日蘭辭典+

190 resultaten voor 「手」
日蘭辭典 (trefwoord)
abureruあぶれる
i.w. niet slagen; geen suces hebben. ¶ を空うして歸る onverrichter zake terugkomen.
akuあく
(開く・空く) i.w. (1) [開く] opengaan; geopend worden. (2) [始まる] beginnen; aanvangen. (3) [空く] vrij komen; open komen; vacant worden; leeg komen. ¶ を開いて met open mond. ¶ があいて居る niets te doen hebben. ¶ 場所が空いて居る de plaats is vrij. ¶ 罎が空いて居る de flesch is leeg. ¶ 此の机は空いて居ない deze tafel is bezet.
seikatsu生活
zn. leven o.; bestaan o. ¶ 現實生活 het werkelijke leven. ¶ 私的生活 privé leven.¶ 悲慘な生活 ellendig bestaan. ¶ からへの生活 een leven van de hand in den tand. ¶ 生活する leven; bestaan; in zijn onderhoud voorzien. ¶ 生活費 kosten van levensonderhoud. ¶ 生活狀態 levensomstandigheden. ¶ 生活力 levenskracht; vitaliteit.¶ 生活體 levend wezen; organisme. ¶ 生活程度 levensstandaard. ¶ 扶助を受けて生活する bestaan van liefdadigheid. ¶ 生活を一新する een nieuw leven beginnen; zijn leven beteren.
wataru渡る
t.w. (1) [越えて行く] overtrekken; oversteken. i.w. (2) [渡來する] ingevoerd worden. t.w. (3) [及ぶ] bereiken; i.w. zich uitstrekken. i.w. (4) [繼續] duren. (5) [通ずる] goed op de hoogte zijn van; zich thuisvoelen in. (6) [暮す] leven; t.w. doorbrengen. t.w. (7) [を] oversteken; doorwaden. ¶ 他人渡る in andere handen overgaan. ¶ 二時間に亙る twee uur duren. ¶ 河を渡る rivier oversteken. ¶ 支那から渡った品 een artikel, dat uit China komt.
fusagaru塞がる
i.w. (1) [閉塞] omkneld zijn; ingesloten zijn; versperd zijn. (2) [が] bewoond zijn. (3) [が] bezet zijn; genomen zijn. (4) [が] bezet zijn; geen tijd hebben. (5) [息が] stikken v. ¶ 胸が塞がる overweldigd door smart. ¶ あののあとは塞がりました zijn plaats is weer vervuld. ¶ 下水はも泥土で塞がってゐる de goot is verstopt door modder. ¶ 傷口が塞がって居る de wond is gesloten.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <手>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
手すり子tesuriko spijl; baluster
手っ取り早いtettoribayai (1) eenvoudig; simpel; (2) vlug; snel; prompt; vlot; behendig; fluks
手っ甲tekkou (1) [anat.] handrug; rug; bovenkant van een hand; (2) handbeschermer; handschoen waarvan de bovenzijde sterk opgevuld is
手に入るteniiru (1) in zijn bezit krijgen; verwerven; verkrijgen; aankomen; op de kop tikken; (2) onder de knie krijgen; het zich goed eigen maken
手に入れるteniireru (1) in handen krijgen; zich toe-eigenen; tot zijn eigendom maken; in bezit nemen; aannemen; aanvaarden; verwerven; behalen; [i.h.b.] op de kop tikken; (2) naar z'n hand zetten; stellen; om de vinger winden; (als een marionet) bespelen
手に取るtenitoru nemen; ter hand nemen; in handen nemen; aangrijpen
手に負えないtenioenai onhandelbaar; moeilijk hanteerbaar; onhanteerbaar; onbestuurbaar; onmanoeuvreerbaar; onbedwingbaar; onbeheersbaar; niet te beheersen; onregeerbaar; uit de hand lopend; niet in de hand te houden; recalcitrant; rebels
手の平 ; 掌tenohira [anat.] handpalm; vlakke hand; binnenvlakte van de hand
手の爪tenotsume [anat.] vingernagel
手の甲tenokou [anat.] handrug; rug; bovenkant van een hand
手ぶらtebura lege handen
手ぶらでteburade met lege handen; zonder iets mee te brengen
手を付けるtewotsukeru (1) beginnen aan; (2) een affaire beginnen met; het aanleggen met; aanpappen met; (3) beginnen te gebruiken; aanspreken; [i.h.b.] in zijn zak steken; achteroverdrukken; (4) beginnen te eten van; toetasten; aanvallen
