日蘭辭典+

31 resultaten voor ‘aanbieden’
日蘭辭典 (trefwoord)
ageru擧げる、上げる
(上げる挙げる揚げる) t.w. (1) [旗を] hijschen. (2) [位を] bevorderen. (3) [擧示] opnoemen; geven; noemen. (4) [成績] opbrengen. (5) [進呈] aanbieden; geven. (6) [終了する] eindigen; afmaken. ¶ 本を讀みあげる een boek uitlezen. ¶ 此本をあげました ik heb dit boek uit. (7) [を] zijn stem verheffen. (8) [錨を] het anker lichten. (9) [增加] verhoogen. ¶ 賃金を上げる het loon verhoogen. (10) [式を] vieren. (11) [煎る] braden.
teishutsu提出
zn. initiatief o.; aanbieding v. ¶ 提出する te berde brengen; aanvoeren; naar voren brengen; aanbieden; voorstellen; initiatief nemen. ¶ 抗議を提出する protesteeren.
sasageru捧げる
t.w. (1) [捧持] omhoog houden. (2) [奉る] aanbieden. ¶ 君國に生命を捧げる zijn leven geven voor het vaderland. ¶ 捧げ銃 presenteert ’t geweer.
kōhyō高評
zn. uwe critiek v. ¶ 乞高評 „ter recensie aangeboden”.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <aanbieden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
プレゼントするpurezentosuru [iem. iets] present geven; cadeau geven; ten geschenke geven; aanbieden; schenken; begiftigen (met)
上げるageru (1) heffen; opheffen; omhoogheffen; verheffen; oprichten; tillen; optillen; omhoogtillen; omhoogbrengen; liften; verhogen; eleveren; [凧を] oplaten; opsteken; [棚に] leggen op; opleggen; [帆を] hijsen; ophijsen; omhooghijsen; opbrengen; opvissen; [碇を] lichten; hieuwen; [陸に] landen; aan land zetten; [顔を] opkijken; (2) loven; prijzen; roemen; huldigen; ophemelen; hoog opgeven van; (3) opvoeren; doen toenemen; optrekken; opjagen; opdrijven; [温度を] hoger zetten; [スピードを] vergroten; (4) bevorderen; promoveren; (5) overgeven; braken; opgeven; kotsen; vomeren; over z'n nek gaan; [gew.] opbrengen; (6) [客を] binnenlaten; inlaten; brengen; leiden naar; geleiden; (7) [学校へ] op school doen; (8) geven; aanbieden; toedienen; offreren; schenken; voorzetten; [娘を] wegschenken; (9) offeren; ten offer brengen; (10) overhandigen; ter hand stellen; reiken; overreiken; (11) ten einde brengen; afdoen; afwerken; volbrengen; voltooien; (12) klaarspelen; gedaan weten te krijgen; (13) [式を] houden; vieren; celebreren; fêteren; (14) [例を] geven; vermelden; noemen; aanhalen; citeren; aanvoeren; leveren; opnoemen; opsommen; opgeven; opvissen; (15) [子を] krijgen; [母が] het leven schenken; baren; [父が] verwekken; (16) verbeteren; ontwikkelen; ontplooien; (17) [髪を] doen; opmaken; opsteken; kappen; (18) aanhouden; pakken; oppakken; vatten; inrekenen; snappen; in hechtenis nemen; in de kraag grijpen; arresteren; (19) [芸者を] bestellen; laten komen; erbij halen; uitnodigen; ontbieden; engageren; (20) frituren; in kokend vet bakken; braden; [gew.] fritten; (21) [結果を] behalen; bereiken; verkrijgen; verwerven; realiseren
伸べる ; 延べるnoberu (1) [手を] uitstrekken; uitsteken; aanreiken; toesteken; aanbieden; verlenen; (2) [床を] spreiden; uitspreiden; leggen
供するkyousuru (1) offeren; opdragen; (2) aanbieden; aanreiken; voorleggen; bieden; verschaffen; voorzien van; ter beschikking stellen; (3) aanwenden; gebruiken; besteden; bezigen; toepassen; (4) op een maal vergasten; op een diner trakteren; op een gastmaal onthalen; regaleren
