日蘭辭典+

25 resultaten voor ‘aanbieden’
日蘭辭典 (trefwoord)
ageru擧げる、上げる
(上げる挙げる揚げる) t.w. (1) [旗を] hijschen. (2) [位を] bevorderen. (3) [擧示] opnoemen; geven; noemen. (4) [成績] opbrengen. (5) [進呈] aanbieden; geven. (6) [終了する] eindigen; afmaken. ¶ 本を讀みあげる een boek uitlezen. ¶ 此本をあげました ik heb dit boek uit. (7) [を] zijn stem verheffen. (8) [錨を] het anker lichten. (9) [增加] verhoogen. ¶ 賃金を上げる het loon verhoogen. (10) [式を] vieren. (11) [煎る] braden.
teishutsu提出
zn. initiatief o.; aanbieding v. ¶ 提出する te berde brengen; aanvoeren; naar voren brengen; aanbieden; voorstellen; initiatief nemen. ¶ 抗議を提出する protesteeren.
sasageru捧げる
t.w. (1) [捧持] omhoog houden. (2) [奉る] aanbieden. ¶ 君國に生命を捧げる zijn leven geven voor het vaderland. ¶ 捧げ銃 presenteert ’t geweer.
kōhyō高評
zn. uwe critiek v. ¶ 乞高評 „ter recensie aangeboden”.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <aanbieden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
申し入れる moushiireru voorstellen; voorleggen; een voorstel doen; aanbieden
伸べる noberu (1) [手を] uitstrekken; uitsteken; aanreiken; toesteken; aanbieden; verlenen; (2) [床を] spreiden; uitspreiden; leggen
提出する teishutsusuru indienen; voorleggen; inleveren; aanhangig maken; afgeven; overgeven; ter hand stellen; bieden; [m.b.t. mening] naar voren brengen; opperen; [bewijsstukken enz.] voorbrengen; [m.b.t. klacht] inbrengen; [m.b.t. klacht] neerleggen; [m.b.t. bewijs] aanvoeren; [m.b.t. ontslag] aanbieden; [m.b.t. oplossing] aandragen; [m.b.t. verzet; protest] aantekenen; [jur.; stukken enz.] produceren; [jur.] exhiberen; [jur.] overleggen; [jur.] deponeren; [m.b.t. probleem] stellen
提供する teikyousuru aanbieden; bieden; leveren; verschaffen; voorzien van; zorgen voor; aanreiken; aanvoeren; aandragen; ter beschikking stellen; van dienst zijn met; ten dienste stellen van; [i.h.b.] doneren; [w.g.] fourneren
呈する teisuru (1) aanbieden; bieden; presenteren; geven; [書を] sturen; (2) tonen; tentoonspreiden; vertonen; laten zien; bieden; opleveren; tentoonspreiden; [色を] aannemen
勧める susumeru (1) aanraden; raden; de raad geven (te); adviseren; aanmoedigen; [i.c.m. 熱心に] aanmanen; aanbevelen; voorstellen; vragen; (2) bevorderen; stimuleren; in de hand werken; (3) aanbieden; geven; schenken
呉れる kureru (1) geven; schenken; aanbieden; cadeau doen; verlenen [aan een persoon die met de spreker samenvalt, tot de groep van de spreker behoort, of waarmee de spreker zich identificeert]; (2) zo vriendelijk zijn te ~; de moeite doen te ~ [na de て-form van een werkwoord; voor een persoon die met de spreker samenvalt, tot de groep van de spreker behoort, of waarmee de spreker zich identificeert]
shin (1) a. vorderen; naar voren komen; (2) b. promoveren; (3) c. verbeteren; vooruitgaan; (4) d. schenken; aanbieden
進呈する shinteisuru aanbieden; schenken; presenteren
出す dasu (1) te voorschijn halen; uithalen; eruit halen; [gew., お酒を] ophalen; naar buiten brengen; uitnemen; [トランプの札を] uitspelen; opspelen; zetten; [外に] uitlaten; buitenlaten; [水を] openzetten; laten lopen; lozen; (2) uitsteken; [旗を] uithangen; (3) uiten; slaken; [音; サインを] geven; maken; produceren; (4) publiceren; uitgeven; uitbrengen; op de markt brengen; uitvaardigen; openbaren; tonen; [i.h.b.] onthullen; ontbloten; laten blijken; aan de dag leggen; tentoonspreiden; uitstallen; etaleren; (5) serveren; opdienen; voorschotelen; te berde brengen; aankomen met; komen aanzetten met; leveren; afleveren; verschaffen; opgeven; verstrekken; aanbieden; presenteren; uitreiken; [証を] aanvoeren; (6) insturen; inzenden; inleveren; indienen; [新人選手を] inzetten; (7) sturen; zenden; afvaardigen; verzenden; opsturen; versturen; (8) uitsturen; uitzenden; [ガスを] uitstoten; emitteren; [熱を] ontwikkelen; (9) doen vertrekken; [船を] uitzetten; [列車を] inleggen; (10) 10. betalen; opbrengen; (11) 11. veroorzaken; opleveren; voortbrengen; geven; [スピードを] halen; opdrijven; (12) 12. [店; 支店を] openen; beginnen; ; (1) 13. […~] naar buiten …; uit-; (2) 14. […~] beginnen te …; het op een … zetten
奉る tatematsuru (1) laten aanbieden; doen geven; (2) sturen; afvaardigen; zenden; ; (1) [hum.] aanbieden; schenken; offreren; offeren; presenteren; verschaffen; [w.g.] reiken; (2) [scherts.] geven; opgeven; (3) pro forma benoemen; eershalve aanstellen; (4) [hon.] nuttigen; gebruiken; eten; drinken; nemen; innemen; (5) [hon.] aantrekken; omdoen; (6) [hon.] instappen; instijgen; ; […~] [hum. hulpwerkwoord]
