku1100, 千百, 一一〇〇, 1100
twaalfhonderdsen nihyaku1200, 千二百, 一二〇〇, 1200
dertienhonderdsen sanbyaku1300, 千三百, 一三〇〇, 1300
veertienhonderdsen yonhyaku1400, 千四百, 一四〇〇, 1400
vijftienhonderdsen gohyaku1500, 千五百, 一五〇〇, 1500
zestienhonderdsen roppyaku1600, 千六百, 一六〇〇, 1600
zeventienhonderdsen nanahyaku1700, 千七百, 一七〇〇, 1700
achttienhonderdsen happyaku1800, 千八百, 一八〇〇, 1800
negentienhonderdsen kyuuhyaku1900, 千九百, 一九〇〇, 1900
tweeduizendnisen2000, 二千, 二〇〇〇, 2000
vierduizendyonsen4000, 四千, 四〇〇〇, 4000
vijfduizendgosen5000, 五千, 五〇〇〇, 5000
zesduizendrokusen6000, 六千, 六〇〇〇, 6000
zevenduizendnanasen7000, 七千, 七〇〇〇, 7000
achtduizendhassen8000, 八千, 八〇〇〇, 8000
negenduizendkyuusen9000, 九千, 九〇〇〇, 9000
tienduizendichiman10000, 一万, 一〇〇〇〇, 10000
elfduizendichiman sen11000, 一万千, 一一〇〇〇, 11000
....
twintigduizendniman20000, 二万, 二〇〇〇〇, 20000
....
honderdduizendjuuman100000, 十万, 一〇〇〇〇〇, 100000
....
een miljoenhyakuman1000000, 百万, 一〇〇〇〇〇〇, 1000000
een miljardoku, ichioku1000000000, 億, 一億, 一〇〇〇〇〇〇〇〇〇, 1000000000
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <一>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
一々ichiichi (1) een voor een; (2) alles; elk afzonderlijk; alles zonder uitzondering; iedereen; (3) in detail; in bijzonderheden; volledig; volkomen
一から十までichikarajuumade van a tot z; zeer gedetailleerd; in al z'n bijzonderheden; door en door; [Belg.N.] van naaldje tot draadje
一か八かichikabachika alles of niets; erop of eronder; pompen of verzuipen; de dood of de gladiolen; quitte of dubbel; het moet galgen of burgemeesteren
一か八かのichikabachikano alles-of-niets …; … waarbij veel op het spel staat
一か八かやってみるichikabachikayattemiru z'n geluk beproeven; een poging wagen; een lukrake poging doen; risico's nemen; het erop wagen
一ころichikoro met gemak gewonnen spel; makkie
一ころでやっつけるichikorodeyattsukeru inmaken; afdrogen; gemakkelijk verslaan; in de pan hakken; de vloer met iemand aanvegen; geen kind hebben aan
一つ ; 1つhitotsu (1) één; eentje; [per] stuk; (2) enkel ~; slechts ~; alleen ~; [met negatie] zelfs geen ~ [suffix dat het voorafgaande substantief beperkt of beklemtoont]; (3) één en hetzelfde; één en dezelfde; een geheel; iets eenders; (4) ten eerste; primo; om te beginnen [gebruikt bij het opgeven van één uit meerdere alternatieven]; (5) eens (even); eens (effen); (6) alstublieft; alsjeblieft [als lichte aandrang bij een verzoek]
一つになるhitotsuninaru één worden; samenvallen; samensmelten; samengaan; samenkomen; vergroeien; zich verenigen; zich bij elkaar aansluiten; een geheel vormen; een unie vormen; fuseren
一つの意味しか持たないhitotsunoimishikamotanai maar één betekenis hebbend; slechts voor één uitleg vatbaar; ondubbelzinnig; eenduidig
一つを除いてすべてhitotsuwonozoitesubete (1) allen op één na; (2) alle op één na
一つを除いて皆hitotsuwonozoitemina (1) allen op één na; (2) alle op één na
一つ一つhitotsuhitotsu één voor één; stuk voor stuk; één tegelijk; elk afzonderlijk; apart; respectievelijk; onderscheidenlijk
一の院ichinoin [pol.] eerste; voornaamste teruggetreden keizer
一も二もなくichimonimonaku (1) zonder mopperen; aarzelen; aarzeling; zonder zich te bedenken; prompt; gewillig; (2) vlakaf; botweg; regelrecht; zonder omhaal; vastberaden
一を聞いて十を知るichiwokiitejuuwoshiru ± een goed verstaander heeft maar een half woord nodig; een goed verstaander heeft aan een half woord genoeg; vlug van begrip zijn; bij de pinken zijn
一コリichikori [bijb.] De eerste brief aan de Korintiërs; [afk.] 1 Kor.
一テサichitesa [bijb.] De eerste brief aan de Tessalonicenzen; Thessalonicenzen; [verk.] 1 Tessalonicenzen; Thessalonicenzen; [afk.] 1 Tes.; [afk.] 1 Thess.
一テモichitemo [bijb.] De eerste brief aan Timoteüs; Timotheus; [verk.] 1 Timoteüs; Timotheus; [afk.] 1 Tim.
一ペトichipeto [bijb.] De eerste brief van Petrus; [verk.] 1 Petrus; [afk.] 1 Pe.; [afk.] 1 Pt.; [afk.] 1 Petr.
一ページ当たりippeejiatari per pagina; per bladzijde
一マカichimaka [bijb.] het eerste boek Makkabeeën; Maccabeeën; [verk.] 1 Makkabeeën; Maccabeeën; [afk.] 1 Mak.; [afk.] 1 Macc.
一ヨハichiyoha [bijb.] De eerste brief van Johannes; [verk.] 1 Johannes; [afk.] 1 Joh.; [afk.] 1 Jo.
一リーグ制ichiriigusei [honkb.] eenligastelsel; eenligasysteem
一丁 ; 一挺 ; 一梃itchou (1) [鋤~] één spade; één ploeg; [鍬~] één schoffel; [鋸~] één zaag; [櫓; 櫂~] één roeiriem; één roeispaan; [槍~] één speer; [銃~] één geweer; [墨~] één inktblokje; [三味線~] één shamisen; [剃刀~] één scheermesje; [蝋燭~] één kaars; [鋏~] één schaar; (2) [駕籠~] één palankijn; [人力車~] één riksja; (3) [料理肴~] één portie; één schotel; één bord; één bestelling; [酒~] één glas; (4) [豆腐~] één blok; (5) [書物の] boekblad; (6) [将棋~] één partijtje; één spelletje; (7) [楊弓; 大弓で] score van honderd; (8) [ton.] ratelslag [kondigt een coup de théâtre of het einde van het stuk aan]; (9) welnu; wel; nu; nou
一万ichiman tienduizend
一万円ichimanen tienduizend yen
一世を風靡するisseiwofuubisuru een tijd beheersen; domineren; een generatie in z'n ban houden; de wereld aan z'n voeten werpen
一世一代isseichidai (1) enige keer in z'n leven; [~の] grootste … in heel z'n leven; (2) [kabuki; nō] afscheidsoptreden; afscheidsvoorstelling; (3) [nō] eenmalig door het shogunaat aan een nō-meester toegestane vergunning tot een benefietoptreden
一世issei (1) regeerperiode; regeringsperiode; tijdperk; (2) tijd waarin iemand leefde; iemands tijd; bestaan; generatie; (3) de eerste; I [ter onderscheiding van iemands latere naamgenoten]; (4) eerste generatie nieuwkomers
一世isse (1) [boeddh.] ekādhvan; ekādhvika; eka-kālikā; één der drie bestaansdimensies; [i.h.b.] huidig bestaan; tegenwoordige tijd; (2) mensenleven; levenstijd; heel z'n leven; (3) probandus; (4) ouder-kindgeneratie
一世hitoyo een mensenleven; heel z'n leven
一両日ichiryoujitsu een dag of twee
一両日中にichiryoujitsuchuuni binnen een dag of twee; de komende dagen; dezer dagen
一丸ichigan (1) [~となって] eendrachtig; eensgezind; en bloc; als één man; en masse; (2) één kogel; één schot
一了簡hitoryouken gedachte; beschouwing; overweging; overdenking
一事ichiji één zaak; geval; aangelegenheid; gebeurtenis; voorval
一事が万事ichijigabanji ± aan de klauw kent men de leeuw [= een klein onderdeel volstaat om zich de gehele zaak te kunnen voorstellen]; [Lat.] ex ungue leonem; [Lat.] ex pede Herculem
一事不再議ichijifusaigi [~の原則] [jur.; pol.] het principe; volgens welke een verworpen wetsontwerp; wetsvoorstel niet tijdens dezelfde zittingstijd opnieuw ingediend kan worden
一二ichini (1) één of twee; een paar; enkele; enige; een klein aantal; (2) eerste en tweede plaats
一二に及ばずichininioyobazu zonder in bijzonderheden te treden; zonder zich bij de details op te houden
一二を争うichiniwoarasou strijden om de eerste plaats; in de topklasse zitten; als een van de beste gelden
一二度ichinido een keer of twee; een paar keer; zo nu en dan; af en toe; van tijd tot tijd
一人でhitoride alleen; op z'n eentje; in z'n eentje
一人のhitorino enig; één; eenpersoons-
一人一人 ; 一人ひとりhitorihitori (1) één voor één; één (persoon) tegelijk; de één na de ander; man voor man; stuk voor stuk; successievelijk; (2) elk; ieder; elkeen; iedereen
一人乗りichininnori [~の] eenpersoons-; voor één persoon; berijder; rijder; bestuurder; chauffeur; piloot
一人乗りの飛行機ichininnorinohikouki eenpersoonsvliegtuig
一人二役hitorifutayaku één persoon die twee toneelrollen; een dubbelrol speelt
一人会社ichiningaishya eenmanszaak; eenmansbedrijf; eenpersoonsbedrijf; eenmansvennootschap; eenpersoonsvennootschap
一人前になるichininmaeninaru tot volle wasdom komen; volwassen worden; een volwassen man; vrouw worden; de mannelijke leeftijd bereiken; zich volledig ontwikkelen; volledig ontwikkeld worden; op (z'n) eigen benen staan; onafhankelijk worden; z'n sporen verdienen; volleerd worden
一人前のichininmaeno (1) voor één persoon; (2) volwassen; ten volle ontwikkeld; zelfstandig; onafhankelijk; fatsoenlijk; behoorlijk; respectabel; bevoegd; professioneel; gevestigd; volwaardig
一人前 ichininmae (1) [食物~] één portie; (2) volwassenheid; onafhankelijkheid
一人区ichininku [pol.] kiesdistrict met één vertegenwoordiger; enkelvoudig kiesdistrict; uninominale kieskring
一人当たりhitoriatari per persoon; per hoofd; elk
一人息子hitorimusuko enige zoon
一人旅hitoritabi eenmansreis; soloreis; het alleen reizen
一人相撲 ; 独り相撲hitorizumou (1) eenmanssumō; (2) [fig.] donquichotterie; tegen windmolens vechten; tegen een schaduw; hersenschim vechten
一人称ichininshyou [spraakk.] eerste persoon
一人船室ichininsenshitsu eenmanshut; eenmanscabine
一人ichijin keizer
一人ichinin (1) één mens; één persoon; (2) [ritsuryō] minister ter rechterzijde; udaijin; (3) eenmans-; eenpersoons-
一人hitori (1) één persoon; één iemand; eentje; (2) op z'n eentje; in z'n eentje; alleen; zelf; [inform.] in zijn uppie; op eigen houtje; op zijn eigen; solo; (3) [~…ない] niet louter en alleen …; niet enkel …
一介ikkai (1) [~の] slechts; alleen maar; niet meer dan; enkel; louter en alleen; (2) [~の] onbeduidend; onbetekenend; onbelangrijk; onaanzienlijk; simpel; eenvoudig
一仏世界ichibutsusekai [boeddh.] ekabuddhakṣetra
一仕事hitoshigoto (1) stuk werk; werkje; karwei; klus; taak; opdracht; (2) zwaar werk; pittige klus; lastig karwei; vervelend karweitje; hele opgave; hele kluif; geen sinecure
一仕事するhitoshigotosuru (1) wat werken; een werkje; karweitje; klusje; zaakje opknappen; (2) een pittige klus opknappen; een lastig karweitje doen
一代ichidai (1) één generatie; één mensenleven; (2) iems. levensduur; levenstijd; (3) die tijd; die generatie
一代記ichidaiki biografie; levensbeschrijving; levensgeschiedenis; levensverhaal
一件ikken aangelegenheid; kwestie; zaak; geval; affaire
一件落着ikkenrakuchaku de zaak is afgehandeld; dat is een bekeken zaak; de zaak heeft haar beslag gekregen; het incident is gesloten; daarmee is de kous af; dat was het dan; dat zit erop
一任ichinin toevertrouwing; het overlaten; het in overweging geven
一任するichininsuru toevertrouwen; overlaten (aan iemands oordeel; beoordeling); in overweging geven; in handen geven; overdragen
一休みhitoyasumi korte pauze; adempauze; ogenblikje rust
一休みするhitoyasumisuru even uitblazen; een beetje uitrusten; wat rusten; kort pauzeren; even op adem komen
一会ichie (1) een bijeenkomst; een vergadering; (2) [boeddh.] congregatie; dharmasaṃgīti; (3) een ontmoeting
一位 ; イチイ (bet. 3)ichii (1) eerste plaats; eerste rang; kop; toppositie; top; nummer één; (2) [rekenk.] eenheid; eenheden; (3) [plantk.] Japanse taxus; Taxus cuspidata
一位を占めるichiiwoshimeru de eerste plaats innemen; op één staan; bovenaan staan; de beste zijn
一位擬ichiimodoki [plantk.] Californische sequoia; kustmammoetboom; kustsequoia; Sequoia sempervirens
一体となってittaitonatte als één man; collectief; en bloc; in één stuk
一体にittaini in het algemeen; over het algemeen; over het algemeen gesproken; alles welbeschouwd; over het geheel genomen; alles samengenomen; in de regel; gemiddeld; gemiddeld beschouwd
一体化ittaika eenmaking; unificatie; integratie; het maken tot een geheel
一体化するittaikasuru één maken; unificeren; tot eenheid brengen; tot een geheel maken; integreren
一体性ittaisei eenheid; het één zijn
一体感ittaikan (1) gevoel van eenheid; (2) het gevoel erbij te horen; er thuis te zijn; groepsgevoel; gemeenschapsgevoel
一体ittai (1) (één) lichaam; eenheid; (2) standbeeld; sculptuur; (3) stijl; vorm; trant; (4) [in combinatie met een vraagwoord] in hemelsnaam; in godsnaam; verdorie; nu eigenlijk; (5) om de waarheid te zeggen; per slot van rekening; strikt genomen
一例ichirei een voorbeeld; een geval; een illustratie
一例を挙げるとichireiwoageruto bijvoorbeeld; om maar eens iets te noemen; om maar een dwarsstraat te noemen
