日蘭辭典+

57 resultaten voor 「死」
日蘭辭典 (titelwoord)
shi
zn. dood m.; overlijden o. ¶ に就く den dood ingaan. ¶ を決する besluiten om te sterven.
日蘭辭典 (trefwoord)
kakugo覺悟
(覚悟) zn. (1) [用意] gereedheid v. (2) [諦め] berusting v. (3) [決心] besluit o.; beslissing v. ¶ 覺悟する bereid zijn; besloten zijn. ¶ 萬一を覺悟して居る op het ergste voorbereid zijn. ¶ 死を覺悟する bereid zijn om te sterven. ¶ 覺悟さす iemand voorbereiden op.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <死>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
shi (1) dood; (2) [honkb.] uitspel; uitgetikte speler
死にそうshinisou vergaan (van); sterven (van); het verschrikkelijk … hebben
死に掛かるshinikakaru stervend zijn; op sterven liggen; de dood nabij zijn; op z'n laatste benen lopen; zieltogen; [inform.] op apegapen liggen
死に掛けるshinikakeru op sterven na dood zijn; balanceren op de rand van de dood; tussen leven en dood zweven; stervende zijn; met één been in het graf staan
死に損ないshinizokonai (1) iem. die aan de dood kon ontkomen; iem. die de dans kon ontspringen; iem. die z'n tijd overleefd heeft; [i.h.b.] zelfmoordpoger; (2) [bel.] iem. die allang dood had moeten zijn; overbejaarde; ouwe sukkel
死に瀕しているshinihinshiteiru de dood nabij zijn; de dood voor ogen zien; op sterven liggen; op het punt staan te sterven; stervende zijn; op het randje van de dood staan; aan de rand van het graf staan
死ぬshinu (1) sterven; doodgaan; overlijden; [euf.] heengaan; [fig.; euf.] inslapen; [euf.] ontslapen; [form.] expireren; [arch.] verscheiden; [i.h.b.] omkomen; vergaan; [euf.] het leven laten; [uitdr.] de wereld verlaten; [i.h.b.] de dood vinden; [i.h.b.] om het leven komen; [inform.] kapotgaan; [inform.] opkrassen; [vulg.] verrekken; [m.b.t. dieren; volkst.] creperen; [m.b.t. dieren; volkst.] peigeren; [uitdr.; euf.] uit dit leven scheiden; [uitdr.; euf.] de geest geven; [uitdr.; euf.] de laatste adem(tocht) uitblazen; [uitdr.; euf.] de doodssnik geven; [uitdr.; euf.] de laatste snik geven; [uitdr.; euf.] tot een beter leven overgaan; [uitdr.] de grote reis aanvaarden; [uitdr.] ad patres gaan; [uitdr.] de weg van alle vlees gaan; [uitdr.] de eeuwigheid in gaan; [uitdr.] voor Gods rechterstoel verschijnen; [uitdr.; euf.] het (moede) hoofd neerleggen; [uitdr.] het tijdelijke met het eeuwige verwisselen; [uitdr.; euf.] naar betere oorden verhuizen; [uitdr.] het hoekje omgaan; [uitdr.] de pijp uitgaan; [uitdr.] er geweest zijn; [uitdr.] het loodje leggen; [uitdr.] de ogen sluiten; [uitdr.] de pijp aan Maarten geven; [uitdr.] om zeep gaan; [uitdr.] naar de barbiesjes gaan; [uitdr.] de kraaienmars blazen; [uitdr.] zijn poeperd dichtknijpen; [uitdr.] het afleggen; [uitdr.] het leven afleggen; [uitdr.] de doodschuld afleggen; [uitdr.] 'm piepen; [uitdr.] zijn hachje erbij inschieten; [Barg.] kassiewijle gaan; [Barg.] het afpikken; (2) levendigheid; glans verliezen; futloos; lusteloos; doods worden; onbezield raken; zielloos worden; [fig.] wegsterven; (3) verspild worden; nutteloos besteed worden; verdaan worden; onbenut blijven; ongebruikt blijven; (4) [go-jargon] geslagen worden; (5) [honkbaljargon] van het veld af gespeeld worden; "uit" geslagen worden; uitgetikt worden
死ねるshineru  ; (1) kunnen sterven ; (2) levendigheid; glans kunnen verliezen; (3) verspild kunnen worden; (4) [go-jargon] geslagen kunnen worden; (5) [honkbaljargon] "uit" geslagen kunnen worden
死んだ子の年を数えるshindakonotoshiwokazoeru ± gedane zaken nemen geen keer; ± wat gebeurd is; is gebeurd
死んで花実は咲かぬshindehanamihasakanu ± na de dood is er geen genoegen meer; [Lat.] ± post mortem nulla voluptas est
