日蘭辭典+

143 resultaten voor 「愛」
日蘭辭典 (titelwoord)
ai
zn. liefde v. ¶ 愛する liefhebben; houden van; gehecht zijn aan.
日蘭辭典 (trefwoord)
aisuru愛する
t.w. liefhebben. ¶ すべき lief.
dake
(だけ) bw. (1) [ばかりのみ] alleen maar; slechts; niet meer dan. (2) [相當價値] ter waarde van; een hoeveelheid van; ten minste (少なくも). (3) [程度、範圍] zoo ver als......; hoe meer ...... hoe meer (……すれば其れ). ¶ のペンは是か zijn dit al de pennen uit de doos? ¶ 今度は勘辨してやる voor dezen keer zal ik het door de vingers zien. ¶ 三切手を三下さい geef mij voor drie yen postzegels van drie cent ¶ 彼は知らせねばならぬ hij althans dient te worden ingelicht. ¶ 自由愛する壓世を憎む hij haat verdrukking evenzeer als hij de vrijheid liefheeft. ¶ 高ければ高いよくなる hoe duurder het is hoe beter de kwaliteit. ¶ 軍人zooals een goed soldaat betaamt.
SUPPLEMENT (trefwoord)
liefde

(znw, de)
(1) ai (een breed begrip dat voor alle mensen en ook dieren en dingen kan opgaan)
(2) koi ; ren’ai 恋愛 (specifiek de romantische en seksuele liefde tussen twee mensen)
(3) rabu ラブ (meest in samenstellingen)
¶ Moederliefde. Haha no ai の愛 [boseiai 性愛]。¶ Liefde voor muziek. Ongakuai. 音楽愛。(G) ¶ Omdat liefde niet kan liegen. Ai wa itsuwarenai kara. 愛は偽れないから。(Twitter) ¶ Een emotionele liefdesverklaring. Kandou shita koi [ai] no kokuhaku. 感動した恋[愛]の告白。(Twitter, ref. G.) ¶ Hij is mijn eerste liefde. Kare wa watashi no hatsukoi no hito desu. の初恋のです。(TA) ¶ Het was voor hem liefde op het eerste gezicht. Kare wa hitome de kanojo ni koi wo shita. は一目で女に恋をした。(TTC) ¶ de liefde bedrijven seikou suru 性交する [sekkusu suru セックスする]. (ref) Liefde maakt blind. Koi [ai] wa moumoku. 恋[愛]は盲目。(TA) ¶ liefdesaffaire rabu afea ラブ・アフェア ¶ liefdesbrief raburetaa ラブレター (ref)

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <愛>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
愛おしむitooshimu (1) vertroetelen; liefhebben; liefkozen; diepe genegenheid voelen; (2) te doen hebben met; medelijden hebben met; meeleven; empathiseren; (3) koesteren
愛くるしいaikurushii lief; charmant; innemend; aantrekkelijk; bekoorlijk; lieflijk; schattig; snoezig; honneponnig; lieftallig; aanminnig; aanvallig; [w.g.] aanminnelijk
愛くるしげaikurushige lief; charmant; innemend; aantrekkelijk; bekoorlijk; lieflijk; schattig; snoezig; honneponnig; lieftallig; aanminnig; aanvallig; [w.g.] aanminnelijk
愛くるしさaikurushisa lieftalligheid; charme; innemendheid; aantrekkelijkheid; bekoorlijkheid; lieflijkheid; aanminnigheid; aanvalligheid
愛しいitoshii (1) dierbaar; lief; geliefd; bemind; teder; (2) erbarmelijk; arm; beklagenswaardig
愛しく思うitoshikuomou tedere gevoelens koesteren; teder; vol liefde denken aan; beminnen; liefhebben; [lit.t.] minnen
愛し子itoshigo geliefd; lief; bemind; welbemind kind; lievelingskind; troetelkind
愛すaisu houden van; beminnen; liefhebben
愛すべきaisubeki (1) lief; beminnelijk; aanminnig; aimabel; [w.g.] aanminnelijk; (2) sympathiek; innemend; aardig
愛するaisuru houden van; beminnen; liefhebben; liefde toedragen; graag mogen; [lit.t.] minnen; [lit.t.] lieven; [attr.] liefhebbend; [attr.] dierbaar; [attr.] geliefd; [attr.] lief; [attr.] bemind
愛でたしmedetashi zalig; geweldig; heerlijk; fantastisch; prachtig; schitterend
愛と憎しみaitonikushimi liefde en haat
愛のないainonai  ; liefdeloos; koud; gevoelloos; stiefmoederlijk; hardvochtig; harteloos
