日蘭辭典+

86 resultaten voor 「先」
日蘭辭典 (titelwoord)
sen
bn. vroeger; vorig. ¶ に tevoren; vroeger. ¶ を越す iemand vóór zijn; te vlug af zijn. ¶ を越されたか、、残念な is hij mij vóór geweest? dat spijt me.
日蘭辭典 (trefwoord)
ichiban一番
telw. eerst; bn. best; zn. spel (勝負) o.; bw. (一度試みに) om te probeeren; bij wijze van proef. ¶ 一番の de voorste. ¶ 一番の de achterste. ¶ 一番汽車 de eerste trein. ¶ 級中の一番 de eerste van de klasse. ¶ 一番弟子 de beste leerling; de primus; nummer een. ¶ 此れが一番好きだ dit bevalt mij het best. ¶ 一番良くて op zijn best; hoogstens. 一番やらうか zullen we een spelletje doen? ¶ 一番やって御覽 probeer het eens.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <先>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
先々月 ; 先先月sensengetsu eervorige maand; eerverleden maand; voorleden maand; voorvorige maand; twee maanden geleden
先々週 ; 先先週sensenshyuu eervorige week; eerverleden week; voorleden week; voorvorige week; twee weken geleden
先ずmazu (1) eerst; om te beginnen; ten eerste; in de eerste plaats; op de eerste plaats; primo; allereerst; voor alles; bovenal; vooral; (2) alvast; vast; in ieder geval; (3) zeker; vast; gewis; haast; praktisch; nagenoeg; vrijwel; welhaast; alles samengenomen
先ずはmazuha (1) allereerst; vooreerst; om te beginnen; (2) in ieder geval; in alle geval; (3) alvast
先ず先ずmazumazu behoorlijk; redelijk; tamelijk; verdienstelijk; nogal
先っぽsakippo tip; punt; top; uiteinde; spits; uiterste deel; gedeelte
先に ; 曩にsakini tevoren; vooraf; ervoor; vooruit; voorafgaandelijk; vóór; eerder; voordien; op voorhand; [gew.] op avance; van tevoren; bij voorbaat; en avant; [w.g.; arch.] bevorens
先のsakino (1) toekomstig; komend; aanstaand; (2) vorig; voorgaand; voorafgaand; vroeger; eerder; (3) voormalig; gewezen; ex-; oud-; (4) recent; van kort geleden; jongste
先んじるsakinjiru (1) voorgaan; vooruitgaan; voorafgaan; vooruitlopen; precederen; (2) voor zijn; vooruit zijn; voorsprong hebben
先んずる時は人を制すsakinzurutokihahitowoseisu ± een vroege vogel vangt veel wormen; ± vroeg begonnen; veel gewonnen
先代sendai (1) vorig gezinshoofd; vorig familiehoofd; voorganger; [店の] vorige eigenaar; (2) vorige generatie; vorig geslacht; (3) vorig tijdperk; vorige periode
先任者senninshya ambtsvoorganger; voorganger
先住senjuu (1) eerdere bewoning; (2) [boeddh.] vorige hoofd van een tempel
先住のsenjuuno autochtoon; inheems; inlands; oorspronkelijk; endemisch
先住権senjuuken rechten van inheemse volkeren; aboriginalrechten
先住民senjuumin inlander; inheemse; autochtoon; oorspronkelijke bewoner; bewoonster; inboorling
先住民保護区senjuuminhogoku reservaat voor inboorlingen
先住民居住区senjuuminkyojuuku reservaat voor inboorlingen
先住民族senjuuminzoku (1) inlander; inheemse; autochtoon; oorspronkelijke bewoner; bewoonster; inboorling; aboriginal; aborigine; (2) [verzameln.] inboorlingen; oorspronkelijke bevolking
先住民生存捕鯨senjuuminseizonhogei traditionele walvisjacht voor levensonderhoud; aboriginal subsistence whaling; [afk.] ASW
先住者senjuushya oorspronkelijke bewoner; vorige bewoner
先制sensei voorsprong; goede uitgangspositie; goed begin; initiatief
先制攻撃senseikougeki preëmptieve; preventieve aanval
先取りsakidori (1) voorafname; voorafneming; toe-eigening vooraf; inbezitneming vooraf; verwerving vooraf; (2) anticipatie; inspeling; voorvoeling
先取りするsakidorisuru (1) op voorhand ontvangen; voorafnemen; zich vooraf toe-eigenen; vooraf in bezit nemen; vooraf verwerven; (2) anticiperen; vóór zijn; inspelen op; voorvoelen; voorzien
先取特権senshyutokken eerste; oudste rechten (op); recht van voorkeur; voorrang; prioriteitsrecht; preferentie; zakelijke voorrechten; primaire vordering
