日蘭辭典+

33 resultaten voor ‘aanwijzing’
日蘭辭典 (trefwoord)
atokata跡形
zn. (1) [痕跡] spoor o. (2) [證跡] bewijs o.; aanwijzing v. (3) [根據] grond m. ¶ 跡形なき spoorloos; zonder een zweem van bewijs; op losse gronden; ongegrond.
yakuwari役割
zn. rolverdeeling v.; verdeeling van werk; aanwijzing van ieders taak.
itoguchi絲口
(緖、緒、糸口) zn. (1) [絲の] het einde van een draad. (2) [端緖] het begin van een spoor; aanwijzing v. ¶ 絲口が開けた een begin is gemaakt. ¶ 探索する絲口がない er is geen enkel spoor, dat men kan volgen; er is geen enkele aanwijzing.
shidō指導
zn. leiding v.; aanwijzing v. ¶ 指導する leiding geven; leiden; den weg wijzen. ¶ 指導の任に當る de leiding op zich nemen.
tegakari手掛り
zn. (1) [掴所] houvast o. (2) [搜査の] spoor o.; aanknopingspunt o.; aanwijzing v.
hyōshi表示
zn. blijk o.; indicatie v.; aanwijzing v.; uitdrukking v. ¶ 表示する toonen; blijk geven; aanwijzing geven; indiceeren; uitdrukking geven; verklaren. ¶ 表示機 indicateur.
kokoro-e心得
zn. (1) [知識、會得] kennis v.; begrip o. (2) [準則] aanwijzing v. mv. (3) [規則] voorschriften v. mv. (4) [覺悟 ] voorbereid v. (5) [官職の心得] vervanger m. ¶ 局長心得 waarnemend directeur. ¶ 一通り科料を心得て居る zij kan goed koken. ¶ 商人の心得 voorschriften voor kooplieden; wat een koopman behoort te weten.
shinan指南
zn. aanwijzing v.; onderricht o.; les v.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <aanwijzing>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ヒントhinto hint; aanwijzing; aanduiding; tip; wenk
兆候choukou teken; indicatie; blijk; aanwijzing; symptoom; voorteken; omen; teken aan de wand; verschijnsel; eerste aankondiging; vingerwijzing; augurium
切っ掛けkikkake (1) start; aanzet; begin; signaal; (2) kans; gelegenheid; aanleiding; (3) aanknopingspunt; hint; aanwijzing; houvast; spoor; [fig.] ingang
印 ; 標 ; 証 (bet. 4) ; 證 (bet. 4) ; 徴 (bet. 7) ; 験 (bet. 8) ; 首 (bet. 9)shirushi (1) teken; merk; markering; merkteken; (2) insigne; embleem; symbool; signum; kenteken; kenmerk; (3) signaal; sein; teken; (4) bewijs; aanwijzing; spoor; teken; indicatie; verschijnsel; symptoom; (5) blijk; teken; getuigenis; (6) aandenken; souvenir; memento; gedenkteken; (7) voorteken; teken; omen; [fig.] voorbode; (8) effect; uitwerking; werkzaamheid; doeltreffendheid; effectiviteit; kracht; (9) (afgehakt) hoofd van een vijand
御意gyoi (1) [hon.] (uw) gedachte; mening; inzicht; intentie; goeddunken; wil; wens; (2) [hon.] (uw) instructie; aanwijzing; bevel; (3) tot uw orders!; zoals u wenst; zoals u wil; (4) juist!; precies!; inderdaad; net wat u zegt; gelijk heeft u!
