日蘭辭典+

28 resultaten voor ‘aanleg’
日蘭辭典 (trefwoord)
sainō才能
zn. talent o.; gave v.; geschiktheid v.; ¶ 才能ある begaafd; talentvol; geschikt; bekwaam.
fuchi布置
zn. aanleg m.; arrangement o. ¶ は布置宜しきを得て居る deze tuin is keurig aangelegd.
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:The Tanaka Corpus開花
¶ 天候が寒いと多くの植物開花できない。 Als het weer koud is kunnen de meeste planten niet bloeien. ¶ イタリアンルネッサンスを開花させるきっかけを作ったのはジョットの功績だ。 Het was de verdienste van Giotto dat hij de aanleiding creëerde die de Italiaanse renaissance deed ontluiken. ¶ 彼は数学の才能開花した。 Hij toonde aanleg voor wiskunde. ¶ 音楽の才能は普通早く開花する。 Talent voor muziek openbaart zich gewoonlijk op jonge leeftijd.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <aanleg>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
キャパkyapa (1) capaciteit; vermogen; potentieel; kundigheid; vaardigheid; geschiktheid; aanleg; talent; (2) capaciteit; volume; inhoud; bergruimte
キャパシティkyapashiti (1) capaciteit; vermogen; potentieel; kundigheid; vaardigheid; geschiktheid; aanleg; talent; (2) capaciteit; volume; inhoud; bergruimte
下地shitaji (1) grondslag; basis; fundering; fundament; grondwerk; grondslag; (2) aanleg; geneigdheid; neiging; hang; tendens; (3) grondslagen; grondbeginselen; basisvorming; elementaire kennis; basiskennis; (4) regeling vooraf; voorbereiding; voorafgaande schikkingen; (5) grondlaag; grondcouche; (6) shoyu; Japanse sojasaus
作り ; 造りtsukuri (1) bouw; constructie; makelij; factuur; afwerking; uitvoering; (2) bouw; cultuur; teelt; kweek; [庭の] aanleg; (3) stijl; presentatie; toilet; [i.h.b.] kledingstijl; kleedstijl; (4) plakjes verse rauwe vis; sashimi
作り ; 造りzukuri (1) -teelt; -kweek; -bouw; -cultuur; -aanleg; (2) -bouw; gemaakt; gebouwd van …
備蓄bichiku (1) opslag; opberging; aanleg; voorraadaanleg; reserveaanleg; [Belg.N.] stockering; (2) noodvoorraad; voorraad; reservevoorraad; reserve; stock
傾向keikou (1) neiging; geneigdheid; drang; overhelling tot iets; vatbaarheid; aanleg; (2) tendens; tendentie; trend
力量rikiryou aanleg; talent; gave; begaafdheid; kwaliteiten; capaciteiten; bekwaamheid; vermogen; capabiliteit
器物utsuwamono (1) recipiënt; vat; (vergaar)bak; container; (2) talent; gave; begaafdheid; aanleg; kaliber; (3) [muz.] muziekinstrument; instrument; [lit.t.] speeltuig
天授tenju (1) geschenk van de hemel; godsgeschenk; [lit.t.] hemelval; [i.h.b.] talent; aanleg; natuurtalent; (2) [Jap.gesch.] Tenju-periode (1375-1381); (3) [boeddh.gesch.] Devadatta
建設kensetsu (1) bouw; opbouw; aanbouw; aanleg; constructie; oprichting; het slaan (van een brug); (2) oprichting; vestiging; stichting; het instellen; instelling
性向seikou neiging; geneigdheid; aard; aanleg; inslag
性癖seiheki neiging; geneigdheid; beheptheid; tendens; tendentie; aanleg
性質seishitsu (1) natuur; aard; inborst; karakter; [veroud.] grond; gemoed; gesteldheid; signatuur; temperament; complexie; geaardheid; aanleg; dispositie; geneigdheid; (2) kwaliteit; eigenschap; kenmerk; karakteristiek; attribuut
才能sainou (1) talent; gave; begaafdheid; aanleg; (2) getalenteerd (zijn)
敷設 ; 布設 ; 鋪設fusetsu (1) aanleg; (2) bouw; aanbouw; constructie
構築kouchiku bouw; constructie; aanleg
照準shyoujun het aanleggen op; aanleg; het mikken op; mik; het richten naar; richting; doel
生まれ付きumaretsuki (1) aangeboren eigenschap; hoedanigheid; neiging; begaafdheid; gave; karakter enz.; aanleg; [veroud.] ingeborenheid; (2) [~の] aangeboren; natuurlijk; ingeboren; ingeschapen; inherent; intrinsiek; (3) van nature; van geboorte; van de geboorte af
筋 ; 条suji (1) vezel; draad; [oneig.] zeen; [oneig.] pees; [oneig.] spier; (2) ader; (3) aanleg; talent; gave; (4) lijn; streep; voor; vore; (5) [geneal.] lijn; linie; afstamming; afkomst; komaf; descendentie; bloed; (6) draad; plot; intrige; verwikkeling; rode draad; verhaallijn; (7) rede; logica; ratio; zinnigheid; (8) [確かな; 信頼すべき~] zijde; bron; kringen; (9) traject; tracé; (10) [囲碁; 将棋の] cruciale zet; (11) [maatwoord voor langgerekte objecten zoals rivieren; obi's; lijnen; rookkolommen; wegen enz.]
素質soshitsu (1) aard; natuur; karakter; inslag; vatbaarheid; [med.] diathese; (2) aanleg; kwaliteiten; predispositie; voorbeschiktheid; geschiktheid; [fig.] knobbel; [i.h.b.] talent
設計sekkei (1) ontwerp; plan; project; design; opzet; [bouwk.] tekening; [m.b.t. tuin] aanleg; (2) het ontwerpen; vormgeving; [m.b.t. stedenbouw enz.] planning
資質shishitsu kwaliteiten; talenten; gaven; begaafdheid; aanleg
造成zousei [宅地の] ontwikkeling; aanleg; bebouwing; voorbereiding; ontginning
馬継ぎumatsugi (1) wisseling van paard; het wisselen van postpaard; paardenwisseling; het overstappen op een vers wisselpaard; (2) poststation; post; pleisterplaats; station; relais; halt; [veroud.] aanleg
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.55 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 25 treffers (zoekopdracht: 'aanleg', strategie: exact). 
2005-2022