日蘭辭典+

56 resultaten voor 「頭」
日蘭辭典 (titelwoord)
atama
zn. (1) [頭] hoofd o.; kop m. (2) [頭腦] hersens m. (3) [頭初] begin o. (4) [首領] hoofd o.; aanvoerder m. ¶ 頭の天邊から足の爪迄 van top teen. ¶ 頭をはねる commissie nemen op loon, dat men uitbetaalt. ¶ 頭を痛める zich het hoofd breken; zich ongerust maken. ¶ 頭を刈って貰ふ zijn haar laten knippen. ¶ 頭を上げる het hoofd buigen. ¶ 頭がある verstandig. ¶ 頭なき onverstandig; dom; zinneloos.
日蘭辭典 (trefwoord)
megurasuめぐらす

t.w. (1) [繞らす] omringen. (2) [廻らす] ronddraaien. ¶ 柵を廻らす omheinen. ¶ 踵をめぐらす zich omdraaien. ¶ をめぐらす omkijken; het hoofd omwenden; terugzien op. ¶ 一策をめぐらす een plan bedenken.

SUPPLEMENT (trefwoord)
kyū
(na-adj) (1) plotseling; plots; opeens; onverwacht. ¶ 急にがブレーキをかけたので、フロントガラスにをぶつけた。 Kyū ni kare ga burēki wo kaketa no de, furontogurasu ni atama wo butsuketa. Omdat hij plotseling op de rem trapte stootte ik mijn hoofd tegen het voorraam. ¶ 急な客が来たので、そのテレビ番組が見れなかった。 Kyū na kyaku ga kita no de, sono terebi bangumi ga mirenakatta. Omdat ik onverwacht bezoek had kon ik dat programma niet kijken. (2) urgent; dringend. ¶ 急な用事〔急用〕が出来て、パーティに行けなくなった。ごめんなさい。 Kyū na yōji [kyūyō] ga dekite, pāti ni ikenaku natta. Omdat zich een urgente zaak voordeed kon ik niet naar het feestje gaan. ¶ この事態は急を要する Kono jitai wa kyū wo yōsuru De situatie is urgent. ¶ これは急を要する事態だ。 Kore wa kyū wo yōsuru jitai da. Dit is een urgente situatie. (3) snel; woest (water). ¶ 急なで泳ぐのは大変危険だ。 Kyū na kawa de oyogu no wa taihen kiken da. Het is enorm gevaarlijk om in een snelstromende rivier te zwemmen. ¶ 彼女は急に老け込んできた。 Kanojo wa kyū ni fukekonde kita. Ze werd snel oud. (4) steil (helling); scherp (bocht). ¶ 急な坂 Kyū na saka. Een steile helling; Een plotse daling. ¶ 道路はそこで急な右カーブになっている。 Dōro wa soko de kyū na migi kābu ni natte iru. De weg maakt daar een scherpe bocht naar rechts. (TTC) (yamasv)
SUPPLEMENT (trefwoord)
zus, zuster

[de, zussen; zusters] (1.a.a) [oudere zus(ter); mijn [onze] zus(ter)] ane (beleefheid: geen of nederig; richting: geschikt voor benoemen van de eigen zuster tegen tweede persoon; over een derde persoons oudere zuster (niet erend, niet beleefd); over een oudere zuster in algemene zin). ¶ 回転いいAne wa atama no kaiten ga ii. Mijn zus is vlot van begrip. 料理先生にして習いました。 Ryōri wa ane wo sensei ni shite naraimashita. Mijn zus heeft me koken geleerd. (TTC) (1.a.b.) [oudere zus; jongedame; aanspreekvorm serveerster] 姉さん anesan (algemeen of neutraal beleefd).

(1.b) [oudere zus(ter), uw [hun] zus(ter); aanspreekvorm serveerster] 姉さん neesan; お姉さん oneesan (beleefdheid: erend of algemeen beleefd; richting: over tweede of derde persoons oudere zuster; binnen wij-groep over of naar de eigen oudere zuster; in algemene zin); おちゃん oneechan (idem, maar meer familiair of vertroetelend). NB met name onder en naar kinderen worden deze vormen ook gebruikt om in algemene zin naar oudere zussen te verwijzen. ¶ メアリーは遊園地で一人で泣いている男の子を見つけて、やさしくをかけた。「ねえぼくどうしたの? 迷子になっちゃったの? おちゃんが迷子センターに連れてってあげようか?」 Mearii wa yūenchi de hitori de naite iru otoko no ko wo mitsukete, yasashiku koe wo kaketa. ‘Nee, boku, dōshita no? Meigo ni nattyatta no? Oneechan ga meigo-sentā ni tsurete tte ageyō ka?’ In het pretpark vond Mary een huilend jongetje. Met zachte stem sprak ze: ‘Hee, jongetje, wat is er aan de hand? Ben je je ouders kwijt? Zal ik [lett. de oude zus] je naar de informatiebalie brengen [lett. zoekgeraakte-kinderen-afdeling]?’ (TTC)