手を引くtewohiku (1) bij de hand leiden; nemen; (2) de hand aftrekken van; z'n handen aftrekken van; zich niet meer bemoeien met; zich afwenden van; betrekkingen afsnijden met; breken met; niet meer te maken willen hebben met; afhaken; zich terugtrekken uit; wegtrekken uit; terugkrabbelen; achteruitkrabbelen; de aftocht blazen
手を抜くtewonuku er de kantjes van af lopen; lijntrekken; er de hand mee lichten; afraffelen; niet voluit gaan; zich de moeite besparen; zich met een jantje-van-leiden ergens van afmaken; slordig werk leveren
手を拱いてtewokomanuite geen vinger uitstekend; niet ingrijpend; nietsdoend; met gekruiste armen; met de armen over elkaar
手を拱いてtewokomaneite geen vinger uitstekend; niet ingrijpend; nietsdoend; met gekruiste armen; met de armen over elkaar
手を拱くtewokomanuku (1) [Chin.groet] de handpalmen voor de borst tegen elkaar drukken; de handen vouwen; (2) de armen kruisen; (3) in gedachten verzinken; diep nadenken; (4) geen vinger uitsteken; niet ingrijpen; niets doen; met gekruiste armen toezien; toekijken; met de armen over elkaar zitten; de armen langs het lijf laten hangen
手を拱くtewokomaneku (1) [Chin.groet] de handpalmen voor de borst tegen elkaar drukken; de handen vouwen; (2) de armen kruisen; (3) in gedachten verzinken; diep nadenken; (4) geen vinger uitsteken; niet ingrijpen; niets doen; met gekruiste armen toezien; toekijken; met de armen over elkaar zitten; de armen langs het lijf laten hangen
手を貸すtewokasu de helpende hand bieden; toesteken; een handje helpen; assistentie verlenen; behulpzaam zijn; hand- en spandiensten verrichten
手下teka ondergeschikte; bediende; dienaar; volgeling; loopjongen; [魔術師; 学者の] famulus; [verzameln.] gevolg
手下teshita ondergeschikte; bediende; dienaar; volgeling; loopjongen; [魔術師; 学者の] famulus; [verzameln.] gevolg
手並みtenami vaardigheid; vakkundigheid; bedrevenheid; talent; kunde
手仕事teshigoto handwerk; handenarbeid
手付かずtetsukazu onaangeroerd; onaangeraakt; onberoerd; ongebruikt; onbenut
手付かずのtetsukazuno onaangeroerd; onaangeraakt; onberoerd; ongebruikt; onbenut
手付きtetsuki (1) handbeweging; handgebaar; (2) handigheid; vaardigheid; (3) schrijfvaardigheid; manier van schrijven; [meton.] hand; (4) [Jap.gesch.] klerk
手付金tetsukekin handgeld; aanbetaling; kooppenningen
手付tetsuke handgeld; handpenning; handgift; aanbetaling; voorschot; waarborgsom; waarborg; borg; [volkst.] jatmoos; jatmous
手伝いtetsudai (1) hulp; assistentie; (2) help(st)er; hulp; assistent(e)
手伝うtetsudau (1) helpen (bij); hulp bieden; verlenen; de helpende hand bieden; toesteken; een handje helpen; bijstaan; assisteren; [w.g.] handreiken; (2) meehelpen; meespelen; van invloed zijn; een rol spelen
手伝えるtetsudaeru (1) kunnen helpen (bij); hulp kunnen bieden; verlenen; de helpende hand kunnen bieden; toesteken; een handje kunnen helpen; kunnen bijstaan; (2) mee kunnen helpen; mee kunnen spelen; van invloed kunnen zijn; een rol kunnen spelen
手作りtezukuri (1) met de hand gemaakt; vervaardigd; handgemaakt; handgevormd; (2) zelfgemaakt; eigengemaakt; zelf vervaardigd; huisgemaakt; zelf bereid; [i.h.b.] zelf gebakken; huisbakken; (3) zelfgekweekt; zelfgeteeld; zelfgeproduceerd
手作りのtezukurino met de hand gemaakt; eigengemaakt; zelf vervaardigd; zelf bereid; zelf gebakken; huisbakken
