日蘭辭典+

47 resultaten voor 「身」
日蘭辭典 (trefwoord)
tateru立てる、樹てる
(建てる) t.w. (1) [立起す] laten staan; neerzetten; hijschen (旗を); overeind zetten (石を); spitsen (耳を). (2) [建造する] bouwen; oprichten. (3) [閉ぢる] sluiten; dichtdoen. (4) [設立する] stichten; (組織する) instellen; organiseeen. (5) [制定する] vaststellen. (6) [計畫を] beramen. (7) [議論を] opwerpen; aanvoeren. (8) [勳功を] tot stand brengen; presteeren. ¶ 忠義を立てる trouw zijn. ¶ 男を立てる zijn waardigheid als man handhaven. ¶ 腹を立てる boos worden. ¶ 噂を立てる gerucht verspreiden. ¶ を立てる zich een positie verovereren; carriere maken. ¶ 生計を立てる zijn brood verdienen. ¶ 聲を立てる geluid geven. ¶ を立てる zweren; gelofte doen. ¶ 使を立てる boodschap zenden. ¶ の目を立てる zaag scherpen. ¶ 棘を立てる zich aan doorn prikken.
jiyū自由
zn. vrijheid v. ¶ 自由競爭 vrije concurrentie. ¶ 自由vrij land. ¶ 自由行動許す de vrije hand geven. ¶ 自由思想 vrije gedachte. ¶ 自由思想家 vrijdenker. ¶ 自由である eigen baas zijn. ¶ 自由を失ふ vrijheid van beweging verliezen. ¶ 自由なる vrij; ongehinderd; onbelemmerd. ¶ 自由にする zijn eigen zin volgen. ¶ 人を自由にする iemand naar zijn hand zetten; iemand laten doen wat men wil; iemand om den vinger winden. ¶ 自由貿易 vrij handel; vrijhandel. ¶ 自由廢業 bevrijding uit blanke slavernij. ¶ 自由放任 laissez-faire (佛語); non-interventie. ¶ 自由意志 vrije wil. ¶ 自由權 recht der vrijheid. ¶ 自由戀愛 vrije liefde. ¶ 自由選擇 vrije keuze. ¶ 自由主義 liberalisme; vrijzinnigheid. ¶ どうぞ御自由になさい doe alsof je thuis was. ¶ 妻君の自由になって居る onder de pantoffel zitten. ¶ 蘭語自由操る de Hollandsche taal beheerschen; het Hollandsch meester zijn; goed Hollandsch spreken.
tamashii
zn. ziel v.; geest m. ¶ 大和魂 de geest van Japan. ¶ を入れる bezielen. ¶ を入れ替へる zijn leven beteren. ¶ を打ち込んで met hart en ziel. ¶ を奪はれる betooverd zijn; bekoord zijn. ¶ の無い niet bezield; zielloos. ¶ 据る zichzelf meester zijn. ¶ に添はない niet weten wat men doet; de kluts kwijt zijn; buiten zichzelf zijn.
mattōsuru全うする
t.w. vervullen; voleindigen; voltooien; ten einde brengen. ¶ 使命を全うする roeping vervullen. ¶ 天命を全うする van ouderdom sterven. ¶ を全うする aan den dood ontkomen; er levend afkomen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <身>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
身から出た錆mikaradetasabi [lett.] roest die van het lemmet komt; ± boontje komt om zijn loontje; ± wie wind zaait; zal storm oogsten; ± zo gezaaid wordt; zal gemaaid worden; ± zo wat de mens zaait; zal hij maaien
身に付けるminitsukeru (1) aantrekken; aandoen; aan het lichaam doen; aankrijgen; (2) aanleren; zich eigen maken; machtig worden
身の上minoue (1) persoonlijke omstandigheden; positie in het leven; status; (2) levensloop; geschiedenis; wedervaren; lotgevallen; (3) lot; levenslot; voorland
身の上話minouebanashi z'n levensverhaal; persoonlijk verhaal; levensgeschiedenis; levensloop; persoonlijke herinneringen
身の代金minoshirokin losgeld; losprijs; afkoopsom; rantsoen
身の回りminomawari persoonlijke bezittingen; have; spullen; toebehoren; [veroud.] toebehoor; lijfstoebehoor
身を捨ててこそ浮かぶ瀬もあれmiwosutetekosoukabusemoare [lett.] je werpende vind je wel een wad om boven te blijven; ± wie niet waagt; die niet wint; ± wie waagt die wint; ± nee heb je; ja kun je krijgen; ± niet geschoten is altijd mis
身を滅ぼすmiwohorobosu zichzelf te gronde richten; zich ruïneren; zichzelf tot de ondergang brengen; z'n eigen graf delven; graven; zichzelf vernietigen
身上連合shinjourengou [pol.] personele unie
