日蘭辭典+

5 resultaten voor 「足」
日蘭辭典 (titelwoord)
ashi
zn. (1) [] voet m. (2) [脚] been o. (3) [動物の] poot m. (4) [器物の支へ] voet m.; poot m.; voetstuk. (5) [步調] stap m.; pas m. (6) [不金] tekort o. ¶ が出る het geld is niet voldoende. ¶ を出す tekort komen. ¶ を揃へる in den pas loopen;
日蘭辭典 (trefwoord)
hayai早い
(速い、疾い、捷い) bn. snel; vlug; spoedig; prompt; vroeg. ¶ 早いが in ’t kort gezegd. ¶ 仕事が早い vlug zijn werk doen. ¶ が早い hard kunnen loopen. ¶ 進步が早い snelle vorderingen maken; vlug vooruitkomen. ¶ 一刻も早いがよい hoe eerder hoe beter. ¶ 東京火事早い in Tokyo komt dikwijls brand voor. ¶ 君は朝は早いか sta je gewoonlijk vroeg op? ¶ 林檎もいでは早過ぎる het is nog te vroeg om appels te plukken.
SUPPLEMENT (trefwoord)
zenkutsu前屈
zn., suru-ww. voorovergebogen; een voorovergebogen positie; vooroverbuigen. ¶ を開いて前屈のポーズ Ashi wo hiraite zenkutsu no pōzu Een voorovergebogen [positie, houding, pose] met de benen gespreid. ¶ そして膝を曲げずに前屈 Soshite hiza wo magezu ni zenkutsu. Vervolgens vooroverbuigen zonder de knieën te buigen. (blog) NB antoniem: kōkutsu 後屈
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <足>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
soku (1) x paar ~ [kwantor voor bij paren geteld schoeisel]; (2) x stoelen [kwantor voor stoelen]; (3) x schoppen; x trappen; x (voet)ballen [kwantor voor het aantal trappen tegen een bal of het aantal voetballen]
ashi 31. circa …; ongeveer …; ; (1) [anat.] been; poot; [inform.] stelt; [烏賊; 蛸の] arm; tentakel; (2) [anat.] voet; (3) mannelijk geslachtsdeel; derde been; (4) [fig.] poot; onderstel; stut; [山の] voet; [旗の] vlucht; (5) [wisk.] voet; voetpunt; (6) onderste gedeelte van een Chinees karakter; (7) ashikanamono [= metalen ringen aan een zwaardschede ter bevestiging van rijgsnoeren]; (8) stap; tred; schrede; pas; gang; loop; tempo; (9) [paardensport] [馬の] gang; snelheid; (10) 10. [scheepv.] vaart; snelheid; (11) 11. [scheepv.] levend werk [= deel van een schip dat zich in het water bevindt]; diepgang; (12) 12. [scheepv.] stabiliteit; stijfheid; (13) 13. [客の] bezoek; aanloop; opkomst; klandizie; (14) 14. [犯人の] gangen; spoor; [i.h.b.] vluchtroute; (15) 15. aanwijzing; spoor; aanknopingspunt; (16) 16. [雨; 雲; 風の] drift; gesteldheid; (17) 17. vervoer; transport; vervoermiddel; transportmiddel; [meton.] gelegenheid; (18) 18. transportkosten; vervoerkosten; vervoerprijs; reiskosten; (19) 19. geld; geldmiddelen; middelen; (20) 20. [武士の] dotatie; apanage; toelage; (21) 21. rente; interest; intrest; (22) 22. verlies; derving; tekort; gebrek; [i.h.b.] schuld; (23) 23. [beurst.] koers; marktbeweging; trend; tendens; (24) 24. [食べ物の] houdbaarheid; (25) 25. [餅の] kleverigheid; plakkerigheid; (26) 26. [酒の] kwaliteit; karakter; (27) 27. [網目の] maaswijdte; (28) 28. [柿葺きで] overstek [= afstand waarmee de ene dakspaan over de andere uitsteekt]; (29) 29. poppenspeler die het voetenwerk van een marionet bedient; (30) 30. prostituee; liefje
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.26 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 2 treffers (zoekopdracht: '足', strategie: exact). 
2005-2020