愛の巣ainosu liefdesnest; liefdesnestje
愛の結晶ainokesshyou de vrucht van iems. liefde; liefdesvrucht
愛らしいairashii beminnelijk; lief; lieflijk; liefelijk; lieftallig; aanbiddelijk; bekoorlijk; aanvallig
愛らしさairashisa bekoorlijkheid; liefheid; lieflijkheid; lieftalligheid; beminnelijkheid; aanminnigheid; aanvalligheid; aanbiddelijkheid
愛人aijin (1) minnaar; geliefde; lief; beminde; liefste; amant; vrijer; liefde; vlam; vriend; [inform.] kloris; [w.g.; gew.] vent; [scherts.] trekpleister; [gew.; veroud.] pol; (2) minnares; maîtresse; geliefde; lief; meisje; beminde; vrijster; liefste; liefde; vlam; vriendin; belle; [iron.] dulcinea; [Barg.; volkst.] mokkel; [scherts.] trekpleister; [lit.t.; veroud.] gebiedster; [veroud.] boelin; [euf.] chère amie
愛他主義aitashyugi altruïsme; onzelfzuchtigheid; onbaatzuchtigheid
愛他主義者aitashyugishya altruïst; onzelfzuchtige
愛他心aitashin altruïsme; onbaatzuchtigheid
愛他説aitasetsu altruïsme; onzelfzuchtigheid; onbaatzuchtigheid
愛児aiji geliefd kind; z'n lief kind; bemind kind; [veroud.] zoetelief kind; kindlief; kindjelief; troetelkind; lieveling; lievelingskind; benjamin; [gew.] keppekind; [fig.] oogappel
愛党心aitoushin partijgevoel; partijgeest; partijzucht
愛吟aigin favoriete gedicht; poëzie; lievelingsgedicht; lievelingspoëzie
愛吟するaiginsuru met plezier voordragen; graag declameren; reciteren
愛唱aishyou het (dol)graag zingen [van een lied; deuntje]; het met plezier zingen; het graag brengen
愛唱するaishyousuru [een lied; deuntje] (dol)graag zingen; met plezier zingen; graag brengen
愛唱歌aishyouka lievelingslied; lijflied; lievelingsdeuntje; graag gezongen lied; favoriet lied
愛唱歌集aishyoukashyuu bundel lievelingsliederen; verzameling van favoriete liederen
愛器aiki geliefd gereedschap; apparaat; instrument; lievelingsgereedschap; lievelingsapparaat; lievelingsinstrument
愛国aikoku vaderlandsliefde; liefde tot het vaderland; liefde voor het land; amor patriae; patriottisme
愛国のaikokuno patriottisch; patriots; vaderlandslievend; vaderlandsgezind; vaderlandminnend; vaderlands
愛国の日aikokunohi [in de VS] Patriottendag; Patriot Day [gedenkdag (11 sept) voor de slachtoffers van 11 september 2001]
愛国主義aikokushyugi patriottisme; vaderlandsliefde; nationalisme; burgerzin
愛国心aikokushin patriottisme; gevoelens van vaderlandsliefde; vaderlandszin; liefde tot het vaderland; liefde voor het land; vaderlandsgezindheid; nationalisme; nationale gevoelens; vaderlandse gezindheid; nationaliteitsgevoel; patriottische geest; vaderlandslievende gevoelens; vaderlandsgezinde gevoelens; patriotse gevoelens
愛国的aikokuteki patriottisch; patriots; vaderlandslievend; vaderlandminnend; vaderlandsgezind; vaderlands
愛国者aikokushya patriot; vaderlandslievend persoon; vaderlander; vaderlandsgezinde
愛国者法aikokushyahou [jur.] U.S.A. Patriot Act; [verk.] Patriot Act
愛執aishyuu affectieve gehechtheid; affectieve afhankelijkheid
愛好aikou liefde; voorliefde; gading
愛好するaikousuru houden van; dol; gek; verzot zijn op; een liefhebber; enthousiast zijn van; een voorliefde hebben voor; genoegen scheppen in; gesteld zijn op; veel ophebben met; -lievend zijn; -minnend zijn; -gezind zijn
愛好家aikouka liefhebber; fan; fanaat; enthousiast; enthousiasteling; aficionado; [gew.] amateur; -fiel; -minnaar; -vriend; -freak