一価ikka [chem.] monovalentie; eenwaardigheid
一価のikkano [chem.] monovalent; eenwaardig
一個 ; 一箇ikko één stuk; één exemplaar; één item; eentje
一個100円ikkohyakuen elk 100 yen; 100 yen het stuk
一億ichioku (1) honderd miljoen; (2) [fig.] de gehele Japanse bevolking; de Japanse natie
一元ichigen (1) één beginsel; één element; monisme; [Ind.fil.] advaita; (2) één periodenaam; één troonnaam; (3) [wisk.] één onbekende; variabele
一元化するichigenkasuru centraliseren; in één punt samenbrengen
一元的ichigenteki eendimensionaal; gecentraliseerd; [fil.] monistisch
一元論ichigenron (1) [fil.] monisme; (2) [biol.] monofyletisme
一元論者ichigenronshya [fil.] monist
一先ずhitomazu alvast; vast; voorlopig; even; voor het ogenblik; voorshands; vooreerst
一党ittou (1) bende; kliek; gezelschap; (2) [pol.] een partij; (3) [Jap.gesch.] samoeraiclan
一党独裁ittoudokusai [pol.] eenpartijdictatuur
一入hitoshio (1) nog meer; nog -er; extra; bijzonder; (2) verving; onderdompeling in een verfbad
一円ichien (1) heel het gebied; de hele regio; (2) één yen; (3) Ichien; (4) integraal; volledig; helemaal; geheel; (5) [~…ない] helemaal; absoluut; volstrekt … niet
一冊issatsu [本~] één boek; één exemplaar; [帳面~] één notitieboekje
一再issai één of twee keer; een- of tweemaal
一再ならずissainarazu herhaalde malen; meermaals; telkenmale; telkens; steeds opnieuw; iedere keer; bij herhaling; strijk-en-zet; uit-en-ter-na
一刀ittou (1) een zwaard; katana; (2) één zwaardhouw; zwaardslag
一刀両断ittouryoudan (1) met een zwaardhouw in twee klieven; met een slag in tweeën verdelen; (2) de knoop doorhakken; een kordate beslissing nemen; doortastend optreden
一刀両断にするittouryoudannisuru (1) met één zwaardhouw in twee klieven; met één slag in tweeën verdelen; (2) de knoop doorhakken; een kordate beslissing nemen; doortastend optreden; flink; ferm aanpakken; uitvoeren zonder er omheen te draaien; de koe bij de hoorns vatten; pakken
一刀流ittouryuu Ittō-ryū; [lett.] eenzwaardschool
一分の官ichibuno [ritsuryō] ± documentalist
一分一厘ichibuichirin [~もない] geen ziertje
一分一厘の狂いもないichibuichirinnokuruimonai absoluut; helemaal geen afwijking vertonen; tot op de millimeter nauwkeurig zijn; op-en-top perfect zijn; volstrekt niets mankeren
一分一厘違わないichibuichirinchigawanai helemaal niet verschillen; exact; precies; volkomen hetzelfde zijn; identiek zijn
一分金ichibukin [muntw.] kwart van een ryō-goudstuk
一分銀ichibugin [muntw.] kwart van een ryō-zilverstuk
一分ichibu (1) één tiende van een sun [= ± 3,03 cm]; (2) een percent; procent; één honderdste; (3) een tiende; (4) een fractie; (5) [muntw.] kwart van een ryō-goudstuk; (6) [muntw.] kwart van een ryō-zilverstuk; (7) [ritsuryō] ± documentalist
一分ippun (1) één fun [ca. 0,375 gram; het tiende deel van een monme 匁; het tienvoud van een rin 厘]; (2) één minuut
一切のissaino alle …; al de; het …; de; het hele …; de; het volledige …; heel de; het …; geheel de; het …; elke …; de; het totale …
一切れhitokire (1) plak; plakje; snee; sneetje; schijf; schijfje; moot; mootje; [w.g.] tranche; [gew.] schel; [gew.] schelletje; (2) eenmalige verhouding; onenightstand
一切合切issaigassai de hele boel; het hele zaakje; de hele handel; de hele santenkraam; [Belg.N.] santenboetiek; het hele zootje; het hele hebben en houden; alles bij elkaar
一切issai (1) alles; het geheel; de hele boel; rimram; santenkraam; [Belg.N.] santenboetiek; (2) [~ない] geenszins; in genen dele; niet in het minst; volstrekt; absoluut; helemaal niet
一列ichiretsu lijn; rij; file; queue; [mil.] rot; [gew.] root
一列に並ぶichiretsuninarabu in een rij gaan staan; in het gelid gaan staan; een rij vormen; een haag vormen; zich rijen
一列に並んでichiretsuninarande in een rij; op rij
一別ichibetsu afscheid; laatste; vorige ontmoeting
一別以来ichibetsuirai sinds ons afscheid; sedert we elkaar voor het laatst zagen
一利ichiri een voordeel; een pluspunt
一利一害ichiriichigai voor- en nadelen; voors en tegens
一刻ikkoku (1) moment; ogenblik; poosje; tijdje; (2) koppig; stug; stijfkoppig; eigenwijs; onbuigzaam; halsstarrig; eigenzinnig; obstinaat; (3) heethoofdig; opvliegend; driftig; choleriek
一刻も早くikkokumohayaku onverwijld; zo snel; spoedig; gauw mogelijk; ten spoedigste; zo vlug als maar enigszins mogelijk is; op kortst mogelijke termijn; beter; liever vandaag dan morgen; asap; z.s.m.
一刻を争うikkokuwoarasou geen seconde te verliezen hebben; dringend zijn; urgent zijn
一刻千金ikkokusenkin ± tijd is geld
一割ichiwari tien procent; tien percent; 10%
一助ichijo enige hulp; een zekere bijstand
一助となるichijotonaru enigszins baten; hulp bieden; verlenen; te hulp komen; voor iets dienstig zijn; een steun zijn; een handje helpen; kunnen meehelpen; z'n duit in het zakje doen; z'n steentje bijdragen; dat zet zoden aan de dijk
一包みhitotsutsumi (1) één pak(je); één pakket; één bundel; (2) [geneesk.] één capsule; één cachet; (3) [Edo-periode] honderd ryō 両 goudstukken
一匹 ; 一疋ippiki (1) één hiki [lengtemaat voor stoffen; ca. 22,8 m]; (2) één dier; één beest; (3) één hiki [rekenmunt ter grootte van tien mon 文]; (4) [inform.; min.] één persoon; één (iemand); eentje
一匹狼ippikiookami eenzame wolf; eenzelvig mens; eenling; [Belg.N.] eenzaat; einzelgänger; solitair; niemandsvriend; loner
一半ippan helft; half; halfje
一半のippanno gedeeltelijk; partieel; deel-
一半はippanha gedeeltelijk; deels; partieel
一卵性ichiransei [~の] eeneiig
一卵性双生児ichiranseisouseiji eeneiige; identieke tweeling
一厘ichirin (1) [lengtemaat] één rin [= 0,01 sun 寸 of 0,1 bu 分 of ± 0,03 cm]; (2) [gewichtseenheid] één rin [= 0,01 monme 匁 of ± 0,0375 g]; (3) [rekenmunt] één rin [= duizendste deel van een yen]; (4) één promille [= tiende deel van een procent]
一口分hitokuchibun mondvol; hap; beet
一口hitokuchi (1) mondvol; mondjevol; mondje; hap; hapje; beet; beetje; brok; brokje; (2) slok; slokje; teug; teugje; gulp; gulpje; nip; nipje; (3) woord; woordje; [meton.] mondje; (4) belang; deelneming; participatie; (5) [寄付の] schijf; tranche
一句ikku (1) één haikugedicht; (2) één versregel; (3) één passage
一号ichigou nummer een; één; de eerste
一同ichidou (1) allen; iedereen; eenieder; (2) identiek; hetzelfde; (3) eenparig; eensgezind; uno animo; unaniem; eendrachtig
一同退場ichidoutaijou [ton.] allen af
一名ichimei (1) één persoon; één (iemand); eentje; (2) één naam; één benaming; (3) alias; pseudoniem; bijnaam
一向にikkouni [~…ない] helemaal; überhaupt; absoluut; in allen dele; allesbehalve
一向ikkou [~…ない] helemaal; überhaupt; absoluut; in allen dele; allesbehalve
一吹きhitofuki stoot; ademstoot; vlaag; puf; zuchtje; blaas
一吹きするhitofukisuru [m.b.t. walvisachtigen] (via het spuitgat) naar buiten spuiten; met kracht uitstoten; omhoog spuiten
一周isshyuu ronde; tour; [i.h.b.] rondreis; [sportt.] baanronde
一周するisshyuusuru rondgaan; rondreizen; omgaan; draaien om; roteren; in een kring gaan; toeren; [舟で] varen rond; om
一周年isshyuunen (1) een vol jaar; (2) [~記念祭; 記念日] de eerste verjaardag
一周忌isshyuuki eerste verjaardag van iemands dood
一味するichimisuru klieken; samenklieken; een kliek; bende; coterie (gaan) vormen
一味ichimi (1) bende; gang; kliek; coterie; troep; stelletje; zootje; (2) één smaak; (3) [Chin.geneesk.] één geneesmiddel; (4) [boeddh.] ekarasa [= gelijkheid van Boeddha's leer]
一味hitoaji (1) smaakje; (2) tikje; ietsjes; tikkeltje
一命ichimei (1) een leven; (2) een bevel
一命を取り留めるichimeiwotoritomeru gespaard blijven; de dood ontlopen; aan de dood ontsnappen; ontkomen; aan de dood ontrukt worden
一品料理ippinryouri (1) [cul.] à-la-cartegerecht; (2) [cul.] eengangsmaaltijd
一品料理のメニューippinryourinomenyuu [cul.] à-la-cartemenu; à-la-cartekaart
一品料理を食べるippinryouriwotaberu [cul.] eten; dineren à la carte
一品ippin (1) [hand.] één artikel; product; één stuk koopwaar; handelswaar; (2) [cul.] één gerecht; schotel; gang; (3) het fijnste; lekkerste; beste; het neusje van de zalm
一品ippon (1) [ritsuryō] hoogste hofrang; (2) [boeddh.] een hoofdstuk; afdeling uit een soetrarol; varga; ekaḥ; prakāra; (3) [boeddh.] één der negen sferen van het boeddhistische paradijs
一員ichiin lid; lidmaat
一問ichimon één vraag; vraagstuk
一問一答ichimonittou vragen en antwoorden; Q&A
一問一答形式ichimonittoukeishiki vraag-en-antwoordvorm
一善ichizen een goede dienst; daad; iets goeds
一喜一憂ikkiichiyuu nu eens blij; dan weer bekommerd; afwisselend verheugd en bezorgd
一喜一憂するikkiichiyuusuru nu eens blij; dan weer bekommerd zijn; afwisselend verheugd en bezorgd zijn; tussen hoop en vrees zweven; dobberen
一喝ikkatsu brul; afblaffing; snauw; schreeuw; uitvaring
一喝するikkatsusuru een brul geven; afblaffen; snauwen; tieren; schreeuwen; uitvaren
一回にikkaini … tegelijk; per keer …
一回りhitomawari (1) ronde; rondje; toer; (2) [astrol.] (twaalfjaarlijkse) cyclus; (tijdkring van) twaalf jaar; (3) armvol; (4) maat; maatje; (5) periode van zeven dagen; week
一回りするhitomawarisuru een rondje lopen; een tochtje; toer maken; z'n ronde doen; rondgaan; eenmaal gaan om; in de rondte gaan; een cyclus doorlopen
一回分ikkaibun (1) [薬の~] dosis; (2) [分割払いの~] termijn
一回戦ikkaisen (1) de eerste wedstrijd; openingswedstrijd; (2) de eerste ronde
一回転ikkaiten (1) één omwenteling; één rotatie; (2) één cyclus
一回ikkai één keer; één maal; eenmaal
一因ichiin een oorzaak; reden; één van de oorzaken; redenen
一団ichidan bende; groep; troep; gezelschap; kring; stel; partij; korps; [m.b.t. boeven] gang; [inform.] zootje
一国ikkoku (1) een land; een natie; (2) heel het land; heel de natie; (3) een provincie; een domein; (4) driftig; opvliegend; cholerisch; choleriek; heethoofdig; (5) eigengereid; balsturig; koppig; eigenwijs; eigenzinnig
一国一城の主ikkokuichijounoaruji (1) leenheer; leenvorst; daimio; (2) [fig.] iemand die z'n eigen heer en meester is; onafhankelijke; [i.h.b.] zelfstandig zakenman; zelfstandige
一国平和主義ikkokuheiwashyugi pacifisme in één land [= politiek van niet-inmenging in conflicten tussen andere staten]
一国社会主義ikkokushyakaishyugi socialisme in één land
一城ichijou (1) een kasteel; een fort; een slot; een burcht; (2) een versterkte stad; (3) heel het kasteel; fort; slot; heel de burcht; (4) heel de versterkte stad
一堂ichidou (1) één tempel; heiligdom; hal; zaal; (2) één plaats; ruimte; lokaal; gebouw; plek
一堂に会するichidounikaisuru zich in een plaats verzamelen; op één plek bijeenkomen; onder één dak samenkomen
一報ippou (1) kennisgeving; inlichting; bericht; mededeling; (2) eerste melding
一報するippousuru informeren; inlichten; verwittigen; op de hoogte stellen; brengen; kennis geven; in kennis stellen; laten weten; berichten
一塁ichirui (1) één fort; één vesting; één bastion; (2) [honkb.] eerste honk
一塁ゴロichiruigoro [honkb.] grondbal naar de eerste honkman
一塁側ichiruigawa [honkb.] eerste honkkant; eerste honkzijde
一塁側スタンドichiruigawasutando [honkb.] rechtertribune; tribune aan de eerste honkkant
一塁側ダッグアウトichiruigawadagguauto [honkb.] rechter dug-out; dug-out aan de eerste honkkant
一塁手ichiruishyu [honkb.] eerste honkman
一塁手をやるichiruishyuwoyaru [honkb.] eerste honkman zijn; op het eerste honk spelen
一塁打ichiruida [honkb.] honkslag
一塁打を打つichiruidawoutsu [honkb.] een honkslag slaan
一塁線ichiruisen [honkb.] eerste honklijn
一塁走者ichiruisoushya [honkb.] eerste honkloper
一変ippen volkomen; radicale; ingrijpende verandering; totale wijziging; omslag; ommekeer
一変するippensuru volkomen; radicaal; ingrijpend; totaal veranderen; geheel wijzigen; omslaan; een transformatie ondergaan; [病勢が] een (nieuwe) wending nemen
一夕isseki een avond
一夜の宿を請うichiyanoyadowokou om een nacht logies vragen; verzoeken
一夜の宿を貸すichiyanoyadowokasu een nacht logies verschaffen; iemand een nachtje onder dak brengen
