日蘭辭典+

67 resultaten voor 「物」
日蘭辭典 (trefwoord)
ariawase有合せ
(有り合わせ) zn. dat, wat voorhanden is. ¶ 有合せの食べる eten ,,a la fortune du pot’’ (佛語): eten wat de pot schaft.
yoriより
vz. (1) [から] van; sedert; sinds. vw. (2) [比較] dan. ¶ より van nu af aan. ¶ より買ふ iets van iemand koopen. ¶ より二十まで van tien tot en met twintig. ¶ を出てより sinds wij uit het vaderland zijn weggegaan. ¶ よりビール好む meer van bier houden dan van ‘‘sake.’’ ¶ これより入るからず verboden toegang.
mottainai勿體ない
(勿体ない) bn. (1) [不敬] oneerbiedig. (2) [過分] te goed; te mooi; meer dan men verdient. zn. (3) [無駄] zonde; bn. oneconomisch. ¶ 神佛に對して勿體ない heilig schennend. ¶ そんなを戴いては勿體ない het geschenk is veel te mooi voor mij. ¶ こんなに廣い地所を遊ばして置くとは勿體ない het is zonde zoo’n groot stuk land ongebruikt te laten liggen.
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
masuます
In modern Japans is -ます -masu een hulpwerkwoord dat toegevoegd aan de 連用形 renyōkei van het hoofdwerkwoord beleefdheid uitdrukt (vergelijk u zeggen in plaats van je en jij).

すぐに戻ります。 Sugu ni modorimasu Ik zal snel terugkomen. (戻る modorumodori + masu)

自然状態の髪の毛には、油分が含まれています。 Shizen na jōtai no kami no ke ni wa, yubun ga fukumarete imasu. In haar dat zich in zijn natuurlijke toestand bevind, zit olie. (いる irui + masu).

この部屋ではありません。 Kono heya no hon wa watashi no mono de wa arimasen. De boeken in deze kamer zijn niet van mij. (ある aruari + masen)

きょうを昼食に食べましたか。 Kyō nani wo chūshoku ni tabemashita ka. Wat heb je als middagmaal gegeten? (食べる taberutabe + mashita)

一緒に食べに行きましょう。 Issho ni tabe ni ikimashō. Laten we samen gaan eten. (行く ikuiki + mashō)

いらっしゃいませ irasshaimase Welkom! (lett. ‘Kom!’; vgl. ‘Komt u binnen!) (いらっしゃる irassharuirasshai [onregelmatig] + mase)

NB De imperatief -mase wordt alleen nog gebruikt bij de werkwoorden いらっしゃる, 下さる, なさる en おっしゃる. De conditionele vorm is tegenwoordig -ましたら -mashitara.

NB ontkenning + verleden tijd wordt gevormd door でした toe te voegen.

春先だからもあまりいませんでした。 Harusaki da kara kyaku mo amari imasen deshita Aangezien het nog vroeg in de lente was, waren er niet veel klanten. (ある aruari + masen + deshita [← です desu])