愛好者aikoushya liefhebber; fan; fanaat; enthousiast; enthousiasteling; aficionado; [gew.] amateur; -fiel; -minnaar; -vriend; -freak
愛妓aigi favoriete geisha; favoriete meisje
愛妻aisai z'n geliefde echtgenote; z'n liefste vrouwtje; z'n lieve vrouw; vrouwlief; z'n teerbeminde echtgenote; z'n welbeminde vrouw
愛妻家aisaika toegewijde echtgenoot; liefhebbende man; man die dol is op zijn vrouw
愛妻弁当aisaibentou met toewijding door vrouwlief bereid lunchpakket
愛娘manamusume lieve dochter; geliefde dochter; beminde dochter; dochterlief
愛媛 ; 愛比売 (bet.1)ehime (1) Ehime [alternatieve naam voor de provincie Iyo 伊予]; (2) Ehime [Japanse prefectuur]
愛嬢aijou welbeminde dochter; geliefde dochter
愛子aiko Aiko
愛子aishi geliefd kind; z'n lief kind; bemind kind
愛子itoko dierbare; geliefde; lief; beminde
愛子manago geliefd kind; z'n lief kind; bemind kind
愛宕 ; 阿多古 ; 愛宕護atago (1) Atago [berg in het uiterste noordwesten van Kioto]; (2) Atago-heiligdom op de berg Atago
愛己主義aikoshyugi eigenliefde; egoïsme; zelfzucht
愛情aijou liefde; genegenheid; toegenegenheid; affectie; [veroud.; lit.t.] min; [veroud.; lit.t.] minne
愛情のあるaijounoaru liefhebbend; liefdevol; liefderijk; warm; warmhartig; hartelijk
愛情のこもったaijounokomotta hartelijk; liefhebbend; liefderijk; liefdevol; teder; toegenegen; aanhalig
愛情のないaijounonai liefdeloos; kil; gevoelloos; harteloos; koud; koel
愛惜するaisekisuru (1) gehecht zijn aan; hechten aan; koesteren; genegen zijn; een warm hart toedragen; (2) niet graag zien vertrekken
愛惜aiseki (1) gehechtheid; koestering; (2) weemoed; treurnis
愛想aiso (1) vriendelijkheid; minzaamheid; voorkomendheid; heusheid; (2) compliment; beleefdheidsbetuiging; loftuiting; [fig.] pluim; (3) versnapering; spijs; drank waarmee men iem. onthaalt; onthaal; traktatie; (4) rekening; bon
愛想がいいaisogaii vriendelijk; aardig; sympathiek; gemoedelijk; joviaal; prettig in de omgang; plezierig; [Belg.N.] plezant; hartelijk; gezellig; beste
愛想が尽きるaisogatsukiru het geduld verliezen; niet langer kunnen verdragen; beu worden; genoeg krijgen van; niet meer willen weten van; z'n bekomst krijgen van
愛想のいいaisonoii vriendelijk; aardig; sympathiek; gemoedelijk; joviaal; prettig in de omgang; plezierig; [Belg.N.] plezant; hartelijk; gul; gastvrij; gezellig; beste
愛想のないaisononai bot; bars; onvriendelijk; nors; kortaf
愛想よくするaisoyokusuru aardig; vriendelijk doen tegen
愛想を尽かすaisowotsukasu [友達に~] zich afwenden van; de vriendschap opzeggen; afgerekend hebben met; zich er niet meer mee inlaten; het gehad hebben met; niets meer moeten weten van; schoon genoeg hebben van; z'n handen aftrekken van; afzweren; niets meer met iem. te maken willen hebben; het tafellaken tussen zich en iem. anders doorsnijden
愛想を言うaisowoiu complimenteren; een complimentje geven; een vleiende opmerking maken
愛想尽かしaisozukashi (1) het opraken van goodwill; welwillendheid; [i.h.b.] hatelijkheid; venijnigheid; (2) rekening; bon
愛想尽かしを言うaisozukashiwoiu hatelijkheden debiteren; spuien; hatelijke; venijnige opmerkingen maken; venijnigheden zeggen
愛想笑いaisowarai beleefdheidslachje; gemaakte glimlach
愛慕aibo innige liefde
愛慕するaibosuru innig liefhebben; veel van iemand houden