死亡shibou dood; overlijden; [arch.] verscheiden; [euf.] heengaan; [attr.] thanato-
死亡するshibousuru sterven; doodgaan; overlijden; afsterven; [arch.] verscheiden; [euf.] heengaan; [i.h.b.] omkomen
死亡事故shiboujiko dodelijk ongeval; ongeluk; ongeval; ongeluk met dodelijke afloop; ongeval; ongeluk met fatale gevolgen; [m.b.t. verzekeringswezen] ongeval; ongeluk waarbij de verzekerde omkomt
死亡率shibouritsu sterftecijfer; mortaliteit; mortaliteitscoëfficiënt
死亡証明書shiboushyoumeishyo akte van overlijden; overlijdensakte; overlijdensverklaring; doodverklaring; verklaring van overlijden; doodsakte; overlijdenscertificaat; attestatie de morte
死人に口なしshininnikuchinashi (1) ± die dood is kan geen getuigenis meer afleggen; (2) ± die dood is kan zich niet meer verdedigen
死人shinin dode; overledene; gestorvene; afgestorvene; [form.] ontslapene; verstorvene
死人shibito dode; overledene; gestorvene; afgestorvene; [form.] ontslapene; verstorvene
死体 ; 屍体shitai (1) dood lichaam; lijk; (2) kadaver; kreng; karkas
死体安置所shitaianchijo knekelhuis; beenderhuis; doodsbeenderhuis; doodsbeenderhuisje; ossuarium
死体解剖shitaikaibou [geneesk.] autopsie; lijkschouwing; schouwing; lijkopening; postmortaal onderzoek; sectie; necropsie; obductie
死体防腐処理shitaiboufushyori balseming
死体防腐処理者shitaiboufushyorishya balsemer
死傷shishyou het sterven of gewond raken
死傷するshishyousuru sterven of gewond raken
死傷者shishyoushya doden en gewonden; slachtoffers
死刑shikei doodstraf; [veroud.] halsstraf; [arch.] straffe des doods
死刑判決shikeihanketsu terdoodveroordeling
死刑囚shikeishyuu terdoodveroordeelde; ter dood veroordeelde misdadiger
死刑執行shikeishikkou tenuitvoerlegging van de doodstraf; doodstrafvoltrekking; strafvoltrekking; terechtstelling; executie
死刑執行人shikeishikkounin uitvoerder; voltrekker van een doodvonnis; executeur; beul; scherprechter
死刑執行令状shikeishikkoureijou executiebevel; terechtstellingsbevel
死刑執行囚shikeishikkoushyuu terdoodveroordeelde; ter dood veroordeelde gevangene
死別shibetsu scheiding door de dood
死別するshibetsusuru door de dood verliezen; door de dood gescheiden worden
死去shikyo dood; overlijden
死去するshikyosuru sterven; overlijden; [euf.] heengaan; doodgaan; [arch.] verscheiden
死因shiin doodsoorzaak
死屍shishi menselijk lijk; dood lichaam; kadaver
死後shigo na de dood; postuum; postmortaal
死期shiki tijdstip van overlijden; tijdstip van de dood; doodsuur; sterfuur
死活shikatsu leven en dood; leven of dood
死活するshikatsusuru leven en sterven; leven of doodgaan
死活問題shikatsumondai kwestie van leven en dood; levenskwestie; levensvraag; kwestie van het hoogste belang; kwestie van vitaal belang; kwestie van levensbelang
死海shikai Dode Zee; [bijb.] Zoutzee
死球shikyuu [honkb.] hit by pitch
死生観shiseikan visie op leven en dood
死線shisen (1) grens van leven en dood; (2) doodsstreep [voorbij welke in een krijgsgevangenkamp e.d. geschoten mag worden]
死者shishya dode; overledene; afgestorvene; gestorvene; [form.] ontslapene; verstorvene
死者に鞭を打つshishyanimuchiwoutsu ± kwaad van de doden spreken
死肉 ; 屍肉shiniku dood vlees; kadavervlees; aas
死蔵shizou het opslaan om het verder niet meer te benutten; het tot dode voorraad maken; het onbenut; ongebruikt laten
死蔵するshizousuru opslaan om het verder niet meer te benutten; tot dode voorraad maken; onbenut; ongebruikt laten
死角shikaku (1) blinde hoek; dode hoek; (2) [mil.] dode hoek
死骸shigai dood lichaam; lijk; [動物の] kadaver; kreng
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.33 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 55 treffers (zoekopdracht: '死', strategie: exact). 
2005-2021