手先tesaki (1) vingertoppen; [meton.] vingers; (2) [fig.] werktuig; instrument; marionet; mannetje
手入れ ; 手入teire (1) verbetering; bewerking; bijschaving; [m.b.t. tuin] onderhoud; verzorging; reparatie; herstelling; (2) razzia; politieoverval; politieoptreden; politie-inval
手入れする ; 手入するteiresuru (1) verbeteren; de kwaliteit; waarde vermeerderen; in orde brengen; bewerken; bijschaven; onder handen nemen; repareren; [m.b.t. tuin] onderhouden; verzorgen; netjes maken; opknappen; fatsoeneren; herstellen; een (onderhouds)beurt geven; [i.h.b.] bijknippen; [i.h.b.] trimmen; (2) [m.b.t. politie] een overval uitvoeren op; een razzia houden; binnenvallen; een inval doen
手分けtewake werkverdeling; arbeidsverdeling; taakverdeling
手分けするtewakesuru (1) het werk; de arbeid; de taken verdelen; (2) zich in verschillende groepen opdelen
手切れ金tegirekin compensatie voor het afbreken van een relatie; troostgeld
手前のtemaeno de; het ~ ervoor; de; het ~ aan deze zijde; kant
手前味噌temaemiso eigen lof; eigen roem; zelfpromotie; zelfverheerlijking
手前 ; 点前 (bet. 3)temae (1) aan deze zijde; aan deze kant; vóór; (2) bekwaamheid; vaardigheid; vakkundigheid; deskundigheid; (3) [m.b.t. theeceremonie] etiquette; protocol; ceremonieel; ceremoniële handelingen; procedure; (4) [ter] wille [van]; -halve; [in het] belang [van]; [uit] consideratie [voor]; [uit] eerbied [voor]; [uit] achting [voor]; [uit] piëteit [jegens]; (5) ik; (6) jij; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge
手前temee (1) ik; (2) jij; je; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge
手加減tekagen het rekening houden met; inachtneming; consideratie; tact
手助けtedasuke hulp; bijstand; een helpende hand
手助けするtedasukesuru helpen; een handje helpen; bijstaan; z'n hulp aanbieden; gerieven; van dienst zijn
手動shyudou (1)handbediening; (2)handkracht
手動ブレーキshyudoubureeki (1) handrem; parkeerrem; (2) rem met handbediening
手厚いteatsui zorgzaam; attent; hartelijk; warm; vriendelijk; gastvrij; liefdevol; respectvol; eerbiedig; [~看護] zorgvuldig
手口teguchi (1) methode; werkwijze; manier; middel; techniek; truc; modus operandi; manoeuvre; (2) koper; verkoper bij een transactie
手品tejina (1) goocheltoer; goocheltruc; goochelkunst; gegoochel; goochelarij; getover; toverij; hocus-pocus; (2) fopperij; bedotterij; beduvelarij; bedriegerij; bedrog
手品師tejinashi goochelaar; illusionist; prestidigitateur; [i.h.b.] escamoteur; [gew.] tovenaar
手回しtemawashi (1) handaandrijving; (2) voorbereiding; schikkingen; voorzorgen
手回しオルガンtemawashiorugan [muz.] draaiorgel
手土産temiyage klein cadeau; kleinigheidje [meegenomen bij een gelegenheidsbezoek]
手垢teaka (1) vuil aan de handen; (2) vuile vingerafdruk; vuile vingers
手塚tezuka Tezuka
手塩teshio (1) tafelzout; (2) zoutschaaltje; (3) [fig.] liefdevolle zorg
手塩に掛けるteshionikakeru ± eigenhandig verzorgen; opvoeden
手塩皿teshiozara zoutschaaltje
手巻き鮨temakizushi [Jap.cul.] handgerolde sushi
手帳 ; 手帖techou notitieboekje; aantekenboekje; zakboekje; opschrijfboekje; agenda; zakagenda; memorandum; carnet
手広くtebiroku extensief; uitgebreid; wijd en zijd; over een groot gebied; op grote schaal