一夜を過ごすichiyawosugosu overnachten; de nacht doorbrengen; blijven slapen; een nacht­je overblijven
一夜漬けichiyazuke (1) [cul.] overnacht ingemaakte groente; (2) [fig.] haastwerk; nachtwerk; nachtstudie; nachtje stampwerk; (3) [ton.] prompte dramatisering van een actuele gebeurtenis
一夜ichiya (1) een nacht; (2) op een nacht; op zekere nacht
一夜hitoyo (1) één nacht; (2) een nacht; een zekere nacht; (3) de hele nacht; heel de nacht
一大ichidai groot; zeer belangrijk; gewichtig
一大事ichidaiji (1) gewichtige; ernstige; serieuze zaak; zaak van groot gewicht; belang; belangrijke gebeurtenis; vitale kwestie; bijzonder gebeuren; iets belangrijks; [i.h.b.] crisis; noodgeval; (2) [boeddh.] grote gebeurtenis [= komst van boeddha als verlosser van de mensheid]; (3) [boeddh.] het belangrijkste [= het bereiken van de verlichting]
一大決心ichidaikesshin zwaarwegende; cruciale; grote beslissing
一天itten (1) heel de hemel; (2) heel de wereld; de maatschappij; het ondermaanse
一夫ippu (1) één man; (2) één echtgenoot; (3) één krijgsman; één samoerai
一夫一妻ippuissai monogamie
一夫一婦ippuippu monogamie
一夫一婦のippuippuno monogaam
一夫一婦主義ippuippushyugi monogamie
一夫一婦主義者ippuippushyugishya monogamist
一夫多妻ipputasai polygamie; veelwijverij
一夫多妻のipputasaino polygaam; met meerdere echtgenoten
一夫多妻主義ipputasaishyugi polygynie; veelwijverij; meerwijverij; polygamie
一夫多妻主義者ipputasaishyugishya polygynist; polygamist; polygame man
一妻issai monogynie
一妻多夫issaitafu polyandrie; veelmannerij
一姫二太郎ichihimenitarou eerst een dochter en dan een zoon; ± rijkeluiswens; ± koningswens
一婦ippu (1) één vrouw; (2) één echtgenote
一字ichiji (1) één teken; één karakter; één letter; (2) het karakter ichi 一; (3) [Jap.gesch.] karakter uit de persoonlijke naam van een patroon die aan een begunstigde verleend wordt; (4) vierde deel van een mon; kwartje; (5) [fig.] gering bedrag; stuiver; (6) één uur; één uur durend
一字一句ichijiikku elk woord en elke passage; [~たがえずに] letterlijk; woord voor woord; woordelijk; verbatim; naar de letter
一存ichizon eigen; persoonlijke mening; eigen goeddunken; eigen beoordeling; persoonlijk idee
一存でichizonde op z'n eigen oordeel af; naar eigen goeddunken; goedvinden; inzicht; op eigen verantwoordelijkheid
一学期ichigakki eerste trimester; semester van een academiejaar
一定するitteisuru vastleggen; bepalen; vastzetten; uniformeren; standaardiseren; consolideren
一定のitteino (1) onveranderlijk; vast; zeker; bepaald; voorgeschreven; gevestigd; gezet; regelmatig; standvastig; (2) gelijkvormig; uniform
一定量itteiryou een zekere hoeveelheid; dosis; vaste hoeveelheid
一定額itteigaku bepaald bedrag; zeker bedrag; vast bedrag
一定ichijou (1) zekerheid; gewisheid; (2) met zekerheid; zeker; waarlijk; voorwaar; wis en waarachtig; vast
一定ittei (1) onveranderlijkheid; (2) gelijkvormigheid; uniformiteit; eenvormigheid; (3) onveranderlijk; vast; zeker; bepaald; voorgeschreven; gevestigd; gezet; regelmatig; standvastig; (4) gelijkvormig; uniform
一室isshitsu (1) één kamer; een kamer; (2) dezelfde kamer; de betreffende ruimte
一宮ichinomiya Ichinomiya
一害ichigai een nadeel; een minpunt
一家を成すikkawonasu (1) een gezin stichten; (2) school maken; z'n roem vestigen
一家を立てるikkawotateru (1) een gezin stichten; (2) school maken; z'n roem vestigen
一家団欒ikkadanran familiekring; gezellig huiselijk samenzijn; bijeenzijn onder familie
一家心中ikkashinjuu familiedrama; gezinsdrama
一家言ikkagen onafhankelijke opinie; eigen ideeën; persoonlijk standpunt
一家ikka (1) familie; de gehele familie; (2) huis; huishouden; (3) stijl
一審isshin [jur.] eerste aanleg; eerste instantie
一審裁判所isshinsaibanshyo [jur.] rechtbank van eerste aanleg
一寸の光陰軽んずべからずissunnokouinkaronzubekarazu [lett.] zelfs een ogenblikje tijd mag je niet versmaden; ± de tijd vliegt snel; gebruikt hem wel
一寸の虫にも五分の魂issunnomushinimogobunotamashii [lett.] zelfs een beestje van een duim heeft een ziel van een halve duim; ± plaag nooit dieren voor de gein; ze voelen net als jij de pijn; ± zelfs het nederigste wezen heeft zijn gevoeligheden; [Lat.] habet et musca splenem
一寸先issunsaki [lett.] een duim verderop; [fig.] heel vlakbij; allernaast
一寸先は闇issunsakihayami ± tussen beker en lippen kan nog heel wat ontglippen; ± tussen lip en beker is nog veel onzeker [= zelfs de allernaaste toekomst is onzeker]
一寸法師issunboushi (1) ± Klein Duimpje; (2) kleinduimpje; dwerg; pygmee; mannetje; lilliputter
一寸issun (1) een sun; een Japanse duim [= lengtemaat van ca. 3,03 cm]; (2) [fig.] korte afstand; tijdspanne; afmeting; geringheid
一寸 ; 鳥渡chotto (1) (een) beetje; wat; een tikkeltje; ietsje(s); een tikje; iets; een weinig; ietwat; lichtjes; lichtelijk; enigszins; even; eventjes; (een) ogenblikje; (een) momentje; (2) nogal; best (wel); vrij; tamelijk; behoorlijk; (3) (niet enz.) zomaar; (niet enz.) meteen [i.c.m. negatie]; (4) hé; hei; hallo (daar); excuseer; hoor eens; [i.h.b.] kom eens
一対ittsui een paar; duo; koppel; tweetal; stel
一対一ichitaiichi (1) [~の] een op een; (2) [~で] van man tot man; onder vier ogen
一対一の対応ichitaiichinotaiou overeenkomst op elk punt
一将功成りて万骨枯るisshyoukounaritebankotsukaru [lett.] waar een generaal succes behaalt verweren tienduizend kadavers [= het succes van grote leiders gaat ten koste van vele slachtoffers]
一尉ichii (1) [mil.] kapitein; (2) [mil.] luitenant-ter-zee
一層issou (1) nog meer; (2) zoveel te meer
一巡ichijun cyclus; ronde; rondgang; rondje
一巡するichijunsuru (1) de ronde doen; een rondgang; rondreis maken; een rondje doen; een volledige omwenteling maken; (2) weer bij het begin terugkomen; naar z'n uitgangspunt terugkeren
一巻きhitomaki (1) [書物の] één boekdeel; één boek; één band; één bundel; één volumen; [angl.] één volume; (2) één rol; [i.h.b.] één makimono; (3) één winding
一巻の終わりikkannoowari dit betekent het einde voor …; … is er geweest; het is gebeurd met …; het verhaal; spel is uit; z'n vonnis is getekend
一巻ikkan (1) [書物の] één boekdeel; één boek; één band; één bundel; één volumen; [angl.] één volume; (2) [映画の] één filmrol; (3) één rol; [i.h.b.] één makimono
一席isseki (1) [宴会; 茶事の~] een sessie; partijtje; (2) [演説; 講談; 落語の~] een opvoering; vertelling; (3) eerste plaats; positie; ereplaats; hoofd; kop
一席ぶつissekibutsu speechen; een speech afsteken; een toespraak; oratie; rede; praatje houden; het woord voeren
一席設けるissekimoukeru een feestmaal aanrichten; een feestelijke maaltijd serveren
一帯ittai uitgestrektheid; uitgestrekt gebied; lap; gordel; hele gebied; regio; terrein; zone
一帯にittaini […~] over heel …
一年のichinenno eenjarig; van één jaar
一年の計は元旦にありichinennokeihagantanniari [lett.] je plannen voor het jaar maak je op nieuwjaarsdag
一年分ichinenbun (1) hoeveelheid voor één jaar; aantal stuks per jaar; (2) jaargang
一年半ichinenhan anderhalf jaar
一年氷ichinenhyou eerstejaarsijs
一年浪人ichinenrounin (1) aspirant-student die zich een jaar lang voorbereidt op een tweede poging voor een toelatingsexamen; ± parkeerstudent; (2) één jaar durende voorbereiding op een tweede poging voor een toelatingsexamen
一年生ichinensei (1) [onderw.] leerling uit de eerste klas; eersteklasser; [verzameln.] eerste klas; (2) [onderw.] eerstejaarsstudent; eerstejaars; [verzameln.] eerste jaar
一年間ichinenkan één jaar; [veroud.] een jaar tijds
一年ichinen (1) een jaar; één jaar; 1 jaar; (2) het eerste jaar; het eerste studiejaar
一度ならずichidonarazu meermalen; meermaals; meer dan eens; telkens; steeds opnieuw; ettelijke malen; meerdere keren; herhaaldelijk
一度にichidoni (1) tegelijkertijd; terzelfdertijd; (2) ineens; in een keer; met een slag; in een ruk; in een adem
一度もichidomo [~…ない] geen enkele keer; geen ene keer; nooit
一度限りichidokagiri [~の] voor deze éne keer; eenmalig
一度ichido (1) een keer; een maal; bij een gelegenheid; (2) [m.b.t. temperatuur; cirkelboog] een graad
一座ichiza (1) medeaanwezigheid; het medeaanzitten; (2) alle aanwezigen; aangezetenen; hele gezelschap; aanwezige mensen; (3) feestelijke bijeenkomst; partij; receptie; diner; feestmaal; banket; (4) troep acteurs; artiesten; gezelschap; groep; compagnie; kring; (5) één beeld; (6) één heiligdom; (7) één sessie; (8) één bundel kettingverzen; haiku's; (9) ereplaats; belangrijkste plaats
一座するichizasuru medeaanzitten; mee aanwezig zijn; bijwonen
一廉ikkado [~の] uitzonderlijk; buitengewoon; bijzonder; uitstekend
一式isshiki complete set; serie; volledig stel; pakket; volledige uitrusting; outillage; reeks met alle toebehoren
一張羅 ; 一挺羅 ; 一丁羅itchoura (1) zondagse kleren; goed; kledij; zondagskleren; zondagsgoed; zondagskostuum; zondagspak; zondagsdos; beste kleren; beste gewaad; (2) enige kleren; enige kledij
一律ichiritsu (1) een toon; één der twaalf tonen; (2) dezelfde toon; (3) uniform; gelijkmatig; eenparig
一律にichiritsuni gelijkelijk; over de hele linie; voor iedereen gelijk; zonder onderscheid; in gelijke mate; gelijkmatig; uniform; eenparig; in één adem
一律のichiritsuno gelijkmatig; uniform; eenparig; gelijk
一徹ittetsu (1) halsstarrigheid; koppigheid; hardnekkigheid; onbuigzaamheid; eigenzinnigheid; onverzettelijkheid; obstinaatheid; weerbarstigheid; doordrijverij; (2) halsstarrig; koppig; hardnekkig; onbuigzaam; eigenzinnig; onverzettelijk; obstinaat; weerbarstig; doordrijverig
一徹者ittetsumono stijfkop; koppigaard; taaie; volhouder; diehard
一心isshin (1) eensgezindheid; eendracht; concordia; uniteit; (2) toewijding; toegewijdheid; concentratie; volledige inzet; onverdeeldheid; eenheid des harten; gans z'n hart; hart en ziel; (3) wens; verlangen
一心不乱isshinfuran [~に] geconcentreerd; verdiept; aandachtig; met onverdeelde aandacht; in diepe concentratie
一心同体isshindoutai eenheid van lichaam en geest; één van hart en ziel
一応ichiou (1) een keer; een maal; (2) over het algemeen; in algemene zin; (3) voorlopig; alvast; (4) voor het ogenblik; op het moment; heden; nu; (5) eerst; eerst en vooral
一念ichinen (1) volle concentratie; onverdeelde aandacht; gans z'n hart; hart en ziel; vast voornemen; ijzeren wil; onwrikbare vastheid van geest; ijver; innige; vurige wens; hartenwens; zielswens; (2) [boeddh.] kṣaṇa [= zeer korte tijdspanne]; (3) [boeddh.] kortstondig bewustzijn; (4) [boeddh.] kort gebed; [i.h.b.] aanroeping van Amida's naam; (5) [Jōdo-Shinshū-boeddh.] vast geloof
一息にhitoikini in één adem; in één teug; in één keer; in één slok; in één torn; in één zet; in één klap; zonder ophouden; in één ruk; aan één stuk; achtereen; zonder onderbreking; tussenpozen
一息入れるhitoikiireru een adempauze nemen; een rustpauze inlassen; ruimer adem scheppen; even rusten; eventjes pauzeren; zich een ogenblik rust gunnen; op adem komen; even uitblazen; uitrusten; herademen; op verhaal komen; vrijer ademen
一息hitoiki (1) ademhaling; ademtocht; adem; respiratie; [inform.] blaas; (2) adempauze; pauze; rustpauze; rust; break; (3) kleine inspanning; moeite; [w.g.] effort
一意ichii (1) vastberaden; toegewijd; van ganser harte; met onverdeelde aandacht; (2) één idee; eendracht
一意専心ichiisenshin van ganser harte; met hart en ziel; met onverdeelde aandacht; alsof z'n leven ervan afhangt
一戦issen (1) [mil.] een slag; veldslag; strijd; gevecht; treffen; krachtmeting; (2) [sportt.] een wedstrijd; match; game; partij; ontmoeting; kamp
一戦を交えるissenwomajieru de strijd aangaan; aanbinden met; slag leveren met; de degens kruisen met
一戸を構えるikkowokamaeru (1) een huis betrekken; (2) een gezin stichten
一戸建てikkodate alleenstaande; vrijstaande woning; opzichzelfstaand; vrijstaand huis
一戸ichinohe Ichinohe
一戸ikko (1) één huis; één woning; (2) één huishouden; één gezin
