日蘭辭典+

24 resultaten voor ‘akkoord’
日蘭辭典 (trefwoord)
sansei賛成
zn. goedkeuring v.; steun m. ¶ 賛成する ondersteunen; goedkeuren; meegaan met; accoord gaan met; voor stemmen. ¶ 賛成者 ondersteuner; voor stemmer.
fuchō不調
zn. geen overeenstemming v. ¶ 談判は不調に終った de onderhandelingen werden afgebroken.
SUPPLEMENT (trefwoord)
haiはい
(tussenwerpsel) (1) [reactie die instemming betuigt met een voorafgaande uiting die bevestigend is of bevestiging impliceert] ja; jawel; jazeker; ik snap het; oké; akkoord. [reactie die instemming betuigt met een ontkennende vraag] nee; dat is [niet] zo; klopt. ¶ 「分かりますか」「はい、わかります」 ‘wakarimasu ka?’ ‘hai, wakarimasu’ ‘begrijp je het?’ ‘Ja, ik begrijp het’. ¶ 「分かりませんか」「はい、分かりません」 ‘wakarimasen ka?’ ‘hai, wakarimasen’ ‘begrijp je het niet?’ ‘nee, ik begrijp het niet’. ¶ 「入ってよろしいですか」「はい、どうぞ」 ‘haitte yoroshii desu ka?’ ‘hai dōzo’ ‘mag ik binnenkomen?’ ‘ja, alsjeblieft’. ¶ 「あなた達は学生ですか」 「はい、そうです」 anatatachi wa gakusei desu ka?’ ‘hai, sō desu’ ‘zijn jullie studenten?’ ‘ja, dat klopt’. ¶ 「今日来ませんか」 「はい‘kyō wa kimasen ka?’ ‘hai ‘komt hij vandaag niet?’ ‘nee’. ¶ 「明日も来てくれませんか」 「はい、伺います」 ashita mo kite kuremasen ka?’ ‘hai, ukagaimasu’ ‘[waarom] kom je morgen ook niet?’ ‘dat is goed, ik zal komen’. (2) [om aan te geven dat men luistert] oh?; ah; oh ja? (3) [om aan te geven dat men aanwezig is] hier ben ik! present! (4) [om de aandacht te trekken wanneer men iets wil geven of gaan zeggen of vragen] ¶ 「はい。こちらがレシートです」 hai. kochira ga reshiito desu’alstublieft, hier is uw bon’. ¶ 「はい、百円のおつりです」 hai, hyaku en no otsuri desu’alstublieft, 100 Yen wisselgeld’. ¶ 「はい、あなたの鍵です」 hai, anata no kagi desu’hier, je sleutels’. ¶ 「はい」「何ですか」 「ちょっと質問があるんですが」 hai’ ‘nan desu ka’ ‘chotto shitsumon ga arun desu ga’ ‘meneer?’ ‘wat is er?’ ‘ik wil iets vragen ...’