参らせる mairaseru [hum.] […参らせる] doen; verrichten; ; (1) vellen; afmaken; overwinnen; verslaan; kloppen; eronder krijgen; aan het kortste eind doen trekken; (2) [hum.] schenken; aanbieden; geven; aanreiken
差す sasu (1) gieten; schenken; uitschenken; inschenken; vullen; [m.b.t. oogdruppels e.d.] toedienen; (2) aanbrengen; opdoen; [m.b.t. olie] smeren; (3) toevoegen; bijvoegen; erbij doen; (4) [m.b.t. paraplu e.d.] opsteken; omhoogbrengen; omhoog houden; (5) [m.b.t. zwaard] aangorden; aandoen; (6) [scheepv.] voortbomen; doen varen; doen voortbewegen; [w.g., lit.t.] doen reilen; (7) 10. [m.b.t. borrel] aanbieden; bieden; schenken; offreren; ; (1) schijnen; lichten; gloeien; stralen; (2) [m.b.t. blos enz.] te voorschijn komen; over zich krijgen; (3) [m.b.t. boze macht enz.] varen in; [form.] vaardig worden over
差し出す sashidasu (1) uitsteken; uitstrekken; [w.g.] uitreiken; (2) aanbieden; aanreiken; voorleggen; indienen; (3) sturen; zenden; doen toekomen; [form.] doen geworden
差し上げる sashiageru (1) opheffen; opsteken; omhoogbrengen; omhoog heffen; omhoog steken; omhoog houden; omhoog doen; ten hemel heffen; verheffen; (2) geven; aanbieden; schenken; [w.g.] reiken
供する kyousuru (1) offeren; opdragen; (2) aanbieden; aanreiken; voorleggen; bieden; verschaffen; voorzien van; ter beschikking stellen; (3) aanwenden; gebruiken; besteden; bezigen; toepassen; (4) op een maal vergasten; op een diner trakteren; op een gastmaal onthalen; regaleren
プレゼントする purezentosuru [iem. iets] present geven; cadeau geven; ten geschenke geven; aanbieden; schenken; begiftigen (met)
贈る okuru (1) schenken; ten geschenke geven; geven; aanbieden; (2) verlenen; [een prijs, onderscheiding, rang etc.] toekennen; uitreiken; uitdelen; decoreren
収める osameru (1) oogsten; de oogst binnenhalen; de vruchten plukken; maaien; (2) verwerven; verkrijgen; krijgen; in het bezit komen van; realiseren; verwezenlijken; de vruchten plukken van; (3) opdragen aan; toewijden aan; [神社へ] offeren aan; aanbieden; consacreren; (4) betalen; afrekenen; met geld over de brug komen; dokken; (5) leveren; verschaffen; voorzien; een leverancier zijn van; (6) opslaan; stockeren; een voorraad vormen van; (7) verzamelen; vergaren; bundelen; groeperen; hergroeperen; (8) tot een einde brengen; beëindigen; eindigen; besluiten; afsluiten; schikken; slechten; beslechten; afhandelen; (9) op zijn oorspronkelijke plaats terugstoppen; terugplaatsen; opbergen; wegbergen; [鳥が羽を] z'n vleugels vouwen; (10) 10. aannemen; accepteren; aanvaarden
表する hyousuru uiten; tonen; betonen; betuigen; blijk geven van; bewijzen; aanbieden
上げる ageru (1) heffen; opheffen; omhoogheffen; verheffen; oprichten; tillen; optillen; omhoogtillen; omhoogbrengen; liften; verhogen; eleveren; [凧を] oplaten; opsteken; [棚に] leggen op; opleggen; [帆を] hijsen; ophijsen; omhooghijsen; opbrengen; opvissen; [碇を] lichten; hieuwen; [陸に] landen; aan land zetten; [顔を] opkijken; (2) loven; prijzen; roemen; huldigen; ophemelen; hoog opgeven van; (3) opvoeren; doen toenemen; optrekken; opjagen; opdrijven; [温度を] hoger zetten; [スピードを] vergroten; (4) bevorderen; promoveren; (5) overgeven; braken; opgeven; kotsen; vomeren; over z'n nek gaan; [gew.] opbrengen; (6) [客を] binnenlaten; inlaten; brengen; leiden naar; geleiden; (7) [学校へ] op school doen; (8) geven; aanbieden; toedienen; offreren; schenken; voorzetten; [娘を] wegschenken; (9) offeren; ten offer brengen; (10) 10. overhandigen; ter hand stellen; reiken; overreiken; (11) 11. ten einde brengen; afdoen; afwerken; volbrengen; voltooien; (12) 12. klaarspelen; gedaan weten te krijgen; (13) 13. [式を] houden; vieren; celebreren; fêteren; (14) 14. [例を] geven; vermelden; noemen; aanhalen; citeren; aanvoeren; leveren; opnoemen; opsommen; opgeven; opvissen; (15) 15. [子を] krijgen; [母が] het leven schenken; baren; [父が] verwekken; (16) 16. verbeteren; ontwikkelen; ontplooien; (17) 17. [髪を] doen; opmaken; opsteken; kappen; (18) 18. aanhouden; pakken; oppakken; vatten; inrekenen; snappen; in hechtenis nemen; in de kraag grijpen; arresteren; (19) 19. [芸者を] bestellen; laten komen; erbij halen; uitnodigen; ontbieden; engageren; (20) 20. frituren; in kokend vet bakken; braden; [gew.] fritten; (21) 21. [結果を] behalen; bereiken; verkrijgen; verwerven; realiseren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.38 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: 'aanbieden', strategie: exact). 
2005-2019