日蘭辭典+

40 resultaten voor 「船」
日蘭辭典 (titelwoord)
fune
zn. schip o.; boot v. ¶ 乘る scheep gaan; aan boord gaan. ¶ の中で aan boord. ¶ に醉ふ zeeziek zijn. ¶ を漕ぐ roeien; knikkebollen (居眠りする).
日蘭辭典 (trefwoord)
dekiru出來る
(出来る) i.w. (1) [仕上がる] gereed zijn; voltooid zijn. (2) [製造] gemaakt zijn; vervaardigd zijn. (3) [生長] groeien. (4) [出産] geboren zijn. (5) [發生] voorkomen; gebeuren; voortspruiten uit. (6) [熟達] bekwaam zijn in; goed kennen. (7) [能] kunnen; in staat zijn. ¶ 出來るなら zoo mogelijk. ¶ 出來るだけ zoo veel mogelijk. ¶ 出來る限りで met alle macht. ¶ 御飯が出來ました het eten is klaar. ¶ 此の卓子は能く出來て居る deze tafel is goed gemaakt. ¶ 松はことによく出來る denneboomen groeien hier goed. ¶ コレラ患者に出來た er is een geval van cholera aan boord voorgekomen. ¶ 蘭語出來る hij kent Hollandsch. ¶ 十步くことが出來る tien mijl kunnen lopen.
you醉ふ
(酔う) i.w. (1) [に] dronken worden. (2) [恍惚となる] in vervoering zijn; in extase zijn. ¶ 醉ふ zeeziek zijn. ¶ 煙草醉ふ misselijk zijn van het rooken. ¶ 汽車醉ふ wagenziek zijn. ¶ 成功醉ふ buiten zich zelven van vreugde zijn over het welslagen. ¶ 大に醉ふ smoordronken zijn.
yatoi
(傭、傭い、雇い) zn. dienst m.; huur v.; (雇人) employé m.; beambte m. ¶ 雇外國人 vreemdeling in dienst van Japanners. ¶ 雇賃 loon; bezoldiging; huur. ¶ 雇口 baantje; betrekking; dienst; werk. ¶ 傭兵 huurling; huurtroepen. ¶ 雇入れ dienst; in-dienstneming. ¶ 雇入れる in dienst nemen; huren; charteren (を). ¶ 雇人 bediende; employé. ¶ 雇人口入所 bediendenkantoor; verhuurkantoor van personeel; arbeidsbeurs. ¶ 雇主 werkgever; baas.
yowai弱い
bn. zwak; slap; teer; flauw. ¶ 弱い身體 zwak gestel. ¶ 弱い spoedig zeekziek zijn. ¶ 弱い slecht tegen drank kunnen. ¶ 弱い議論 zwak argument. ¶ の午後の弱い日光 het flauwe licht van de winternamiddag. ¶ 弱者 zwakkeling. ¶ 弱者いぢめ verdrukking der zwakken; negeraar (人); iemand, die misbruk maakt van zijn kracht om zwakkeren onrecht te doen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <船>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
船位seni [scheepv.] bestek; plaats; positie van een schip; scheepspositie
船体sentai scheepsromp; romp; [veroud.] casco
船便funabin (1) bootdienst; scheepsverbinding; veerdienst; (2) zeepost
船出funade [scheepv.] het uitvaren; het wegvaren; uitvaart; vertrek
船出するfunadesuru [scheepv.] uitvaren; wegvaren; vertrekken; afgaan
船名senmei scheepsnaam; bootnaam
船員senin [scheepv.] zeeman; matroos; vaarder; zeevaarder; schepeling; bemanningslid; [verzameln.] scheepsbemanning; equipage; crew
船団sendan [scheepv.] vloot; [i.h.b.] konvooi
船外機sengaiki buitenboordmotor; aanhangmotor
船大工funadaiku scheepsbouwer; scheepstimmerman
船室senshitsu [scheepv.] scheepshut; schippershut; hut; cabine
船尾senbi [scheepv.] achterschip; achtersteven; hek; spiegel
船尾にsenbini [scheepv.] op het achterschip; op de achtersteven; op de achterplecht; op het achterdek; achterdeks; achteruit
船尾楼甲板senbiroukanpan [scheepv.] achterplecht; achterdek; kampanjedek; kampanje
船尾楼甲板senbiroukouhan [scheepv.] achterplecht; achterdek; kampanjedek; kampanje
船底sentei bodem van een schip; scheepsbodem; scheepsbuik; kiel
船暈senun zeeziekte
船橋senkyou [scheepv.] brug
船橋funabashi schipbrug; scheepjesbrug; pontonbrug; [veroud.] vlotbrug
船溜funadamari [scheepv.] dok; ankerplaats; werf
船積みfunazumi het laden; bevrachten van een schip; scheepsbevrachting; scheepsbelading; inscheping van de lading
船積みするfunazumisuru een schip bevrachten; laden; vracht aan boord van een schip brengen; lading inschepen; lading embarkeren
船窓sensou patrijspoort; kajuitspoort; raampje
船箪笥funadansu scheepskist
船舶senpaku (1) boot; schip; zeeschip; vaartuig; [lit.t.] hulk; kiel; bodem; (2) [i.h.b.] koopvaardijschip; koopvaarder; handelsschip; handelsvaartuig
船足 ; 船脚funaashi (1) vaart; voortgang van een schip; scheepssnelheid; (2) [scheepv.] diepgang
船酔いfunayoi zeeziekte
船酔いするfunayoisuru zeeziek worden; zijn; [scherts.] de visjes voeren; [uitdr.] tol aan Neptunus betalen
船長senchou (1) [scheepv.] schipper; kapitein; scheepsgezagvoerder; gezagvoerder; commandant; (2) scheepslengte
船隊sentai vloot
船頭多くて船山に上るsendouookutefuneyamaninoboru ± veel koks bederven de brij; ± veel koks verzouten de brij
船頭sendou [scheepv.] schipper; kapitein; [i.h.b.] jollenman; vletterman
船首senshyu [scheepv.] boeg; voorsteven; [verk.] steven; kop
sen -schip; -vaartuig; -boot; -bodem
船 ; 舟fune (1) schip; boot; vaartuig; schuit; bodem; boord; [lit.t.] hulk; [meton.] kiel; (2) tobbe; kuip; vloot; tank; (3) sashimi-schoteltje; (4) [maatwoord voor sashimi-schotels e.d.]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.34 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 35 treffers (zoekopdracht: '船', strategie: exact). 
2005-2021