日蘭辭典+

13 resultaten voor ‘afkorten’
日蘭辭典 (trefwoord)
yakusuru約する
t.w. (1) [約束] beloven; afspreken; i.w. overeenkomen. (2) [省略] afkorten; verkorten; herleiden (數學).
shōryaku省略
zn. weglating v.; afkorting v. ¶ 省略する afkorten; verkorten; gedeeltelijk weglaten; ¶ 省略せぬ onverkort; volledig. ¶ 省略符 apostrophe.
SUPPLEMENT (trefwoord)
ryakusu略す
t.w. afkorten. ¶ 最近、「地産地消」という言葉をよく耳にします。「地産地消」と は、「地元生産地元消費」を略した言葉で、「地元で生産されたも のを地元で消費する」という意味ですSaikin, ‘chisan chishō’ to yū kotoba wo yoku mimi ni shimasu. ‘chisan chishō’ to wa, ‘jimoto seisan jimoto shōhi’ wo ryakushita kotoba de, ‘jimoto de seisansareta mono wo jimoto de shōhisuru’ to yū imi desu. Recentelijk horen we vaak de uitdrukking ‘chisan chishō’. Dat is een afkorting van ‘jimoto seisan jimoto shōhi’ en heeft de betekenisplaatselijk geproduceerde producten plaatselijk consumeren’. (youtube)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <afkorten>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
削ぐsogu (1) afpunten; punten; toppen; aftoppen; tippen; trimmen; aftippen; afknippen; bijknippen; afkappen; afsnijden; besnoeien; inkorten; [耳; 鼻を] couperen; (2) [ゴボウを] schuins raspen; (3) [竹を] puntig maken; aanpunten; scherpen; spitsen; (4) [興を] temperen; drukken; bederven; vergallen; doen bekoelen; afzwakken; afstompen; smoren; [意欲を] benemen; [期待を] een domper zetten op; [気勢を] ontmoedigen; neerdrukken; (5) afkorten; bekorten; vereenvoudigen; (6) scherpen; scherp van lijn worden; (7) afwijken; afdwalen; ontaarden
略すryakusu (1) afkorten; inkorten; verkorten; bekorten; abbreviëren; vereenvoudigen; (2) achterwege laten; weglaten; laten; laten vallen; overslaan; afzien van; omitteren
略するryakusuru (1) afkorten; inkorten; verkorten; bekorten; abbreviëren; vereenvoudigen; (2) achterwege laten; weglaten; laten; laten vallen; overslaan; afzien van; omitteren
略称するryakushyousuru afkorten
省略するshyouryakusuru (1) weglaten; uitlaten; omitteren; achterwege laten; (2) afkorten; abbreviëren; afkappen; afbijten; [taalk.] elideren; (3) verkorten; bekorten; inkorten
短くするmijikakusuru kort; korter maken; verkorten; afkorten; inkorten; bekorten; kortwieken; beknotten
短縮するtanshyukusuru inkorten; verkorten; afkorten; korter maken; bekorten; reduceren; verminderen; verkleinen; besnoeien; inperken; inkrimpen; comprimeren
約すyakusu (1) samenbinden; bundelen; aanhalen; (2) weglaten; achterwege laten; uitlaten; overslaan; laten vallen; (3) afspreken; overeenkomen; een afspraak; contract aangaan; een overeenkomst sluiten; zich verbinden; (4) besparen; bezuinigen; beperken; reduceren; bekorten; afkorten; vereenvoudigen; verkorten; (5) [wisk.] herleiden; reduceren
縮めるchidhimeru verkorten; inkorten; afkorten; korter maken; bekorten; [i.c.m. 記録を] scherper stellen; breken; [i.c.m. 刑期を] verminderen; [i.c.m. 距離を] verkleinen; [i.c.m. サイズを] reduceren; [m.b.t. kledingstuk] inleggen; opkorten; [fig.] condenseren; [fig.] beknotten; [i.c.m. 首を; 足を] intrekken
詰めるtsumeru (1) [op zijn post] blijven; zich paraat houden; op wacht staan; posten; (2) vullen (met); [koffers enz.] pakken; opvullen (met); stoppen; volstoppen; dichtstoppen; proppen; toeproppen; stouwen; [tandh.] plomberen; (3) (nauwer) doen aansluiten; dicht(er) opeen doen staan; zitten; dichter bij elkaar plaatsen; doen aanschikken; doen opeenpakken; aanhalen; (4) inkorten; verkorten; korter maken; bekorten; korten (met); afkorten; [m.b.t. kledingstuk] inleggen; [m.b.t. voorsprong; afstand] verkleinen; verminderen; [op de uitgaven enz.] besnoeien; bezuinigen; [de uitgaven enz.] beperken; inperken; [m.b.t. adem] inhouden; [m.b.t. vinger] knotten; (5) een eind maken aan [een discussie enz.]; beëindigen; afwikkelen; afronden; z'n beslag geven; ten einde brengen; de laatste hand leggen aan; (6) (onverdroten; onafgebroken; ononderbroken; continu; doorlopend; non-stop; de hele tijd; aanhoudend; constant) blijven ~; (geconcentreerd; ingespannen; intensief; intens) bezig zijn met ~; (7) schaak geven; schaak zetten; (schaak)mat zetten; (schaak)mat geven
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.99 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'afkorten', strategie: exact). 
2005-2020