一所懸命isshyokenmei (1) hevige inspanning; zware inspanning; (2) uit alle macht; zo goed als men kan; zo hard als men kan; zo snel als men kan; op leven en dood; met uiterste krachtsinspanning; wanhopig; krankzinnig; (3) vlijtig; vurig; enthousiast; ernstig; dat het een lieve lust is
一所懸命にisshyokenmeini (1) uit alle macht; zo goed als men kan; zo hard als men kan; zo snel als men kan; op leven en dood; met uiterste krachtsinspanning; keihard; wanhopig; krankzinnig; (2) vlijtig; vurig; enthousiast; ernstig; van ganser harte; dat het een lieve lust is
一手販売ittehanbai alleenverkoop; monopolie; alleenhandel; verkoopmonopolie
一手販売人ittehanbainin alleenvertegenwoordiger; [Belg.N.] alleenverdeler
一手販売店ittehanbaiten [hand.] exclusieve; uitsluitende vertegenwoordiging; alleenvertegenwoordiging; exclusief verkooppunt
一手販売権ittehanbaiken alleenrecht van verkoop; exclusieve verkooplicentie
一手itte (1) [go; shōgi] zet; (2) een stap; maatregel; (3) [~に] alleen; solo; zonder steun
一手hitote (1) [~に] alleen; solo; in z'n eentje; zonder hulp; (2) [go; shōgi] één partij; spelletje; (3) [muz.] één dans; nummer; stuk; (4) één hand; (5) [mil.] één compagnie; team; colonne; (6) [kyūdō] haya- en otoya-pijlen
一才issai (1) één jaar; (2) één kubieke shaku 尺 timmerhout; (3) één vierkante shaku 尺 textiel
一打ichida [honkb.; bokssp.] een slag; [golf] een stroke
一打同点のチャンスichidadoutennochansu [honkb.] kans om met één slag gelijk te maken; langszij te komen
一打逆転のチャンスichidagyakutennochansu [honkb.] kans om met één slag aan de leiding te komen
一把ichiwa één bundel; één schoof; één garf; garve; één bos; één pak
一投足ittousoku voetbeweging; [fig.] geringe beweging
一抹ichimatsu (1) [~の] vleugje; zweem; tikje; ietsje; touch; tintje; (2) toets; penseelstreek; streek; trek; trekje
一押しするhitooshisuru een duw; duwtje; zet; zetje; stoot geven; duwen
一押し ; 一推しichioshi je van het; uit de kunst; beste uit de bus; neusje van de zalm; het einde; de; het allerbeste; topaanrader; must
一押しhitooshi (1) duw; duwtje; stoot; zet; zetje; (2) [fig.] inspanning
一拍ippaku (1) één klap in de handen; (2) [muz.] één maatslag; maat; slag; (3) [fon.] één klanklengte; mora
一括してikkatsushite als geheel; in z'n geheel; alles tegelijk; en masse; collectief; en bloc; groepsgewijs; in groepsverband
一括するikkatsusuru (1) bijeenvoegen; als één beschouwen; bundelen; tot een geheel samenvoegen; onder één noemer brengen; op één hoop gooien; (2) samenvatten; resumeren
一括処理ikkatsushyori verwerking in één keer
一括取引ikkatsutorihiki [hand.] packagedeal; koppeltransactie; globale overeenkomst
一括払いikkatsubarai betaling ineens; eenmalige betaling
一括提案ikkatsuteian pakketvoorstel
一括ikkatsu bundel; pakket
一挙ikkyo (1) beweging; verroering; (2) tenuitvoerlegging; demarche; stap; (3) [鶴; 鸛の] vlucht; (4) vaart; schwung
一挙にikkyoni met één slag; in één klap; in één poging; met één sprong; op slag; [w.g.] op stoot; eensklaps; meteen; onmiddellijk; dadelijk; direct
一挙一動ikkyoichidou elke beweging; geringste beweging; handel en wandel; faits et gestes
一挙両得ikkyoryoutoku ± twee vliegen in één klap; [gew.] twee vliegen in één lap
一挙手ikkyoshyu handopsteking; handopheffing; [fig.] geringe beweging
一挙手一投足ikkyoshyuittousoku (1) elke beweging; al iemands gangen; (2) geringe inspanning; kleine moeite
一挺蝋 ; 一丁蝋itchoura enige kaars
一掃issou grote opruiming; schoonmaakbeurt; [fig.; Belg.N.] grote kuis
一掃するissousuru wegvagen; schoonvegen; wegruimen; ontdoen van; [fig.] uitroeien; [fig.] verdrijven; zuiveren van
一揃いhitosoroi stel; set; assortiment; [i.h.b.] servies
一揃いのhitosoroino een stel …; een set …; een assortiment …; [i.h.b.] een … servies
一揆ikki (1) gewapende opstand; revolte; rebellie; oproer; insurrectie; (2) gewapende schare; hoop; (3) eensgezindheid; eendracht; enigheid; uniteit
一握りhitonigiri (1) handvol; handjevol; handgreep; greep; (2) handbreed
一撃ichigeki slag; klap; aanval; dreun; stoot; oplawaai; opduvel
一撃の下にichigekinomotoni in één klap; met één slag
一撃必殺ichigekihissatsu met één klap doden; met één slag vellen; met één aanval verslaan; met één stoot buiten gevecht stellen
一攫ikkaku een greep; een handvol
一攫千金ikkakusenkin op slag rijk worden; snel fortuin maken; heel vlug zeer veel geld verdienen; een goudmijn ontdekken
一攫千金的ikkakusenkinteki geldzuchtig; opportunistisch
一支国ikikoku [Jap.gesch.] het land Iki
一敗ippai één nederlaag
一敗地に塗れるippaichinimamireru een verpletterende nederlaag lijden
一文惜しみichimonoshimi (1) zuinigheid met muntjes; krenterigheid; gierigheid; schraapzucht; vrekkigheid; (2) vrek; schraper; potter; gierigaard; schraalhans; kruimelaar; knijper; knar; krent
一文惜しみの百失いichimonoshiminohyakuushinai zuinig met muntjes maar kwistig met briefjes; een verkeerde zuinigheid betrachten
一文惜しみの百損ichimonoshiminohyakuson ± één steek op zijn tijd voorkomt negen andere [= tijdig investeren voorkomt grotere schade]
一文無しichimonnashi (1) berooidheid; geldgebrek; onbemiddeldheid; (2) armoedzaaier
一文無しのichimonnashino berooid; blut; rut; zonder geld; middelen; kaal; geheel onbemiddeld
一文ichibun stuk tekst; stukje; geschrift
一文ichimon (1) mon [duizendste deel van een yen]; (2) [in uitdr. ter aanduiding van een gering bedrag] cent; duit; stuiver; penning; oortje
一斉issei (1) gelijktijdigheid; (2) iedereen tegelijkertijd; allen op hetzelfde moment; iedereen op hetzelfde ogenblik; in koor; met een stem
一斉にisseini gezamenlijk; allen tezamen; als één man; en masse; en bloc; in koor; met een stem; allemaal tegelijk; gelijktijdig; tegelijkertijd; eendrachtig; eenstemmig; unaniem
一斉射撃isseishyageki salvovuur; salvo
一斉捜査isseisousa gelijktijdige doorzoeking
一斉検挙isseikenkyo het oprollen; massa-arrestatie
一新isshin vernieuwing; hernieuwing; renovatie; herschepping; hervorming; algehele verandering; revolutie; ommekeer; omwenteling
一新するisshinsuru (1) zich vernieuwen; geheel nieuw worden; geheel veranderen; hernieuwd worden; omgevormd worden; een geheel nieuw begin krijgen; een radicale verandering ondergaan; (2) vernieuwen; hernieuwen; herscheppen; geheel nieuw maken; algehele verandering teweegbrengen in; reformeren; renoveren; remodelleren; omwerken; omvormen; op een nieuwe leest schoeien; een geheel nieuw begin maken met; (weer) met een schone lei beginnen; tabula rasa maken met; schoon schip maken met
一方ではippoudeha aan de ene kant; eensdeels; enerzijds
一方的ippouteki (1) eenzijdig; ongebalanceerd; partijdig; (2) unilateraal; van één kant; in één richting; eenrichtings-
一方的な勝利ippoutekinashyouri verpletterende; gemakkelijke overwinning; walk-over
一方通行ippoutsuukou eenrichtingsverkeer; [掲示] verboden in te rijden
一方ippou (1) zijde; ene kant; andere kant; (2) partij; ene partij; andere partij; (3) enkele reis [in tegenstelling tot een reis heen en terug]; (4) [in combinatie met een voorafgaand werkwoord dat niet in de verleden tijd staat] blijven …; niets anders doen dan …; enkel maar …; (5) aan de ene kant; enerzijds
一族ichizoku hele familie; hele huisgezin; hele huishouden; gezamenlijke verwanten; geheel van bloedverwanten; z'n volk; geslacht; clan; sibbe
一族郎党ichizokuroutou familie en gevolg; vazallen; de hele familie en aanhang; de hele clan; het hele huishouden; alle familieleden en huispersoneel; hutje en mutje
一日おきにichinichiokini om de andere dag; elke tweede dag; anderdaags
一日の長ichijitsunochou [~がある] een beetje beter; ervarener zijn; een kleine voorsprong hebben
一日一善ichinichiichizen iedere dag een goede daad; z'n dagelijkse goede daad
一日千秋の思いichinichisenshyuunoomoi ongeduld; ongeduldigheid; rusteloos verlangen
一日千秋ichijitsusenshyuu [lett.] een dag lijkt wel duizend jaar te duren; ± op hete kolen zitten; ongeduldig verlangen; [gew.] met zijn gat op een hekel zitten
一日千秋ichinichisenshyuu [lett.] een dag lijkt wel duizend jaar te duren; ± op hete kolen zitten; ongeduldig verlangen; [gew.] met zijn gat op een hekel zitten
一日延ばしに延ばすichinichinobashininobasu continu uitstellen; van dag tot dag verdagen
一日当たりichinichiatari per dag
一日毎にichinichigotoni met de dag; iedere dag; [Lat.] de die in diem
一日限りichinichikagiri slechts voor één dag
一日ichijitsu (1) één dag; (2) de eerste dag; (3) een zekere dag; eens
一日ichinichi (1) een dag; één dag; 1 dag; (2) de eerste dag van de maand; (3) op één dag; op 1 dag; op één enkele dag; (4) op een zekere dag; (5) de gehele dag; de hele dag; de hele dag lang; de godganse dag
一日tsuitachi eerste dag van de maand; de eerste (van de maand); primo
一旦停止ittanteishi [verkeers.] even stoppen
一旦停止ラインittanteishirain [verkeers.] stoplijn; stopstreep
一旦停止線ittanteishisen [verkeers.] stoplijn; stopstreep
一旦緩急あればittankankyuuareba in geval van nood; in dringende gevallen; in crisistijden; desnoods
一旦ittan (1) [in combinatie met een conditionalis] eens; (als) eenmaal; (2) in een kort tijdsinterval; in korte tijd; in een wip; ineens
一昨issaku (1) eerverleden …; (2) eergisteren; de …e
一昨々日 ; 一昨昨日sakiototoi vooreergisteren; drie dagen geleden
一昨夜issakuya eerverleden; voorvorige nacht
一昨年issakunen voorverleden jaar; eerverleden jaar; het jaar voor verleden jaar
一昨年ototoshi (1) het jaar vóór verleden jaar; het voorverleden jaar; het eerverleden jaar; (2) in het jaar vóór verleden jaar; voorverleden jaar; eerverleden jaar
一昨日issakujitsu eergisteren; de dag voor gisteren
一昨日ototsui (1) de dag van eergisteren; de dag vóór gisteren; (2) eergisteren; op de dag vóór gisteren
一昨日ototoi (1) de dag van eergisteren; de dag vóór gisteren; (2) eergisteren; op de dag vóór gisteren
一昨昨年issakusakunen drie jaar geleden; het voorvoorlaatste jaar
一昨昨年sakiototoshi drie jaar geleden; het voorvoorlaatste jaar
一昨晩issakuban eergisterenavond; eergisteravond
一昨月issakugetsu eerverleden; voorvorige maand
一昼夜itchuuya dag en nacht; 24 uur lang; één etmaal; de hele dag; de godganse dag; de klok rond
一時にichidokini tegelijkertijd; terzelfder tijd; gelijktijdig; simultaan
一時のichijino tijdelijk; voorlopig; voorbijgaand; voorbijtrekkend; kortstondig; korttijdig; kortwijlig; vluchtig; efemeer; efemerisch; vergankelijk; van zeer korte duur; nood-; geïmproviseerd
一時停止ichijiteishi (1) [verkeers.] stop; stilstand; halt; (2) pauze
一時凌ぎichijishinogi tijdelijke vervanging; tijdelijke; voorlopige oplossing; noodoplossing; noodvoorziening; lapmiddel
一時凌ぎにichijishinogini tijdelijk; provisorisch; voorlopig; houtje-touwtje; ad hoc; om de ergste nood te lenigen; zo goed en zo kwaad als het gaat; als noodvoorziening
一時凌ぎのichijishinogino tijdelijk; provisorisch; voorlopig; nood-; houtje-touwtje-; geïmproviseerd
一時所得ichijishyotoku tijdelijk; occasioneel inkomen; tijdelijke; occasionele inkomsten
一時払いichijibarai eenmalige betaling; betaling ineens
一時払い養老保険ichijibaraiyourouhoken koopsompolis
一時的ichijiteki tijdelijk; voorlopig; voorbijgaand; voorbijtrekkend; kortstondig; korttijdig; kortwijlig; vluchtig; efemeer; efemerisch; vergankelijk
一時的なichijitekina tijdelijk; voorlopig; voorbijgaand; voorbijtrekkend; kortstondig; vluchtig; efemeer; efemerisch; vergankelijk
一時解雇ichijikaiko tijdelijk ontslag; non-actief; verlof voor korte tijd
一時逃れichijinogare uitvlucht; het geven van een ontwijkend antwoord
一時金ichijikin (1) eenmalige betaling; bedrag; uitkering ineens; lumpsum; (2) premie; bonus
一時間ichijikan één uur
一時間半ichijikanhan anderhalf uur
一時雇いichijiyatoi (1) tijdelijke tewerkstelling; tijdelijke indienstneming; (2) tijdelijke werknemer
一時預かりichijiazukari tijdelijke bewaring
一時預かり所ichijiazukarijo (1) bagagedepot; (2) garderobe; vestiaire
一時預かり証ichijiazukarishyou bagagebewijs; bagagereçu; bagagebiljet