(2.a) [jongere zusje/zuster, mijn [onze] zuster/zusje] imōto (beleefheid: geen of nederig; richting: geschikt voor benoemen van de eigen zuster tegen tweede persoon; over een derde persoons jongere zuster (niet erend, niet beleefd); over een jongere zuster in algemene zin). ¶ の咲子ですと年子で、受験生ですImōto no Sakiko desu. Boku to toshigo de, ima jukensei desu. Dit is mijn zusje Sakiko. Ze minder dan een jaar jonger dan ik en studeert nu voor haar toelatingsexamens. ¶ をパーティーに連れて行きます。 Imōto wo paatii ni tsurete ikimasu. Ik neem mijn zus mee naar het feestje. (TTC) NB in een wij-groep noemen oudere broers en zussen hun jongere zuster alleen bij naam (dit vloeit voort uit de hiërarchie), omgekeerd spreken jongere broers en zussen hun oudere zussen normaal gesproken als姉さん oneesan aan. (Miura)

(2.b) [jongere zusje/zus(ter), uw [hun] zusje/zus(ter)] さん imōtosan (beleefdheid: erend of algemeen beleefd; richting: over tweede of derde persoons jongere zuster, of in algemene zin). ¶ 今度さんを連れていらっしゃい。 Kondo wa imōtosan wo tsurete irasshai. Neem de volgende keer je zus mee. ¶ さんによろしくね。 Imōtosan ni yoroshiku ne. Doe de groetjes aan je zus. (TTC)

(3) [zusters, zussen, zusjes] shimai; [oudere zus en jongere broer] 姉弟 kyōdai;[oudere broer en jongere zus] 兄妹 kyōdai; [broer en zus] 兄姉 kyōdai; [broers of broer en zus] 兄弟 kyōdai.

(4) [verpleegster] 看護婦 kangofu; [verpleger m/v] 看護士 kangoshi.