愛慾aiyoku (1) lust; begeerte; passie; (2) wellust; zinnenlust; hartstocht; lusten
愛憎aizou liefde en; of haat
愛戯aigi liefdesspel; minnespel
愛撫aibu liefkozing; streling; aanhaling; aai; tederheid; [veroud.; gew.] stroking
愛撫するaibusuru liefkozen; strelen; aaien; aanhalen; caresseren; kozen; troetelen; [veroud.; gew.] stroken; [niet alg.] strijken
愛敬のある ; 愛嬌のあるaikyounoaru (1) charmant; aantrekkelijk; beminnelijk; bekoorlijk; lieflijk; innemend; sympathiek; charmerend; ontwapenend; vertederend; lieftallig; aanminnig; aanvallig; [w.g.] aimabel; [w.g.] aanminnelijk; (2) vriendelijk; aardig; lief; minzaam; gemoedelijk; affabel; suave
愛敬のない ; 愛嬌のないaikyounonai onvriendelijk; ongenietbaar; onaangenaam; onaantrekkelijk; bars; bits; [Belg.N.] bitsig; onaardig; slechtgezind; onsympathiek; antipathiek; bot; kortaf; zuur; nors; stuurs; vervelend; naar; onhebbelijk; onbeminnelijk; ongezellig; onplezierig; onvrolijk; koel
愛敬を振りまく ; 愛嬌を振りまく ; 愛敬を振り撒く ; 愛嬌を振り撒くaikyouwofurimaku aardig doen; vriendelijk begroeten; complimenteus zijn; complimentjes rondstrooien; zich bemind trachten te maken bij; in de gunst proberen te komen; in het gevlij trachten te komen; de charmeur uithangen; zich van een charmante kant laten zien; een charmeoffensief inzetten
愛敬日aikyoubi [hand.] respijtdagen; respectdagen; faveurdagen; discretiedagen; honneurdagen; nadagen
愛敬者 ; 愛嬌者aikyoumono (1) lollige vent; vrolijke frans; joviale kerel; jolige gast; leuke kerel; sympathiek type; aardige man; aangename persoon; (2) lollige meid; joviaal kind; jolig meisje; leuke meid; aardig ding; aanvallig kind; sympathieke vrouw; charmante dame; (3) grappig beest; leuk dier
愛敬 ; 愛嬌aikyou (1) charme; aantrekkelijkheid; beminnelijkheid; bekoorlijkheid; lieflijkheid; innemendheid; lieftalligheid; aanminnigheid; aanlokkelijkheid; aanvalligheid; [w.g.] aimabiliteit; (2) vriendelijkheid; minzaamheid; liefheid; gemoedelijkheid; affabiliteit; suaviteit
愛敬aikei liefde en respect
愛書aishyo (1) boekenliefhebberij; liefde voor het boek; bibliofilie; (2) favoriet boek; lievelingsboek
愛書家aishyoka boekenliefhebber; bibliofiel
愛染明王aizenmyouou (1) [boeddh.] Rāgarāja; (2) [boeddh.] Rāgarāja-liturgie
愛校aikou liefde voor z'n school; liefde voor z'n alma mater
愛校心aikoushin liefde voor z'n school; genegen gevoelens voor z'n alma mater
愛機aiki geliefd toestel; geliefde machine; lievelingstoestel; lievelingsmachine
愛欲aiyoku (1) lust; begeerte; passie; (2) wellust; zinnenlust; hartstocht; lusten; (3) Aiyoku [titel van een toneelstuk van Mushanokōji Saneatsu 武者小路実篤; 1926]
愛煙家aienka gewoonteroker; regelmatige roker; verklaard roker; tabaksliefhebber
愛犬aiken (1) lievelingshond; geliefde viervoeter; z'n hond; hondje; (2) hondenliefhebberij
愛犬家aikenka hondenliefhebber; hondenvriend; kynoloog
愛猫aibyou (1) kattenliefhebberij; ailurofilie; (2) lievelingskat
愛猫家aibyouka kattenliefhebber; ailurofiel
愛玩 ; 愛翫aigan liefkozing; koestering; vertroeteling; troeteling
愛玩するaigansuru vertroetelen; troetelen; aanhalen; koesteren; liefkozen; kozen; in de watten leggen
愛玩動物aigandoubutsu huisdier; gezelschapsdier; lievelingsdier; troeteldier; knuffeldier; kroeldier
愛用aiyou het regelmatig gebruik maken van
愛用するaiyousuru regelmatig gebruik maken van
