日蘭辭典+

95 resultaten voor 「木」
日蘭辭典 (titelwoord)
ki
zn (1) [樹] boom m. (2) [材] hout o.
日蘭辭典 (trefwoord)
agaru上る
(上がる ) i.w. (1) [上昇] stijgen; rijzen; klimmen; naar boven gaan. (2) [に] in een boom klimmen. ¶ 椅子にあがる op een stoel klimmen. (3) [陸に] aan wal stijgen; aan wal gaan. (4) [が] opgaan. (5) [が] geheschen worden. (6) [騰貴] stijgen. (7) [昇進] promotie maken; bevorderd worden. (8) [進步] vooruitgaan; vorderingen maken. (9) [罷める] ontheven worden van; ontslagen worden als. (10) [收入] ontvangen. (11) [休止] ophouden. ¶ があがった de regen heeft opgehouden. ¶ 天氣上る het weer is opgeklaard.
de
vz. (1) [時間の場合] in; over; op. (2) [場所の場合] in; op; te. (3) [手段の場合] door; door middel van; per; met. (4) [年齡の場合] op. (5) [材料の場合] van. (6) [乘物の場合] per; met. (7) [價格の場合] voor; tegen. (8) [原因の場合] door; in verband met; naar aanleiding van; wegens. (9) [用語の場合] in. ¶ 一箇月で出來ます het is over een maand klaar. ¶ 銀座で逢ふ in de Ginza elkaar ontmoeten. ¶ 東京in Tokyo. ¶ バタビヤで op Batavia. ¶ の前で voor. ¶ の外で buiten. ¶ ひきで door protectie. ¶ 手紙per brief. ¶ 時間で借りる per uur huren. ¶ 斤で賣る per pond verkoopen. ¶ 廿歳で op zijn twintigste jaar. ¶ 作る van hout maken. ¶ 汽車で per spoor; met den trein. ¶ 一圓で賣る voor een yen verkoopen. tegen een yen verkoopen. ¶ 氣で缺席する wegens ziekte afwezig zijn. ¶ 肺病で死ぬ aan tering sterven. ¶ 蘭語in het Hollandsch.
saru
(サル) zn. aap m. ¶ から落ちたの如く als een visch op het droge. ¶ の尻笑ひ de pot verwijt de ketel, dat hij zwart is.
tetsuzai no ki鐵材の木
(鉄材の) zn. ijzerhout.
soyogu戰ぐ
(戦ぐ) i.w. (1) [が] zuchten; suizen. (2) [が] ritselen; trillen; ruischen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <木>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
木々kigi bomen; geboomte; [meton.] hout
木っ端微塵koppamijin scherven; stukken; brokstukken; fragmenten; splinters; gruzelementen; gruizelementen; diggelen; [arch.] morzels; morzelen
木で鼻をくくるkidehanawokukuru ± kil behandelen; kortaf zijn
木に竹を接ぐkinitakewotsugu ± dat slaat als een tang op een varken; inconsistent zijn; samenhang missen; strijdig zijn
木に縁って魚を求むkiniyotteuowomotomu ± veren van een kikker willen plukken; ± men kan geen kaalkop bij het haar vatten; ± het is kwaad kammen waar geen haar is; ± men kan geen kei het vel afdoen
木の実kinomi (1) boomvrucht; vrucht; boomfruit; fruit; (2) noot; (3) bes
木の実konomi (1) boomvrucht; vrucht; boomfruit; fruit; (2) noot; (3) bes
木の芽kinome (1) boomknop; knop; bladknop aan een boom; (2) bladknop van de szechuanpeperboom; (3) bladknop van de Akebia quinata; (4) [hofdamesjargon] blaadje van de yuzu-boom; (5) [cul.] kinome-slaatje [met o.a. jonge blaadjes van de szechuanpeperboom; miso; suiker; vlees of groente]
木の葉konoha (1) boomblad; (2) [fig.] kleinigheid; bagatel; futiliteit; (3) ronddwarrelend blad; dwarrelblad; (4) onbelangrijk …; onbeduidend …; onbetekenend …
木を見て森を見ずkiwomitemoriwomizu door de bomen het bos niet meer zien
木下kinoshita Kinoshita