一時預けichijiazuke tijdelijke bewaargeving; het tijdelijk in bewaring geven; afgeven
一時預けにするichijiazukenisuru tijdelijk in bewaring geven; afgeven
一時ichiji (1) één uur; (2) een keer; een maal; (3) indertijd; vroeger; (4) voor een tijdje; eventjes; enige tijd; (5) tijdelijk; temporeel; voor een tijdje; pro tempore; voorlopig
一晩hitoban (1) de hele avond en nacht; heel de avond; nacht; (2) een avond; een nacht
一曲ikkyoku (1) [muz.] een muziekstuk; stuk muziek; melodie; lied; liedje; nummer; wijsje; deuntje; (2) ikkyoku-hofmuziek
一月ichigatsu januari; de eerste maand van het jaar
一月hitotsuki één maand
一服ippuku (1) afgepaste hoeveelheid; [薬の] dosis; [茶の] kopje thee; [タバコの] sigaretje; (2) dosis gif; (3) adempauze; korte onderbreking; [i.h.b.] rookpauze; theepauze; koffiepauze; (4) [beurst.] kalme markt
一服するippukusuru (1) een kop thee drinken; nemen; [inform.] een bakkie doen; (2) eentje roken; een trekje nemen; doen; (3) kort onderbreken; adempauze nemen; een korte pauze inlassen; wat rust nemen; even rusten; [i.h.b.] een rookpauze; theepauze; koffiepauze inlassen; (4) [株式の買いが] kalm verlopen
一服の清涼剤ippukunoseiryouzai [fig.] opkikkertje; oppeppertje
一服盛るippukumoru [相手に~] vergiftigen; vergeven; intoxiceren; een poeiertje ingeven; [lit.t.] vergiften; gif toedienen
一望するichibousuru in één oogopslag overzien; met één blik bestrijken
一望ichibou één blik; één oogopslag; coup d'oeil
一望ichimou enige hoop; ene wens
一朝一夕itchouisseki (1) op één dag; in weinig tijd; zomaar ineens; een-twee-drie; (2) eenvoudig; simpel
一期一会ichigoichie (1) buitenkansje; unieke; enige; opgelegde kans; kans van z'n leven; unieke ervaring; (2) theeceremonie die je nooit meer meemaakt
一期ichigo (1) levensduur; mensenleven; [boeddh.] yāvaj-jīvam; (2) levenseinde; laatste ogenblik; uur; allerlaatste momenten
一木造りichibokuzukuri (1) het vervaardigen; houwen uit één stuk hout; (2) beeld dat uit één stuk hout vervaardigd; gehouwen is
一木ichiki Ichiki [Japanse familienaam]
一木ichiboku één boom
一木 ; 一樹hitoki één boom
一本つけるippontsukeru sake verwarmen; warm maken
一本勝ちippongachi [jūdō; kendō] ipponzege; winst door ippon
一本化ipponka eenmaking; samenbundeling; samenvoeging; bundeling; concentratie; unificatie; centralisatie; integratie; het op één lijn brengen; alignering
一本化するipponkasuru op één lijn brengen; samenbundelen; bundelen; tot eenheid brengen; concentreren; samenvoegen; één maken; unificeren; unifiëren; centraliseren; integreren; tot een gemeenschappelijke beleidslijn samenbrengen; (doen) convergeren; aligneren
一本参るipponmairu (1) [kendō] een slag toebrengen; een punt scoren; (2) geklopt; verslagen worden; (3) [fig.] van z'n stuk gebracht zijn
一本松ipponmatsu solitaire; eenzame pijnboom
一本槍ipponyari (1) vast principe; exclusieve methode; aanpak die men hanteert; lijn waarvan men niet afwijkt; (2) één beslissende lansstoot; lanssteek; (3) slechts één sterke zijde; sterk punt; bepaalde techniek
一本橋ipponbashi vlonder; slootplank
一本気ippongi (1) vastberaden; standvastig; (2) rechtgeaard; oprecht; rechtlijnig; onvervalst; echt
一本立ちippondachi (1) zelfstandigheid; onafhankelijkheid; (2) geïsoleerdheid; alleenstaandheid; (3) eenzame boom
一本立ちするippondachisuru zelfstandig staan; op zichzelf staan
一本立ちでippondachide zelfstandig; op zichzelf; zonder steun; solo; onafhankelijk; autonoom
一本立ちになるippondachininaru onafhankelijk worden; zelfstandig worden; verzelfstandigen; op eigen benen staan; z'n eigen weg inslaan; gaan
一本立てippondate (1) [映画の~] bioscoopvoorstelling met één hoofdfilm; (2) one-issue; één hoofdpunt
一本調子ippondhyoushi (1) [muz.] monotonie; eentonigheid; (2) [fig.] saaiheid; (3) [muz.] monotoon; eentonig; (4) [fig.] saai; vlak; vervelend; geestdodend; ongeïnspireerd; ongeïnteresseerd
一本道ipponmichi rechte weg zonder vertakkingen
一本釣りipponzuri (1) [hengelsp.] het vissen met de hengel; het hengelen; (2) [fig.] het werven; overtuigen van mensen door individuele gesprekken
一本釣りするipponzurisuru (1) [hengelsp.] vissen met de hengel; hengelen; (2) [fig.] mensen werven; overtuigen d.m.v. individuele gesprekken
一本ippon (1) één langwerpig; staafvormig voorwerp; [木~] één boom; [竹~] één bamboeplant; [髪の毛~] één haartje; [針~] één naald; [刀~] één zwaard; [扇~] één waaier; [壜~] één fles; [白墨~] één krijtje; [鉛筆~] één potlood; (2) [m.b.t. boekwerk] één exemplaar; (3) [m.b.t. kendo; judo] één vol punt; ippon; (4) eenheid; één lijn; (5) volledig opgeleide geisha; (6) touché!; ippon!
一札issatsu (1) officieel stuk; document; briefje; bewijsstuk; (2) promesse; schuldbekentenis
一札入れるissatsuireru op een briefje geven; iemand iets zwart-op-wit geven; een schriftelijk bewijs geven
一束issoku (1) [薪~] één bundel; één schoof; één garf; garve; één bos; één pak; (2) [半紙~] 200 vel
一条の光線ichijounokousen lichtstreep; lichtstraal; streepje licht; lichtbundel
一条ichijou (1) één lijn; streep; baan; striem; straal; streng; sliert; (2) één bepaling; clausule; artikel; passage; (3) die zaak; affaire; dat geval; (4) Ichijō
一杯になるippaininaru vol raken; gevuld raken
一杯のippaino (1) vol; (2) veel; talrijk; overvloedig
一杯やるippaiyaru wat drinken; een borrel nemen
一杯一杯ippaiippai maar net genoeg; maar krap; ternauwernood; nauwelijks; amper; node
一杯機嫌ippaikigen [~である] lichtjes dronken; boven z'n theewater; onder invloed; tipsy; aangeschoten; een beetje teut zijn
一杯食わせるippaikuwaseru [人に] voor de gek houden; bedotten; beetnemen; foppen; in de maling nemen; om de tuin leiden; bij de neus nemen; in de luren leggen; te slim af zijn; ertussen nemen; beduvelen; belazeren; iem. een streek leveren; iem. een kunstje flikken
一杯飲むippainomu wat drinken; een borrel nemen
一杯ippai (1) een kopje (vol met); een glas (vol met); een kom (vol met); een schaal (vol met); een lepel (vol met); (2) een rondje [alcoholische drank]; [fig.] een slokje; een borrel; een glaasje; een dronk; (3) volheid; (4) vol; (5) veel; talrijk; overvloedig; (6) [meestal voorafgegaan door woorden die verwijzen naar een tijdsperiode] de gehele …; de volledige …; de ganse …
一枚上手ichimaiuwate iem. een slag voor zijn; een streepje voor hebben op iemand; beter zijn dan; een voorsprong hebben op; met kop en schouders uitsteken boven
一枚噛むichimaikamu betrokken zijn bij; de hand hebben in; deelnemen aan
一枚岩ichimaiiwa monoliet; één enkel groot stuk steen
一枚岩のichimaiiwano monolithisch
一枚看板ichimaikanban (1) centrale figuur; spil; ster; boegbeeld; prima donna; (2) karakteristiek; hoofdkenmerk; unique sellingpoint; enige expertisegebied; (3) [kabuki] uithangbord
一枚ichimai (1) [紙~] één vel; één blad; één blaadje; [写真~] één foto; [チーズ~] één plakje; één sneetje; [gew.] één schelletje; [ハンカチ~] één zakdoek; (2) rol; aandeel; (3) [~上だ] maatje te groot
一概ichigai (1) alles bij elkaar genomen; al met al; al bij al; grosso modo; (2) koppig; eigenwijs; eigenzinnig; hardnekkig; halsstarrig
一概にichigaini (1) onkritisch; kritiekloos; ongenuanceerd; ongedifferentieerd; te veralgemenend; apodictisch; te algemeen; zonder onderscheid; alles; allen over één kam scherend; (2) compromisloos; dogmatisch; eigenzinnig; koppig; onverzettelijk; stijfkoppig
一様にichiyouni gelijk; uniform; gelijkvormig; gelijkmatig; op gelijke wijze; desgelijks; eenparig; unaniem
一様ichiyou (1) gelijk; uniform; eenvormig; identiek; gelijksoortig; gelijkmatig; [色が] effen; (2) gelijk; uniform; gelijkvormig; gelijkmatig; op gelijke wijze; desgelijks; eenparig; unaniem
一樹ichiju één boom
一欠片hitokakera greintje; zweempje; sprankje; spoortje; schijntje; flardje
一次ichiji (1) [~の] primair; eerst; voor-; preliminair; (2) origineel; oorspronkelijk; (3) [wisk.] eerstegraads-; lineair
一次元ichijigen één dimensie; [~の] eendimensionaal
一次冷却水ichijireikyakusui primair koelwater
一次方程式ichijihouteishiki [wisk.] lineaire vergelijking; vergelijking van de eerste graad; eerstegraadsvergelijking
一次産品ichijisanpin [econ.] primair product; primaire goederen
一次産業ichijisangyou [econ.] primaire sector
一次試験ichijishiken voorexamen; tentamen
一次関数ichijikansuu [wisk.] lineaire functie
一次電池ichijidenchi [elektr.] primair element
一歩一歩ippoippo stap voor stap; stapsgewijs; voetje voor voetje; geleidelijk; stilaan; behoedzaam; bij stukjes en bij beetjes; puntsgewijs; trapsgewijs
一歩先んじるipposakinjiru een stap voor zijn
一歩手前ippotemae één stap verwijderd van; op de rand van; op het punt staan te
一歩譲るippoyuzuru een stap tegemoetkomen; een concessie doen; op een punt toegeven
一歩退くipposhirizoku een pas achteruit doen; een stap achterwaarts zetten
一歩進むipposusumu een stap voorwaarts zetten; een stap vooruit doen
一歩ippo een stap; een pas
一歳issai één jaar
一死isshi (1) dood; opoffering van z'n leven; (2) [honkb.] één uit; one out; één speler uitgetikt
一死満塁isshimanrui [honkb.] volle honken en één man uit
一段ichidan (1) een trap; een trede; een sport; een niveau; (2) een fragment; een passage; een alinea; een paragraaf; (3) [~と] meer; nog een beetje …er; een graadje …er; aanzienlijk
一段とichidanto (1) meer; nog meer; (2) nog verder
一段落ichidanraku (1) alinea; (2) fase; etappe; stadium; (3) pauze; rustpunt; adempauze
一段落するichidanrakusuru tot een voorlopig einde komen; een hoofdstuk; periode afsluiten; een fase afronden; een rustpunt bereiken; [Belg.N.] een kaap halen; er voorlopig een punt achter zetten; een pauze; adempauze inlassen
一段落つくichidanrakutsuku voorlopig geregeld zijn; voorlopig van de baan zijn
一毛ichimou (1) één haar; een haartje; [fig.] iets vederlichts; (2) [lengtemaat] één mō [= 0,001 sun 寸 of ± 0,003 cm]; (3) [gewichtseenheid] één mō [= 0,001 monme 匁 of ± 0,00375 g]; (4) [verhoudingsmaat] één mō [= tiende deel van een promille]; (5) [rekenmunt] één mō [= tienduizendste deel van een yen]; (6) [landb.] teelt van één gewas per jaar
一毛作ichimousaku [landb.] teelt van één gewas per jaar
一気ikki (1) ademtocht; adem; (2) oerstof; oerenergie; (3) hetzelfde gevoel; dezelfde gemoedstoestand; (4) in één adem; in één keer; in één teug
一気にikkini in één adem; zonder tussenpozen; zonder onderbreking; onafgebroken; non-stop; zonder te stoppen; aan één stuk (door); in enen; inenen door; achtereen; in één raffel; in één klap; in één beurt; in één keer; in één ruk; in; met één slag; in één teug
一気呵成ikkikasei (1) [~に] in één ruk; aan één ruk door; (2) [~に] ijlings; hals over kop; haastig; snel snel
一気飲みikkinomi [Belg.N.] ad fundum; het in één keer tot de bodem uitdrinken van een glas
一気飲みするikkinomisuru ad fundum drinken; in één teug opdrinken; leegdrinken
一泊ippaku (1) één overnachting; (2) overnightuitlening
一泊するippakusuru overnachten; blijven slapen; logeren; ergens de nacht doorbrengen; een nacht overblijven
一泊旅行ippakuryokou reis met één overnachting; tweedaagse reis
一派ippa (1) school; tak; strekking; stroming; (2) [pol.] factie
一流ichiryuu (1) eerste rang; neusje van de zalm; (2) eersteklas figuur; eersteklas speler; eersteklas paard etc.; (3) een school [binnen de kunst; wetenschap]; (4) [~の] eersterangs-; eersteklas-; voortreffelijk; uitmuntend; toonaangevend; (5) [~の] uniek; speciaal; karakteristiek; bijzonder; kenmerkend
一流どころichiryuudokoro [~の] eersteklas; eersterangs; van topklasse; voortreffelijk; uitstekend; van de bovenste plank; van de eerste rang
一流ブランドichiryuuburando A-merk; topmerk
一流レストランichiryuuresutoran eersteklasrestaurant; sterrenrestaurant
一流企業ichiryuukigyou eersteklas onderneming; bedrijf; firma
一流会社ichiryuugaishya eersteklas bedrijf; onderneming; firma
一流品ichiryuuhin kwaliteitsproduct; degelijk fabricaat
一流大学ichiryuudaigaku eersterangsuniversiteit; topuniversiteit