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <akkoord>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
出合い deai (1) toevallige ontmoeting; treffen; kennismaking; (2) eerste ontmoeting; (3) rendez-vous; (geheim) afspraakje; (4) koopovereenkomst; akkoord; (5) samenvloeiing; confluentie
実に geni (1) echt; werkelijk; waarlijk; inderdaad; juist; precies; exact; (2) klopt; akkoord; wat je zegt; zeg dat wel; bravo; hulde
和音 waon [muz.] akkoord
承知 shouchi (1) kennis; besef; bewustzijn; bewustheid; onderkenning; (2) toestemming; instemming; inwilliging; goedkeuring; akkoord
コード koodo (1) [muz.] snaar; (2) [muz.] akkoord; (3) deontologische code; gedragslijn; (4) [telegr.; comp.] code; (5) kabel; snoer; draad
合意 goui akkoord; wederzijds goedvinden; onderling goedvinden; algemene instemming
同意 doui (1) overeenkomst; overeenstemming; akkoord; consensus; (2) instemming; toestemming; goedkeuring; inwilliging; consent; adhesie; (3) dezelfde betekenis
妥結 daketsu overeenkomst; akkoord; compromis; vergelijk
纏まり matomari (1) eenheid; coherentie; consistentie; samenhang; cohesie; (2) regeling; beslag; oplossing; afronding; slotsom; conclusie; besluit; akkoord
了解 ryoukai oké; [afk.] OK; begrepen; goed; in orde; akkoord; afgesproken; ja; all right; [m.b.t. radioverkeer] Roger; ontvangen en begrepen; ; (1) begrip; verstandhouding; verstand; bevatting(svermogen); comprehensie; (2) instemming; toestemming; goedkeuring; akkoord; bewilliging
調和 chouwa harmonie; overeenstemming; eenstemmigheid; overeenkomst; congruentie; eenheid; [fig.] akkoord; samenstemming
賛成 sansei akkoord!; vind ik ook!; vóór!; toegestemd!; akkoord Van Putten; Varelen!; helemaal mijn idee!; [表決で] aangenomen!; ; (1) goedkeuring; goedvinden; instemming; toestemming; beaming; ja; bijval; onderschrijving; adhesie; approbatie; agreatie; [veroud.] bewilliging; support; steun; [fig.] toejuiching; (2) [pol.] voorstem; [pol.] pro-stem; [pol.] stem voor; [pol.] goedkeurende stem; [pol.] suffrage
協約 kyouyaku (1) overeenkomst; akkoord; afspraak; (2) conventie; verdrag; verbond
協定 kyoutei (1) overeenkomst; akkoord; afspraak; schikking; regeling; (2) verdrag
約束 yakusoku (1) belofte; toezegging; z'n gegeven woord; afspraak; overeenkomst; verbintenis; engagement; akkoord; deal; pact; schikking; contract; convenant; [jur.] convenu; koop; [Lat.] pactum; (2) afspraak; afspraakje; rendez-vous; ontmoeting; date; (3) regel; conventie; gewoonte; gebruik; bepaling; voorschrift; (4) lot; noodlot; fatum; bestemming; beschikking; Gods voorzienigheid; Gods wegen; (5) bundeling; opbinding; (6) reservering van een geisha
yaku ongeveer; zo'n; zo ongeveer; grosso modo; plusminus; grofweg; pakweg; ruwweg; een stuk of; een slordige; om en bij; om en nabij; rond (de); circa; omtrent; approximatief; bij benadering; of daaromtrent; een beetje; ten naaste bij; omstreeks; naar schatting; in de orde van grootte van; ; (1) belofte; toezegging; afspraak; overeenkomst; akkoord; deal; (2) gematigdheid; matigheid; moderatie; mate; zuinigheid; spaarzaamheid; (3) karigheid; schaarsheid; schraalheid; poverheid; schamelheid; schamelte; armelijkheid; armoedigheid; armetierigheid; kommerlijkheid; (4) bekorting; verkorting; inkorting; afkorting; weglating; omissie; vereenvoudiging; bondigheid; beknoptheid; concisie; (5) [wiskunde] deling; (6) syncope; syncopering
約定 yakujou toezegging; belofte; overeenkomst; afspraak; akkoord; overeenstemming; contract; verbintenis; schikking; deal
宜しい yoroshii (1) passend; gelegen (komend); goed te keuren; geoorloofd; geschikt; (2) goed; (3) akkoord; nou goed; (4) neen; bedankt
はい hai (1) ja; jawel; jazeker; inderdaad; begrepen; okay; o.k.; in orde; akkoord; [scheepv.] tot uw orders; (2) aanwezig; present [bij naamafroeping]; (3) alstublieft; hier; voilà; ziehier; (4) nou; o.k.; wel; zo [om aandacht te trekken]
オーケー ookee OK; oké; goed; het is in orde; akkoord; afgesproken; ja; komt voor mekaar; all right; ; (1) goedkeuring; akkoord; fiat; inwilliging; instemming; toestemming; (2) succes
相対 aitai (1) confrontatie; (2) akkoord; (3) voet van gelijkheid; (4) samenzwering; complot; (5) [renga; haiku] toevoeging van een vers met een gelijke teneur
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.38 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: 'akkoord', strategie: exact). 
2005-2020