先史senshi prehistorie; voorgeschiedenis
先史時代senshijidai prehistorische tijd; voorhistorische tijden
先回りsakimawari (1) het vooruitlopen; voor anderen lopen; (2) het anticiperen; voor zijn
先回りするsakimawarisuru (1) vooruitlopen; voor anderen lopen; (2) anticiperen; voor zijn
先天senten aangeboren; congenitaal; ingeboren; ingeschapen; erfelijk; van nature; inherent; a priori
先天性sentensei (1) aangeborenheid; [fil.] a-prioriteit; (2) [~の] aangeboren; congenitaal; connataal; ingeboren; ingeschapen; erfelijk; van nature; inherent; [fil.] a-priori-
先天的sententeki (1) aangeboren; congenitaal; ingeboren; ingeschapen; erfelijk; inherent; (2) [fil.] a-priorisch; a-prioristisch
先天説sentensetsu (1) theorie van de aangeborenheid; (2) [fil.] a-priorisme
先導sendou leiding; aanvoering; geleide
先導するsendousuru leiden; aanvoeren; geleiden; voorgaan; vooropgaan; aan het hoofd gaan; gidsen; de weg wijzen; loodsen
先手sakite (1) [mil.] voorhoede; spits; avant-garde; (2) [scheepv.] voorreep
先手sente (1) [go; shōgi] speler die aan de voorhand is; zit; degene die het eerst moet uitspelen; [meton.] openingszet; eerste zet; aanzet; [biljart] acquit; (2) initiatief; het vóór zijn; voortouw; lead; (3) anticipatie; het vooruitlopen; (4) [mil.] voorhoede; spits; avant-garde
先払いsakibarai (1) voorafbetaling; vooruitbetaling; prenumeratie; vervroegde betaling; (2) betaling bij levering; rembours; (3) [Jap.gesch.] voorloper; voorbode; precursor
先方sakikata partner; tegenpartij; wederpartij; comparant ter andere zijde; [i.h.a.] hij; zij; ze
先方senpou (1) partner; tegenpartij; wederpartij; comparant ter andere zijde; [i.h.a.] hij; zij; ze; [postwezen] ontvanger; bestemmeling; (2) [~に] vooruit; voorop; voor de boeg; (3) bestemming; eindpunt; [i.h.b.] reisbestemming; reisdoel
先日senjitsu onlangs; laatst; pas; kort geleden; een paar dagen geleden; voor een paar dagen; recentelijk; laatstelijk; [form.] kortelings
先月sengetsu vorige maand; afgelopen maand; verleden maand; een maand geleden; ~ passato
先棒sakibou (1) [fig.] werktuig; knechtje; marionet; (2) initiatiefnemer; voorloper; (3) voorste palankijndrager
先決senketsu beslissing vooraf; voorafgaande afhandeling; topprioriteit
先決問題senketsumondai [pol.] prealabele kwestie
先決問題要求の虚偽senketsumondaiyoukyuunokyogi [fil.] petitio principii
先熟senjuku [plantk.] het eerder rijp zijn
先熟するsenjukusuru [plantk.] eerder rijp zijn
先王senou vorige koning; voorgaande koning
先生sensei (1) leraar; leermeester; meester; instructeur; sensei; (2) mijnheer; mevrouw; meneer; [i.h.b.] meester; [i.h.b.] dokter; [i.h.b.] doctor; [i.h.b.] professor; [studentent.] ome; (3) [scherts.] heerschap
先発senpatsu (1) eerder vertrek; het voorgaan; voorgang; (2) [sportt.] start vanaf het begin; [i.h.b.] starter
先発するsenpatsusuru eerst starten; eerder vertrekken; vooruitgaan; voorafgaan; voorgaan; vooruitgestuurd zijn; de spits afbijten
先着senchaku eerste aankomst
先祖senzo (1) voorouder; voorzaat; [verzameln.] voorgeslacht; [i.h.b.] voorvader; (2) stamouder; [i.h.b.] stamvader
先祖返りsenzogaeri [biol.] atavisme; terugslag
先程 ; 先ほどsakihodo pas; net; daarnet; zoëven; zojuist; zonet; zopas; zostraks; korte tijd geleden; geen vijf minuten geleden
先立つsakidatsu (1) aanvoeren; leiden; leiding geven (aan); (2) voorafgaan; voorgaan; precederen; vooropgaan; aan het hoofd gaan; (3) [fig.] een eerste vereiste zijn; (4) vooroverlijden; vooraf; vroeger sterven
先端sentan (1) tip; (puntig) uiteinde; spits; punt(je); top(je); piek; (2) spits; [fig.] voorhoede; [loc.; perl.] voorop; [attr.] geavanceerd(e); [attr.] speerpunt-; [attr.] toonaangevend(e) ~; [attr.] hoogontwikkeld(e) ~; [attr.] state-of-the-art ~
