日蘭辭典+

10 resultaten voor ‘afbetalen’
日蘭辭典 (trefwoord)
harau拂ふ
(払う) t.w. (1) [掃除] wegvegen; wegvagen. (2) [驅逐] verdrijven. (3) [賣拂] verkoopen. (4) [支拂ふ] betalen; voldoen. ¶ 綺麗に拂ふ geheel afbetalen; schuld voldoen. ¶ 注意を拂ふ aandacht schenken. ¶ 燒拂ふ platbranden. ¶ を切り拂ふ takken snoeien.
kakeruかける
(掛ける, 懸ける) (1) [吊す] ophangen; hangen. (2) [計量する] wegen. (3) [かけ渡す] bouwen; leggen; slaan. (4) [果す] opleggen; heffen. (5) [心配を] veroorzaken; bezorgen. (6) [, 時間を] besteden. (7) [錠を] sluiten. (8) [乘ずる] vermenigvuldigen. (9) [注ぎかける] besprenkelen. i.w. (10) [腰を] gaan zitten. t.w. (11) [を放す] in brand steken. (12) [掛を] afbetalen. (13) [交尾さす] laten paren. (14) [著せる] aankleeden; bekleeden met. (15) [上へ廣げる] overdekken met; overspreiden. (16) [鑑定に] onderwerpen aan. ¶ 電話線をかける telefoon aanleggen. ¶ 刷毛をかける afborstelen. ¶ かける vier met drie vermenigvuldigen. ¶ 電報をかける telegram zenden; telegrafeeren. ¶ 電話を掛ける telefoneeren; opbellen. ¶ 醫者かける dokter consulteeren. ¶ 氣に掛ける ter harte nemen. ¶ 問を掛ける vraag richten tot. ¶ 思を掛ける verliefd worden op. ¶ 讀み掛ける beginnen te lezen. ¶ に掛ける op het vuur zetten.
kakekin掛金
zn. storting v.; afbetaling v. ¶ に五十圓掛金する maandelijks vijftig yen afbetalen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <afbetalen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
入金するnyuukinsuru (1) geld ontvangen; (2) (gedeeltelijk) betalen; afbetalen
全納するzennousuru volledig; integraal betalen; afbetalen; afdoen; voldoen; volstorten
弁済するbensaisuru terugbetalen; betalen; aflossen; afbetalen; vereffenen; voldoen; afrekenen; verrekenen; liquideren; kwijten; presteren; delgen
支払うshiharau betalen; neertellen; neerleggen; voldoen; vereffenen; contenteren; [m.b.t. rekening] gladmaken; [m.b.t. rekening] afrekenen; [inform.] dokken; [inform.] offeren; [fig.; scherts.; inform.] afschuiven; [i.h.b.] afbetalen; [i.h.b.; inform.] afdokken; [m.b.t. een wissel] rembourseren; [m.b.t. een schuld] terugbetalen; [m.b.t. een schuld; obligaties] aflossen; [m.b.t. een schuld] honoreren; [m.b.t. een schuld] delgen; [m.b.t. een schuld] kwijten; [m.b.t. een schuld] afdoen; [m.b.t. een schuld] afkomen; [m.b.t. rente] vergoeden; [m.b.t. loon] uitbetalen; uitkeren; [fig.] uittellen; [m.b.t. kosten] dragen; bekostigen; [uitdr.] voor zijn rekening nemen; [uitdr.] over de brug komen; [uitdr.] zijn beurs; portemonnee trekken; [fig.] overkomen; [Barg.] roeren; [Barg.] besjollemen
済ますsumasu (1) afmaken; beëindigen; volbrengen; een eind maken aan; een punt zetten achter; (2) [負債を] aflossen; afbetalen; afdoen; [勘定を] betalen; voldoen; vereffenen; (3) zich behelpen (met); zich redden (met); het klaarspelen (met); rondkomen (met)
済ませるsumaseru (1) afmaken; afwerken; afdoen; afronden; ten einde brengen; beëindigen; een einde maken aan; korte metten maken met; (2) betalen; voldoen; vereffenen; delgen; aflossen; afbetalen; restitueren; amortiseren; aanzuiveren; (3) zich behelpen; het moeten doen; het kunnen stellen; toekunnen; het kunnen rooien; zich redden; rondkomen met; (4) afhandelen; afwikkelen; afdoen; regelen; in orde brengen; maken; voor elkaar brengen; oplossen; zijn beslag geven; [安く~] er goedkoop afkomen
片付けるkatazukeru (1) in orde brengen; opruimen; (2) wegzetten; afruimen; terugzetten; (terug) goed zetten; (3) [問題を] oplossen; [借金を] afbetalen; afdoen; afhandelen; in orde brengen; regelen; beëindigen; afmaken; [金で] afkopen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.7 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 7 treffers (zoekopdracht: 'afbetalen', strategie: exact). 
2005-2022