日蘭辭典+

149 resultaten voor 「天」
日蘭辭典 (titelwoord)
ame
zn. hemel m. ¶ 天が下 het ondermaansche.
ten
zn. (1) [] hemel m. (2) [天國] de Hemel m. (3) [天命] voorbeschikking v. (4) [上部] top m. ¶ に誓ふ den Hemel tot getuige roepen; zweren. ¶ を畏れる God vreezen; godvruchtig zijn. ¶ hemelsch. ¶ 與え zegening des Hemels; gave Gods. ¶ に hemelwaarts; ten hemel. ¶ なりなり Gods wil geschiedde.
日蘭辭典 (trefwoord)
mei
zn. (1) [命令] bevel o.; last m. (2) [生命] leven o. (3) [運命] lot o.; levenslot o.; noodlot o.; voorbeschikking v. ¶ より op last. ¶ 守る bevelen opvolgen. ¶ これなり dit is het bevel des hemels. ¶ に在り ons lot is door den hemel voorbeschikt. ¶ 彼の危し ik vrees voor zijn leven.
haizai配劑
(配剤) zn. recept o.; bereiding van medicijn. ¶ の配劑 beschikking des hemels.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <天>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
天に向かって唾を吐くtennimukattetsubakiwohaku [lett.] naar de hemel spuwen; ± die naar de hemel spuwt; spuwt in zijn eigen aangezicht; ± die een steen naar de hemel werpt; krijgt hem zelf op het hoofd
天に唾して己が面にかかるtennitsubashiteonoregatsuranikakaru die naar de hemel spuwt; spuwt in zijn eigen aangezicht; ± die een steen naar de hemel werpt; krijgt hem zelf op het hoofd
天に唾すtennitsubasu [lett.] naar de hemel spuwen; ± die naar de hemel spuwt; spuwt in zijn eigen aangezicht; ± die een steen naar de hemel werpt; krijgt hem zelf op het hoofd
天の川 ; 天の河amanogawa de melkweg; melkwegstelsel; galactisch stelsel
天の邪鬼amanojaku (1) tegendraads persoon; dwarsligger; dwarsdrijver; dwarskop; Jantje contrarie; [Belg.N.] koppigaard; (2) tegendraadsheid; contramine; dwarsdrijverij; (3) [in sprookjes] duivel; demon; (4) [boeddh.] duivel vertrappeld door de vier beschermgoden of twee humane vorsten; [i.h.b.] Vaiśravaṇa's op de buik gedragen demonenkop; (5) [dierk.] witbuikspecht; Dryocopus javensis
天のamano in de hemel zich bevindend; tot de hemel behorend; des hemels
天のameno in de hemel zich bevindend; tot de hemel behorend; des hemels
天は二物を与えずtenhanibutsuwoataezu [lett.] de Hemel verleent geen dubbele gaven
天は自ら助くる者を助くtenhamizukaratasukurumonowotasuku help u zelf; zo helpt u God; ± doe uw best; God doet de rest
天を仰いで唾するtenwoaoidetsubakisuru [lett.] naar de hemel spuwen; ± die naar de hemel spuwt; spuwt in zijn eigen aangezicht; ± die een steen naar de hemel werpt; krijgt hem zelf op het hoofd
天パンtenpan ovenplaat
天上tenjou (1) hemel; (2) hemelrijk; (3) hemelvaart; [i.h.b.] dood; (4) summum; het ultieme; (5) eerste verdieping; bovenverdieping
天上のtenjouno hemels
天下tenka (1) wereld; ondermaanse; (2) hele; ganse land; geheel het land; rijk; (3) bewind; regering; heerschappij
天下のtenkano (1) van de wereld; ter wereld; (2) van hele; ganse land; van geheel het land; rijk; (3) wereldberoemd; wereldvermaard; overbekend; welbekend; algemeen bekend
天下るamakudaru (1) uit de hemel vallen; neerdalen; komen; (2) [fig.] geparachuteerd worden; de overheidsdienst verlaten voor de privésector
天下一品tenkaippin het fijnste; lekkerste; beste ter wereld
天下太平tenkataihei (1) universele vrede; rust in het hele land; (2) volkomen vreedzaam; geheel onbekommerd