心当りkokoroatari kennis; idee; aanwijzing; vermoeden; aanleiding tot vermoedens
手懸り ; 手掛りtegakari (1) houvast; (2) aanwijzing; spoor; hint; aanknopingspunt; sleutel; [fig.] ingang
指名shimei voordracht; benoeming; nominatie; kandidaatstelling; aanbeveling; aanwijzing; designatie
指図sashizu instructie; aanwijzing; vingerwijzing
指定shitei aanwijzing; bepaling; bestemming; vaststelling; designatie; [jur.] appointement
指差しyubisashi het wijzen met de vinger; aanwijzing; vingerwijzing
指差shisa het wijzen met de vinger; aanwijzing; vingerwijzing
指摘 shiteki het aantonen; aanwijzing; aanduiding; signalering
指標shihyou (1) indicator; aanwijzing; vingerwijzing; aanduiding; handwijzer; wegwijzer; [geneesk.] indicatie; indice; indicie; barometer; (2) [wisk.] index; wijzer; aanwijzer; (3) cursor
指示shiji (1) aanduiding; aanwijzing; indicatie; denotatie; [w.g.] vingerwijzing; (2) instructie; aanwijzing; richtlijn; voorschrift; directief; last
暗示anji suggestie; hint; wenk; tip; aanwijzing; aanduiding; zinspeling; toespeling; allusie
様子yousu (1) toestand; situatie; staat; omstandigheden; stand van zaken; gesteldheid; het hoe; (2) schijn; voorkomen; uiterlijk; aanblik; aanzien; karakter; air; uitzicht; indruk; habitus; (3) reden; grond; (4) teken; blijk; aanwijzing; symptomen
気色keshiki (1) uitdrukking; humeur; (2) teken; indicatie; aanwijzing; (3) toestand; aanblik; uitzicht; (4) allusie; zinspeling; suggestie; voorafschaduwing; (5) zweem; vage aankondiging; (6) gunst; begunstiging; gratie
示唆shisa hint; suggestie; aanduiding; aanwijzing; inblazing; wenk; zinspeling
糸口itoguchi (1) eind van een draad; (2) begin; start; aanvang; aanzet; (3) aanwijzing; aanduiding; spoor; hint; aanknopingspunt; vingerwijzing; gegeven dat de weg wijst; draad
表れaraware blijk; uiting; teken; openbaring; aanwijzing; aanduiding; indicatie; symptoom
表示hyouji (1) aanwijzing; aanduiding; het tonen; indicatie; weergave; [comp.] display; (2) tabellarische weergave
説明setsumei uitleg; uitlegging; opheldering; uiteenzetting; aanwijzing; explicatie; verheldering; expositie; exposé; illustratie; toelichting; verklaring; elucidatie; adstructie; [m.b.t. foto; illustratie e.d.] onderschrift; [m.b.t. foto; illustratie e.d.] bijschrift
足掛かりashigakari (1) steun; steunpunt voor de voet; voetsteun; houvast; vaste voet; plaats om te staan; (2) [fig.] vaste voet; zekere positie; steunpunt; springplank; gunstige startpositie; (3) aanwijzing; spoor; hint; aanzet; sleutel
ashi (1) [anat.] been; poot; [inform.] stelt; [烏賊; 蛸の] arm; tentakel; (2) [anat.] voet; (3) mannelijk geslachtsdeel; derde been; (4) [fig.] poot; onderstel; stut; [山の] voet; [旗の] vlucht; (5) [wisk.] voet; voetpunt; (6) onderste gedeelte van een Chinees karakter; (7) ashikanamono [= metalen ringen aan een zwaardschede ter bevestiging van rijgsnoeren]; (8) stap; tred; schrede; pas; gang; loop; tempo; (9) [paardensport] [馬の] gang; snelheid; (10) [scheepv.] vaart; snelheid; (11) [scheepv.] levend werk [= deel van een schip dat zich in het water bevindt]; diepgang; (12) [scheepv.] stabiliteit; stijfheid; (13) [客の] bezoek; aanloop; opkomst; klandizie; (14) [犯人の] gangen; spoor; [i.h.b.] vluchtroute; (15) aanwijzing; spoor; aanknopingspunt; (16) [雨; 雲; 風の] drift; gesteldheid; (17) vervoer; transport; vervoermiddel; transportmiddel; [meton.] gelegenheid; (18) transportkosten; vervoerkosten; vervoerprijs; reiskosten; (19) geld; geldmiddelen; middelen; (20) [武士の] dotatie; apanage; toelage; (21) rente; interest; intrest; (22) verlies; derving; tekort; gebrek; [i.h.b.] schuld; (23) [beurst.] koers; marktbeweging; trend; tendens; (24) [食べ物の] houdbaarheid; (25) [餅の] kleverigheid; plakkerigheid; (26) [酒の] kwaliteit; karakter; (27) [網目の] maaswijdte; (28) [柿葺きで] overstek [= afstand waarmee de ene dakspaan over de andere uitsteekt]; (29) poppenspeler die het voetenwerk van een marionet bedient; (30) prostituee; liefje; (31) circa …; ongeveer …
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.59 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 25 treffers (zoekopdracht: 'aanwijzing', strategie: exact). 
2005-2021