愛用のaiyouno favoriet; lievelings-; veelgebruikt; geliefd; dierbaar
愛用者aiyoushya geregelde; vaste gebruiker
愛着aichaku aanhankelijkheid; gehechtheid; genegenheid; affectie
愛着の深いaichakunofukai aanhankelijk; affectief
愛知aichi Aichi
愛社精神aishyaseishin (geest van) toegewijdheid aan het bedrijf; liefde voor de onderneming; bedrijfstrouw; loyaliteit tegenover de firma
愛禽家aikinka vogelliefhebber
愛称aishyou (1) koosnaam; vleinaam; troetelnaam; liefkozende naam; hypocoristicon; (2) roepnaam; volksnaam
愛縁 ; 相縁 ; 合縁aien (1) [boeddh.] liefdesrelatie; liefdesbetrekking; minne; min; (2) hechte relatie als tussen ouder; kind; man; vrouw of leraar; discipel
愛育aiiku liefdevolle opvoeding
愛育するaiikusuru liefdevol grootbrengen; liefderijk opvoeden
愛誦aishyou het graag voordragen [van een gedicht; versje]; het met plezier opzeggen; het graag oplezen; het met genoegen declameren; het graag reciteren; het graag brengen; [w.g.] het graag opsnijden; [gew.] het graag afzeggen; [gew.] het graag uitgalmen
愛誦するaishyousuru [een gedicht; versje] graag voordragen; met plezier opzeggen; graag oplezen; met genoegen declameren; graag reciteren; graag brengen; [gew.] graag uitgalmen; [w.g.] graag opsnijden; [gew.] graag afzeggen; [gew.] graag uitgalmen
愛誦歌aishyouka lievelingsgedicht; lijfgedicht; lievelingsversje; gedicht dat iem. graag voordraagt; favoriet versje; gedicht
愛読aidoku het graag lezen; leesliefhebberij
愛読するaidokusuru graag lezen
愛読書aidokushyo lievelingsboek; lievelingswerk; lievelingsgenre
愛読者aidokushya liefhebber (van een bep. boek; tijdschrift; schrijver; genre); fan
愛護aigo (1) bescherming; behoud; conservatie; (2) vriendelijke behandeling; liefderijke verzorging; liefdevolle verzorging
愛護するaigosuru (1) beschermen; behoeden; behouden; conserveren; (2) liefdevol verzorgen; met zachtheid behandelen; vriendelijk zijn voor
愛車aishya (1) eigen auto; eigen wagen; dierbare auto; geliefde wagen; [fig.] heilige koe; (2) eigen fiets; dierbare fiets
愛郷aikyou liefde voor de geboortestreek; liefde voor het geboorteland; heimatliefde
愛郷心aikyoushin heimatgevoel; heemliefde; heimatliefde; liefde tot de geboortestreek
愛顧aiko klandizie; begunstiging als klant; klantengunst; gunst
愛顧するaikosuru patroniseren; patroneren; begunstigen; favoriseren
愛飲aiin het regelmatig; graag drinken van een bepaalde drank
愛飲するaiinsuru regelmatig ~ drinken; gebruiken; [een bep. drank] graag lusten; wel een glaasje ~ lusten; houden van een glas ~
愛飲家aiinka iem. die regelmatig ~ drinkt; liefhebber [van drinken ; van een bep. drank]; iem. die houdt van een glas ; kop ~; [pregn.] drinker; [pregn.] liefhebber van een glaasje; [pregn.] drankliefhebber; [pregn.] kannenkijker; [Lat.] potator
愛餐aisan [chr.] agape; liefdemaal; vriendenmaal
愛馬aiba (1) paardenliefhebberij; (2) lievelingspaard
愛鳥aichou vogelliefhebberij; vogelbescherming
愛鳥家aichouka vogelliefhebber
愛鳥週間aichoushyuukan week van de vogelbescherming [jaarlijks van 10-16 mei]
ai liefde; [veroud.; lit.t.] min; [veroud.; lit.t.] minne; genegenheid; affectie; [Lat.] amor
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.36 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 139 treffers (zoekopdracht: '愛', strategie: exact). 
2005-2022