天下無敵tenkamuteki zijns gelijke niet hebben; kennen; zonder weerga; [~の] weergaloos; ongeëvenaard; niet te evenaren; onovertroffen; onoverwinnelijk
天下統一tenkatouitsu eenmaking van het rijk; [i.h.b.] Japanse eenwording
天井tenjou (1) plafond; zoldering; plafonnering; [w.g.; oneig.] zolder; (2) [m.b.t. lonen; prijzen enz.] plafond; bovengrens; maximum; [i.h.b.] plafondprijs; [i.h.b.] maximumprijs
天井桟敷tenjousajiki [theat.] engelenbak; galerij; schellinkje; [Belg.N.; w.g.] paradijs; [Belg.N.; niet alg.] uil; [gew.] uilenbank
天体tentai [astron.] hemellichaam; [lit.t.] hemelbol
天体望遠鏡tentaibouenkyou [astron.] astronomische verrekijker; kijker; telescoop; sterrenkijker
天体物理学tentaibutsurigaku astrofysica; astrofysische wetenschappen
天使tenshi engel; hemeling
天使が通るtenshigatooru er gaat een dominee voorbij
天使祝詞tenshishyukushi [r.-k.] engelse groet; [gew.] engelse groetenis; Ave Maria; [afk.] A.M.; ave; weesgegroet; weesgegroetje
天使魚tenshigyo [dierk.] Braziliaanse maanvis; Pterophyllum scalare
天保tenpou [Jap.gesch.] Tenpō [= naam van een Japanse periode; 1830-1844]
天候tenkou weer
天分tenbun (1) natuurtalent; natuurlijke begaafdheid; natuurlijke bekwaamheid; natuurlijke kundigheid; natuurlijke gave; (2) natuurlijke status; natuurlijke positie; (3) hemelse missie; natuurlijke roeping
天台宗tendaishyuu Tendai-boeddhisme
天啓tenkei hemelse openbaring; revelatie; teken uit de hemel
天国tengoku hemel; paradijs
天地創造tenchisouzou de schepping van de wereld; wereldschepping
天地ametsuchi (1) hemel en aarde; heelal; (2) goden in de hemel en op aarde; hemelgoden en aardse goden; pantheon; (3) ametsuchi-pangram
天地tenchi (1) hemel en aarde; (2) heelal; universum; (3) wereld; schepping; natuur; (4) gebied; terrein; wereld; land; (5) boven- en onderkant
天壌tenjou hemel en aarde
天壌無窮tenjoumukyuu eeuwig als hemel en aarde; eeuwigdurend als het universum
天変tenpen hemelfenomeen; (hemels voorteken van een) natuurramp
天変地異tenpenchii buitengewone gebeurtenissen in de natuur; uitzonderlijke natuurfenomenen; natuurrampen
天子tenshi (1) [Chin.gesch.] Zoon des hemels; keizer; (2) [Jap.gesch.] keizer; tennō; (3) [boeddh.] devatā; (4) [boeddh.] deva-putra
天守閣tenshyukaku donjon; versterkte hoofdtoren; slottoren; burchttoren; kasteeltoren
天幕tenmaku (1) plafonddoek; (2) tent
天引きtenbiki aftrek; aftrekking; inhouding; korting; vermindering
天引きするtenbikisuru aftrekken; inhouden; in mindering brengen; eraf doen
天性tensei wezen; natuur; aard; inborst; karakter; inslag; instelling
天才tensai (1) genie; genialiteit; begaafdheid; (2) genie; geniaal persoon; iemand van genie
天才画家tensaigaka begenadigd schilder; geniaal schilder
天才的tensaiteki geniaal; uitzonderlijk getalenteerd; bijzonder begaafd
天才的なtensaitekina geniaal; uitzonderlijk getalenteerd; bijzonder begaafd
天授tenju (1) geschenk van de hemel; godsgeschenk; [lit.t.] hemelval; [i.h.b.] talent; aanleg; natuurtalent; (2) [Jap.gesch.] Tenju-periode (1375-1381); (3) [boeddh.gesch.] Devadatta
天敵tenteki natuurlijke vijand
