日蘭辭典+

5 resultaten voor 「關係」
日蘭辭典 (trefwoord)
jita自他
vnw. zelf en anderen; zn. onderwerp en voorwerp. ¶ 自他の關係 verhouding tot anderen. ¶ 自他の差別 verschil tusschen mijn en dijn.
kōshō交涉
(交渉) zn. (1) [談合] onderhandeling v.; overleg o. (2) [關係] verband o.; connectie v. ¶ 交涉する onderhandelen; in overleg treden. ¶ 交涉がない het houdt er geenerlei veband mee; het heeft er niets mede te maken.
inga因果
zn. (1) [原因結果] oorzaak en gevolg. (2) [不運] noodlot o. (3) [應報] vergelding v. ¶ 因果關係 causaal verband; causaliteit. ¶ 因果應報 vergelding; karma. ¶ 因果法則 wet van oorzaak en gevolg. ¶ 因果の noodlottig; rampzalig. ¶ 因果諦める berusten in zijn lot. ¶ 因果を宿す zwanger zijn door een misstap. ¶ 親の因果報いる de kinderen boeten voor de zonden der ouders.
kan-suru關する
(関する) i.w. (1) [關係する] verband houden met; in betrekking staan tot; t.w. aangaan; betreffen. i.w. (2) [影響] van invloed zijn op. (3) [干涉]する] zich bemoeien met.
daimeishi代名詞

zn. voornaamwoord o. ¶ 不定代名詞 onbepaald voornaamwoord. ¶ 關係代名詞 betrekkelijk voornaamwoord. ¶ 人稱代名詞 persoonlijk voornaamwoord. ¶ 指示代名詞 aanwijzend voornaamwoord. ¶ 所有代名詞 bezittelijk voornaamwoord.

Tijd: 0.22 sec. jiten.nl: 5 treffers, (zoekopdracht: '關係', strategie: exact). 
2005-2019