日蘭辭典+

48 resultaten voor ‘aard’
日蘭辭典 (trefwoord)
soshitsu素質
zn. aard m.; natuur v.; neiging
sosei素性
zn. aard m.; natuur v.
seikō性向
zn. neiging v.; geneigdheid v.; aard m.; karakter v.
seikō性行
zn. aard en gedrag; handel en wandel m.
tachi
zn. (1) [品質] kwaliteit v.; hoedanigheid v. (2) [性質] aard m.; natuur v.; karakter o. (3) [體質] gestel o. ¶ 質の惡い kwaadaardig (性質); minderwaardig (品質).
seishitsu性質
zn. aard m.; neiging v.; karakter o.; natuur v. ¶ ……の性質van nature; naar zijnen aard.
iu言ふ、云ふ
(言う、云う) t.w. (1) [言ふ] zeggen. (2) [告げる] vertellen. (3) [話す] spreken. (4) [呼ぶ] noemen. ¶ 云ひ條 zelfs al neemt men aan, dat. ¶ 言へない ik kan niet zeggen of ...... ¶ 言ふ迄もなく het spreekt van zelf; uit den aard der zaak; onnoodig te zeggen dat ...... ¶ 言ふ所の zoogenaamd. ¶ 言ふに言はれない onuitsprekelijk; onbeschrijfelijk. ¶ 言ふもかなり men kan gerust zeggen, dat ..... ¶ 言ふと同時に實行する de daad bij het woord voegen. ¶ 法律から言へば wettelijk gesproken. ¶ 言ふ聞く luisteren naar iemands woorden; doen wat een ander zegt. ¶ 言はぬが花 het is het beste erover te zwijgen. ¶ それは蘭語と云ひますか hoe zeg je dat in het Hollandsch?; wat is dat in het Hollandsch? ¶ に少し言ひ度いがある ik heb je wat te vertellen. ¶ それ見な言はぬことか wel, heb ik het je niet gezegd; wel heb ik je nietgewaarschuwd? ¶ 大きく言ふ overdrijven. ¶ 暗に言ふ te verstaan geven. ¶ 物を言へなくなる verstomd staan; met stomheid geslagen zijn. ¶ を悪く言ふ kwaad van iemand spreken. ¶ あのはスミットと云ひます die meneer heet Smit. ¶ スミットと云ふ een meneer, genaamd Smit; een zekere (meneer) Smit. ¶ 彼は恩知らずだと云はれる men zegt, dat hij ondankbaar is; men verwijt hem ondankbaarheid. ¶ とは言ふものの hoe het ook zij.
kiai氣合
(気合) zn. (1) [好時機] recht oogenblik o.; gevoelens o.mv. (2) [氣分] aard m.; gemoed o. (3) [掛聲] gil m.; kreet m. ¶ 氣合術 mesmerisme; wilsopdringing.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <aard>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
キャラクターkyarakutaa (1) karakter; aard; inborst; natuur gemoed; (2) [物語; 映画; 漫画の] personage; figuur; rol; [ton.] karakter
一種isshyu (1) soort; type; aard; vorm; (2) dezelfde soort; hetzelfde type; dezelfde aard; dezelfde vorm; (3) eerste klasse; (4) van een soort; van een bepaalde soort; een bepaalde soort van; (5) van hetzelfde soort; van hetzelfde type
人柄hitogara persoonlijkheid; karakter; inborst; aard; natuur
人間ningen (1) mens; persoon; menselijk wezen; sterveling; de mensen; volk; het mensdom; de mensheid; het mensengeslacht; het menselijk geslacht; [gez.] aarden vat; [min.] stuk vlees; (2) persoonlijkheid; aard; karakter; kaliber; natuur
人 ; ヒトhito (1) mens; Homo sapiens; (2) persoon; mens; ziel; sterveling; [oorspr.bijb.] mensenkind; [oneig.] man; [oneig.] vrouw; figuur; individu; type; iemand; (3) karakter; inborst; aard; persoonlijkheid; [i.h.b.] talent; (4) de mensen; hij of zij; iemand anders; de andere; men; je
体 ; 躰tai (1) lichaam; lijf; (2) staat; toestand; gesteldheid; (3) vorm; voorkomen; gedaante; stijl; (4) wezen; essentie; substantie; aard; natuur; (5) [taalk.] substantief; substantivum; (6) sterkte; kloekheid; ruggengraat; (7) [ikebana] bovenste leidtak; (8) [wisk.] lichaam; (9) [maatwoord voor goden- en boeddhabeelden; lijken e.d.]; (a) lichaam; ledematen; (b) gedaante; vorm; (c) figuur; voorwerp; (d) wezen; essentie; substantie; (e) orgaan; organisatie; (f) lichamelijke opvoeding