天文tenmon (1) hemelverschijnselen; hemeltekenen; (2) [astrol.] astrologie; sterrenwichelarij
天文台tenmondai sterrenwacht; observatorium
天文学tenmongaku astronomie; sterrenkunde; [w.g.] uranologie; [veroud.] astrologie
天文学的数字tenmongakutekisuuji astronomische cijfers; astronomische bedragen
天文学者tenmongakushya astronoom; sterrenkundige; [w.g.] uranoloog
天文航法tenmonkouhou astronomische navigatie; astronavigatie
天橋立amanohashidate Amanohashidate [begroeide zandrug van ca. 40 à 100 m bij 3km in de baai van Miyazu 宮津; pref. Kioto; één van de drie mooiste landschappen van Japan]
天気予報tenkiyohou weersvoorspelling; weerbericht; weerprognose; weersverwachting; [i.h.b.] weerrapport; [i.h.b.] weerpraatje
天気図tenkizu [meteo.] weerkaart; weertafel
天気tenki (1) weer; (2) mooi weer; fraai weertje; helder weer; (3) humeur; stemming; bui; luim; (4) 's keizers humeur
天津tenshin (1) Tiānjīn; Tientsin; (2) [Chin. astron.] Tiānjīn [naam van een constellatie van negen sterren in het sterrenbeeld Zwaan (omvat o.a. de sterren α Cyg; ζ Cyg en δ Cyg)]; (3) Tenshin-perzik
天津 ; テンチンtenchin Tiānjīn; Tientsin
天涯tengai (1) hemeleinde; hemelgrens; einder; horizon; kim; (2) uiterst verre plaats; afgelegen gebied; uithoek; buitenplaats; buitengewest; buitenpost
天涯孤独tengaikodoku afgezonderd bestaan; het moederziel alleen-zijn; volstrekte verweesdheid
天満tenma Tenma
天満宮tenmanguu Tenmangū [= heiligdom gewijd ter nagedachtenis van Sugawara no Michizane; patroon van de geleerdheid]
天火tenka (1) brand; vuur door blikseminslag; (2) [Kanpō-geneesk.] hemelse vuren [omvat de zon; meteoren; Mars en de bliksem als vuurlichamen]
天火tenpi oven; bakoven
天災tensai natuurramp; natuurgeweld; [jur.] geval van overmacht; force majeure
天災は忘れた頃にやって来るtensaihawasuretakoroniyattekuru [lett.] de ramp slaat toe wanneer je haar vergeten bent
天然tennen (1) natuur; (2) natuurlijk; van nature; natuur-
天然ウランtennenuran [delfst.] natuurlijk uranium
天然ガスtennengasu aardgas; natuurgas; brongas; putgas; moerasgas
天然ガスパイプラインtennengasupaipurain aardgaspijpleiding; aardgaspijplijn; aardgasleiding
天然ガス埋蔵地tennengasumaizouchi aardgasveld; aardgasbel; aardgasreservoir
天然ガス田tennengasuden aardgasveld; aardgasbel
天然ガス輸送管路tennengasuyusoukanro aardgaspijpleiding; aardgaspijplijn; aardgasleiding
天然果実tennenkajitsu [jur.] natuurlijke vruchten
天然痘tennentou [geneesk.] pokken; pokziekte; kinderpokken; variola; [niet alg.] variolen
天然磁石tennenjishyaku natuurmagneet
天然繊維tennenseni natuurvezel
天然記念物tennenkinenbutsu natuurmonument; [i.h.b.] beschermde diersoort; plantensoort; habitat; geologische formatie; beschermd natuurgebied
天然資源tennenshigen natuurlijke rijkdommen; natuurlijke hulpbronnen
天狗tengu (1) tengu [fantastisch wezen dat in de hemel of diep in het gebergte leeft; wordt voorgesteld in de gedaante van een bergasceet; met een rood gezicht; een lange neus; vleugels; lange nagels; en in het bezit van pelgrimsstok; zwaard en waaier; het wezen wordt bovennatuurlijke macht toegeschreven en zou in staat zijn te vliegen]; (2) bergasceet; (3) [no-theater] tengu-masker; (4) duivel [term waarmee missionarissen aan het eind van de Muromachi-periode het begrip "duivel" vertaalden]; (5) trots; verwaandheid; eigenwaan; (6) trotsaard; opschepper; pocher; kwast; pedant; (7) grote vallende ster; (8) spel waarbij drie deelnemers elk een regel van resp. vijf; zeven en vijf moren improviseren en tot een haiku smeden
