日蘭辭典+

25 resultaten voor ‘aanval’
日蘭辭典 (trefwoord)
shūgeki襲擊
(襲撃) zn. aanval m.; bestorming v. ¶ 襲擊する aanvallen.
yamiuchi闇討
zn. aanval in het donker; sluipmoord (暗殺) m.; Noot: Ook: 闇打ち
yashū夜襲
zn. nachtelijke aanval m.
damashiuchi騙し打ち

(だまし討ち, 騙し討ち) zn onverhoedsche aanval m. ¶ 騙し打ちにする onverhoeds aanvallen.

SUPPLEMENT (trefwoord)
kūshū空襲
zn. luchtaanval. t.w. 空襲する kūshūsuru (een, de) luchtaanval uitvoeren. ¶ 空襲警報 kūshū keihō (een, het) luchtalarm. ¶ 東京空襲の爪跡 Tōkyō kūshū no tsumeato. De littekens van de luchtaanval op Tokio.
WACHTKAMER (deze lemma’s zijn nieuw of bevatten wijzigingen)
epilepsie

epilepsie (znw, de) tenkan てんかん, 癲癇; (convulsie; kramp; stuiptrekking) hikitsuke 引きつけ; keiren 痙攣.

epileptische aanval tenkan hossa てんかん発作
anti-epileptische medicatie koo-tenkan-yaku 抗てんかん薬, 抗癲癇薬
epileptische ontlading (in de hersenen) tenkan hooden てんかん放電

¶ 私は、2年ほど前からてんかん発作を起こしています。現在は、抗てんかん薬を飲み、発作は起きていません。ですが、副作用が強く、毎日が眠かったりだるかったりします。 Watashi wa, ni-nen-hodo mae kara tenkan hossa wo okoshite imasu. Genzai wa, kou-tenkan-yaku wo nomi, hossa wa okite imasen. Desu ga, fukusayoo ga tsuyoku, mainichi nemukattari darukattari shimasu. Tot twee jaar geleden had ik elliptische aanvallen. Nu slik ik anti-epileptische medicatie en heb ik geen aanvallen. Echter, de bijwerkingen zijn sterk, iedere dag ben ik slaperig, lusteloos, moe en zo meer. (yahoo)

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <aanval>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
アタックatakku (1) [sportt.] aanval; offensief; (2) [bergsport] aanval naar de top; (3) aanpak; (4) [muz.] inzet; attaca; attaque; aanhef
オフェンスofuxensu [sportt.] aanval
タックルtakkuru [sportt.] tackle; aanval; het stoppen [van de balbezitter]; het neerleggen; het onderuithalen
チャージchaaji (1) [sportt.] charge met het lichaam; aanval; [i.h.b.] schouderduw; (2) oplading; het chargeren; (3) prijs; kosten
一撃ichigeki slag; klap; aanval; dreun; stoot; oplawaai; opduvel
打っ掛けbukkake (1) bespatting; beplenzing; [gew.] bedretsing; (2) bestoking; beschieting; aanval; (3) [cul.] soepje; (4) [cul.] sobasoep
攻めseme aanval; offensief
攻勢 kousei offensief; aanval; campagne; forcing
攻撃kougeki (1) aanval; offensief; charge; attaque; aanslag; (2) kritiek; afkeurende kritiek; afkeuring; aanval; blaam; verwijt; (3) [honkbalterm; baseballterm] batting
発作hossa (1) [geneesk.] aanval; bui; paroxisme; acces; (2) [geneesk.] stuip; spasme; convulsie; beroerte; [癲癇の] toeval
発病hatsubyou het ziek worden; ziekteaanval; aanval; uitbraak; outbreak; [Belg.N.] opstoot
突撃totsugeki charge; uitval; aanval; stormloop
立ちtachi (1) vertrekj start; afreis; (2) passage; verstrijking; verloop; (3) opbranding; (4) repetitie; proefoptreden; (5) [kabuki] staande opvoering; (6) [kabuki] mannelijke acteurs; (7) [sumō-jargon] afzet; charge; aanval; (8) [emfatisch voorvoegsel]
立合tachiai [sumō-jargon] afzet; charge; aanval
襲撃shyuugeki stormaanval; aanval; bestorming; stormloop; [verk.] storm; raid; inval; overval; aanslag; [veroud.] assaut
襲来shyuurai (1) invasie; inval; aanval; toeloop; overrompeling; stormloop; toestroming; (2) [meteo.] nadering; het nabij; dichterbij komen
進撃shingeki opmars; aanval; charge; uitval; ten aanval!
進攻shinkou aanval; offensief; bestorming; stormaanval
jin (1) [mil.] gelid; gelederen; rijen; formatie; legerformatie; gevechtsformatie; slagorde; opstelling; gevechtsopstelling; (2) [mil.] stelling; positie; terrein; kamp; kampement; (3) [mil.] slag; veldslag; oorlog; [arch.] krijg; (4) keizerlijk wachthuis; (5) tribune voor hofedelen; (6) toegang voor de clerus; (7) -korps; -groep; (a) [mil.] opstelling; formatie; (b) [mil.] legerplaats; legerkamp; kamp; (c) [mil.] slag; veldslag; veldtocht; campagne; (d) vlaag; aanval; (e) groep; korps; staf; equipe; ploeg; team; leden
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.61 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'aanval', strategie: exact). 
2005-2021