手引tebiki (1) leiding; geleide; voorlichting; (2) wegwijzer; handleiding; gids; leidraad; handboek; (3) inleiding; introductie; verkenningen; (4) gids; leidsman; raadgever; coach
手引するtebikisuru (1) gidsen; leiden; geleiden; begeleiden; coachen; (2) laten kennismaken met; voorlichten; op de hoogte brengen; invoeren; introduceren; inleiden
手強いtegowai geducht; taai; sterk; ferm; geweldig; redoutabel; moeilijk te kloppen
手当teate (1) geneeskundige behandeling; doktersbehandeling; medische hulp; (2) uitkering; toelage; vergoeding; steun
手当てするteatesuru (1) onderhouden; verzorgen; in het onderhoud voorzien; (2) [geneesk.] behandelen
手形tegata (1) handafdruk; (2) wissel; briefje; handelspapier
手形保証tegatahoshyou wisselborgtocht; aval
手形割引tegatawaribiki wisseldisconto
手形引受人tegatahikiukenin acceptant van een wissel; wisselacceptant
手形法tegatahou [jur.] Wet op wisselbrieven en orderbriefjes
手後れ ; 手遅れteokure te laat
手慰みtenagusami (1) handspel; het spelen met de handen; [i.h.a.] verstrooiing; ontspanning; verzetje; afleiding; vermaak; (2) gokkerij; gokspel; het gokken; (3) masturbatie; zelfbevrediging
手懸り ; 手掛りtegakari (1) houvast; (2) aanwijzing; spoor; hint; aanknopingspunt; sleutel; [fig.] ingang
手投げtenage (1) worp met de hand; (2) [honkb.] handworp
手投げ弾tenagedan handgranaat
手抜かりtenukari vergissing; onoplettendheid; fout; abuis; misstap; lapsus; ongelukje; misser; [inform.] uitglijer; [Belg.N.] uitschuiver
手抜きtenuki het er de kantjes van aflopen; het afraffelen; het de hand lichten met; het zich met een jantje-van-leiden ergens van afmaken; het slonzen met; het maar wat aanknoeien
手抜きをするtenukiwosuru er de kantjes van aflopen; afraffelen; de hand lichten met; zich er met een jantje-van-leiden van afmaken; slonzen met; maar wat aanknoeien
手押し一輪車teoshiichirinshya kruiwagen; kruikar; [gew.] kordewagen; [gew.] kortewagen; [gew.] pijpengaal; [gew.] schuifkar
手押し車teoshiguruma handkar; steekwagen; kruiwagen; [oneig.] trekkar; [Belg.N.] stootkar; [gew.] schuifkar; [gew.] steekkar
手拍子tebyoushi (1) het met de handen de maat slaan; het ritmisch klappen in de handen; handclap; (2) [go; shogi] het op mechanische wijze zetten doen
手拭いtenugui handdoek; [洗面用] waslap; waslapje; washandje
手持ちtemochi (1) wat men in de hand heeft; [i.h.b.] stock; voorraad; reserve; (2) handhouding; (3) hantering
手掛けるtegakeru (1) aanpakken; de hand slaan aan; ondernemen; zich toeleggen op; behandelen; zich bezighouden met; ervaring hebben met; (2) grootbrengen; opvoeden; opbrengen; zorgen voor; zorg dragen voor
手探りtesaguri tast; het tasten naar; het rondtasten naar; het zoeken naar
手探りするtesagurisuru tasten naar; rondtasten naar; zoeken naar
手探りでtesaguride op de tast; op het gevoel; tastend; rondtastend
手提げ鞄tesagekaban (1) aktetas; diplomatenkoffertje; advocatenkoffertje; attachécase; attachékoffer; (2) [旅行用の~] reistas; weekendtas; reiskoffer
手摺りtesuri leuning; reling; balustrade; balie
手放すtebanasu (1) uit z'n handen laten gaan; loslaten; laten schieten; varen; (2) uit handen geven; afstand doen van; zich ontdoen van; afstaan; overlaten; van de hand doen; [i.h.b.] verkopen; (3) laten gaan; afscheid nemen van; wegsturen; [娘を] schenken; (4) [仕事を] onderbreken; tijdelijk in de steek laten
