日蘭辭典+

29 resultaten voor 「耳」
日蘭辭典 (trefwoord)
naru鳴る
i.w. klinken; slaan (時計が). ¶ が鳴る suizing in de ooren hebben. ¶ 雷が鳴る het dondert. ¶ がらがら鳴る ratelen; klapperen. ¶ 日本は風景を以て鳴る Japan is beroemd wegens zijn natuurschoon.
uma
zn. paard o. ¶ 行く te paard gaan. ¶ 乘る paardrijden. ¶ に念佛 preeken aan dooveman’s oor; paarlen voor de zwijnen werpen. ¶ 何處やら分るものか je weet niet, waar die vent eigenlijk vandaan komt.
kasu貸す
t.w. (1) [貸出] leenen; uitleenen. (2) [賃貸] verhuren. (3) [土地を] verpachten. (4) [を] leenen; voorschieten. i.w. (5) [を] het oor leenen; luisteren naar. ¶ 一夜の宿を貸す een nacht huisvesting verleenen. ¶ は貸すのだ dit huis is te huur.
tako胼胝
zn. eelt o; eksteroog o. ¶ にたこが出來る聞く tot vervelens toe hooren; doorgezaagd worden met.
SUPPLEMENT (trefwoord)
dare hitori誰一人
(frase) niemand; geen een/één (persoon); niet een/één (persoon) (in ontkennende zinnen). ¶ 彼らのことは誰一人知らない。 Karera no koto wa dare hitori shiranai. Ik ken niemand van ze. ¶ 誰一人、犯人を見ていない。 Dare hitori, hannin wo mite inai. Niemand heeft de misdadiger gezien. (yasamv) ¶ 誰一人僕の言うことに耳を貸そうとしなかったんだ。 Dare hitori boku no iu koto ni mimi wo kasō to shinakattan da. Er was niemand die wou luisteren naar wat ik te zeggen had. ¶ その仕事のお手伝いが出来る人はここには誰一人いません。 Sono shigoto no o-tetsudai ga dekiru hito wa koko ni wa dare hitori imasen. Er is hier niemand die je kan helpen met het werk. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <耳>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
耳が聞こえないmimigakikoenai doof; hardhorend; gehoorgestoord
耳に胼胝が入るmiminitakogairu moegehoord raken; beugehoord worden; [Belg.N.] ± horendol worden
耳の垢miminoaka oorsmeer; oorwas; [gew.] oorsmout; [volksn.] eit
耳下腺jikasen [anat.] oorspeekselklier; parotis; glandula parotidea
耳下腺炎jikasenen [geneesk.] ontsteking van de oorspeekselklier; bof; parotitis
耳当てmimiate (1) oorklep; oorlap; oorbeschermer; (2) oorwarmer
耳掻きmimikaki oorstokje
耳新しいmimiatarashii nog nooit tevoren gehoord; vernomen; ongehoord; nieuw; ongekend; onbekend; ongewoon
耳朶jida (1) oorlel; (2) oor; oren
耳朶mimitabu (1) oorlel; oorlap; (2) geluk; voorspoed; fortuin; mazzel
耳栓mimisen oordopje; oorpropje; oorbolletje
耳炎jien [geneesk.] oorontsteking; otitis
耳管jikan [anat.] eustachiusbuis; buis van Eustachius; eustachiaanse buis; oortrompet
耳管扁桃jikanhentou [anat.] eustachiusbuisamandel; tonsillae tubariae
耳聡いmimizatoi scherphorend; met een scherp; goed; fijn gehoor
耳輪 ; 耳環mimiwa oorbel; oorring
耳飾りmimikazari oorbel; oorring; oorhanger; oorknop; oorknopje
耳鳴りmiminari oorsuizing; oorgeruis; oorsuizen; [geneesk.] tinnitus
耳鼻jibi neus en oren
耳鼻咽喉jibiinkou keel; neus en oor
耳鼻咽喉科jibiinkouka [geneesk.] oto-rino-laryngologie; keel-; neus- en oorheelkunde; [afk.] kno
耳鼻咽喉科医jibiinkoukai [geneesk.] keel-; neus- en oorspecialist; keel-; neus- en oorarts; oto-rino-laryngoloog; [afk.] kno-arts
耳鼻科jibika [geneesk.] oto-rinologie; neus- en oorheelkunde
mimi (1) oor; [Barg.] lap; (2) gehoor; het horen; het luisteren; (3) kant; snede
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.32 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 24 treffers (zoekopdracht: '耳', strategie: exact). 
2005-2020