木偶坊 ; 木偶の坊 ; でくの坊dekunobou (1) houten pop; (2) stroman; figurant; [fig.] marionet; [fig.] ledenpop; slippendrager; vazal; lakei; (3) nietsnut; niksnut; non-valeur; nietsnutter; flierefluiter; lanterfant; slampamper; vent van likmevestje; vent van niets; lor van een vent; man van niks; aap van een jongen; [bel.] kringetjesspuwer; [Belg.N.; bel.] voddenvent; [veroud.] doodeter; [gew.] gaapstok; [gew.] lorrenbos; (4) domkop; domoor; stomkop; stommerik; sufferd; sukkel; sul; kaffer; oen; uil; ezel; uilskuiken; kluns; kalfskop; schaapskop; kees; [inform.] knurft; [inform.] oelewap; [inform.] oelewapper; [vulg.] lul
木偶deku (1) houten pop; (2) marionet; speelpop; (3) nietsnut; dwaas; idioot; sufferd; uilskuiken
木偶bokuguu houten pop
木偶mokuguu houten pop
木像mokuzou (1) houten beeld; houten standbeeld; houten sculptuur; (2) [scherts.] prutser; knoeier; (3) [scherts.] zwijger; stille
木刀kigatana houten zwaard
木刀bokutou houten zwaard
木剣bokken (1) houten zwaard; (2) [kendō] houten oefenzwaard; bokken
木叩kitataki (1) [dierk.] witbuikspecht; Dryocopus javensis; (2) [dierk.] specht
木場kiba (1) stapelplaats; stapelterrein (van hout); (2) Kiba
木場koba (1) smalle bergvlakte; (2) bergakker
木婚式mokkonshiki houten bruiloft; houten jubileum; jubilee [= vijfjarig bruiloftsfeest]
木屑kikuzu houtspaanders; spaanders; spanen; houtkrullen; schaafkrullen; schaafsel; [Belg.N.] schavelingen
木屑kokuzu houtspaanders; spaanders; spanen; houtkrullen; schaafkrullen; schaafsel; [Belg.N.] schavelingen
木履bokkuri hoge gelakte meisjesklompen
木履pokkuri hoge gelakte meisjesklompen
木工mokkou (1) houtbewerking; timmerwerk; houtwerk; schrijnwerkerij; (2) houtbewerker; houtwerker; timmerman; schrijnwerker
木彫家mokuchouka houtsnijder; houtbeeldhouwer
木彫kibori (1) houtsculptuur; houtsnijwerk; (2) houtsnijkunst; houtbewerking
木彫mokuchou (1) houtsculptuur; houtsnijwerk; (2) houtsnijkunst; houtbewerking
木戸kido (1) hekdeur; deurtje; poortje; (2) toegang van een schouwburg; variététheater; sumo-arena; entree; ingang; [Belg.N.] inkom; (3) entreegeld; toegangsprijs; intreegeld; inkomgeld; (4) [Jap.gesch.] wachthuisje; (5) kasteelpoort; slotpoort; vestingpoort; (6) grenspoort; (7) Kido
木星mokusei [astron.] Jupiter
木曜mokuyou (1) donderdag; [afk.] do; (2) in de yin-yang-orde; één van de 7 (of 9) weekdagen: houtdag
木曜日mokuyoubi donderdag; [afk.] do
木更津kisarazu Kisarazu
木曽kiso Kiso
木材mokuzai timmerhout; hout; half bewerkt hout
木材着色剤mokuzaichakushyokuzai houtbeits
木村kimura Kimura
木枠kiwaku krat; kist
木枯らしkogarashi (1) stevige koude wind laat in het najaar of vroeg in de winter; fikse winterse bries; (2) [hofdamesjargon] houten stamper
木槌kizuchi (1) houten hamer; sleg; slegge; slaraak; (2) [i.h.b.] voorzittershamer; afslagershamer
木槿mukuge [plantk.] altheaboom; Hibiscus syriacus
木槿mokuge [plantk.] altheaboom; Hibiscus syriacus
木沓kigutsu houten schoen; schoeisel; klomp; holsblok
木津kitsu Kitsu
木津kizu Kizu
木漏れ日komorebi zonlicht dat door het boomloof schijnt; zonneharp
木炭mokutan (1) houtskool; verkoold hout; [veroud.; gew.] amer; [gew.] krik; kriek; [gew.] kruiskool; (2) [tekenmateriaal] tekenkool; kool
木片mokuhen houtdeeltje; houtje; stuk(je) hout; houtschilfer; houtspaan; houtspaander; houtsplinter
木版mokuhan (1) houtsnedeblok; houtblok; (2) houtsnede; toonhoutsnede; houtgravure; xylografie