手数料tesuuryou (1) vergoeding; recht; leges; administratiekosten; (2) provisie; commissieloon; commissie; percent; procent; tantième; [仲立ちの] courtage
手数tekazu (1) moeite; inspanning; (2) [ 碁・将棋の] aantal zetten
手数tesuu (1) last; ongemak; (2) moeite; inspanning
手斧 ; 釿chouna handbijl; bijltje; hakmes; kapmes; dissel; houw; hak; bijlhouweel
手斧 ; 釿teono handbijl; bijltje; hakmes; kapmes; dissel; houw; hak; bijlhouweel
手旗tebata (1) handvlag; vlaggetje; vaantje; (2) kleine seinvlag; seinwimpel; [meton.] vlaggenspraak
手書きtekaki (1) kundig kalligraaf; (2) schrijver; klerk; griffier; secretaris; penvoerder; pennenvoerder
手書きtegaki (1) handschrift; manuscript; [~の] handgeschreven; (2) het uit de hand tekenen; handtekening; [~の] handgetekend
手本tehon (1) voorbeeldenboek; (2) model; voorbeeld; toonbeeld
手札tefuda (1) naamplaatje; naamkaartje; (2) [kaartsp.] kaartverdeling in één hand; [meton.] hand; (3) [fotogr.] tefuda-formaat [80 × 105 mm]
手柄tegara (1) toer; prestatie; wapenfeit; heldendaad; roemrijke daad; kunststuk; huzarenstuk; [Belg.N.] exploot; (2) verdienste; eer
手根shyukon [anat.] handwortel; achterhand; pols; carpus
手根関節shyukonkansetsu [anat.] handwortelgewricht
手根骨shyukonkotsu [anat.] handwortelbeentje; achterhandsbeentje; handbeen; ossa carpi
手榴弾shyuryuudan handgranaat
手段shyudan middel; hulpmiddel; redmiddel; weg; maatregel; stap; instrument; medium; expediënt; [fig.] wapen
手水鉢chouzubachi waskom; wasbekken; wasbak; spoelbak; wastafel; [Belg.N.] lavabo
手法shyuhou techniek; procédé; technische vaardigheid
手洗いtearai (1) het wassen van de handen; (2) waswater voor de handen; (3) kabinetje voor het wassen van handen; wastafel; (4) toilet; w.c.; (5) handwas
手洗い鉢tearaibachi waskom; wasbekken; wasbak; spoelbak; wastafel; [Belg.N.] lavabo
手淫shyuin masturbatie; zelfbevrediging; zelfbevlekking; onanie; handjob; handwerk; handmatige seks; soloseks
手渡すtewatasu overhandigen; overdragen; overleveren; overgeven; overreiken; aanreiken; [w.g.] reiken; ter hand stellen; geven; aangeven; afgeven
手漉きtesuki (1) papier maken; scheppen met de hand; (2) handgeschept papier
手狭tezema krap; kleinbehuisd; bekrompen; benauwd; te klein
手玉tedama (1) handjuweel; handkraal; handsieraad; (2) handballetje [als attribuut van een acrobaat]; (3) zakje met bonen [als meisjesspeelgoed gebruikt]
手痛いteitai (1) hevig; zwaar; serieus; geducht; duchtig; (2) pijnlijk; schrijnend; nadelig; schadelijk; nefast
手相tesou (1) handlijnen; handtrekken; lineamenten; (2) handlijnkunde; handleeskunde; handleeskunst; handkijkkunde; handlezen; handlezerij; handkijken; handkijkerij; handbezien; chiromantie; handwaarzeggerij
手筈tehazu (1) plan; programma; regeling; schikking; afspraak; (2) voorbereiding; voorbereidsel; voorzorgen
手紙tegami (1) brief; schrijven; [Barg.] kassavie; flap; [in Ind.] soerat; [scherts.] epistel; (2) brievenpost
手続きtetsuzuki procedure; formaliteiten; gang van zaken; stappen
手続規定tetsuzukikitei [jur.] procedureregels
手綱tazuna (1) teugel; toom; breidel; (2) controle; bedwang
手繰るtaguru (1) hand over hand halen; hijsen; inhalen; binnenhalen; ophalen; opwinden; haspelen; (2) [sumo] vastgrijpen; vastpakken; grijpen; pakken; (3) [fig.] het spoor volgen van; traceren; nasporen; weer nagaan; ontrafelen
手羽teba [cul.] kippenvleugel