出すdasu (1) te voorschijn halen; uithalen; eruit halen; [gew.; お酒を〜] ophalen; naar buiten brengen; uitnemen; [トランプの札を〜] uitspelen; opspelen; zetten; [外に] uitlaten; buitenlaten; [水を〜] openzetten; laten lopen; lozen; (2) uitsteken; [旗を〜] uithangen; (3) uiten; slaken; [音; サインを〜] geven; maken; produceren; (4) publiceren; uitgeven; uitbrengen; op de markt brengen; uitvaardigen; openbaren; tonen; [i.h.b.] onthullen; ontbloten; laten blijken; aan de dag leggen; tentoonspreiden; uitstallen; etaleren; (5) serveren; [料理を〜] opdienen; voorschotelen; te berde brengen; aankomen met; komen aanzetten met; leveren; afleveren; verschaffen; opgeven; verstrekken; aanbieden; presenteren; uitreiken; [証を〜] aanvoeren; (6) insturen; inzenden; inleveren; indienen; [新人選手を〜] inzetten; (7) sturen; zenden; afvaardigen; verzenden; opsturen; versturen; (8) uitsturen; uitzenden; [ガスを〜] uitstoten; emitteren; [熱を〜] ontwikkelen; (9) doen vertrekken; [船を〜] uitzetten; [列車を〜] inleggen; (10) betalen; opbrengen; (11) veroorzaken; opleveren; voortbrengen; geven; [スピードを〜] halen; opdrijven; (12) [店; 支店を〜] openen; beginnen; (13) […~] naar buiten …; uit-; (14) […~] beginnen te …; het op een … zetten
勧める ; 奨める (bet. 1-2) ; 侑める (bet. 3)susumeru (1) aanraden; raden; de raad geven (te); adviseren; aanmoedigen; [i.c.m. 熱心に] aanmanen; aanbevelen; voorstellen; vragen; (2) bevorderen; stimuleren; in de hand werken; (3) aanbieden; geven; schenken
参らせるmairaseru (1) vellen; afmaken; overwinnen; verslaan; kloppen; eronder krijgen; aan het kortste eind doen trekken; (2) [hum.] schenken; aanbieden; geven; aanreiken; (3) [hum.] […参らせる] doen; verrichten
収めるosameru (1) oogsten; de oogst binnenhalen; de vruchten plukken; maaien; (2) verwerven; verkrijgen; krijgen; in het bezit komen van; realiseren; verwezenlijken; de vruchten plukken van; (3) opdragen aan; toewijden aan; [神社へ] offeren aan; aanbieden; consacreren; (4) betalen; afrekenen; met geld over de brug komen; dokken; (5) leveren; verschaffen; voorzien; een leverancier zijn van; (6) opslaan; stockeren; een voorraad vormen van; (7) verzamelen; vergaren; bundelen; groeperen; hergroeperen; (8) tot een einde brengen; beëindigen; eindigen; besluiten; afsluiten; schikken; slechten; beslechten; afhandelen; (9) op zijn oorspronkelijke plaats terugstoppen; terugplaatsen; opbergen; wegbergen; [鳥が羽を] z'n vleugels vouwen; (10) aannemen; accepteren; aanvaarden
tei (a) aanbieden; schenken; (b) tevoorschijn komen; halen
呈すteisu (1) aanbieden; bieden; presenteren; geven; [書を] sturen; (2) tonen; tentoonspreiden; vertonen; laten zien; bieden; opleveren; tentoonspreiden; [色を] aannemen
呈するteisuru (1) aanbieden; bieden; presenteren; geven; [書を] sturen; (2) tonen; tentoonspreiden; vertonen; laten zien; bieden; opleveren; tentoonspreiden; [色を] aannemen
呉れるkureru (1) geven; schenken; aanbieden; cadeau doen; verlenen [aan een persoon die met de spreker samenvalt; tot de groep van de spreker behoort; of waarmee de spreker zich identificeert]; (2) zo vriendelijk zijn te ~; de moeite doen te ~ [na de て-form van een werkwoord; voor een persoon die met de spreker samenvalt; tot de groep van de spreker behoort; of waarmee de spreker zich identificeert]
