日蘭辭典+

164 resultaten voor 「内」
日蘭辭典 (titelwoord)
nai
bn. binnenste; innerlijk; bw. binnen; vz. in; binnen.
日蘭辭典 (trefwoord)
yoriより
vz. (1) [から] van; sedert; sinds. vw. (2) [比較] dan. ¶ より van nu af aan. ¶ より買ふ iets van iemand koopen. ¶ より二十まで van tien tot en met twintig. ¶ を出てより sinds wij uit het vaderland zijn weggegaan. ¶ よりビール好む meer van bier houden dan van ‘‘sake.’’ ¶ これより入るからず verboden toegang.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kaigijō会議場
zn. vergaderzaal; vergaderruimte; conferentiezaal; congreszaal; congres centrum (het); conventie centrum (het); plaats van bijeenkomst. ¶ 会議場で自社の製品の展示場を設けたいとお考えでしたら、早急にご連絡下さい kaigijōnai de jisha no seihin no tenjijō wo mōketai to okangae deshitara, sakkyū ni gorenraku kudasai Laat u me het alstublieft zo snel mogelijk weten als u een deel van de conferentiezaal zou willen opzetten om uw producten te tonen. (TTC) ¶ もっと会議場に近い場所部屋がよろしければ、ご連絡下さいMotto kaigijō ni chikai basho no heya no hō ga yoroshikeraba, gorenraku kudasai Neemt u alstublieft contact met mij op als u de voorkeur geeft aan een kamer dichter bij de conferentiezaal. (TTC)
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:The Tanaka Corpusとかく
¶ とかくするうちに年が明けた intussen begint een nieuw jaar; inmiddels
is een nieuw jaar begonnen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <内>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
内々でuchiuchide privé; discreet; in familiekring; binnenskamers; intern
内々でnainaide (1) heimelijk; in het geheim; in stilte; privé; vertrouwelijk; confidentieel; in klein comité; binnenskamers; (2) onofficieel; officieus; (3) inwendig; in pectore
内々にnainaini (1) heimelijk; in het geheim; in stilte; privé; vertrouwelijk; confidentieel; in klein comité; binnenskamers; (2) onofficieel; officieus; (3) inwendig; in pectore
内々にするnainainisuru geheimhouden; verheimelijken; binnenhouden; uit de openbaarheid; publiciteit houden; binnenskamers houden; voor zichzelf houden; in de doofpot stoppen; verzwijgen; doodzwijgen
内々のuchiuchino privé; besloten; in familiekring
内々のnainaino (1) geheim; privé; vertrouwelijk; heimelijk; (2) officieus; onofficieel
内々uchiuchi (1) familiekring; te midden zijner familie; in het gezin; (2) discretie; ingetogenheid; (3) intern; binnenskamers; privé
内々nainai (1) discretie; terughoudendheid; beslotenheid; (2) het inwendige; innerlijke; (3) discreet; privé; besloten; (4) innerlijk; in gemoede
内でuchide (1) binnen; in; (2) binnenshuis; thuis; (3) binnen; vóór het verstrijken van; tijdens; (4) vóór het einde van; alvorens; (5) onder; tussen
内にuchini (1) binnen; in; (2) binnenshuis; thuis; (3) binnen; vóór het verstrijken van; tijdens; (4) vóór het einde van; alvorens; (5) onder; tussen
内にいないuchiniinai niet thuis zijn; van huis weg zijn
内にいるuchiniiru thuis zijn
内のuchino (1) mijn; ons; (2) inwendig
内の者uchinomono (1) z'n familie; (2) z'n mensen
内ゲバuchigeba interne twisten; strubbelingen; machtsstrijd; intern geweld; gewelddadige interne richtingenstrijd
内ポケットuchipoketto binnenzak
内モンゴルuchimongoru Binnen-Mongolië
内乱nairan (1) burgeroorlog; interne onlusten; (2) rebellie; revolte; opstand
内付naifu (1) onderwerping; onderschikking; (2) intrinsiek; wezenlijk; inherent
