日蘭辭典+

52 resultaten voor 「所」
日蘭辭典 (titelwoord)
tokoro處、所
(ところ) zn. (1) [場所] plaats v. (2) [住所] woonplaats v.; verblijfplaats v. (3) [位置] positie v. (4) [土地] streek v. (5) [] punt o. (6) [] ding o. (7) [] moment o. (8) [場合] gelegenheid v. ¶ hoewel. ¶ では voor zoover; in zooverre als. ¶ 僕の見るでは naar mijn oordeel; mijns inziens.
日蘭辭典 (trefwoord)
omomuku赴く
i.w. (1) [行く] gaan; zich begeven naar. (2) [なる、傾く] worden; neiging hebben. ¶ 快方に赴く aan de beterende hand zijn; herstellende zijn; beter worden. ¶ 援助赴く gaan helpen; te hulp komen. ¶ 風潮の赴く de richting van den stroom; de geest des tijds.
fumuふむ
(踏む) i.w. (1) [踏付ける] trappen op; t.w. (2) [評價] schatten. (3) [履む] vervullen; verrichten; i.w. voldoen aan. ¶ 芝生を踏むな trap niet op het gras. ¶ 私の踏んだでは naar mijn schatting. ¶ 約束を履む voldoen aan een belofte.
manukareru免れる
i.w. ontloopen; ontkomen aan; verlost zijn van; t.w. vermijden. ¶ 免れ難い onvermijdelijk; onontkoombaar. ¶ 危い免れる ontkomen aan een gevaar.
igo圍碁
(囲碁) zn. go (het Japansche damspel) o. ¶ 圍碁指南 „hier wordt les gegeven in het go spel.”
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <所>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
所々 ; 所所 ; 処々 ; 処処tokorodokoro hier en daar; hier en ginder; her en der
所かdokoroka […~] [nadrukpartikel dat uitersten of contrasten verbindt]
所がtokoroga (1) […た~] [bevestigt een feit of drukt de totstandkoming van een situatie uit]; (2) […た~] [drukt toegeving uit] maar; toch; niettemin; (3) [legt een contrastief verband] maar; echter; toch; maar toch; [form.] doch; [form.] nochtans; [form.] evenwel
所でtokorode (1) […た~] [drukt toegeving of anticipatie uit] al; zelfs al; ook al; ongeacht of; (2) [signaleert de overgang naar een ander onderwerp] à propos; trouwens; overigens; tussen (twee) haakjes; (3) zodoende; daarom; vandaar; bijgevolg; (4) edoch; doch; echter; maar
所以yuen reden; grond
所作shyosa (1) daad; handeling; (2) houding; gedrag; gedraging; gesticulatie; postuur; [演技の] acteerwerk; optreden; pantomimiek; (3) [kabuki] dansbeweging; dans; (4) [boeddh.] karma; (5) werk; beroep
所司代shyoshidai (1) [Muromachi-gesch.] plaatsvervangend shoshi [= vicevoorzitter van de Raad van Samoerai]; (2) [Edo-gesch.] shoshidai [= shogunaal gouverneur te Kioto]
所在shyozai (1) plaats waar iemand; iets zich bevindt; verblijfplaats; whereabouts; het ergens zijn; locatie; ligging; situering; (2) daad; handeling; (3) positie; status; omstandigheden; toestand
所在地shyozaichi zetel; plaats waar iets gevestigd is; sedes; ligging
所変われば品変わるtokorokawarebashinakawaru ± andere streken; andere gewoonten
所定のshyoteino vastgesteld; bepaald; voorgeschreven; gedetermineerd; afgesproken; aangegeven; [Belg.N.] voorzien
所属shyozoku (1) het horen bij; het toebehoren tot; het verbonden zijn aan; het gelieerd zijn aan; het ingedeeld zijn bij; affiliatie; het geaffilieerd zijn aan; (2) horend bij; toebehorend tot; verbonden aan; gelieerd aan; ingedeeld bij; lid van; geaffilieerd aan; geattacheerd aan
所属するshyozokusuru horen bij; behoren tot; toebehoren tot; verbonden zijn aan; gelieerd zijn aan; zitten bij; lid zijn van; ingedeeld zijn bij; geaffilieerd zijn aan; onder bevel; commando staan van; geattacheerd zijn aan; ± werken voor
所帯shyotai (1) huishouding; huishouden; [niet alg.] menage; (2) gezinsleven; (3) gezin; huisgezin; familie; (4) vermogen; status
所得税shyotokuzei inkomstenbelasting; inkomensbelasting; inkomensheffing; loonbelasting
所得税申告書shyotokuzeishinkokushyo aangifte inkomstenbelasting; aangiftebiljet; aangifteformulier
所得革命shyotokukakumei inkomensrevolutie
所得shyotoku inkomen; inkomsten