一流手形ichiryuutegata [hand.] eersteklashandelspapier; verdisconteerbaar papier
一流校ichiryuukou eersteklas; eersterangs school
一流株ichiryuukabu [hand.] goudgerande; solide aandelen; prima aandeel; steraandeel; blue chip; zware fondsen
一流選手ichiryuusenshyu [sportt.] topspeler; uitblinker; topper; aas
一浪ichirou (1) aspirant-student die zich een jaar lang voorbereidt op een tweede poging voor een toelatingsexamen; ± parkeerstudent; (2) één jaar durende voorbereiding op een tweede poging voor een toelatingsexamen
一浪するichirousuru een jaar extra voorbereiden op een herkansing
一滴itteki een druppel; druppeltje; drupje; drop
一点itten (1) één punt; (2) [品物~] één artikel; [作品~] één werk; één stuk; (3) één druppel; (4) eerste kwart van een tijdseenheid op de waterklok [ca. 30 min]; (5) hardnekkigheid; koppigheid; (6) [boeddh.] anusvāra [teken in de vorm van een punt dat de betekenis van de oerklank a (aji 阿字) symboliseert]
一点張りittenbari volharding; persistentie; doorzetting; standvastigheid; vasthoudendheid; hardnekkigheid; halsstarrigheid; onverzettelijkheid; koppigheid
一片ippen (1) stuk(je); onderdeel; deel; brok; fragment; [ニンニクの] teentje; (2) beetje; greintje; zweem; zweempje; spoor; spoortje; kleine hoeveelheid; zier; ziertje
一物ichimotsu (1) één zaak; ding; voorwerp; (2) heimelijk motief; bijbedoeling; stille wens; (3) [euf. voor geslachtsdeel] zaakje; zwikje; geval; ding; gereedschap; instrument; partij; apparaat
一理あるichiriaru er is wel wat van waar; er zit wel wat waars in; daar heb je gelijk in
一環ikkan schakel; onderdeel; deel; element
一環を成すikkanwonasu deel uitmaken van; een onderdeel vormen van; een schakel zijn in
一生isshyou (1) het gehele leven; het hele leven; (2) voor het gehele leven; zolang men leeft; tot het eind van zijn leven; tot aan zijn dood; levenslang
一生懸命isshyoukenmei (1) hevige inspanning; zware inspanning; (2) uit alle macht; zo goed als men kan; zo hard als men kan; zo snel als men kan; op leven en dood; met uiterste krachtsinspanning; wanhopig; krankzinnig; (3) vlijtig; vurig; enthousiast; ernstig; dat het een lieve lust is
一生懸命にisshyoukenmeini (1) uit alle macht; zo goed als men kan; zo hard als men kan; zo snel als men kan; op leven en dood; met uiterste krachtsinspanning; keihard; wanhopig; krankzinnig; (2) vlijtig; vurig; enthousiast; ernstig; van ganser harte; dat het een lieve lust is
一生懸命になるisshyoukenmeininaru zich tot het uiterste inspannen; alles in het werk stellen; alles op alles zetten; zich met hart en ziel toeleggen; zich met hart en ziel wijden aan; er z'n ziel in leggen
一男ichinan (1) een jongen; (2) oudste zoon
一番になるichibanninaru als eerste eindigen; alle anderen achter zich laten; met de eer (gaan) strijken; de kroon spannen
一番バッターichibanbattaa [honkb.] eerste slagman
一番乗りichibannori (1) [mil.] eerste chargeerder; (2) eerstaangekomene; eerste arrivant
一番列車ichibanresshya eerste trein
一番大きいichibanookii grootst; de grootste
一番打者ichibandashya [honkb.] eerste slagman
一番星ichibanboshi eerste ster van de avond
一番線ichibansen spoor 1
一番鶏ichibandori (1) eerste haan die kraait; (2) eerste hanengekraai
一番ichiban (1) de eerste; nummer één; de eerste plaats; (2) een spel; een rondje; een beurt; een robbertje; (3) een stuk [muziek]; (4) het meest; het best; (5) om te proberen; bij wijze van proef; (6) [voor een adjectief ter vorming van een superlatief] het meest …; het …-st
一瘤駱駝hitokoburakuda [dierk.] dromedaris; eenbultige kameel; renkameel; Camelus dromedarius
一発ippatsu (1) schot; salvo; explosie; (2) klap; slag; stoot; (3) [honkb.] homerun; (4) poging; keer; ronde; (5) [inform.] wip; beurt; nummertje
一発食らわすippatsukurawasu iemand slaan met de vuist; iemand een opstopper verkopen; iemand een dreun verkopen; geven; iemand ervanlangs geven; klappen uitdelen
一皿hitosara bord; schotel; portie
一皿盛りhitosaramori bord vol; bordvol; heel bord; hele schotel
一皿盛りのhitosaramorino bord vol …; bordvol …; heel bord …; hele schotel …
一目でhitomede bij de eerste aanblik; in één blik; met één blik; met één oogopslag; in één oogopslag
一目惚れhitomebore liefde op het eerste gezicht
一目惚れするhitomeboresuru direct; op het eerste gezicht verliefd worden op
一目散ichimokusan [~に] of z'n leven ervan afhangt; zo snel als z'n benen hem dragen kunnen; als een haas; in vliegende haast; halsoverkop; ijlings; in allerijl; als de gesmeerde bliksem; wiedeweerga; sodemieter; met een rotgang; holderdebolder
一目散にichimokusanni haastig; halsoverkop; ijlings; als de wiedeweerga; als de bliksem; holderdebolder
一目瞭然ichimokuryouzen zonneklaar; glashelder; klaar als een klontje
一目置くichimokuoku (1) [go-jargon] één schijf handicap toestaan; (2) [fig.] z'n meerdere erkennen in iemand; z'n hoed afnemen voor iemand
一目ichimoku (1) blik; oogopslag; kijkje; (2) overschouwing; (3) [go] schijf; vak; (4) maas (van een net)
一目hitome blik; kijkje; oogopslag
一直線itchokusen rechte lijn; rechte
一直線にitchokusenni in rechte lijn; rechtlijnig; regelrecht; zonder omwegen; via de kortste weg; linea recta
一眼ichigan (1) één oog; oculair; lens; (2) eenogigheid
一眼のichiganno eenogig; van; met één oog; oculair; lens; eenlenzig; monoculair
一眼レフichiganrefu [foto.] eenlenzige reflexcamera
一着itchaku (1) [競走の] eerste aankomst; het eerst arriveren; (2) [衣服~] één stuk; één stel; één pak
一着になるitchakuninaru eerst komen; als eerste binnenkomen; finishen
一着分itchakubun stuk stof waar precies een jurk uit kan; coupon
一睡issui slaapje; dutje; tukje; hazenslaapje
一睡するissuisuru een slaapje doen; een beetje slapen; een dutje doen; een uiltje knappen; dutten; soezen; een hazenslaapje doen
一睡もしないissuimoshinai geen oog dichtdoen; een slapeloze nacht doorbrengen; geen oog slapen
一瞥ichibetsu een enkele blik; één oogopslag; kijkje
一瞥するichibetsusuru een enkele blik werpen; vluchtig kijken; even bekijken
一瞬isshyun (1) ogenblik; moment; tel; oogwenk; (2) gedurende een ogenblik; gedurende een moment; gedurende een tel; gedurende een oogwenk
一矢isshi een pijl
一矢を報いるisshiwomukuiru terugslaan; de bal terugkaatsen; gevat van antwoord dienen; vinnig antwoorden; snedig repliceren
一石isseki een steen
一石を投じるissekiwotoujiru opzien baren; beroering verwekken; deining; een schokgolf veroorzaken; voor grote opschudding zorgen; een knuppel in het hoenderhok gooien; de gemoederen in beroering brengen
一石二鳥issekinichou twee vliegen in één klap; slag; dubbel voordeel
一礼ichirei een buiging; een reverence; re­ve­ren­tie; een knicks; een nijging
一礼するichireisuru een buiging maken; buigen; nijgen
一神教isshinkyou [rel.] monotheïsme; monotheïstische godsdienst; religie
一神論isshinron monotheïsme
一神ichijin één godheid; kami
一神isshin [rel.] monotheïsme; monotheïstische godsdienst; religie
一票ippixyou stem; votum
一票の格差ippixyounokakusa onevenwicht in het relatieve stemgewicht
一票の重みippixyounoomomi gewicht van een stem
一票を投じるippixyouwotoujiru een stem uitbrengen; stemmen
一秒ichibyou één seconde
一秒を争うichibyouwoarasou elke seconde telt
一種isshyu (1) soort; type; aard; vorm; (2) dezelfde soort; hetzelfde type; dezelfde aard; dezelfde vorm; (3) eerste klasse; (4) van een soort; van een bepaalde soort; een bepaalde soort van; (5) van hetzelfde soort; van hetzelfde type
一種族isshyuzoku ras
一種独特isshyudokutoku ietwat speciaal; eigenaardig; nogal bijzonder
一種異様isshyuiyou ietwat vreemd; ongewoon; een beetje raar; eigenaardig
一端ittan (1) één uiteinde; einde; (2) één stuk; fragment; deel; gedeelte
一端ippashi (1) [~の] redelijk; vrij goed; behoorlijk; kundig; capabel; bekwaam; vaardig; competent; volleerd; (2) zoals de meesten; zoals de doorsnee mensen
一笑isshyou een lach; een glimlach
一笑するisshyousuru even lachen; glimlachen; beginnen te lachen; glimlachen
一笑に付するisshyounifusuru weglachen; zich lachend afmaken van; met een lach; grapje; lachertje afdoen; er zich met een kwinkslag afmaken; weghonen; bagatelliseren
一筆ippitsu (1) één penseelstreek; (2) kort bericht; briefje; berichtje; (3) hetzelfde handschrift; (4) lap; stuk grond; (5) [jur.] één kavel; perceel
一筆hitofude (1) kort bericht; briefje; berichtje; paar regeltjes; (2) één penseelstreek; vloeiende penseeltrek; (3) één perceel; kavel
一等ittou (1) eerste klas; klasse; eerste rang; hoogste graad; eerste prijs; [i.h.b.] jackpot; [レースで] eerste plaats; (2) [m.b.t. criminalistiek] een graad; (3) eersteklas-; hoogste …; eerste …; beste …
一等で旅行するittouderyokousuru in de eerste klas reizen; eerste klas reizen
一等になるittouninaru als eerste binnenkomen; op de eerste plaats eindigen
一等のittouno eersteklas-; eersterangs; van de bovenste plank; eerste kwaliteit …
一等乗客ittoujoukyaku eersteklaspassagier
一等兵ittouhei [Nl.mil.] soldaat der 1e klasse; [Belg.mil.] 1e soldaat; [Nl.mar.] matroos der 1e klasse; [Belg.mar.] 1e matroos
一等地ittouchi schitterend gelegen perceel; stuk; lap grond op toplocatie
一等星ittousei [astron.] ster van magnitude 1
一等書記官ittoushyokikan eerste secretaris
一等機関士ittoukikanshi [scheepv.; spoorw.] eerste machinist
一等航海士ittoukoukaishi [scheepv.] eerste stuurman
一等船室ittousenshitsu [scheepv.] eersteklashut; eersteklascabine
一等賞ittoushyou eerste prijs; hoogste onderscheiding; gouden medaille
一等車ittoushya eersteklaswagon
一等陸尉ittourikui [mil.] kapitein
一筋 ; 一条hitosuji (1) lijn; streep; striem; straal; streng; (2) familie; geslacht; clan; huis; (3) kunst; vaardigheid; (4) honderd aan een snoer geregen muntstukken; (5) gewone maatregelen; gebruikelijke methode; (6) gewoon; normaal; gebruikelijk; (7) toegewijd; noest; ernstig; ijverig; vlijtig; (8) vlot; ongehinderd; zonder hapering; vloeiend
一筋に ; 一条にhitosujini (1) in rechte lijn; rechtlijnig; regelrecht; linea recta; zonder omwegen; rechtstreeks; (2) serieus; ernstig; onverdeeld; geconcentreerd; blindelings; vol overgave; van ganser harte; geheel en al
一筋縄では行かないhitosujinawadehaikanai heel moeilijk in de omgang
一答ittou één antwoord; beantwoording
一箇所ikkashyo (1) een plaats; een plek; (2) dezelfde plaats; dezelfde plek
一箇月ikkagetsu één maand
一節issetsu (1) passage; passus; fragment; paragraaf; plaats; greep; (2) alinea; (3) strofe; couplet; stanza; (4) [bijb.] vers; (5) lettergreep; woorddeel; syllabe
一粒ichiryuu (1) korrel; korreltje; druppel; druppeltje; drupje; (2) greintje; ziertje; spoortje; zeer kleine hoeveelheid
一粒hitotsubu (1) korrel; korreltje; druppel; druppeltje; drupje; (2) enig kind; [inform.] enigst kind
一糸isshi een draad; streng; snoer
一糸乱れずisshimidarezu in een onberispelijke toestand; in perfecte coördinatie; keurig; als een volmaakt en afgerond geheel; met een griezelige perfectie
一糸纏わずisshimatowazu geen draad aan het lijf; lichaam hebben; geheel zonder kleren; geheel naakt; spiernaakt; moedernaakt; poedelnaakt; piernaakt; piemelnaakt
一級ikkyuu (1) eerste klas; hoogste graad; … van de bovenste plank; (2) [ook m.b.t. school] één klas; één rang
一級のikkyuuno eersteklas-; top-; eersterangs-; … van de eerste orde; … van de bovenste plank; [m.b.t. post] prior-
一級品ikkyuuhin eersteklas product; kwaliteitsproduct; kwaliteitsartikel; goederen van de hoogste kwaliteit
一級建築士ikkyuukenchikushi erkend architect eerste klas; gediplomeerd bouwmeester eerste klas
一級河川ikkyuukasen eersteklasrivier
一組hitokumi set; pakket; ploeg; [m.b.t. kaarten] spel; pak; [i.h.b.] servies; [m.b.t. 2 stuks] paar; span; stel
一続きhitotsuzuki reeks; serie; aaneengeschakeld geheel; aaneenschakeling
一続きのhitotsuzukino een reeks …; een serie …; een aaneenschakeling …
一網ichimou (1) één net; één worp van het net; (2) zoveel als met één net gevangen kan worden; een netvol