内側からuchigawakara van binnenuit
内側にuchigawani vanbinnen; binnenin; aan de binnenkant; aan de binnenzijde; naar binnen; binnenwaarts
内側のuchigawano binnen-; inwendig
内側のnaisokuno binnen-; inwendig
内側壁naisokuheki [plantk.] endothecium
内側軸naisokujiku binnenste as
内側uchigawa binnenkant; binnenste; binnenzijde; binnenzij
内側naisoku binnen-; endo-
内偵naitei verkenning; geheim onderzoek
内偵するnaiteisuru verkennen; in het geheim onderzoeken
内分泌naibunpitsu [geneesk.] inwendige afscheiding; interne secretie; incretie
内分泌系naibunpikei endocrien systeem
内助naijo hulp; bijstand door een echtgenote
内務naimu (1) binnenlandse zaken; interne aangelegenheden; (2) binnendienst; (3) huishoudelijke zaken
内務省naimushyou [in Jap. tot 1947] ministerie van Binnenlandse Zaken; [in Vl.] administratie van Binnenlandse Aangelegenheden; [gesch.; in Nl.; afk.] BiZa; [in Nl.; afk.] BZK
内包naihou (1) implicatie; betekenis; (2) [log.] connotatie; intensie; inhoud; comprehensie; (3) [biol.] endocyst; (4) [anat.] Capsula interna
内包するnaihousuru inhouden; impliceren; in zich sluiten; insluiten; met zich meebrengen; betekenen
内匠takumi hofambachtsman
内向性のnaikouseino introvert; in zichzelf gekeerd; naar binnen gekeerd; teruggetrokken; op zichzelf levend
内含naigan (1) inbegrip; inclusie; insluiting; (2) implicatie
内回りuchimawari binnenbaan
内圧naiatsu [geneesk.] inwendige druk
内在哲学naizaitetsugaku [fil.] immanente filosofie
内地naichi (1) binnenland; (2) [vanuit het perspectief van de overzeese gebiedsdelen] moederland; [w.g.] thuisland; (3) [vanuit het perspectief van Hokkaidō; Okinawa e.d.] Honshū; hoofdeiland; (4) diepe binnenland; binnenlanden
内堀uchibori binnengracht; binnenvest
内外uchisoto (1) binnen en buiten; (2) om en bij; zo ongeveer; in de buurt van; plusminus
内外uchito (1) binnen en buiten; (2) Binnen- en Buitenheiligdom te Ise; (3) om en bij; zo ongeveer; in de buurt van; plusminus; (4) boeddhisme en confucianisme
内外naigai (1) binnen- en buitenkant; (2) binnen- en buitenland; intern en extern; binnen- en buitenwacht; thuis en daarbuiten; (3) om en bij; zo ongeveer; in de buurt van; plusminus
内外naige (1) binnen en buiten; (2) bij een edele over de vloer komen; (3) privé- en publieke aangelegenheden; alles; (4) boeddhistische en buiten-boeddhistische geschriften
内定naitei informele; onofficiële; officieuze beslissing
内定するnaiteisuru (1) officieus beslissen; (2) officieus beslist; geregeld worden
内宝naihou [hon.] mevrouw; uw echtgenote
内容naiyou (1) inhoud; substantie; diepgang; (2) inhoud; betekenis; [m.b.t. brief] teneur; fijne; portee
内密naimitsu vertrouwelijkheid; geheimhouding; beslotenheid
内密のnaimitsuno vertrouwelijk; geheim; onderhands; besloten; privé; confidentieel
内属naizoku (1) onderwerping als tribuutstaat; submissie; subjectie; onderschikking; (2) [fil.] inherentie
内山uchiyama Uchiyama
内幕を知っているuchimakuwoshitteiru het fijne weten over; weten hoe de vork aan de steel zit; weten wat er precies aan de hand is
内幕uchimaku (1) binnendoek; binnenzeil; binnengordijn; (2) medestanders; bondgenoten; kameraden; (3) bondgenootschap; kameraadschap; camaraderie; (4) interne realiteit; interne omstandigheden; interne keuken; inside-information; datgene wat zich achter de schermen afspeelt; datgene achter de coulissen
