日蘭辭典+

22 resultaten voor 「吹」
日蘭辭典 (titelwoord)
fuki

(吹き) zn. windvlaag.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <吹>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
吹かすfukasu (1) uitblazen; door blazen naar buiten brengen; [タバコを] roken; [ボールを] hoog overschieten; (2) [エンジンを] laten doordraaien; loeien; razen; een dot gas geven; (3) […風を] uithangen; zich gedragen als; (4) opscheppen; uitbazuinen
吹き出しfukidashi (1) tekstballon; balloon; tekstwolkje; (2) aanvang; begin van het windseizoen; (3) uitbarsting
吹き出すfukidasu (1) beginnen te waaien; opsteken; (2) met kracht opwellen; ontspringen; uitbreken; uitbarsten; opspuiten; gutsen uit; eruit spuiten; (3) uitschieten; uitbotten; uitlopen; uitspruiten; in knoppen schieten; (4) uitproesten; uitschateren; in lachen uitbarsten; in de lach schieten; (5) uitblazen; naar buiten blazen; (6) [芽を] schieten
吹き払うfukiharau (1) wegblazen; afblazen; (2) krachtig uitademen; uitblazen; (3) afwissen; wegwissen; afvegen; wegvegen
吹き抜けfukinuke (1) tocht; trek; luchtstroom; ventilatie; (2) trappenhuis; trappenhal; trapgat; [Belg.N.] trapzaal
吹き抜けのfukinukeno tochtig
吹き曝しfukisarashi [~の] aan de wind blootstaand; blootgesteld; door de wind geteisterd; voor de wind onbeschut; winderig
吹き流しfukinagashi (1) [Jap.gesch.] veldteken; vaandel met een halvemaanvormige of ronde broeking; (2) windvaan; windzak; (3) op Jongensdag gehesen buisvormige vlag; (4) kapje waarvan de uiteinden niet vastgeknoopt worden
吹き溜まりfukidamari (1) bijeengewaaide hoop sneeuw; blaren; zand enz.; [雪の] sneeuwverstuiving; sneeuwbank; (2) pleisterplaats (voor zwervers); trefpunt (van verschoppelingen); hol (van drop-outs); [社会の] zelfkant van de maatschappij
吹き矢fukiya (1) blaaspijp; blaasroer; (2) blaaspijltje; pijltje; dart; (3) poppenspel dat door rake pijltjes in beweging gebracht wordt; (4) soort roulette; dartsspel waarbij het raken van een genoemd vakje met een pijltje winst oplevert
吹き荒ぶfukisusabu (1) fel blazen; zeer hard waaien; woeden; stormen; razen; hevig tekeergaan; bulderen; loeien; huilen; (2) recreatief blazen; spelen op
吹き込むfukikomu (1) naar binnen waaien; binnenwaaien; inwaaien; (2) inblazen; door blazen doen komen in; (3) [fig.] inblazen; inboezemen; ingeven; inspireren; bijbrengen; inprenten; bezielen; [pej.] indoctrineren; instigeren; aanzetten tot; (4) [テープに] opnemen (op band; plaat); vastleggen; [留守番電話に] achterlaten
吹き返すfukikaesu blazend; waaiend terugbrengen
吹くfuku (1) [風が] waaien; blazen; (2) blazen (op); (3) uitstoten; uitbraken; spuwen; braken; opspuiten; uitspuiten; [fig.] doen uitbreken; voortbrengen; (4) [een fluitinstrument] bespelen; blazen op; spelen op; (5) opblazen; overdrijven; (6) metaalgieten
吹っ切るfukkiru (1) uitetteren; (2) laten uitetteren; (3) abrupt verbreken; afbreken; (4) van zich afwerpen; zich bevrijden van; [未練を] vergeten
吹奏suisou [muz.] het blazen; bespeling [van een blaasinstrument]
吹奏するsuisousuru [muz.] blazen op; spelen op; bespelen
吹奏楽器suisougakki [muz.] blaasinstrument; blazer; [inform.] toeter; [veroud.] tuiter
吹替えfukikae (1) nasynchronisatie; dubbing; het dubben; synchronisatie; lipsynchroon; (2) doublure; vervanger; stand-in; double; (3) hergieting; hermunting; vermunting
吹田suita Suita
吹雪fubuki sneeuwstorm; winterstorm; sneeuwjacht
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.9 sec. jiten.nl: 1 treffer, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: '吹', strategie: exact). 
2005-2021