地上のchijouno (1) aards; aard-; land-; terrestrisch; ondermaans; (2) aards; werelds; aardgebonden; van deze wereld
地球のchikyuuno aard-; aards; terrestrisch; geo-
ji (1) grond; aarde; bodem; (2) streek; land; (3) basis; fundering; grondslag; (4) natuurlijke huid; (5) ondergrond; grondlaag; fond; veld; (6) stof; weefsel; textiel; (7) aard; karakter; (8) grondtekst; (9) werkelijkheid; realiteit; feit; (10) [go] ingenomen gebied; (11) muzikale begeleiding bij Japanse dans; (12) [Jap.muz.] motief; (13) [shamisen-muz.] grondtoon; (14) [nō-theater] koorgezang; koorzang; koorlied; koorstuk; (15) jiai-recitatie [= intonering onder shamisen-begeleiding]; (a) grond; aarde; land; (b) streek; plaats; (c) [boeddh.] bhūmi [= stadium binnen iems. religieuze ontwikkeling]; (d) grondstof; onbewerkt materiaal; (e) aard; karakter; natuur
天性tensei wezen; natuur; aard; inborst; karakter; inslag; instelling
心延えkokorobae karakter; aard; inborst; gemoedsgesteldheid; hart
心持ちkokoromochi (1) karakter; aard; mood; stemming; gemoedsgesteldheid; geestesgesteldheid; gemoedstoestand; houding; (2) gevoel; indruk; (3) een beetje; iets; wat; een kleinigheid; ietsje; een stukje
心根kokorone (1) bodem van het hart; gemoed; innigste van de ziel; intiemste gevoelens; (2) grondhouding; karakter; aard
kokoro (1) geest; ziel; (2) hart; innerlijk; inborst; aard; karakter; (3) gevoel; gevoelens; emotie; sentiment; hartstocht; (4) hartelijkheid; cordialiteit; warmte; vriendelijkheid; oprechtheid; eerlijkheid; (5) sympathie; genegenheid; medegevoel; deelneming; (6) aandacht; attentie; interesse; belangstelling; (7) geheugen; memorie; herinneringsvermogen; (8) wil; wilskracht; (9) intentie; bedoeling; (10) stemming; humeur; gemoedsgesteldheid; (11) betekenis; ware betekenis; zin; antwoord; het waarom
性向seikou neiging; geneigdheid; aard; aanleg; inslag
性根shyoune (1) karakter; aard; natuur; (2) vastberadenheid; resolutie; (3) wezen; essentie; (4) affaire; verhouding; liaison
性格seikaku (1) karakter; inborst; aard; persoonlijkheid; natuur; gezindheid; [veroud.] grond [m.b.t. personen]; (2) karakter; aard [m.b.t. zaken]
性質seishitsu (1) natuur; aard; inborst; karakter; [veroud.] grond; gemoed; gesteldheid; signatuur; temperament; complexie; geaardheid; aanleg; dispositie; geneigdheid; (2) kwaliteit; eigenschap; kenmerk; karakteristiek; attribuut
sei (1) aard; natuur; (2) geslacht; kunne; sekse; gender; [taalk.] genus; (3) seks; [attr.] seksueel
意地iji (1) aard; karakter; natuur; inborst; instelling; inslag; gemoed; signatuur; (2) karakter; vastheid van wil; wilskracht; ruggengraat; (3) koppigheid; eigenzinnigheid; trots; eigen wil
意気iki (1) energie; lust; zin; [Belg.N.] goesting; graagte; geestdrift; ijver; enthousiasme; (2) lef; durf; moed; pit; spirit; flinkheid; karakter; moreel; daadkracht; (3) aard; karakter; gemoed; hart
