日蘭辭典+

53 resultaten voor 「半」
日蘭辭典 (trefwoord)
ji

zn. (1) [] tijd m. (2) [時間] uur o. ¶ 三 half vier. ¶ 何時に om hoe laat? ¶ 分 kwart voor negen.

SUPPLEMENT (trefwoord)
sugoi凄い
(すごい、スゴイ) bn. (1) afschrikwekkend; benauwend; gruwelijk; huiveringwekkend. ¶ すごいにらむ sugoi me de niramu met een ijselijke blik aanstaren; met een schrikaanjagende blik aankijken. (2) ongewoon; verbazend; opmerkelijk; bewonderenswaardig; geweldig; excellent; fameus; fantastisch; ongelooflijk; ongehoord; verbluffend. ¶ すごい腕前 sugoi udemae opvallend bekwaam. ¶ はすごい知識を持ったです。すなわち、生き字引ですKare wa sugoi chishiki wo motta hito desu. Sunawachi, ikijibiki desu. Hij beschikt over ongelooflijke kennis. Hij is een levende encyclopedie. (TTC) ¶ 姉さんはすごい美人だ。 Kare no neesan wa sogoi bijin da. Zijn zus is een opmerkelijke schoonheid. (TTC) (tevens als uitroep van bewondering of emotie) ¶ へー、キーボード見ないで文字打てるんだ。スゴイわねー。♀ Hèè? kiiboodo minaide moji uterun da. Sugoi wa nèè. Hé, jij kunt tikken zonder te kijken naar het toetsenbord. Cool zeg! (TTC) (3) (zowel in negatieve als positieve zin) in ongewone mate; excessief; extreem; vreselijk; bovenmatig; ontstellend; ontzettend; uiterst; verdomd; zeer; erg; groot (aantal). 半時間ほどすごい土砂降りだった。Hanjikan hodo sugoi doshaburi datta. Een half uur lang hadden we een vreselijke stortregen; Het was een ontzettende stortbui van een half uur. (TTC) bw. ¶ 今日はすごく暑いKyō wa sugoku atsui. Het is vandaag vreselijk warm. (TTC) ¶ が光に対してすごく敏感なのですMe ga hikari ni taishite sugoku binkan na no desu. Mijn ogen zijn enorm gevoelig voor licht. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <半>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
半ばnakaba (1) half; helft; (2) half; [inform.] bijna; semi-; (3) deels; gedeeltelijk; eensdeels ~ anderdeels; partieel; (4) middenin; in het midden van; te midden van; medio ~; halverwege; halfweg
半ズボンhanzubon korte broek; [i.h.b.] sportbroek; [i.h.b.] kniebroek
半世紀hanseiki halve eeuw; vijftig jaar
半円形hanenkei halve cirkel; hemicyclus; halve boog
半分hanbun (1) helft; vijftig procent; een half; een halve; halfje; (2) ten halve; halvelings; half [schertsend; slapend enz.]; halfjes; ten dele; deels; mi-parti
半券hanken controlestrookje; reçustrookje; souche; stok
半可臭いhankakusai belachelijk; ridicuul; bespottelijk; potsierlijk; lachwekkend; absurd; dwaas
半天hanten (1) halve hemel; (2) midden in de lucht; tussen hemel en aarde
半導体handoutai [elektr.] halfgeleider
半島hantou schiereiland
半平 ; 半片hanpen [cul.] visgehaktbrood [in een cakevorm gekookt of gestoomd visgehakt; toebereid met Japanse yam]
半年hantoshi halfjaar; half jaar
半年hannen halfjaar; half jaar
半径hankei (1) straal; radius; halve middellijn; [w.g.] semidiameter; [afk.] r; (2) bereik; reikwijdte; radius
半数hansuu helft
半日hannichi (1) halve dag; (2) halfdaags; halfdaagse …
半日立会hannichitachiai halve beursdag; halfdaagse beurssessie
半時hanji (1) [Jap.tijdmaat] halve stond; ± een uur; ongeveer een uurtje; (2) halfuur; helft van een uur
半時hantoki (1) [Jap.tijdmaat] halve stond; ± een uur; ongeveer een uurtje; (2) korte stond; korte tijd; poosje; tijdje; even
半月hangetsu (1) halvemaan; [gew.] halfmaan; (2) [anat.] halfmaantje [van vingernagel]; nagelvlek; lunula; (3) [anat.] meniscus; (4) halve cirkel; halve kring
半月hantsuki halve maand
半期hanki (1) helft van een periode; halve termijn; (2) semester; halfjaar; jaarhelft