(5) [non] 修道女 shūdōjo; 修道尼 shūdōni; 尼僧 nisō.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <頭>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
頭からatamakara (1) van meet af aan; van het begin af aan; (2) botweg; ronduit; [~…ない] helemaal; in het geheel
頭がいいatamagaii een goeie; knappe kop hebben; een goed verstand hebben; een goed stel hersens hebben; goede hersens hebben; slim zijn; schrander zijn; intelligent zijn; scherpzinnig zijn; clever zijn; verstandig zijn; snugger zijn; pienter zijn
頭が上がらないatamagaagaranai (1) in het krijt staan; veel verschuldigd zijn; zeer verplicht zijn; (2) onderdoen voor; niet opgewassen zijn tegen
頭が下がるatamagasagaru z'n pet; petje; hoedje afnemen; vol bewondering zijn; bewonderen; veel respect hebben; enorm onder de indruk zijn
頭が低いatamagahikui bescheiden zijn; nederig zijn; pretentieloos zijn; zonder pretenties zijn; modest zijn
頭が悪いatamagawarui traag van begrip zijn; dom zijn; onintelligent zijn; stom zijn; stompzinnig zijn; hersenloos zijn
頭が痛いatamagaitai (1) hoofdpijn hebben; [inform.] koppijn hebben; (2) kopzorgen hebben; hoofdbrekens hebben; zich het hoofd breken over
頭ごなしatamagonashi [~に叱る] zonder te luisteren naar iemands kant van het verhaal; zonder iem. de kans te geven om het uit te leggen
頭でっかちatamadekkachi (1) iem. met een groot hoofd; iem. met een hoofd dat in verhouding tot de rest van het lijf te groot is; [fig.] waterhoofd; (2) boekengeleerde; theoreticus; [niet alg.] theorist; (3) bovenstuk dat veel te groot is in verhouding tot de rest van de zaak; [~の] topzwaar
頭に来るatamanikuru (1) [酒が~] naar het hoofd stijgen; koppig zijn; (2) in woede ontsteken; driftig worden; ontploffen; uit elkaar barsten van woede; woedend; woest worden; uit z'n vel springen; over de rooie gaan
頭の体操atamanotaisou (1) hersengymnastiek; geheugenoefening; breintraining; hersentraining; het denksporten; (2) hersenbreker; breinbreker; hersenkraker
頭の回転の早いatamanokaitennohayai snel; vlug; slim; rad; [Belg.N.] rap; bijdehand; schrander; snugger; pienter; snedig; alert; wakker; spits; scherp; scherpzinnig; intelligent; ad rem; [arch.] vaardig
頭の皿atamanosara hoofdschedel; schedel; hersenpan; hersenbekken; [form.] bekkeneel
頭の蠅を追うatamanohaewoou ± ieder vege voor zijn eigen deur; ± elk kere voor zijn eigen deur; [gew.] ± als iedereen voor zijn deur veegt; zijn alle straten schoon
頭の鉢atamanohachi hoofdschedel; schedel; hersenpan; hersenbekken; [form.] bekkeneel
頭の骨atamanohone hoofdschedel; schedel; hersenpan; [form.] bekkeneel
頭を下げるatamawosageru (1) het hoofd buigen; neigen; een hoofdbuiging; hoofdneiging maken; (2) [fig.] het hoofd buigen; het hoofd in de schoot leggen; zich onderwerpen; zich gewonnen geven; zich erbij neerleggen; (3) [~に] nederig vragen; verzoeken; smeken; (4) [~に] zich verontschuldigen; z'n excuses; verontschuldigingen aanbieden
頭を使うatamawotsukau je hoofd; hersens; verstand gebruiken; nadenken; denken; de hersens laten werken
頭を冷やせatamawohiyase kalmeer; rustig maar; kalm aan; hou je gedeisd
頭を刈るatamawokaru z'n haar laten knippen
頭を掻くatamawokaku (1) z'n hoofd krabben; in z'n haar krabben; zich achter de oren krabben; (2) [fig.] zich schamen; zich generen
頭を撥ねるatamawohaneru een percentage inhouden; afnemen; afpakken; provisie nemen op; afromen
頭を絞るatamawoshiboru diep; hard; ingespannen nadenken; de hersens inspannen; z'n hersens pijnigen; afpijnigen; zich het hoofd breken; zich suf peinzen
頭出しatamadashi het klaarzetten (op de juiste plek om de gewenste opname af te spelen)
頭割りatamawari hoofdelijke verdeling; omslag; capitatie
頭割りでatamawaride per hoofd; hoofdelijk
頭割りにするatamawarinisuru gelijkelijk delen; verdelen; hoofdelijk omslaan; ieder zijn eigen deel betalen; ieder voor zichzelf betalen
頭取toudori [銀行の] directeur; manager; president
頭字語toujigo acroniem; letterwoord; initiaalwoord
頭巾zukin kap; capuchon
頭打ちatamauchi (1) het bereiken van een plafond; bovengrens; maximum; limiet; verzadigingspunt; [i.h.b.] het ontvangen van het maximumsalaris; (2) [beurst.] het bereiken van een piek; hoogtepunt
頭打ちzuuchi [beurst.] het bereiken van een piek; hoogtepunt
頭数atamakazu (1) aantal mensen; personen; getalsterkte; opkomst; (2) [i.h.b.] quorum
頭数tousuu aantal dieren; stuks
頭文字kashiramoji (1) beginletter; voorletter; eerste letter van een woord; initiaal; (2) hoofdletter; kapitaal; [drukk.; verzameln.] bovenkast
頭株atamakabu leider; leidsman; leidende figuur; leidinggevend persoon; [政党の] partijleider; [会社の] hoofd; directeur
頭痛zutsuu (1) hoofdpijn; [inform.] koppijn; [geneesk.] cefalalgie; (2) hoofdbreken; kopzorg; beslommering; kommernis; muizenis; sores; probleem
頭脳zunou (1) brein; hersens; hersenen; (2) brein; hoofd; verstand; geest; intellect; (3) brein; knappe kop
頭蓋骨zugaikotsu [anat.] schedel; hersenschedel; hersenpan; cranium; neurocranium
頭蓋zugai [anat.] schedel; hersenpan
頭蓋tougai [anat.] schedel; hersenpan
頭角atamakaku [shogi] zet waarbij de loper naar de beginpositie van de koning verplaatst wordt
頭角toukaku hoofd
頭越しatamagoshi [~に] buiten iem. om; buiten iemands weten; zonder dat iem. erin gekend wordt
頭金atamakin (1) aanbetaling; vooruitbetaling; voorafbetaling; (2) sleutelgeld; (3) statiegeld; [Belg.N.; spreekt.] leeggoed; (4) waarborgsom; waarborg; onderpand; securiteit; cautie
頭陀袋zudabukuro (1) bedelzak; pelgrimstas; (2) [boeddh.] halstasje van een overledene; (3) plunjezak; reistas
頭隠して尻隠さずatamakakushiteshirikakusazu ± struisvogeltactiek
頭骨toukotsu hoofdschedel; schedel; cranium; [form.] bekkeneel; [anat.] schedelbeenderen; schedelbenen; os cranii
頭髪touhatsu hoofdhaar; haardos; haar; lokken
atama hoofd; [釘の] kop
kashira (1) hoofd; kop; (2) hoofdhaar; (3) begin; kop; (4) chef; baas; leider; boss; hoofd; aanvoerder; voorman; ploegbaas; (5) hoofd; kop van een pop; poppenkop; (6) [nō-jargon] langharige pruik; (7) [nō-jargon] aanhef van een stuk; (8) degenknop; knop aan zwaardgevest; (9) radicaal in het topdeel van een kanji; (10) [maatwoord voor mensen; dieren]; (11) [maatwoord voor boeddhistische beelden]; (12) [maatwoord voor leiders (i.h.b. generaals; daimyō)]; (13) [maatwoord voor eboshi-hoofddeksels]
tou (1) ~ stuk(s) [kwantor om bep. viervoeters (paarden; runderen; honden e.d.) te tellen]; (2) ~ stuk(s) [kwantor om ceremoniële hoofddeksels; helmen; maskers e.d. te tellen]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.34 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 52 treffers (zoekopdracht: '頭', strategie: exact). 
2005-2021