(TTC; Drohan)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <物>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
物々交換 ; 物物交換butsubutsukoukan ruilhandel; ruilverkeer; verruiling; goederenruil; barter; barterhandel; barathandel
物々交換する ; 物物交換するbutsubutsukoukansuru ruilen; ruilhandel drijven; plegen; barteren; troqueren
物するmonosuru (1) zijn; zich bevinden; (2) gaan; komen; (3) [euf.] het doen; seks hebben; (4) zeggen; (5) schrijven; (6) eten; (7) geven; (8) [傑作を] maken; [一句; 歌を] plegen; (9) verduisteren; stelen; achteroverdrukken
物の哀れmononoaware (1) ontroering die door de dingen; seizoenen gewekt wordt; getroffenheid; affect; aandoening; (2) deernis; medelijden
物は試しmonohatameshi ± beproeft alle dingen
物上連合butsujourengou [pol.] reële unie
物乞いmonogoi (1) bedelarij; gebedel; het schooien; troggelarij; [Barg.; volkst.] biets; (2) bedelaar; schooier; bedelman; [Barg.; volkst.] bietser; [Barg.; volkst.] dalver
物乞いするmonogoisuru bedelen; schooien; naggen; [Barg.; volkst.] bietsen; [Barg.; volkst.] dalven; [Barg.] mangen; [gew.] toppen
物事monogoto de dingen; de zaak
物件bukken voorwerp; object; zaak
物体色buttaishyoku objectkleur
物体buttai (1) voorwerp; object; ding; (2) [fil.] lichaam
物価bukka prijs; goederenprijs
物価統制bukkatousei prijscontrole; prijsregeling; prijsbeheersing; kostenbewaking
物凄いmonosugoi (1) vreselijk; verschrikkelijk; eng; afschuwelijk; afgrijselijk; afgrijslijk; gruwelijk; akelig; beangstigend; angstaanjagend; affreus; schrikwekkend; vreeswekkend; afschuwwekkend; huiveringwekkend; ijselijk; ijzingwekkend; griezelig; luguber; naar; macaber; (2) onthutsend; ontstellend; ontzaglijk; ontzagwekkend; ontzettend; erg; verpletterend; enorm; overweldigend; ellendig; geducht; formidabel; reusachtig; hels; razend; [fig.] moorddadig; (3) geweldig; fantastisch; prachtig; knap; buitengewoon [goed]
物品buppin artikel; koopwaar; handelswaar; product; goed; [verzameln.] goederen; waren
物品税buppinzei belasting op koopwaren; accijns; consumptieve belastingen
物好きmonozuki (1) nieuwsgierigheid; buitenissige belangstelling; (2) gril; luim; excentriciteit; (3) liefhebberij; dilettantisme
物差し ; 物指しmonosashi (1) liniaal; meetinstrument; meetlat; meetlint; maatlat; maatlint; maatstok; schaalstok; meetroede; roede; (2) maatstaf; criterium; standaard; toetssteen; richtlijn; norm; toets; barometer; peilglas
物干し竿monohoshizao droogstok; droogstang; droogschacht; ± zolderstok
物干し綱monohoshizuna drooglijn; waslijn; [Belg.N.] wasdraad
物怖じmonooji bangheid; bevreesdheid; bedeesdheid; vreesachtigheid; schuwheid; schichtigheid; schuchterheid; vervaardheid
物怖じするmonoojisuru bang zijn; bevreesd zijn; bedeesd zijn; vreesachtig zijn; schuw zijn; schichtig zijn; schuchter zijn; vervaard zijn
物性物理学busseibutsurigaku vastestoffysica
物権bukken [jur.] zakelijk recht; goederenrechtelijke rechten; [Lat.] jus in rem
物権法bukkenhou [jur.] goederenrecht; zakenrecht
物欲しそうmonohoshisou begerig; verlangend; begerend
物活論bukkatsuron [fil.] hylozoïsme
物流butsuryuu logistiek
物珍しいmonomezurashii vreemd; wonderlijk; raar; eigenaardig; ongewoon; gek; zonderling; curieus; merkwaardig; zeldzaam; bijzonder
物理butsuri (1) logica der dingen; natuurwet; (2) fysica; natuurkunde [afkorting van butsurigaku 物理学]
物理化学butsurikagaku fysico-chemie; fysische scheikunde
物理学butsurigaku natuurkunde; fysica
物理学科butsurigakka [onderw.] departement Natuurkunde