木版画mokuhanga houtsneeprent; houtgravure; houtsnede; houtsnede-druk; xylografie
木琴mokkin [muz.] xylofoon
木登りkinobori boomklimmen
木登りするkinoborisuru in een boom klimmen
木目込み ; 極込kimekomi (1) soort borduurtekening; (2) soort maquillagestijl voor acteurs; die de neusrug scherp doet uitkomen; (3) kimekomi-pop [met een kimono gedrapeerde houten pop; waarbij de uiteinden van de stof gestopt zijn in een daartoe voorziene sleuf]
木目kime (1) textuur; weefselstructuur; korrel; grein; (2) mate van zorgvuldigheid; accuratesse
木目mokume textuur; weefselstructuur; structuur; korrel; grein van het hout
木立ちkodachi bosje; groepje bomen
木管mokkan (1) houten pijp; houten buis; (2) houten spoel; klos; bobine; (3) [muz.] houten blaasinstrument; [verzameln.] hout; houtblazers
木管楽器mokkangakki [muz.] houten blaasinstrument; [verzameln.] hout; houtblazers
木簡mokkan [Chin.; Jap.gesch.] smal strookje hout gebruikt als informatiedrager; registratiemiddel; door Hàn- of Nara-klerken beschreven houtstrook; houtreep
木綿momen katoen; katoenstof; katoenweefsel
木綿糸momenito katoendraad; katoengaren; katoenen garens
木羽koba (1) houtspaan; houtspaander; houtsplinter; houtschilfer; (2) dakspaan; shingle; houten daklei
木耳kikurage (1) [plantk.] judasoor; [veroud.] vlierzwam; Auricularia auricula; (2) oor
木苺kiichigo [plantk.] framboos; frambozenstruik; frambozenboom; Rubus palmatus; [volkst.] flamboos
木菟 ; 鴟鵂 ; 角鴟 ; ミミズクmimizuku [dierk.] uil met oorpluimen; ooruil; [i.h.b.] ransuil; [i.h.b.] oehoe; [gew.] arenduil; [i.h.a.] Strigidae
木蔦kizuta [plantk.] klimop; Hedera rhombea
木蝋mokurou Japanse was
木螺子 ; 木捻子mokuneji houtschroef; schroefnagel
木製のmokuseino houten; van hout gemaakt; vervaardigd
木製品mokuseihin houtwaren; houten artikelen; houten spullen
木通bokutsuu [plantk.] schijnaugurk; Akebia quinata
木通mokutsuu [Chin.geneesk.] xyleem; houtgedeelte van de Akebia quinata
木造家屋mokuzoukaoku houten huis; huis met houtskelet
木造mokuzou houten; van hout
木鋏kibasami snoeischaar; tuinschaar
木霊kodama (1) boomgeest; (2) echo; (3) [kabuki-muz.] kodama
木霊するkodamasuru echoën; weerklinken; weergalmen; resoneren
木靴kigutsu houten schoen; houten schoeisel; klomp; holsblok
木食い虫kikuimushi [dierk.] boorkever; dief; [i.h.b.] paalpissebed; Limnoria lignorum
木馬mokuba (1) houten paard; (2) hobbelpaard; [gew.] touterpaard; (3) [gymn.] paard; springpaard; lange springbok
木魚mokugyo [boeddh.] soort houten gong [in zentempels gebruikt om tot de maaltijd op te roepen; oorspronkelijk klankblok in de vorm van een vis]
ki (1) boom; (2) hout; (3) struik
ko boom
boku (1) staand hout; (2) knoestige stam; (3) houtmateriaal; (4) onbehouwen; onbeholpen; stroef; klunzig; (5) [maatwoord voor bomen]; (a) boom; staand hout; (b) houtmateriaal; (c) ruw; onbehouwen
moku (1) hout; hout-; xylo-; (2) draad (van hout); (3) moku [eerste van de vijf traditionele natuurelementen (gogyō 五行); moku staat voor lente; oosten; blauw; Jupiter; en het jikkan-paar kōotsu 甲乙]; (4) [afk.] do; donderdag
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.46 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 89 treffers (zoekopdracht: '木', strategie: exact). 
2005-2021