半殺しhangoroshi bijna-doodslag; het halfgedood-zijn
半減hangen halvering; reductie met vijftig percent
半減するhangensuru (1) halveren; tot de helft teruglopen; (2) halveren; tot de helft bekorten; terugbrengen; reduceren; tot op de helft verminderen
半濁handaku [Jap.taalk.] overgang (van de b-klank) in een p-klank
半濁点handakuten [Jap.taalk.] diakritisch teken; bestaande uit een kringetje (゜) rechts bovenaan een kana [markeert de p-klank bij kana uit de h-kolom; en nasalisering (de ng-klank) bij kana uit de k-kolom]
半濁音handakuon [Jap.taalk.] p-klank
半濁音符handakuonpu [Jap.taalk.] diakritisch teken; bestaande uit een kringetje (゜) rechts bovenaan een kana [markeert de p-klank bij kana uit de h-kolom; en nasalisering (de ng-klank) bij kana uit de k-kolom]
半片hanpen (1) half stukje; half deel; half plakje; half sneetje; beetje; (2) ene zijde; ene kant; (3) [Jap.gesch.] zilverstuk ter waarde van 1; 16 ryō; (4) controlestrookje; reçustrookje; (5) [cul.] visgehaktbrood [in een cakevorm gekookt of gestoomd visgehakt; toebereid met Japanse yam]
半球hankyuu (1) halve bol; (2) [aardr.] halve aardbol; hemelbol; halfrond; hemisfeer
半球体hankyuutai halve bol; halfrond; hemisfeer
半球状のhankyuujouno hemisferisch; halfrond; van een halve bol; van een halfrond
半生hanshyou half levend; tussen leven en dood
半生hansei (1) z'n halve leven; half mensenleven; helft van het leven; grootste deel van het leven; (2) half levend; tussen leven en dood
半生hannama (1) lang houdbare zoetigheden; (2) halfrauw; halfgaar; niet goed doorbakken; (3) lang houdbaar; (4) [fig.] ondoordacht; onrijp; oppervlakkig
半田handa (1) tinlood; tinsoldeer; snelsoldeer; (2) Handa
半端hanpa (1) rest; het resterende; overschot; fragment; fractie; (2) onvolledig; onvoltallig; incompleet; gebrekkig; fragmentarisch; fragmentair; onaf; onvoltooid; onafgewerkt; gedeeltelijk; onvolmaakt; vol leemten; (3) resterend; overgeschoten; overblijvend; (4) halfslachtig; nonchalant; slordig; met de Franse slag gedaan; minimalistisch; oppervlakkig; (5) onbeslist; ambivalent
半端ないhanpanai [slang] geweldig; machtig; heftig; super; mega; vet; gaaf; [Belg.N.] nijg
半紙hanshi genormaliseerd Japans schrijfpapier [ca. 24 à 26 cm breed en ca. 32,5 à 35 cm lang]
半纏 ; 袢纏hanten (1) hanten [over een kimono gedragen jak]; (2) shirushibanten [soort van werkmanskiel bedrukt met een embleem; familiewapen]
半身hanshin (1) helft van het lichaam; (2) tot aan de knieën
半身hanmi (1) tegenover tegenstander ingenomen schuine houding; diagonale pose; (2) [cul.] helft van een symmetrisch gesneden vis
半透明hantoumei (1) halfdoorschijnendheid; semitransparantie; halftransparantie; (2) halfdoorschijnend; semitransparant; halftransparant
半透明なhantoumeina halfdoorschijnend; semitransparant; halftransparant
半透明のhantoumeino halfdoorschijnend; semitransparant; halftransparant
半過去hankako [taalk.] onvoltooid verleden tijd; imperfect; imperfectum; preteritum; [afk.] praet.
半面hanmen (1) half veld; half terrein; half vlak; helft; gezichtshelft; [oneig.] profiel; (2) één aspect; één kant; één zijde; eensdeels ~
半音符hanonpu [muz.] halve noot
半額hangaku halve prijs; half tarief; helft van de prijs; helft van het bedrag
han (1) half; (2) oneven getal; (3) half-; hemi-
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.47 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 51 treffers (zoekopdracht: '半', strategie: exact). 
2005-2022