先端技術sentangijutsu speerpunttechnologie; [Belg.N.] spitstechnologie; geavanceerde technologie; technieken; state-of-the-arttechnologie; hightech; hypermoderne techniek
先行きsakiyuki (1) toekomst; (2) vooruitzichten; verwachtingen; (3) het vooruitlopen; vooroplopen; vooruitgaan; voorafgaan
先行するsenkousuru voorgaan; voorafgaan; vooropgaan; vooruitgaan; antecederen; precederen
先見senken vooruitziendheid
先輩senpai (1) meerdere; superieur; hogere (in rang); [i.h.b.] oudere; [i.h.b.] iem. met een hogere anciënniteit; [i.h.b.] iem. met meer dienstjaren; [i.h.b.] voorganger; [in uitdr.] meerderman; (2) collega-ouderejaars; hogerejaars; oudere leerling; student; ouderejaarsleerling; ouderejaarsstudent; veteraan; [fig.] oudgediende; [soldatent.] de ouwe hap; [bij corpsleden] corpsbal
先述senjutsu voorgaande vermelding; eerdere beschrijving
先述するsenjutsusuru voornoemen; tevoren zeggen; voorafgaand vermelden; eerder beschrijven
先週senshyuu verleden week; vorige week; afgelopen week; een week geleden
先進senshin (1) ontwikkelingsvoorsprong; (2) senioriteit; préséance; voorrang
先進国senshinkoku ontwikkeld land; ontwikkelde natie
先達て ; 先だってsendatte onlangs; pas geleden; een paar dagen geleden; voor een paar dagen; kort geleden; laatst; recentelijk; laatstelijk; [form.] kortelings
先鋒senpou (1) [mil.] voorhoede; voorwacht; voorpost; legerspits; (2) [fig.] voorhoede; spits; voorbereider; vooruitgestuurd medewerker; (3) [kendo; judo] spitspositie; (4) Sonbong; Seonbong
先鋭senei scherp; spits; radicaal; extreem; militant
先頭sentou hoofd; kop; het voorste; spits; [i.h.b.] leiding; vooraan
先駆senku (1) pionierswerk; baanbrekend werk; (2) voorloper; pionier; voortrekker; baanbreker; wegbereider; voorvechter; (3) [mil.] voorrijder; voorhoede; avant-garde
先駆けるsakigakeru de eerste zijn om; vóór zijn; vooruitlopen op; anticiperen; de voorbode zijn van
先駆するsenkusuru pionieren; vooruitlopen; voorop zijn; pionierswerk; baanbrekend werk verrichten; de weg bereiden; aan de spits staan
先駆者senkushya voortrekker; voorloper; voorbode; voorganger; baanbreker; wegbereider; pionier
先験哲学senkentetsugaku transcendentale filosofie; transcendentalisme
先験的senkenteki [fil.] transcendentaal; a-priorisch; a priori
先験的意識senkentekiishiki [fil.] transcendentaal bewustzijn
先験論senkenron [fil.] transcendentalisme
saki (1) (puntig) uiteinde; eind; punt; spits; tip(je); top(je); [m.b.t. processie enz.] kop; hoofd; (2) toekomst; wat komen moet; wat te wachten staat; vooruitzicht; aspect; verschiet; wat de toekomst in petto heeft; [fig.] voorland; (3) vervolg; wat volgt; wat later komt; volgende gebeurtenis; (4) wat verder; wat voorop; (5) plaats van bestemming; -bestemming; (6) wederpartij; (onderhandelings)partner; de ander; (7) [attr.] vorig; voormalig; vroeger; voorgaand; voorafgaand
sakki pas; net; daarnet; zoëven; zojuist; zonet; zopas; zostraks; korte tijd geleden; geen vijf minuten geleden
sen (1) [~の] vorig; (2) voorheen; eertijds; vroeger; (3) voorbeurt; (4) [go; shōgi] het eerst moeten uitspelen; aan de voorhand zijn; zitten; (5) [ここを~と] erop of eronder; alles of niets; (a) voorst; meest vooruit; (b) voorafgaand; voorgaand; (c) het initiatief nemen; pionier; (d) vooraf; op voorhand; (e) vroeger; eerder; tevoren; (f) vorig; (g) tegenpartij
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.28 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 84 treffers (zoekopdracht: '先', strategie: exact). 
2005-2022