所感shyokan (1) [boeddh.] effect; gevolg; uitkomst van een daad; (2) verwerving; verkrijging; (3) gedachte; indruk; impressie; mening
所持shyoji bezit; eigendom
所持するshyojisuru bezitten; in bezit hebben; bij zich hebben; hebben; dragen; meedragen
所有shyoyuu bezit; eigendom; possessie
所有するshyoyuusuru hebben; bezitten; in bezit hebben; in bezit zijn van; beschikken over; houden; in handen hebben; in eigendom hebben; eigenaar zijn van
所有地shyoyuuchi landbezit; grondbezit; grondbezitting; landeigendom; grondeigendom; possessie; land; landerijen die iem. bezit
所有格shyoyuukaku [taalk.] possessieve genitief; naamval die de bezitter aanduidt
所有権shyoyuuken eigendomsrecht; titel van eigendom; eigendom
所有者shyoyuushya eigenaar; bezitter; houder
所望するshyomousuru wensen; verlangen; verzoeken; aanvragen; vragen om; willen
所望shyomou wens; verlangen; verzoek; aanvraag
所構わずtokorokamawazu om het even waar; het maakt niet uit waar; waar dan ook; zo maar ergens
所沢tokorozawa Tokorozawa
所為sei (1) gevolg; consequentie; resultaat; uitvloeisel; voortvloeisel; effect; (2) schuld; verantwoordelijkheid (voor iets slechts); (3) door; wegens; vanwege; tengevolge van; te wijten aan; toe te schrijven aan; toe te kennen aan; veroorzaakt door; doordat; [arch.] doordien [in de constructie no sei de のせいで]
所為にするseinisuru toeschrijven; wijten; toerekenen; toedichten; verantwoordelijk stellen; de schuld geven; ten laste leggen; aanwrijven; aanrekenen; [Belg.N.] steken op
所管shyokan rechtsbevoegdheid; bevoegdheid; jurisdictie; competentie
所蔵shyozou bezit; eigendom
所要shyoyou [~の] nodig; benodigd; vereist; noodzakelijk
所見shyoken (1) zienswijze; visie; kijk; denkbeeld; inzicht; opvatting; mening; opinie; oordeel; beschouwing; aanmerking; (2) [geneesk.] advies; deskundigenmening; diagnose; bevinding; indruk; observatie
所記shyoki (1) het opgetekende; het genoteerde; (2) [taalk.] betekende; concept; signifié
所詮 shyosen uiteindelijk; toch; finaal; ten slotte
所説shyosetsu (1) verklaring; bewering; uiteenzetting; uitleg; (2) mening; opinie; inzicht; beschouwing; denkbeeld; gedachte; opvatting
所謂iwayuru (1) zogenaamd; die bepaalde naam dragend; wat men noemt een ~; (2) om zo te zeggen; bij wijze van spreken
所轄shyokatsu bevoegdheid; [jur.] jurisdictie; rechtsbevoegdheid; competentie
所長shyochou chef; manager; leider; directeur
shyo [kwantor voor plaatsen; plekken; oorden]
所 ; 処tokoro (1) plaats; plek; stee; oord; zetel [der regering enz.]; gebied; lokatie; ruimte; afstand; ligging; (2) adres; verblijfplaats; (3) [bij iem.] thuis; (4) [~の] streek-; … van het platteland; plaatselijk; plaatselijke; gewestelijk; gewestelijke; (5) deel; gedeelte; stuk; passage; (6) [弱い; 強い] punt; kant; trek; (7) positie; rol; (8) omstandigheid; geval; gelegenheid; (9) [maatwoord voor plekken; stuks e.d.]; (10) [maatwoord voor godheden; edellieden e.d.]; (11) [op het] moment [dat …]; de tijd dat …; [op het] punt [staan te …]; [op het] ogenblik [dat …]; (12) een kwestie van …; in de orde van …; (13) dat wat …; datgene wat …; (14) waaraan; waarover; (15) toen …; wanneer …
toko (1) plaats; plek; (2) huis; thuis; (3) familie; afkomst; (4) moment; (5) geval; (6) […がとこ] ten bedrage van
dokoro (1) …(e) plek; …(e) punt; (2) streek waar veel …-productie is; (3) -waard(ig); de capaciteiten bezittend om … genoemd te worden; (4) [~ではない] verre van; allesbehalve; bijlange na niet; integendeel; niet het minst; laat staan; om nog maar te zwijgen over
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.33 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 47 treffers (zoekopdracht: '所', strategie: exact). 
2005-2021