天狗の太刀tengunotachi [dierk.] zee-eenhoorn; Eumecichthys fiski
天狗俳諧tenguhaikai spel waarbij drie deelnemers elk een regel van resp. vijf; zeven en vijf moren improviseren en tot een haiku smeden
天狗星tengusei opvallend grote vallende ster
天王tennou (1) [boeddh.] devarāja [= hemelkoning]; (2) [boeddh.] devêndra [= leider der goden]; (3) [boeddh.] Gośīrṣa Devarāja; (4) [Chin.gesch.] keizer
天王寺tennouji (1) Tennōji; (2) Tennōji [= Tempel van de Hemelse Koningen]
天王山tennouzan (1) [fig.] beslissend ogenblik; cruciaal moment; kritisch punt; scharnierpunt; beslissende confrontatie; uur der waarheid; (2) Tennōzan
天王星tennousei [astron.] Uranus
天球tenkyuu hemelbol; hemelrond; hemelsfeer; hemelgewelf; hemeldak; firmament; [lit.t] uitspansel; [veroud.] hemelkloot
天球儀tenkyuugi hemelbol; hemelglobe
天理tenri (1) natuurwet; wetten van de natuur; Hemel; (2) Tenri
天理教tenrikyou (1) [rel.] Tenrikyō [naam van een Japanse religieuze beweging]; (2) [rel.] Tiānlǐjiào [naam van een geheim religieus genootschap tijdens de Qīng-dynastie]
天界tenkai (1) hemel; hemels gebied; [form.] firmament; (2) [chr.] hemelrijk; koninkrijk der hemelen; (3) [boeddh.] divya [= hemel]
天皇制tennousei [Jap.pol.] tenno-systeem; tennoïsme; tennocratie
天皇皇后両陛下tennoukougouryouheika Hunne Majesteiten de Keizer en Keizerin; Hunne Keizerlijke Majesteiten
天皇誕生日tennoutanjoubi Japanse feestdag ter gelegenheid van de verjaardag van de keizer; Keizersdag [23 december]
天皇賞tennoushyou keizersprijs; keizersbeker; keizerscup
天皇陛下tennouheika Zijne Majesteit de Keizer; Z.M. de Keizer
天皇tennou tenno; Japanse keizer
天知る地知る我知る人知るtenshiruchishiruwareshiruhitoshiru de hemel weet ervan; de aarde weet ervan; ik weet ervan en anderen weten ervan [= het is een publiek geheim]
天神tenjin (1) hemelgod; [boeddh.] deva; (2) Tenjin-heiligdom; (3) courtisane van de tweede hoogste rang; (4) [volkst.] pit van een ingemaakte pruim; (5) Tenjin-haarcoupe; (6) [nō-jargon] tenjin-masker [= masker dat een toornige godheid voorstelt]; (7) Tenjin [= shintō-naam van Sugawara no Michizane 菅原道真]
天神祭tenjinmatsuri (1) Tenjin-viering [ter nagedachtenis van de sterfdag van Sugawara no Michizane 菅原道真 op 25 februari]; (2) Tenjin-festival [gehouden nabij het Tenmangū 天満宮-heiligdom te Osaka op 25 juli]
天秤tenbin balans; weegschaal; schaal; bascule
天秤座tenbinza [astron.; astrol.] Weegschaal; Libra
天秤棒tenbinbou juk; draagjuk
天空tenkuu hemel; lucht
天空海闊tenkuukaikatsu immens; onmetelijk als de hemel en de zee; [fig.] grootmoedig
天窓tenmado [bouwk.] dakraam; daklicht; zolderraam; zolderlicht; bovenlicht; vallicht; abat-jour; lichtkoepel; lantaarn; koekoek
天竜tenryuu (1) [boeddh.] deva-nāga; (2) hemeldraak
天竺tenjiku (1) India; (2) hemel; (3) hoogte; top; (4) [verk.] soort ruwe katoenen stof van Indiase origine; (5) [prefix dat de uitlandse; niet-Japanse origine van het grondwoord aangeeft]; (6) te heet; te pikant