内庭uchiniwa binnentuin; besloten tuin; hortus conclusus; binnenhof; binnenplaats; patio
内庭naitei binnentuin; besloten tuin; hortus conclusus; binnenhof; binnenplaats; patio
内弁慶uchibenkei thuis tiranniek; daarbuiten voorbeeldig
内弟子uchideshi inwonende leerjongen
内心naishin (1) hart (als zetel van het gevoel); intiemste gedachten; werkelijke bedoeling; innerlijke gevoelens; (2) [meetk.] incentrum
内情naijou interne aangelegenheden; toestand; situatie; inside informatie; fijne van de zaak
内感naikan innerlijk gevoel
内憂外患naiyuugaikan binnenlandse ellende en strubbeling met het buitenland
内戦naisen burgeroorlog; binnenlandse oorlog; [lit.t.] burgerkrijg
内掛けuchigake [sumojargon] uchigake; inside leg trip [= de tegenstander door een hakende beenbeweging doen vallen]
内政naisei (1) binnenlandse politiek; binnenlands beleid; (2) intern bestuur; interne administratie; (3) huisbestuur; huisbestier; huishouding; huishouden
内政干渉naiseikanshyou inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van een land; tussenkomst van een staat in de aangelegenheden van een andere staat; interventie
内方にnaihouni binnenwaarts; naar binnen
内方浸透naihoushintou [geneesk.] endosmose
内方uchikata (1) huiselijke kring; (2) achterwinkel; binnengedeelte; (3) mevrouw; uw echtgenote; (4) uw huis
内方uchigata hofpersoneel; hofbedienden
内方naihou (1) binnenkant; binnenste; [~の] innerlijk; inwendig; (2) [hon.] mevrouw; uw echtgenote
内村uchimura Uchimura
内気uchiki (1) verlegenheid; bedeesdheid; schuwheid; schroom; timiditeit; schuchterheid; (2) verlegen; bedeesd; schuw; beschroomd; timide; schuchter; gereserveerd; terughoudend; gesloten; bleu; blo
内気なuchikina gereserveerd; terughoudend; gesloten; verlegen; bedeesd; timide; bleu; schuchter; beschroomd; blo; schuw
内法uchinori (1) binnenmaat; maat aan de binnenkant; binnenwerkse maat; (2) binnenafmeting (van een ruimte)
内法naihou [boeddh.] boeddhistische leer
内海uchiumi (1) binnenzee; zeearm; baai; golf; inham; (2) meer; (3) uchiumi-theebus
内海naikai (1) binnenzee; zeearm; baai; golf; inham; (2) [boeddh.] de zeven zeeën rond de berg Sumeru; (3) naikai-theebus
内渡しuchiwatashi (1) gedeeltelijke levering; (2) gedeeltelijke betaling
内渡しするuchiwatashisuru (1) gedeeltelijk leveren; een gedeeltelijke leverantie doen; (2) gedeeltelijk betalen; een gedeeltelijke betaling doen
内燃機関nainenkikan verbrandingsmotor; benzinemotor
内玄関uchigenkan zijdeur; toegang waarlangs gezinsgenoten binnenkomen
内田uchida Uchida
内申書naishinshyo schoolrapport; rapport; rapportboekje; cijferlijst; schooluitslag
内界naikai (1) innerlijke wereld; binnenwereld; (2) innerlijk leven; gevoelswereld; (3) [boeddh.] gemoed; innerlijk; binnenste; manas; cetas; (4) [boeddh.] rijk van het geestesleven; ādhyātmika
内省法naiseihou introspectieve methode
内祝いuchiiwai (1) viering in familiekring; besloten kring; (2) geschenk; aandenken ter gelegenheid van een viering in familiekring; besloten kring
内科naika (1) [geneesk.] de afdeling Interne; de afdeling Inwendige; [meton.] interne; [meton.] inwendige; (2) [meton.] inwendige geneeskunde; [meton.] interne geneeskunde
