日蘭辭典+

79 resultaten voor 「馬」
日蘭辭典 (titelwoord)
uma
zn. paard o. ¶ 行く te paard gaan. ¶ 乘る paardrijden. ¶ に念佛 preeken aan dooveman’s oor; paarlen voor de zwijnen werpen. ¶ 何處やら分るものか je weet niet, waar die vent eigenlijk vandaan komt.
日蘭辭典 (trefwoord)
ushi
zn. rund o.; koe (牝) v.; stier (牡) m.; os (去勢せる牛) m.; kalf (犢) o. ¶ 牛の舌 ossetong. ¶ 牛の尾肉 ossestaart. ¶ 牛は牛づれづれ soort zoekt soort.
matagaru跨る
i.w. (1) [等に] schrijlings zitten op. (2) [亙る] zich uitstrekken over. (3) [等] overbruggen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <馬>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
馬が合うumagaau goed kunnen opschieten met; goed overweg kunnen met; het goed kunnen vinden met; het klikt met
馬に乗ってumaninotte te paard (gaand); in het zadel
馬に乗るumaninoru paardrijden; te paard rijden; stijgen; in het zadel stijgen; opstijgen; een paard berijden; bestijgen; [kindert.] paardjerijden
馬のumano als; van een paard; paard(en)-
馬の口umanokuchi (1) paardenbek; paardenmond; (2) [meton.] paardenteugel; paardentoom; paardenbreidel; (3) [Edo-gesch.] paardenbelasting; (4) vestibule; voorportaal; hal van een samoeraihuis
馬の毛umanoke paardenhaar; crin
馬の玉umanotama (1) [dierk.] bezoar; bezoarsteen; maagbal; (2) [delfst.] agaatsteen; agaat
馬の耳に念仏umanomimininenbutsu ± voor stoelen en banken preken; praten; ± voor de ganzen preken; ± [gew.] voor de muren spreken; ± de stem van een roepende in de woestijn; ± dat is aan dovemansoren gezegd; ± dat is aan dovemans deur geklopt
馬の足umanoashi (1) [kabuki] acteur die de benen van een paard speelt; (2) derderangsacteur; (3) figurant
馬の革umanokawa paardenleer; paardsleer; rosleer; paardenhuid
馬の鞭umanomuchi paardenzweep
馬の骨umanohone zo maar iemand; iemand van obscure origine; verdacht figuur
馬主umanushi (1) paardenbezitter; paardeneigenaar; (2) [i.h.b.] eigenaar van een racepaard
馬主bashyu paardenbezitter; paardeneigenaar
馬主banushi paardenbezitter; paardeneigenaar
馬乗りumanori (1) paardrijden; het rijden te paard; (2) paardrijder; ruiter; (3) schrijlingse zit; (4) opengewerkte rok; (5) rugsplit; (6) [Edo-periode] shogunale paardenverantwoordelijke
馬乗りになるumanorininaru schrijlings gaan zitten; met gespreide benen plaatsnemen; in spreidstand gaan zitten
馬乗り袴umanoribakama ruiterplooibroek; paardrij-hakama
馬具bagu paardentuig; tuig; gareel; haam; [gew.] paardengetuig
馬券baken wedstrijdformulier voor de paardenrennen; paardenloterijbriefje; paardentotoformulier
馬力bariki (1) paardenkracht; kracht (als) van een paard; (2) kar; sleperswagen; vrachtkar; (3) vermogen; kracht; vitaliteit; energie; (4) [veroud.; natuurk.] paardenkracht [eenheid van vermogen]; pk; HP [-> horsepower]; CV [-> cheval-vapeur]
馬勒baroku hoofdstel; hoofdtuig; toom
馬場umaba (1) manege in de open lucht; buitenmanege; rijbaan; [i.h.b.] paardenrenbaan; renbaan; hippodroom; (2) kweekplaats van paarden
馬場baba (1) manege in de open lucht; buitenmanege; rijbaan; [i.h.b.] paardenrenbaan; renbaan; hippodroom; (2) Baba
馬場maba lo; open plek; paardenrustplaats in een bos
馬子にも衣装magonimoishyou ± kleren maken de man; ± aan de veren kent men de vogel; ± zulke vogels; zulke veren
馬小屋umagoya paardenstal; stal; stallingen
馬屋 ; 厩umaya paardenstal; stal; stallingen
馬橇umasori paardenslee; arrenslee; ar