身代shindai (1) vermogen; rijkdom; fortuin; bezit; eigendom; (2) leefomstandigheden; levensomstandigheden; levensonderhoud; bestaan; kostwinning; kost
身代わりmigawari (1) plaatsvervanging; vervanging; substitutie; (2) plaatsvervanger; plaatsvervuller; substituant; remplaçant; substituut; [filmk.] stand-in; double; (3) zondebok; kop-van-jut; hoofd-van-jut
身体言語shintaigengo lichaamstaal
身体障害者shintaishyougaishya lichamelijk; motorisch gehandicapte mens; invalide; mindervalide; gehandicapte; onvolwaardige
身体shintai lichaam; lijf; fysiek; gestel; body; donder; [volkst.] bast; [volkst.] flikker
身元mimoto (1) afstamming; geboorte; [inform.] komaf; iems. antecedenten; (2) identiteit
身元保証mimotohoshyou [jur.] persoonlijke borgtocht
身内miuchi (1) familie; familielid; bloedverwant; verwant; naaste; (2) collega; (3) trawant; handlanger; medebendelid; (4) (over heel) z'n lichaam
身内贔屓miuchibiiki familiebegunstiging; nepotisme
身内贔屓するmiuchibiikisuru z'n familie begunstigen; bevoordelen; favoriseren; voortrekken
身分mibun (1) positie; omstandigheden; (2) rang; stand; klasse; (sociale) status; (maatschappelijk) aanzien; (3) afkomst; [高い~] geboorte; identiteit
身分証明書mibunshyoumeishyo identiteitskaart; identiteitsbewijs; ID-kaart; identiteitspapieren; persoonsbewijs; legitimatiebewijs; legitimatie; persoonskaart; stamkaart
身動きmiugoki beweging; verroering
身動きするmiugokisuru (zich) bewegen; zich verroeren; zich roeren
身包みmigurumi alles wat iemand aan het lijf draagt; [fig.] al iemands hebben en houden
身延minobu Minobu
身形minari (1) kleding; kledij; tenue; toilet; dos; tooi; dracht; (2) voorkomen; uiterlijk
身悶えmimodae lichaamsgekronkel; gekronkel; gewriemel; wriemeling; siddering; rilling; gebeef
身悶えするmimodaesuru kronkelen; wriemelen; sidderen; rillen; beven
身振いmiburui rilling; huivering; siddering; beving; trilling; gebibber
身振いするmiburuisuru rillen; huiveren; sidderen; beven; trillen; bibberen
身振りmiburi gebaar; beweging; gesticulatie
身柄migara (1) persoon; (2) positie; stand; status; (3) standing; aanzien
身欠き鰊 ; 身欠き鯡migakinishin gehalveerde en gedroogde haring
身籠るmigomoru (1) zwanger worden; in verwachting raken; (2) zich verstoppen; zich wegstoppen; zich verschuilen; onderduiken
身繕いmizukuroi het zich fatsoeneren; het in orde brengen van kleren en kapsel; het zich opknappen
身繕うmizukurou zich fatsoeneren; z'n kleren en kapsel in orde brengen; ± zich afborstelen
身辺shinpen iems. omgeving; persoonlijke levenssfeer; iems. leven
身近midhika (1) nabij; dicht; naast; in de buurt; dichtbij; nabijzijnd; (2) vertrouwd
身近なmidhikana (1) nabij; dicht; naast; dichtbij; nabijzijnd; (2) vertrouwd
身近にmidhikani nabij; dichtbij; in de buurt
身長shinchou lichaamslengte; lengte; grootte; statuur
shin (1) lichaam; lijf; (2) zelf; eigen; (3) maatschappelijke positie; status; (4) hoofddeel
mi (1) lichaam; lijf; lijfje; karkas; donder; [volkst.] flikker; [volkst.] sodeflikker; [vulg.] sodemieter; [Barg.] gebbe; [veroud.] ziel; (2) filet; visfilet; visvlees; vlees; vis [bot- of graatloos stuk vlees of vis]; (3) de eigen persoon; het zelf; zichzelf; (4) iemands positie; iemands plaats; iemands situatie; rang; stand; (5) lichaam van een mes; lemmet; lemmer; kling; blad [van bijl; zaag]; (6) pot [i.t.t. deksel]; houder; vat
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.27 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 43 treffers (zoekopdracht: '身', strategie: exact). 
2005-2022