一網打尽ichimoudajin met één net vele vissen vangen; massavangst; [i.h.b.] massa-arrestatie; razzia; [~にする; 検挙する; 捕える] een bende oprollen; in een keer en masse aanhouden
一網打尽にするichimoudajinnisuru (een bende) oprollen; in een keer en masse aanhouden; tot een massa-arrestatie overgaan
一緒isshyo (1) begeleidend; vergezellend; samengaand; escorterend; (2) zich tegelijkertijd voordoend; gelijktijdig; simultaan; (3) dezelfde; hetzelfde; identiek; (4) samen met; tezamen met; met; (5) tegelijkertijd; gelijktijdig; op hetzelfde ogenblik; (6) op dezelfde wijze; (7) in een keer; in zijn geheel; ineens; in een betaling
一緒くたisshyokuta mengelmoes; warboel; hutspot; allegaartje; ratjetoe; warwinkel; potpourri; rommeltje; zootje
一緒くたにするisshyokutanisuru overhoop; door elkaar; in de war gooien; dooreengooien; op één hoop gooien; door elkaar halen; verwarren
一緒するisshyosuru [ご~] vergezellen; begeleiden; meegaan
一緒にisshyoni (1) samen met; tezamen met; met; [veroud.] tegader; [veroud.] tegaar; (2) tegelijk; tegelijkertijd; gelijktijdig; op hetzelfde ogenblik; moment; (3) in één keer; in z'n geheel; ineens; in één betaling
一緒にするisshyonisuru (1) samenvoegen; bij elkaar doen; bijeenvoegen; paren; combineren; (2) samenbrengen; koppelen; aaneenkoppelen; [i.h.b.] in de echt verbinden; trouwen; (3) verwarren; door elkaar halen; in dezelfde categorie plaatsen; op een lijn stellen; gelijkstellen; in een adem noemen; [i.h.b.] over één kam scheren; op één hoop gooien; onder één noemer brengen
一緒になるisshyoninaru (1) tot een geheel worden; samenklonteren; samensmelten; zich samenvoegen; (2) trouwen; in het huwelijk treden; man en vrouw worden
一線issen (1) een lijn; (2) linie; scheidslijn; scheidingslijn; grenslijn; grens; (3) [mil.] frontlijn; frontlinie; strijdlinie; gevechtslinie
一線を画するissenwokakusuru een lijn; grens; scheidingslijn trekken; een onderscheid maken; demarqueren
一編ippen (1) één stuk tekst; geschrift; gedicht; roman; verhandeling; (2) één bundel; verzameling; convoluut; (3) eerste aflevering; deel
一縷ichiru [~の望み] een straaltje; sprankje; vleugje; zweempje hoop; een lichtpuntje; lichtstraal van hoop
一縷の望みichirunonozomi een straaltje; sprankje; vleugje; zweempje hoop; een lichtpuntje; lichtstraal van hoop
一群ichigun groep; schare; schaar; gezelschap; troep; bende; kudde; [鳥の] vlucht; [犬の] meute
一羽ichiwa [鳥~] één vogel; [兎~] één konijn
一羽hitoha (1) één vleugelslag; één wiekslag; één onafgebroken vlucht; (2) [鷹~] één havik; één valk; [鷲~] één adelaar; één arend
一翼ichiyoku (1) een vleugel; (2) rol
一翼を担うichiyokuwoninau een rol spelen bij; in; een factor zijn in; van invloed zijn op; bijdragen aan; tot; medewerken aan; iets te maken hebben met; aandeel hebben in
一考ikkou gedachte; overweging; overdenking; beschouwing; beraad
一考するikkousuru in overweging nemen; overwegen; eens nadenken over; overdenken; z'n gedachten laten gaan over; in aanmerking nemen; beschouwen; rekening houden met
一考の余地があるikkounoyochigaaru een zekere overweging toelaten; de mogelijkheid tot enige beschouwing openlaten; ruimte voor beraad laten
一脈ichimyaku (1) sliert; (2) […と~相通じるものがある] iets te maken hebben met; gemeenschappelijk; hebben; gelijkenis; overeenkomst vertonen
一膳ichizen (1) één gedekte tafel; (2) één komgerecht; maaltijd in één kom; (3) één paar eetstokjes; (4) [cul.] één portie
一膳飯ichizenmeshi (1) één portie rijst; één komvol rijst; (2) komvol rijst geofferd aan een overledene
一膳飯屋ichizenmeshiya goedkoop restaurant; eettentje; eetkroeg; gaarkeuken; snackbar; snelbuffet
一致itchi (1) samenwerking; eendracht; (2) eensgezindheid; (3) eenheid; (4) harmonie; (5) aanpassing; overeenstemming; (6) eendrachtig; (7) eensgezind; (8) harmonieus; evenwichtig
一致してitchishite eendrachtig; in koor; met algemene stemmen; met algemene instemming; in harmonie; eensgezind; uno animo; eenstemmig; overeenkomstig; in overeenstemming met
一致するitchisuru (1) het eens zijn; akkoord gaan; ook vinden dat; hetzelfde erover denken; [意見が] dezelfde mening toegedaan zijn; gelijkgestemd zijn; eensgezind zijn; eensdenkend zijn; instemmen; één lijn trekken; bijvallen; zich aansluiten bij; [Belg.N.] bijtreden; (2) overeenkomen; beantwoorden aan; overeenstemmen; harmoniëren; corresponderen; congrueren; in overeenstemming zijn met; samenvallen; coïncideren; kloppen (met); gelijk zijn aan; identiek zijn; dekken; verenigbaar zijn met; samengaan; stroken met; sporen met; in het verlengde liggen van; passen bij; accorderen; (3) samenwerken; zich bij elkaar aansluiten; zich samen aan iets wijden; gemeenschappelijke actie ondernemen; de handen ineenslaan
一致団結itchidanketsu eendracht; solidariteit; eensgezindheid; saamhorigheid; samenhorigheid
一致法itchihou methode van overeenstemming; methode van overeenkomst
一致点itchiten punt van overeenkomst
一興ikkyou interessant; amusant; leuk; plezierig; fijn
一般ippan (1) algemeenheid; de algemene regel; (2) gewoonheid; (3) algemeen; universeel; algeheel; (4) gewoon; gebruikelijk; alledaags; ordinair
一般にippanni algemeen; gewoonlijk; in de regel; gemeenlijk; doorgaans; in 't algemeen; over 't algemeen; globaal genomen; over het geheel genomen; alles bij elkaar; ruwweg
一般のippanno (1) algemeen; universeel; algeheel; overal geldend; algemeen verspreid; (2) gewoon; gebruikelijk; veel voorkomend; gangbaar; normaal; alledaags; ordinair
一般人ippanjin (1) de gewone man; de man in de straat; de doorsneeman; Jan Modaal; Jan Publiek; Jan met de pet; het gewone publiek; het grote publiek; (2) leek; buitenstaander; (3) Uomo Qualunque
一般会計ippankaikei [econ.] algemene boekhouding
一般化ippanka veralgemening; generalisatie; algemene verbreiding
一般化するippankasuru veralgemenen; generaliseren; algemeen verbreiden
一般協定ippankyoutei algemene overeenkomst
一般向きippanmuki voor algemeen gebruik
一般大衆ippantaishyuu grote publiek; publiek in het algemeen; gewone publiek; gemene volk; gewone volk; gewone man; man in de straat; gewone mensen; grote; onbekende men; grote menigte; grote massa; goegemeente; Jan met de pet; Jan Publiek; Jan Modaal
一般庶民ippanshyomin gewone volk; gewone mensen; gewone publiek; gewone man; grote massa; grote publiek; goegemeente; Jan met de pet; Jan Publiek; man in de straat
一般性ippansei algemeenheid; generaliteit
一般意志ippanishi [fil.] algemene wil; volkswil; volonté générale
一般投票ippantouhyou volksstemming; volksraadpleging; plebisciet; referendum
一般教書ippankyoushyo State of the Union rede
一般教育ippankyouiku algemene opleiding
一般教養ippankyouyou (1) brede ontwikkeling; [i.h.b.] vrije kunsten; artes liberales; (2) algemene opleiding
一般教養科目ippankyouyoukamoku algemene opleidingsvakken; vrije kunsten; artes liberales
一般消費税ippanshyouhizei [econ.] algemene verbruiksbelasting
一般炭ippantan ketelkool [= geschikt voor elektriciteitsopwekking]
一般的ippanteki (1) algemeen; algeheel; universeel; overal geldend; algemeen verspreid; (2) gewoon; gebruikelijk; veel voorkomend; gangbaar; normaal; alledaags; ordinair
一般的なippantekina (1) algemeen; algeheel; universeel; overal geldend; algemeen verspreid; (2) gewoon; gebruikelijk; veel voorkomend; gangbaar; normaal; alledaags; ordinair
一般職ippanshyoku (1) algemene ambtenarij; [i.h.b.] algemene ambtenaar; (2) algemene administratie; [i.h.b.] algemene werknemer; (3) algemeen kantoorwerk; [i.h.b.] algemene kantoorwerker
一般言語学ippangengogaku algemene taalwetenschap
一般読者ippandokushya ruime lezerspubliek; gemiddelde; gewone lezer
一般論ippanron algemeen betoog; gemeenplaats; algemeenheid; generalisatie; veralgemening
一般質問ippanshitsumon [pol.] algemene interpellatie
一般開業医ippankaigyoui huisarts; [Belg.N.] omnipracticus
一艘issou [船~] één schip; één boot; één bodem; één vaartuig
一色isshiki (1) één kleur; monochromie; (2) één soort; (3) complete uitrusting; volledige uitzet; (4) [ikebana] bloemschikking met één soort bloemen; (5) Isshiki; (6) gedreven; fervent
一色isshyoku (1) één kleur; monochromie; (2) [fig.] algemene tendens; het staat volledig in het teken van …; het is al; alles; allemaal … wat de klok slaat
一色hitoiro (1) één kleur; monochromie; (2) één soort
一芸ichigei een kunst
一芸に秀でるichigeinihiideru een kunst meesterlijk beheersen; in een kunst bedreven zijn; meester zijn op een kunst
一蓮ichiren (1) hetzelfde lot ondergaan; in hetzelfde schuitje zitten; (2) [Zuiver Land-boeddh.] na de dood op dezelfde lotusbloem herboren worden
一蓮托生ichirentakushyou (1) hetzelfde lot ondergaan; in hetzelfde schuitje zitten; (2) [Zuiver Land-boeddh.] na de dood op dezelfde lotusbloem herboren worden
一行置きにichigyouokini telkens één regel openlatend; overslaand; om de andere regel
一行ichigyou regel
一行ikkou gezelschap; groep; [i.h.b.] gevolg; consorten; [Belg.N.; spreekt.] compagnie; [veroud.; m.b.t. muz.; ton.] troep
一見さんichigensan nieuwe klant; onbekende klant; ongeregelde klant
一見してikkenshite met; in één oogopslag; op het eerste gezicht; vluchtig bekeken
一見するikkensuru een kijkje nemen; een snelle blik werpen; tersluiks; vluchtig bekijken; even kijken
一見のichigenno nieuw; onbekend; [~客] ongeregeld
一見の価値があるikkennokachigaaru bezienswaardig; bezienswaard; waard om te bezichtigen
一見客ichigenkyaku nieuwe klant; onbekende klant; ongeregelde klant
一見ichigen eerste bezoek als klant
一見ikken (1) kijkje; blik; oogopslag; (2) ogenschijnlijk; schijnbaar; uiterlijk; kennelijk; naar het zich laat aanzien
一視isshi een blik; oogopslag; kijkje; glimp; beschouwing
一視同仁isshidoujin gelijke behandeling zonder discriminatie; onpartijdigheid; universele naastenliefde
一覧ichiran (1) kijkje; blik; oogopslag; inzage; het doorkijken; het doorlopen; [m.b.t. wissels] zicht; (2) kort overzicht; samenvatting; resumé; synopsis; lijst; tabel
一覧するichiransuru doorkijken; doorlopen; inkijken; inzien; nakijken; eens even bekijken; doorbladeren; nalezen; doorlezen; overlezen; [Belg.N.] overlopen; vluchtig doornemen; een kijkje nemen; eens kijken naar; een oogje wagen aan; een blik werpen; gunnen op; een blik slaan in; in ogenschouw nemen; z’n ogen laten gaan over; schouwen; inspecteren
一覧払いichiranbarai [hand.] [~の] betaalbaar op zicht; betaalbaar op vertoon
一覧払い手形ichiranbaraitegata wissel op zicht; zichtwissel; vistapapier; vistawissel
一覧表ichiranhyou tabel; lijst; catalogus
一親等isshintou eerste graad van bloedverwantschap; verwantschap
一角獣ikkakujuu (1) [myth.] eenhoorn; [herald.] unicornus; (2) [dierk.] eenhoornvis; neushoornvis; zee-eenhoorn; narwal; Monodon monoceros
一角 ; イッカク (bet. 4)ikkaku (1) een hoek; een deel; een sectie; (2) [Jap.gesch.] kwart goudstuk [vierde deel van een ryō]; (3) een hoorn; een gewei; (4) [dierk.] eenhoornvis; neushoornvis; zee-eenhoorn; narwal; Monodon monoceros
一角hitokado (1) een zaak; een domein; (2) [~の] uitzonderlijk; buitengewoon; bijzonder; uitstekend; (3) [~の] behoorlijk; aanzienlijk; degelijk; fatsoenlijk; adequaat; echt; (4) betamelijk; behoorlijk; nogal; flink
一触isshyoku lichte aanraking; touche
一触即発isshyokusokuhatsu bij de minste aanraking tot ontploffing komen; onder hoogspanning staan; explosiviteit; licht ontvlambare; explosieve situatie; [~の] tot het uiterste gespannen; hoogst explosief
一言するichigensuru een woordje; een paar woorden; een kort woord zeggen
一言するichigonsuru een woord reppen; een opmerking maken
一言もないichigonmonai geen geldig excuus hebben; niets meer kunnen zeggen; geen verontschuldigend woord kunnen uitbrengen; om een uitvlucht verlegen zitten
一言居士ichigenkoji iemand die altijd met z'n mening klaarstaat; iemand die altijd en overal z'n zegje over doet