手腕shyuwan bekwaamheid; vaardigheid; vermogen; kundigheid; vakkundigheid
手芸shyugei handwerk; handvaardigheid
手荒teara ruw; onzacht; grof; gewelddadig; ruig
手荒なtearana ruw; onzacht; grof; gewelddadig; ruig
手荒にtearani ruw; onzacht; grof; gewelddadig; ruig
手荷物tenimotsu handbagage; (lichte) bagage
手荷物一時預かり所tenimotsuichijiazukarishyo bagagedepot; bagagebureau
手荷物引き渡し所tenimotsuhikiwatashijo bagageafhaalruimte; [meton.] bagageband; goederenafgifte
手荷物預かり証tenimotsuazukarishyou bagagebewijs; bagagereçu; bagagebiljet
手落ちteochi onvolkomenheid; tekortkoming; misstap; gebrek; fout; abuis; vergissing; lapsus; schuld; nalatigheid; onoplettendheid; slordigheid
手薬練引くtegusunehiku (1) [boogschieterij] z'n linkerhand harsen; (2) [fig.] goed voorbereid het moment afwachten; op de loer liggen
手術shyujutsu operatie; chirurgische ingreep; heelkundig ingrijpen
手術するshyujutsusuru opereren; een operatie verrichten; doen; uitvoeren; operatief ingrijpen
手術室shyujutsushitsu operatiekamer; [afk.] ok; operatiezaal
手術部位shyujutsubui [geneesk.] operatiegebied
手袋tebukuro handschoen
手製tesei (1) handwerk; [~の] met de hand gemaakt; handgemaakt; handgevormd; (2) eigen makelij; [~の] eigengemaakt; zelf vervaardigd; bereid
手解きtehodoki inleiding; introductie; initiatie; kennismaking; basiskennis; elementen; eerste beginselen; grondslagen; de grondbeginselen; rudimenten; abc
手解きするtehodokisuru initiëren; inleiden; de grondbeginselen bijbrengen; een abc’tje leren
手触りtezawari gevoel bij aanraking; aanvoelen
手記shyuki optekening; aantekening; notitie; memorandum; memo; [i.h.b.] memoires
手許 ; 手元temoto (1) handbereik; (2) gereed geld; gerede penningen; geld; contanten in kas; geld op zak; (3) beurs; buidel; portemonnee; zak; (4) zorg; hoede; (5) vaardigheid; bedrevenheid; (6) eetstokjes; stokjes; chopsticks
手許に ; 手元にtemotoni bij de hand; onder; in; binnen handbereik; bij zich; beschikbaar; voorhanden
手話shyuwa gebarentaal; doventaal; dactylologie; vingerspraak; vingertaal
手負いのteoino gewond; [i.h.b.] aangeschoten
手足teashi (1) handen en voeten; armen en benen; ledematen; leden; (2) iem. die een ander op z'n wenken bedient; slaafse dienaar
手足れtedare (1) meesterschap; bedrevenheid; deskundigheid; behendigheid; vaardigheid; (2) meester; expert; deskundige; adept
手軽tegaru licht; eenvoudig; schappelijk; vlot; gemakkelijk
手軽なtegaruna licht; eenvoudig; schappelijk; vlot; gemakkelijk
手軽にtegaruni eenvoudig; vlot; gemakkelijk; makkelijk
手込め ; 手籠めtegome overweldiging; overval; overrompeling; aanranding; [i.h.b.] verkrachting
手込めにする ; 手籠めにするtegomenisuru overweldigen; overvallen; handtastelijk aanvallen; overrompelen; aanranden; [i.h.b.] verkrachten; zich vergrijpen aan
手近tedhika (1) binnen; in; onder handbereik; vlak bij de hand; dicht in de buurt; vlakbij; dichtbij; dichtbijgelegen; nabij; nabijgelegen; kortbij; (2) vertrouwd; gewoon; bekend
手近なtedhikana (1) dichtbijgelegen; nabij; dichtbij; nabijgelegen; (2) vertrouwd; gewoon; bekend
手近にtedhikani binnen; in; onder handbereik; vlak bij de hand; dicht in de buurt; vlakbij; dichtbij; kortbij; vlak voor z'n neus; ogen
手遊びteasobi (1) handspel; het spelen met de handen; [i.h.a.] verstrooiing; ontspanning; verzetje; afleiding; vermaak; (2) speelgoed; speeltje; (3) gokkerij; gokspel; het gokken