内紛naifun interne twisten; onenigheid; strijd; broederstrijd; infighting
内緒naishyo (1) geheim; geheimhouding; beslotenheid; vertrouwelijkheid; privacy; (2) persoonlijke; interne; huishoudelijke aangelegenheden; [i.h.b.] persoonlijke omstandigheden; levensomstandigheden; financiële situatie; (3) achterkamer; [i.h.b.] keuken; (4) bordeelhouder (of diens woonkamer)
内線naisen (1) binnenlijn; huislijn; interne lijn; (2) bedrading binnenshuis; binnenleiding; (3) [mil.] binnenlinie
内縁naien (1) vertrouwelijke relatie; intieme relatie; (2) het ongehuwd samenwonen; samenleven; samenwoning; samenleving; het hokken; (3) binnenrand; binnenzoom
内縁関係naienkankei ongehuwd samenlevingsverband; relatie zonder wettig getrouwd te zijn; het ongehuwd samenwonen; huwelijk zonder boterbriefje; huwelijk over de puthaak; huwelijk over de bezemsteel; het [gew.] het onder de eikenbomen getrouwd zijn
内股uchimata (1) binnenzijde van de dij; ± lies; (2) naar binnen gekeerde tenen; (3) [judo] uchimata; binnenwaartse dijworp
内股に歩くuchimataniaruku met naar binnen gekeerde tenen lopen
内股膏薬uchimatagouyaku (1) opportunisme; oplichterij; bedrog; (2) opportunist; oplichter; bedrieger
内腿uchimomo binnendij; binnenzijde van de dij; [i.h.b] toplendenstuk
内膜naimaku [anat.] endomembraan; tunica intima
内臓naizou inwendige organen; ingewand; ingewanden; pens; [anat.] viscera; gedarmte; [jachtt.] weide; [visserij] gel; [visserij] grom; [m.b.t. dieren] geweide; [m.b.t. dieren] gewei; [gew.; m.b.t. dieren] beuling; [m.b.t. slachtdieren] trijp; [m.b.t. slachtdieren] triep; [m.b.t. slachtdieren] trip; [gew.; m.b.t. slachtdieren] krawei; [gew.; m.b.t. vis] gewam; [gew.; m.b.t. haring] bellen
内蔵naizou inwendig; ingebouwd
内蔵するnaizousuru ingebouwd hebben; inwendig hebben
内藤naitou Naitō
内装naisou inrichting en stoffering; aankleding; [車の] bekleding
内裏dairi (1) keizerlijk paleis; keizerlijke residentie; keizersresidentie; (2) poppen die het keizerspaar voorstellen
内観naikan (1) [boeddh.] vipaśyanā [= bezinning]; (2) zelfbespiegeling; zelfreflectie; (3) [psych.] introspectie; innerlijke zelfwaarneming; zelfbeschouwing
内観法naikanhou introspectieve methode
内角naikaku (1) [wisk.] binnenhoek; (2) [honkb.] inside corner
内訳uchiwake posten van een rekening; onderdelen; bijzonderheden; uitsplitsing; specificatie
内訳を示すuchiwakewoshimesu een uitsplitsing geven; uitsplitsen; analyseren
内訳書uchiwakeshyo gespecificeerde opgave; gedetailleerde beschrijving; specificatie; uitsplitsing
内証のnaishyouno geheim; heimelijk; vertrouwelijk; confidentieel; clandestien
内証のnaishyono geheim; heimelijk; vertrouwelijk; confidentieel; clandestien
内証naishyou (1) geheimhouding; stilzwijgen; geslotenheid; geheimzinnigheid; verborgenheid; terughoudendheid; stilte; beslotenheid; (2) inwendig bewijs; (3) iems. (materiële) positie; situatie; omstandigheden
内証naishyo (1) geheimhouding; stilzwijgen; geslotenheid; geheimzinnigheid; verborgenheid; terughoudendheid; stilte; beslotenheid; (2) inwendig bewijs; (3) iems. (materiële) positie; situatie; omstandigheden
内謁naietsu privéaudiëntie
内謁するnaietsusuru in privéaudiëntie ontvangen worden
内輪uchiwa (1) besloten kring; familiekring; (2) iets intiems; iets dat privé; binnenskamers moet blijven; iets voor onder vier ogen; (3) [bouwk.] intrados; binnenwelfvlak