一言ichigen een woordje; een paar woorden; een kort woord
一言ichigon een enkel woord; één woord
一言hitokoto één woord; een woordje; enige woordjes
一計ikkei een plan; voornemen
一計を案じるikkeiwoanjiru een plan maken; bedenken; ontwerpen; uitwerken; opstellen; smeden; beramen
一語ichigo één woord
一説issetsu (1) een mening; opvatting; opinie; versie; theorie; these; stelling; verklaring; (2) andere mening; opvatting; opinie; versie; theorie; these; stelling; verklaring
一説によればissetsuniyoreba volgens een andere visie; theorie; versie; uitleg; mening; sommigen beweren dat; er zijn er die zeggen dat; er is een theorie die stelt dat
一読ichidoku het vluchtig doorlezen; inzage; oppervlakkige lezing; lectuur
一読するichidokusuru vluchtig doornemen; vlug; in de gauwte doorlezen; doorvliegen; lezend doorgaan
一財産いるhitozaisaniru een fortuin kosten; kapitalen kosten; een bom duiten kosten
一貧ippin extreme armoede
一貫ikkan (1) consistentie; coherentie; consequentie; rechtlijnigheid; (2) [gewichtsmaat] 1 kan [= ca. 3,75 kg]; (3) [muntw.] 1 kan [= 1000 mon 文]
一貫したikkanshita consistent; consequent; rechtlijnig; samenhangend; coherent
一貫してikkanshite consistent; consequent; stelselmatig
一貫するikkansuru consistent zijn; coherent zijn; consequent zijn; rechtlijnig zijn
一貫作業ikkansagyou continubedrijf
一貫性ikkansei consistentie; consistentheid; coherentie; consequentie; consequentheid
一貫性のあるikkanseinoaru consistent; consequent; coherent
一足飛びissokutobi een sprong; springbeweging
一足飛びにissokutobini met één sprong
一足issoku één paar
一足hitoashi  ; een stap; een pas
一路ichiro (1) een weg; pad; (2) [go-term] aangrenzende schijf; (3) zonder omwegen; rechtstreeks; linea recta; regelrecht; via de kortste weg; direct; vastberaden; gestaag; gestadig; (4) onderweg; en route
一跳びhitotobi één sprong; één springbeweging
一蹴isshyuu (1) schop; trap; (2) botte weigering; verwerping; verschopping; (3) pak slaag; rammel; ransel; aframmeling; nederlaag
一蹴するisshyuusuru (1) botweg; ronduit; vierkant; resoluut weigeren; afwijzen; versmaden; verwerpen; van de hand wijzen; vertikken; verdommen; (2) een flink pak slaag; rammelransel geven; gemakkelijk overwinnen; met gemak achter zich laten; met iemand de vloer aanvegen
一躍ichiyaku (1) sprong; (2) met één sprong; plotseling; plots; ineens; opeens
一躍してichiyakushite met één sprong; ineens; opeens; plots; plotseling; eensklaps; in één klap
一躍するichiyakusuru een sprong maken
一身isshin zichzelf; z'n eigen persoon
一身上isshinjou [~の] persoonlijk; privé-
一身上の都合でisshinjounotsugoude om persoonlijke redenen
一軍ichigun (1) [mil.] een leger; legereenheid; (2) [mil.] het voltallige; ganse leger; alle strijdkrachten; (3) [sportt.] eerste team; A-ploeg; hoofdmacht; selectie
一軒ikken (1) één huis; één woning; (2) vak [van een tribune]
一軒家ikkenya (1) vrijstaand; alleenstaand huis; alleenstaande woning; opzichzelfstaand huis; (2) afgezonderd; afgelegen huis; eenzaam huisje
一転itten (1) één omwenteling; één rotatie; één ronde; één rondje; één toer; één cyclus; (2) omslag; ommekeer; omkeer; wending; kentering
一輪ichirin (1) een bloesem; een bloem; (2) een wiel; een rad; (3) vollemaan
一輪咲きichirinzaki [~の] eenbloemig
一輪挿しichirinzashi (1) vaas voor één of twee bloemen; bloesems; (2) het schikken van één of twee bloemen; bloesems in een vaas
一輪活けichirinike het schikken van één of twee bloemen; bloesems in een vaas
一輪滑車ichirinkasshya talieblok
一輪車ichirinshya (1) kruiwagen; (2) eenwieler
一辺ippen (1) één zijde; kant; (2) [meetk.] een zijde (van een veelhoek)
一辺倒ippentou eenzijdige voorliefde; onvoorwaardelijke toewijding; volkomen overgave; vooringenomenheid; overhelling naar één zijde
一途にichizuni beslist; vastberaden; vastbesloten; rechtlijnig; volhardend; geheel en al; blindelings
一途に思い込むichizuniomoikomu van de gedachte bezeten zijn dat …; onwrikbaar overtuigd zijn dat …; ergens heilig van overtuigd zijn; als vaststaand aannemen dat …
一途をたどるittowotadoru gestaag blijven …; alsmaar; almaar …
一途ichizu (1) [boeddh.] een manier; methode om de verlichting te bereiken; (2) eenzijdig gefocust; exclusief denkend aan; rechtlijnig; van één gedachte bezeten; geobsedeerd
一途itto (1) rechte weg; enige weg; een manier; een methode; (2) een richting; een koers; vaste lijn; (3) eenheid
一通りhitotoori (1) het algemene; [in] brede trekken; [in] hoofdlijnen; [in] grote trekken; het globale; terloops; het elementaire; (2) doorsnee; middelmaat; normaal ~; modaal ~; gewoon ~
一通ittsuu (1) één afgerond geheel; (2) [文書~] één geschrift; één document; [手紙~] één brief
一連番号ichirenbangou doorlopende nummering; doorlopend nummer; volgnummer; reeksnummer; serienummer
一連ichiren (1) aaneenschakeling; reeks; serie; rij; (2) snoer; ris; rist; string; sliert; keten; (3) één riem; [i.h.b.] 1.000 vel papier; [i.h.b.] 100 stuks karton; (4) [lett.] couplet; strofe; versgroep; vers; stanza
一週isshyuu (1) week; (2) per week
一週間isshyuukan één week
一進一退isshinittai (1) voor- en achteruitgang; heen-en-weergaande beweging; ups en downs; (2) verbetering en verslechtering
一遍ippen (1) één keer; (2) pro-forma-; ~ voor de vorm; ~ voor de schijn; (3) Ippen [stichter van het Ji-boeddhisme (Jishū 時宗); 1239-1289]
一遍にippenni tegelijkertijd; ineens; op slag
一過ikka (1) passage; (2) vluchtige blik; vluchtige doorlezing; (3) ogenblik; oogwenk
一過性ikkasei (1) [geneesk.] impersistentie; (2) [~の] tijdelijk; voorbijgaand; vluchtig; kortstondig; van zeer korte duur; efemeer; efemerisch
一郎ichirou Ichirō
一部ichibu (1) deel; gedeelte; sectie; divisie; branche; (2) exemplaar; kopie; afschrift; duplicaat; kopij; (3) set; (4) gedeeltelijk; partieel
一部のichibuno gedeeltelijk; partieel; sectioneel; bepaald
一部分ichibubun deel; gedeelte; stuk; deeltje; part; partij; portie
一部始終ichibushijuu (1) alle details; facetten; feiten; het hele verhaal; de hele geschiedenis; uitvoerig relaas; volledig verslag; ins en outs; finesses; (2) van begin tot einde; van a tot z; van naaldje tot draadje; van voor naar achter
一酸化issanka [chem.] …monoxide
一酸化炭素issankatanso [chem.] koolstofmonoxide; koolstofmono-oxide; koolmonoxide; kolendamp; CO
一酸化炭素中毒issankatansochuudoku [geneesk.] koolmonoxidevergiftiging; koolstofmonoxidevergiftiging; CO-vergiftiging; CO-intoxicatie; kolendampvergiftiging; mijnziekte
一酸化炭素中毒を起こすissankatansochuudokuwookosu (1) koolmonoxidevergiftiging veroorzaken; (2) [geneesk.] koolmonoxidevergiftiging oplopen
一酸化炭素中毒死issankatansochuudokushi dood door koolmonoxidevergiftiging; CO-vergiftigingsdood
一酸化炭素中毒死するissankatansochuudokushisuru sterven door koolmonoxidevergiftiging; omkomen door CO-intoxicatie
一酸化窒素issankachisso [chem.] stikstofmonoxide
一里ichiri (1) [lengtemaat] één ri [= ± 3,927 km]; (2) één dorp; gehucht; (3) [oud-Jap.gesch.] één wijk; kwartier; (4) [ritsuryō] één buurtschap [= 50 bij elkaar staande woningen]
一里塚ichirizuka (1) ± mijlsteen; mijlpaal; (2) [fig.] mijlpaal
一重hitoe (1) eenlagig iets; enkele laag; (2) ongevoerde kleding; (3) zomergoed; zomerkleding; zomerkimono; (4) [plantk.] enkelbloemig; met één laag bloemblaadjes; (5) puur; onversneden; zuiver; onvermengd; onverdeeld; (6) meer; nog meer; een tandje bij; intenser
一銭issen (1) een sen [= honderdste deel van een yen]; (2) [fig.] cent; stuiver; duit; penning; [Barg.] oortje; (3) een mon [= oud-Japanse kopermunt]; (4) [Jap.gesch.] straatbarbier
一長一短itchouittan sterke en zwakke punten; kanten; sterktes en zwaktes; voors en tegens; voor- en nadelen; lusten en lasten
一門ichimon (1) familie; geslacht; clan; (2) [rel.; wetensch.; kunstt.] school; (3) identieke klasse; (4) [boeddh.] toegangspoort tot de verlichting; (5) [boeddh.] één benadering; interpretatie; (6) een kanon; een stuk geschut
一関ichinoseki Ichinoseki
一院ichiin (1) [pol.] één Kamer; één Huis; (2) [rel.] één tempel; (3) [pol.] eerst teruggetreden keizer
一院制ichiinsei [pol.] eenkamerstelsel; eenkamersysteem; monocamerisme; unicameralisme
一陣ichijin (1) één vlaag; stoot; (2) [mil.] voorhoede; (3) [mil.] spits; pioniers
一陣の風ichijinnokaze windvlaag; windstoot; rukwind
一陽来復ichiyouraifuku (1) [lett.] terugkeer van de zon; [i.h.b.] elfde maand van de maankalender; [i.h.b.] winterpunt; (2) aantocht van de lente; komst van een nieuw jaar; (3) terugkeer van de voorspoed
一隅ichiguu een hoek
一階ikkai (1) benedenverdieping; benedenetage; begane grond; parterre; rez-de-chaussee; [Belg.N.] gelijkvloers; [afk.] b.g.; (2) [meton.] benedenwoning; benedenhuis; onderhuis
一際hitokiwa (1) opvallend; opmerkelijk; uitgesproken; buitengewoon; bij uitstek; uitermate; speciaal; in het bijzonder; vooral; voornamelijk; (2) rang; stand; (3) fase; moment
一隻isseki (1) één van een paar; (2) [船~] één schip; één boot; één bodem; [槽~] één kuip; één vat; één ton; één tobbe; één reservoir; (3) [魚~] één vis; [鳥~] één vogel; [馬~] één paard; (4) [矢~] één pijl; [槌~] één hamer; [印~] één zegel
一隻眼issekigan (1) één oog; (2) kritisch oog; goede kijk; inzicht; oordeelskracht; kennis van zaken; verstand
一雄ichio Ichio
一雄kazuo Kazuo
一雄kunio Kunio
一難ichinan een ongeluk; een probleem; geval van tegenspoed; geval van tegenslag
一難去ってまた一難ichinansattemataichinan ± een ongeluk komt zelden alleen
一雫hitoshizuku een druppel
一面ichimen (1) één zijde; één kant; één facet; één aspect; (2) [新聞の] eerste pagina; voorpagina; frontpagina; voorste pagina; (3) gehele omgeving; (4) anderzijds; aan de andere kant; anderdeels; daarentegen; daartegenover; ertegenover staat dat ~; (5) alom; over de gehele omgeving; aan alle kanten
一面にichimenni overal; over de gehele oppervlakte; alom; aan alle kanten
一面的ichimenteki eenzijdig; vooringenomen; bevooroordeeld
一面識ichimenshiki oppervlakkige kennis; het elkaar maar een keer ontmoet hebben
一面識もない人ichimenshikimonaihito iemand die men nooit eerder heeft ontmoet; volslagen onbekende; wildvreemd mens; wildvreemde
一頁ippeeji (1) één bladzijde; één pagina; (2) [fig.] één episode
一頃hitokoro ooit; eens; ooit eens; vroeger
一項ikkou een bepaling; clausule; punt; artikel; item; onderdeel
一頭ittou (1) één hoofd; één kop; (2) [獣~] één beest; [馬~] één paard; [牛~] één rund; [鹿~] één hert; [猪~] één everzwijn; [犬~] één hond; (3) [烏帽子~] één eboshi-hoed; [兜~] één helm; [仮面~] één masker
一頭地ittouchi een kopslengte; een hoofdlengte verschil
一頭地を抜くittouchiwonuku een kopslengte uitsteken boven; de onbetwiste leider zijn; ongeëvenaard zijn; zijns gelijke niet hebben; kennen
一頭立てittoutate [~の] met; voor één paard
一頭立ての馬車ittoutatenobashya wagen; rijtuig met één paard
一顧ikko enige aandacht; beschouwing; overdenking; overweging; consideratie; bedenking
一顧だに値しないikkodaniataishinai je aandacht niet waard zijn; geen enkele belangstelling verdienen; niet de minste waarde hebben; niet opmerkenswaard zijn; zo goed als verwaarloosbaar zijn
一風変わったippuukawatta vreemd; raar; ongewoon; eigenaardig; zonderling; excentriek; bizar; buitenissig; onconventioneel; onorthodox
一首isshyu een Japans gedicht; een tanka
一騎ikki een ruiter; paardrijder; cavalerist; ridder
一騎当千ikkitousen [~の兵] één krijger die er duizend waard is; onoverwinnelijke; onverslaanbare soldaat
一騒ぎhitosawagi herrie; problemen; tumult
一髪ippatsu (1) een haar; haartje; (2) [青山~] een sliert bosrijke bergen vaag in de verte; (3) [fig.] nippertje
ichi een
hito (1) één; één rondje ~; (2) wat; een beetje; (3) [voorvoegsel dat de onbepaaldheid; vaagheid van het grondwoord suggereert]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.44 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 886 treffers (zoekopdracht: '一', strategie: exact). 
2005-2021