Japans-Nederlands woordenboek van Peter Adriaan van de Stadt

日蘭辭典 Nichi-Ran jiten, 1934

grumpy himself Japans-Nederlands woordenboek, Nichi-Ran jiten, 1934
Home Help JPEG versie Laatste toevoegingen Maak woordenlijsten
5 resultaten voor ‘al’.
TREFWOORDEN
amari餘り
(余り) vz. & bw. (1) [より以上] meer dan; over; boven. (2) [過度に] te; al te; tezeer; erg; over. (3) [差程] zeer; bijzonder; zoozeer......, dat; zoo......dat. ¶ 餘り……ない niet erg; niet zeer; niet bijzonder; zelden. ¶ 餘り高くて手が屆かぬ zoo hoog, dat men er niet bij kan. ¶ そりゃあんまりだ dat is een beetje te erg.
arekkiriあれっきり
bw. al; daarmee uit; sindsdien; sedert. ¶ 持って居るのはあれっきりdat is al wat ik heb. ¶ あれっきり參りません sedert (又は sindsdien) is hij nooit meer gekomen. ¶ あれっきりで他にはない daarmee is het uit; dat is al.
aritake有りたけ
zn. alles, wat er is; al, wat men bezit.
atou能ふ
(能う) i.w. kunnen. ¶ 能ふべき in staat om. ¶ 能はざる niet in staat om. ¶ 能ふべくんば zoo mogelijk. ¶ 能ふ限り al het mogelijk; Noot: Schrijftaal voor ‘dekiru’ (Kenkyusha, 1974).
akkenai飽氣ない
(呆気ない) bn. al te kort; onvoldoende; onbevredigend.