内輪にuchiwani (1) voorzichtig; bescheiden; gematigd; moderaat; met matigheid; mate; (2) met naar binnen gerichte tenen
内輪のuchiwano (1) besloten; ~ in familiekring; privé-; familie-; (2) voorzichtig; bescheiden; gematigd; moderaat
内輪喧嘩uchiwagenka familieruzie; intern geruzie
内輪喧嘩をするuchiwagenkawosuru een familieruzie hebben; intern ruziën
内輪揉めuchiwamome familieruzie; intern geruzie
内輪揉めをするuchiwamomewosuru een familieruzie hebben; intern ruziën
内遊びuchiasobi (1) het binnen spelen; binnenshuis spelen; (2) binnenspel; indoorspel
内部naibu binnenste; inwendige; interne; binnenkant
内野手naiyashyu [honkb.] binnenvelder
内野uchino Uchino
内野naiya (1) [honkb.] binnenveld; diamant; (2) [honkb.] binnenvelder; infielder
内金uchikin voorschot in geld; handgeld; handpenning; [inf.] jatmoos
内金払いuchikinbarai aanbetaling; gedeeltelijke betaling
内閣naikaku kabinet; ministerie
内閣官房naikakukanbou [pol.] kabinetssecretariaat-generaal
内閣官房長官naikakukanbouchoukan [Jap.pol.] kabinetssecretaris-generaal; eerste kabinetssecretaris [= overheidsvoorlichter; regeringswoordvoerder; kabinetswoordvoerder met de rang van minister]
内閣府naikakufu [Jap.pol.] Kabinetsbureau; ± Kanselarij
内陸nairiku binnenland
内面がいいuchizuragaii thuis goedgezind zijn; goedgehumeurd zijn onder familieleden; thuis genietbaar zijn
内面がよいuchizuragayoi thuis goedgezind zijn; goedgehumeurd zijn onder familieleden; thuis genietbaar zijn
内面が悪いuchizuragawarui thuis slechtgezind zijn; slechtgehumeurd zijn onder familieleden; thuis ongenietbaar zijn; moeilijk om mee te leven zijn
内面のnaimenno innerlijk; inwendig; [~苦悩] mentaal; psychisch
内面の苦悩naimennokunou innerlijk lijden; zielenlijden; zielskwelling; psychisch leed
内面世界naimensekai innerlijke wereld
内面化naimenka verinnerlijking; interiorisering; internalisering; het zich eigen maken
内面化するnaimenkasuru verinnerlijken; interioriseren; internaliseren; zich eigen maken
内面形式naimenkeishiki innerlijke vorm
内面描写naimenbyoushya innerlijke beschrijving
内面生活naimenseikatsu gemoedsleven; zielenleven
内面的naimenteki inwendig; innerlijk; intern; binnenst; binnen-
内面的にnaimentekini intern; van binnen; aan de binnenkant; binnenzijde
内面研磨盤naimenkenmaban binnenslijpmachine
内面考察naimenkousatsu innerlijke zelfwaarneming; zelfbeschouwing; introspectie
内面艶消し電球naimentsuyakeshidenkyuu matte gloeilamp
内面観察naimenkansatsu inspectie van het binnenwerk
内面uchizura iemands humeur thuis; houding tegenover de gezinsleden
内面naimen (1) binnenkant; binnenzijde; binnenwerk; (2) het innerlijk; binnenste; inwendige
uchi (1) binnenkant; [の~に] binnen; in; (2) [の~に] tijdens; terwijl; gedurende; [その~に] onderwijl; (3) [の~] onder; te midden van; (4) [~に] inwendig; vanbinnen; in het hart; in het gemoed; innerlijk; intern; (5) keizerlijk paleis; hof; (6) keizer; tenno; mikado; (7) echtgenote; echtgenoot; wederhelft; (8) [boeddh.] ons geloof; het boeddhisme; (9) ik; wij; [~の] mijn; ons
nai binnen ~; in ~; binnen in ~; binnens-; intra-
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.35 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 160 treffers (zoekopdracht: '内', strategie: exact). 
2005-2020