本質honshitsu wezen; essentie; natuur; aard; het essentiële; essence; substantie; het wezenlijke; wezenheid; kwintessens; essentialia
根性konjou (1) karakter; aard; natuur; geest; instelling; mentaliteit; ingesteldheid; (2) lef; karakter; wilskracht; flinkheid; durf; moed; guts; [inform.] ballen
毛色keiro (1) haarkleur; vachtkleur; (2) soort; aard
気性kishyou aard; karakter; temperament; dispositie; natuur; inborst; inslag
気息kisoku (1) adem; ademhaling; ademtocht; [inform.] asem; (2) gevoel; stemming; karakter; aard; temperament
気立てkidate karakter; aard; inslag; instelling; natuur; inborst; temperament
気質kishitsu temperament; aard; karakter; inslag; natuur; inborst
気風kifuu aard; karakter; ingesteldheid; inslag; instelling
生まれ ; 生れumare (1) geboorte; (2) afkomst; afstamming; geslacht; familie; (3) karakter; aard; inborst; natuur; (4) geboorteplaats
生得shyoutoku (1) aard; karakter; (2) oorspronkelijk; van nature; van aard; in se; eigenlijk
生得seitoku (1) levende vangst; verwerving; verkrijging bij levenden lijve; (2) aard; karakter
種類shyurui soort; aard; variëteit; slag; type; categorie; [biol.] species; [w.g.] specie; [w.g.] gading; [inform.] soortement
tsubu (1) korrel; korreltje; grein; greintje; bolletje; druppel; (2) aard; natuur; kwaliteit; grootte; kaliber; (3) [maatwoord voor korrels; bolletjes; pillen enz.]
素質soshitsu (1) aard; natuur; karakter; inslag; vatbaarheid; [med.] diathese; (2) aanleg; kwaliteiten; predispositie; voorbeschiktheid; geschiktheid; [fig.] knobbel; [i.h.b.] talent
sen (1) lijn; streep; [i.h.b.] grens; niveau; (2) lijn; [i.h.b.] omtrek; trekken; contour; beloop; (3) [spoorw.] spoor; perron; [luchtv.; scheepv.] lijn; route; vaart; [telef.] lijn; (4) [meetk.] lijn; (5) [pol.] lijn; koers; politiek; spoor; (6) aard; karakter; (7) [maatwoord voor lijnen; sporen]
肌 ; 膚hada (1) huid; vel; [volkst.] bast; (2) oppervlak; [i.h.b.] textuur; (3) aard; natuur; karakter; inborst; geaardheid; type; slag; een ~ soort mens
iro (1) kleur; (2) verf; kleur; kleurstof; pigment; (3) gelaatskleur; gelaatsuitdrukking; voorkomen; uiterlijk; look; houding; (4) liefde; liefdesaffaire; romance; liefdesavontuur; idylle; (5) wellust; lust; vleselijk verlangen; seksuele begeerte; sexuele passie; zinnelijk plezier; sensueel genot; (6) liefje; vrijer; meisje; jongen; liefste; geliefde; minnaar; minnares; maîtresse; (7) schoonheid; beminnelijkheid; schattigheid; vrouwelijke charmes; aantrekkelijkheid; (8) verfraaiing; versiering; decoratie; ornament; opschik; tooi; (9) soort; aard; type; klasse; (10) [maatwoord voor kleuren]
shitsu (1) aard; karakter; natuur; (2) kwaliteit; gehalte; kaliber; degelijkheidsgraad; (3) gestel
kotsu (1) as; stoffelijke resten na crematie; (2) truc; kneep; handigheidje; het fijne; (3) arcanen; arcana; geheimen; (a) bot; geraamte; (b) pointe; essentie; (c) lijf; gestel; (d) aard; natuur; inborst; (e) fonetisch teken met uitspraak "kot-"
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 40 treffers (zoekopdracht: 'aard', strategie: exact). 
2005-2022