奉るtatematsuru (1) [hum.] aanbieden; schenken; offreren; offeren; presenteren; verschaffen; [w.g.] reiken; (2) [scherts.] geven; opgeven; (3) pro forma benoemen; eershalve aanstellen; (4) [hon.] nuttigen; gebruiken; eten; drinken; nemen; innemen; (5) [hon.] aantrekken; omdoen; (6) [hon.] instappen; instijgen; (7) […~] [hum. hulpwerkwoord]; (8) laten aanbieden; doen geven; (9) sturen; afvaardigen; zenden
寄贈するkizousuru aanbieden; schenken; ten geschenke geven; geven; bijdragen; contribueren; doneren; beschenken; begiftigen; doteren
差し上げるsashiageru (1) opheffen; opsteken; omhoogbrengen; omhoog heffen; omhoog steken; omhoog houden; omhoog doen; ten hemel heffen; verheffen; (2) geven; aanbieden; schenken; [w.g.] reiken
差し出すsashidasu (1) uitsteken; uitstrekken; [w.g.] uitreiken; (2) aanbieden; aanreiken; voorleggen; indienen; (3) sturen; zenden; doen toekomen; [form.] doen geworden
差すsasu (1) schijnen; lichten; gloeien; stralen; (2) [m.b.t. blos enz.] te voorschijn komen; over zich krijgen; zich manifesteren; (3) [m.b.t. boze macht enz.] varen in; [form.] vaardig worden over; (4) gieten; schenken; uitschenken; inschenken; serveren; vullen; [m.b.t. oogdruppels e.d.] toedienen; (5) aanbrengen; opdoen; [m.b.t. olie] smeren; (6) toevoegen; bijvoegen; erbij doen; (7) [m.b.t. paraplu e.d.] opsteken; omhoogbrengen; omhoogsteken; omhoog houden; (8) [m.b.t. zwaard] aangorden; aandoen; (9) [scheepv.] voortbomen; doen varen; doen voortbewegen; [w.g.; lit.t.] doen reilen; (10) [m.b.t. borrel] aanbieden; bieden; schenken; offreren
捧呈するhouteisuru aanbieden; overhandigen
提供するteikyousuru aanbieden; bieden; leveren; verschaffen; voorzien van; zorgen voor; aanreiken; aanvoeren; aandragen; ter beschikking stellen; van dienst zijn met; ten dienste stellen van; [i.h.b.] doneren; [w.g.] fourneren
提出するteishyutsusuru indienen; voorleggen; inleveren; aanhangig maken; afgeven; overgeven; ter hand stellen; bieden; [m.b.t. mening] naar voren brengen; opperen; [bewijsstukken enz.] voorbrengen; [m.b.t. klacht] inbrengen; [m.b.t. klacht] neerleggen; [m.b.t. bewijs] aanvoeren; [m.b.t. ontslag] aanbieden; [m.b.t. oplossing] aandragen; [m.b.t. verzet; protest] aantekenen; [jur.; stukken enz.] produceren; [jur.] exhiberen; [jur.] overleggen; [jur.] deponeren; [m.b.t. probleem] stellen
献上するkenjousuru aanbieden; schenken; begiftigen; offreren; presenteren; ter hand stellen; [w.g.] reiken
申し入れるmoushiireru voorstellen; voorleggen; een voorstel doen; aanbieden
申し出るmoushideru indienen; aanbieden; voorleggen; een voorstel doen; een aanbod doen
表するhyousuru uiten; tonen; betonen; betuigen; blijk geven van; bewijzen; aanbieden
贈るokuru (1) schenken; ten geschenke geven; geven; aanbieden; (2) verlenen; [een prijs; onderscheiding; rang etc.] toekennen; uitreiken; uitdelen; decoreren
shin (a) vorderen; naar voren komen; (b) promoveren; (c) verbeteren; vooruitgaan; (d) schenken; aanbieden
進呈するshinteisuru aanbieden; schenken; presenteren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.63 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 27 treffers (zoekopdracht: 'aanbieden', strategie: exact). 
2005-2021