日蘭辭典+

6 resultaten voor 「道」
日蘭辭典 (titelwoord)
michi道、路
zn. (1) [道路] weg m. (2) [方法] middel o.; uitweg m.; methode v. (3) [道程] afstand m. (4) [道德] zedelijk beginsel o.; de rechte weg. ¶ 道で onderweg. ¶ に途がない geen andere keuze hebben; er niets anders op weten. ¶ 道に從ふ het rechte pad volgen; de deugd betrachten. ¶ 道を教へる den weg wijzen. ¶ 途を拓く een weg banen. ¶ 其の道の者 een man van het vak; een deskundige; een specialiteit. ¶ 道ならぬ onzedelijk. ¶ 道案内 gids. ¶ 路傍に langs den weg.
日蘭辭典 (trefwoord)
yuku行く
(iku) i.w. (1) [赴く] gaan; zich begeven naar. (2) [逝く] sterven. (3) [步く] wandelen; loopen. ¶ 外國行く naar het buitenland gaan. ¶ 行け ga weg! ¶ と一緖行く vergezellen; meegaan met. ¶ 本通を行く de hoofdstraat volgen. ¶ 同じ行く denzelfden weg gaan.
kitanai汚い
bn. (1) [不潔] vuil; vies; smerig. (2) [吝嗇] min; gierig. (3) [卑猥な] vuil; schuin; onfatsoenlijk. (4) [卑怯] laf. ¶ 汚い smerige straat. ¶ 汚い vuile praatjes. ¶ 汚くする bevuilen; vuil maken.
sorezore夫々
(それぞれ、夫れ夫れ、各々、其れ其れ、其々) bw. respectievelijk; elk voor zich; afzonderlijk. ¶ 夫々の verschillend; onderscheiden. ¶ 彼等は夫々のを行った elk ging zijns weegs; zij gingen ieder een eigen kant uit.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <道>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
michi (1) weg; baan; route; straat; (2) reis; reisroute; koers; tocht; (3) zeden; juist gedrag; ware pad; pad der deugd; plicht; gerechtigheid; (4) leer; juiste weg [van het boeddhistische geloof enz.]; (5) methode; middel; stap; uitweg; manier; kunst; (6) onderwerp; materie; terrein; branche; vakgebied; (7) loop; gang; proces
dou (1) dō; gewest; gouw [onder het ritsuryō-regime, deel van het grondgebied met een eigen administratieve organisatie: Tōkaidō 東海道, Tōsandō 東山道, Hokurikudō 北陸道, San'indō 山陰道, San'yōdō 山陽道, Nankaidō 南海道 en Saikaidō 西海道]; (2) de eilandprefectuur Hokkaido [verkorting van Hokkaidō 北海道]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.24 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 2 treffers (zoekopdracht: '道', strategie: exact). 
2005-2020