物理攻撃butsurikougeki fysieke aanval
物理療法butsuriryouhou fysische therapie; fysiotherapie; [Belg.N.] kinesitherapie; bewegingstherapie
物産bussan voortbrengsel; product; fabricaat
物真似monomane imitatie; nabootsing
物真似するmonomanesuru imiteren; nadoen; nabootsen
物知りmonoshiri goed ingelicht; welingelicht; goed geïnformeerd persoon; iem. die een uitgebreide kennis bezit; erudiet persoon; polyhistor; veelweter; wandelende encyclopedie; wandelend woordenboek; omgevallen boekenkast
物笑いmonowarai risee; aanfluiting; voorwerp; doelwit van bespotting; spot
物笑いの種monowarainotane mikpunt; voorwerp; doelwit van bespotting; spot; risee; pispaal; wrijfpaal
物笑いの種にするmonowarainotanenisuru voor schut zetten; verschutten; tot een aanfluiting maken
物置monooki (1) opslagkamer; voorraadkamer; bergruimte; berging; bergplaats; berghok; hok; (2) keet; loods; schuur; (3) vliering; kelder
物自体monojitai [fil.] Ding an sich
物色するbusshyokusuru zoeken; uitzoeken; uitkiezen; uitlezen; lezen; doorzoeken; doorsnuffelen; afzoeken; uitkijken; uitzien naar
物色busshyoku (1) uitzoeking; doorzoeking; zoektocht; jacht; uitkiezing; uitlezing; afzoeking; (2) kleur; gedaante van een zaak; (3) landschap; uitzicht
物覚えmonooboe geheugen; [w.g.] retentie
物言いmonoii protest; bezwaar
物言えば唇寒し秋の風monoiebakuchibirusamushiakinokaze [lett.] wanneer men kletst is het koud om de lippen in de herfstwind; ± beter gezwegen dan de mond verbrand
物語monogatari (1) verhaal; relaas; vertelling; verhaaltje; (2) sprookje; legende; volksverhaal; sage; volkssprookje; fabel; roman
物語るmonogataru (1) vertellen; verhalen; berichten; debiteren; (2) tonen; getuigen van; [heel wat] zeggen over; verklaren; wijzen op; blijk geven van; bevestigen; staven; een teken zijn van; een bewijs zijn van; getuigenis afleggen van; verraden
物議butsugi ophef; opschudding; heibel; kritiek; publieke beroering
物象化busshyouka verzakelijking; verstoffelijking; materialisering
物貰いmonomorai (1) bedelaar; schooier; bedelman; [Barg.; volkst.] bietser; [Barg.; volkst.] dalver; (2) [geneesk.] strontje; gerstekorrel; gerstkorrel; [w.g.] gierstkorrel; stijg; hordeolum [= zweertje aan oog]
物資busshi (1) goederen; waar; artikelen; voorraad; [i.h.b.] koopwaar; handelsartikelen; (2) materiaal; middelen; hulpbronnen; ressources
物質busshitsu een stof; materie; substantie; materiaal
物質的busshitsuteki (1) materieel; stoffelijk; (2) materialistisch
物足りないmonotarinai (1) onbevredigd; onvoldaan; [Belg.N.] op z'n honger blijven zitten; (2) ontoereikend; onbevredigend; onvoldoend; [Belg.N.] op z'n honger latend
物音monooto geluid; gerucht; gehoor; geruis
物騒; 物忩; 物怱bussou onveilig; gevaarlijk; gevaarvol; onzeker; onheilspellend; onrustbarend; benard; onrustig; omineus; dreigend; sinister; unheimisch
butsu (1) spul; waar; goed [volkstaal voor shinamono 品物 (artikel)]; (2) poen; centen; ping-ping [volkstaal voor genkin 現金 (cash)]
mono (1) ding; voorwerp; zaak; goed; stuk; artikel; waar; iets; object; brok; spul; materiaal; (2) aangelegenheid; kwestie; historie; affaire; materie; onderwerp; punt; (3) eigendom; bezit; have; goed; (4) kwaliteit; (5) rede; wat redelijk is; (6) -werk; -stuk; (7) -wekkend; -aanjagend; -barend; -gevend; wat ~ veroorzaakt
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.36 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 63 treffers (zoekopdracht: '物', strategie: exact). 
2005-2021