天竺木綿tenjikumomen soort ruwe katoenen stof van Indiase origine
天竺鼠tenjikunezumi [dierk.] cavia; Guinees biggetje; [inform.] marmot; Cavia porcella
天網tenmou [lett.] Hemels net; hemelse vergelding
天網恢々疎にして漏らさずtenmoukaikaisonishitemorasazu ± Gods molens malen langzaam; maar zeker
天罰tenbatsu hemelse straf; hemelse wraak; hemelse vergelding; wraak des hemels; toorn Gods; gesel Gods; [i.h.b.] wrekende gerechtigheid; [fig.] Nemesis
天職tenshyoku roeping; zending; hogere opdracht
天草市amakusashi de stad Amakusa
天草諸島amakusashyotou Amakusa-eilanden
天草amakusa (1) Amakusa-eilanden; (2) de stad Amakusa
天草tengusa [plantk.] agarwier; Gelidium amansii
天蓋tengai (1) [boeddh.] baldakijn; (2) [zenboeddh.] biezen klokhoed van een bedelmonnik; [meton.] bedelmonnik; (3) [boeddh.] octopus; (4) hemel; [lit.t.] uitspansel; [lit.t.] zwerk; [lit.t.] firmament
天象tenshyou (1) astronomisch verschijnsel; hemelverschijnsel; luchtverschijnsel; [veroud.] hemelteken; (2) luchtgesteldheid; weersgesteldheid; weer
天象儀tenshyougi planetarium; planetolabium
天辺 ; 頂辺teppen top; hoogste punt; bovenste gedeelte; [頭の] kruin
天道虫 ; 瓢虫 ; 紅娘 ; テントウムシtentoumushi [dierk.] lieveheersbeestje; onzelieveheersbeestje; zonnekever; zonnekevertje; Coccinella duodecimpunctata; [i.h.b.] lieveheershaantje; onzelieveheershaantje; lievevrouwebeestje; Coccinella septempunctata; [gew.] engeltje; [gew.] kapoentje; [gew.] piempampoentje; pimpampoentje; [gew.] piepauw
天野amano Amano
天降りamakudari (1) nederdaling uit de hemel; (2) aanstelling van een voormalige; gepensioneerde ambtenaar in dienstbetrekking bij een groot bedrijf; parachutisme
天降りするamakudarisuru (1) neerdalen uit de hemel; (2) als voormalige; gepensioneerde ambtenaar aangesteld worden in dienstbetrekking bij een groot bedrijf; parachuteren
天降り人事amakudarijinji parachutisme
天際tensai einder; kim; horizon
天領tenryou (1) shogunaal domein; domein dat het Tokugawa-shogunaat toebehoort; (2) kroondomein; domein dat de Keizer toebehoort
天馬tenba (1) [Chin.myth.] hemels paard; hemelros; (2) toppaard; (3) [Gr.myth.] het gevleugelde paard; het vliegende paard; Pegasus
天馬空を行くtenbakuuwoiku een hoge vlucht nemen; vleugelen aanschieten; ten top stijgen
天高く馬肥ゆtentakakuumakoyu [lett.] de hemel staat hoog en de paarden worden vet
天高く馬肥ゆる秋tentakakuumakoyuruaki [lett.] de herfst met zijn heldere hemels en aankloekende paarden
天鵞絨 ; ビロードbiroodo fluweel; velours; [veroud.; lit.t.] fulp; felp; [veroud.; lit.t.] sameet; sammet; samijt; [gew.] floers; [gew.] paan; pane
天麩羅 ; テンプラtenpura (1) [cul.] tempura [Japans gerecht bestaande uit met beslag bestreken en gefrituurde stukjes vis of groente]; (2) verguldsel; bekleedsel; dekmantel; (3) spookstudent
ten (1) hemel; lucht; firmament; uitspansel; (2) hemel; empyreum; (3) Hemel; God; Voorzienigheid; Providentie
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.28 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 145 treffers (zoekopdracht: '天', strategie: exact). 
2005-2021