馬糞鷹magusodaka [dierk.] torenvalk; windwanner; Falco tinnunculus
馬糞bafun paardenvijg; paardenmest; stalmest; [vulg.] paardenstront; [euf.] eensgegeten haver
馬糞maguso paardenvijg; paardenmest; stalmest; [vulg.] paardenstront; [euf.] eensgegeten haver
馬継ぎumatsugi (1) wisseling van paard; het wisselen van postpaard; paardenwisseling; het overstappen op een vers wisselpaard; (2) poststation; post; pleisterplaats; station; relais; halt; [veroud.] aanleg
馬耳東風bajitoufuu ± dat gaat het ene oor in; het andere uit; dat is aan dovemansoren gezegd; da's voor de ganzen gepreekt; een dovemansoor vinden; geen gehoor vinden
馬肉baniku [cul.] paardenvlees
馬肉屋banikuya paardenslager; paardenbeenhouwer
馬肥やしumagoyashi [plantk.] ruige rupsklaver; Medicago polymorpha
馬脚bakyaku (1) been; poot van een paard; (2) [ton.] acteur die als rol de poten van een paard speelt
馬草magusa veevoer; veevoeder; beestenvoer; beestenvoeder; voer; voeder; droogvoer; foerage
馬菅umasuge [plantk.] Carex idzuroei
馬術bajutsu paardrijkunst; paardrijderskunst; ruiterkunst; rijkunst; paardensport; rijsport; ruitersport; hippische sport
馬賊bazoku bereden rover; bandieten te paard
馬足形 ; 毛茛 ; ウマノアシガタumanoashigata [plantk.] Japanse boterbloem; Ranunculus japonicus
馬跳びumatobi haasje-over; bokspringen
馬車bashya (met paarden bespannen) rijtuig; gerij; paard en wagen; kar; koets; rijtuig met span; [i.h.b.] karos; [i.h.b.] janplezier
馬車馬bashyauma koetspaard; trekpaard; karrenpaard; rijtuigpaard; tuigpaard; wagenpaard; brouwerspaard; boerenpaard
馬酔木ashibi (1) [plantk.] Japanse rotsheide; Pieris japonica; (2) Ashibi [naam van een tanka-tijdschrift; 1903-1908]; (3) Ashibi [sedert 1928 de naam van het vanaf 1922 gepubliceerde haiku-tijdschrift Hamayumi 破魔弓]
馬酔木 ; アシブashibu [plantk.] Japanse rotsheide; Pieris japonica
馬酔木asebi [plantk.] Japanse rotsheide; Pieris japonica
馬酔木 ; アセブasebu [plantk.] Japanse rotsheide; Pieris japonica
馬酔木 ; アセボasebo [plantk.] Japanse rotsheide; Pieris japonica
馬酔木 ; アセミasemi [plantk.] Japanse rotsheide; Pieris japonica
馬酔木 ; アセモasemo [plantk.] Japanse rotsheide; Pieris japonica
馬酔木 ; バスイボクbasuiboku [plantk.] Japanse rotsheide; Pieris japonica
馬銜hami bit [mondstuk voor paard]; gebit; gebitstang
馬鍬maguwa eg; egge
馬陸 ; ヤスデyasude [dierk.] duizendpoot
馬面のumazurano met een paardengezicht; met een lang gezicht
馬面剥umazurahagi [dierk.] zwarte vijlvis; Novodon modestus
馬面umazura (1) zeer lang gezicht; paardengezicht; (2) [dierk.] zwarte vijlvis; Novodon modestus
馬面bamen (1) zeer lang gezicht; paardengezicht; (2) [mil.] voorhoofdsplaat (van paardenharnas)
馬頭観音batoukannon [boeddh.] Hayagrīva [= paardenkop-avalokiteśvara]
馬鹿 ; 莫迦 ; 破家baka (1) dwaas; gek; zot; nar; idioot; imbeciel; mafkees; mafketel; mafkikker; malloot; piechem; halvegare; stommeling; sukkel; uilskuiken; oen; sul; lijp; druif; ezel; rund; os; domoor; domkop; dommerik; stommerd; lijperd; stommerik; stomkop; eendenkuiken; onnozelaar; onbenul; minkukel [inform.] lijpo; (2) dwaasheid; domheid; zotheid; onverstand; onwijsheid; stommiteit; stomheid; stommigheid; onzinnigheid; gekheid; gekkemanswerk; gekkigheid; idioterie; idiotie; idiotisme; malheid; malligheid; onnozelheid; stupiditeit; zottigheid; aperij; onbenulligheid; onzin; nonsens; flauwekul; ridiculiteit; belachelijkheid; larie; lariekoek; kolder; absurditeit; (3) fan; fanaat; fanaticus; enthousiast; freak; liefhebber; -gek; -maan; (4) dwaas; mal; onnozel; dom; gek; stom; zot; dol; belachelijk; mallotig; ridicuul; stupide; idioot; onwijs; onzinnig; absurd; zinneloos; [inform.] kolderiek; imbeciel; maf; lijp; halfgaar; halfwijs; getikt; [inform.; fig.] bezopen; [fig.] halfzacht; (5) niet meer naar behoren functionerend; verdoofd [b.v. door kou]; gevoelloos; [i.h.b.] verschaald; [van schroeven enz.] dol; (6) buitengewoon [goedkoop enz.]; buitensporig; uitermate; overmatig; overdreven; al te ~; dol
馬鹿でかいbakadekai belachelijk; extreem; ongelofelijk; ontzaglijk; ontzettend groot
馬鹿な ; 莫迦なbakana (1) dwaas; mal; onnozel; dom; gek; stom; zot; dol; belachelijk; mallotig; ridicuul; stupide; idioot; onwijs; onzinnig; absurd; zinneloos; [inform.] kolderiek; imbeciel; maf; lijp; halfgaar; halfwijs; getikt; [inform.; fig.] bezopen; [fig.] halfzacht; (2) niet meer naar behoren functionerend; verdoofd [b.v. door kou]; gevoelloos; [i.h.b.] verschaald; [van schroeven enz.] dol
馬鹿にするbakanisuru (1) met geringschatting neerzien op; neerkijken op; met de nek aanzien; minachten; geringschatten; laatdunkend; met minachting behandelen; verachten; (2) kleineren; bagatelliseren; futiliseren; licht; luchtig opvatten; weinig ophebben met; minimaliseren; onbelangrijk vinden; niet serieus nemen; (3) uitlachen; voor de gek houden; voor joker zetten; voor gek laten lopen; voor de mal houden; voor gek zetten; belachelijk maken; ridiculiseren; de draak steken met; bespotten; spotten met; de spot drijven met; schertsen met; beschimpen; honen; gekken met; gekscheren met; een loopje nemen met; dollen met; vernachelen; sollen met; zich vrolijk maken over
馬鹿の一つ覚えbakanohitotsuoboe elke zot heeft zijn marot [= elk heeft zijn stokpaardje]
馬鹿らしい ; 莫迦らしいbakarashii dwaas; absurd; onzinnig; zinneloos; ongerijmd; belachelijk; ridicuul; zot; gek; mal; [inform.] lijp; [inform.] maf; onnozel; onbenullig
馬鹿力bakadhikara buitengewone; enorme; fenomenale kracht; reuzenkracht; grof geweld
馬鹿気たbakageta dwaas; dom; stom; belachelijk; absurd; zot; gek; mal; onnozel; onzinnig; ongerijmd; onverstandig; idioot; ridicuul; bespottelijk; potsierlijk; ongelofelijk; ongelooflijk
馬鹿貝 ; 馬珂貝bakagai (1) [dierk.] Chinese strandschelp; Mactra chinensis; (2) [volkst.] groot vrouwelijk schaamdeel; ± mossel
馬鹿野郎bakayarou idioot; dwaas; gek; zot; onnozelaar; malloot
馬鹿馬鹿しいbakabakashii dwaas; onzinnig; belachelijk; zot; absurd; ongerijmd; ridicuul; bespottelijk; mal; dom; onnozel; stom; onverstandig
馬鹿騒ぎ ; 馬鹿騒bakasawagi het dollen; dolle pret; jool; het ravotten; luidruchtige loltrapperij; lolbroekerij; druk gestoei; uitbundige pleziermakerij; stoeierij; gerobbedoes; boemel; boemelarij; het de bloemetjes buiten zetten; het er flink van nemen; het de beest uithangen; het beesten
uma (1) paard; Equus caballus; (2) trapstoel; trapkruk; trapladder; (3) paardenwedren; paardenrennen; paardenrace; paardenkoers; (4) [shogi] paard; (5) incasseerder die huisbezoeken aflegt; (6) [plantk.; dierk.] grote ~; reuze-
ba paard
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.33 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 76 treffers (zoekopdracht: '馬', strategie: exact). 
2005-2021