手遊びtesusabi handspel; het spelen met de handen; [i.h.a.] verstrooiing; ontspanning; verzetje; afleiding; vermaak
手違いtechigai fout(je); vergissing; abuis; hapering; kink; storing
手配tehai (1) regeling; maatregelen; voorzieningen; arrangement; stappen; voorzorgen; voorbereidingen; schikkingen; toebereidselen; (2) opsporing
手配するtehaisuru (1) een regeling treffen; maatregelen nemen; treffen; voorzieningen treffen; stappen ondernemen; doen; voorzorgen nemen; voorbereidingen treffen; schikkingen treffen; toebereidselen maken; zich voorbereiden; (2) opsporen; op de gezochtenlijst zetten
手錠tejou handboeien; boeien; [w.g.] handboei; [w.g.] boei; ± kluister
手鏡tekagami handspiegel
手鑑tekagami modelboek klassieke kalligrafie; kalligrafiealbum
手間tema (1) moeite; tijd; inspanning; arbeid; (2) arbeidsloon; tijdloon; uurloon; salaris; wedde [verkorting van temachin 手間賃]; (3) per uur betaald werk; (4) uurloner
手間が省けるtemagahabukeru het bespaart je de moeite; het maakt het je gemakkelijk
手間を取るtemawotoru tijd kosten; er de tijd voor nemen; er lang over doen
手際tegiwa (1) behendigheid; handigheid; bedrevenheid; vaardigheid; bekwaamheid; kunde; kundigheid; kunnen; (2) vakmanschap; vakbekwaamheid; vakkennis
手際良くtegiwayoku vakkundig; kundig; deskundig; professioneel; meesterlijk; bekwaam; capabel; efficiënt; vaardig; handig; behendig; knap; elegant; slim; tactvol; kies; fijnzinnig
手頃tegoro (1) handig; praktisch; gerieflijk; handzaam; (2) geschikt; gepast; passend; voegzaam; schappelijk; redelijk; billijk
手頃なtegorona (1) handig; praktisch; gerieflijk; handzaam; (2) geschikt; gepast; passend; voegzaam; schappelijk; redelijk; billijk
手順tejun (1) volgorde; orde; (2) plan; schikking; regeling; voorzorgen; (3) procédé; methode; procedure; werkwijze
手風琴tefuukin [muz.] accordeon; harmonica; musette; trekharmonica; [Belg.N.] trekorgel; [veroud.; scherts.] trekstoof; [gew.] buikorgel; [gew.; scherts.] trekzak
手首 ; 手頸tekubi pols; handwortel; [anat.] achterhand; [anat.; Lat.] carpus
手駒tegoma (1) [shōgi] geslagen stuk; (2) [fig.] z'n mannetjes; ondergeschikten; medewerkers; aanhang; personeel
手骨shyukotsu [anat.] handbeen
shyu iem. die ~ bedient; bestuurt; -er
te (1) hand; [volkst.] jat; [inform.] klauw; krauwel; [Barg.] fietsen; (2) arm; (3) poot; [i.h.b.] voorpoot; (4) handvat; oor; (5) [meton.] hand; arbeidskracht; kracht; hulpkracht; hulp; helper; (6) [meton.] iems. handen; iems. bezit; (7) handschrift; schrift; (8) middel; truc; foefje; manoeuvre; techniek; (9) verwonding; wond; (10) [将棋の] zet; (11) [トランプの] hand; kaarten; (12) richting; kant; zijde; (13) soort; slag; merk; (14) vaardigheid; bekwaamheid; (15) betrekking; band; (16) hand-; handgemaakt; handgemaakte …; (17) hand-; meeneem-; (18) [~keiyōshi; keiyōdōshi] [beklemtonend voorvoegsel]; (19) in de richting van …; -waarts; (20) [noemt een zekere kwaliteit]; (21) [RYK~] -er [achtervoegsel waarmee nomina agentis gevormd worden]; (22) [maatwoord voor shogi-; schaakzetten]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.32 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 185 treffers (zoekopdracht: '手', strategie: exact). 
2005-2021