日蘭辭典+

31 resultaten voor ‘als’
日蘭辭典 (trefwoord)
arazunba非ずんば
vw. tenzij; tenware; indien niet; anders. ¶ 今日に非ずんば(又は非ざれば)間に合ふまい als het vandaag niet gebeurd, is het te laat; het is te laat, tenzij het vandaag gebeurd; het moet vandaag gebeuren, anders is het te laat.
arebaあれば
uitdr. als er was; als ik had.
to
vw. (1) [及び] en. bw. (2) [さうすると] dan. (3) [假定] indien; als. vz. (4) [一緖に] met. (5) [丁度其時] wanneer; zoodra; toen. ¶ 犬と猫 honden en katten. ¶ 英國との同盟 verbond met Engeland. ¶ 友達と別れる scheiden van zijn vrienden. ¶ 食事が終わると als we klaar zijn met eten; zoodra het eten afgelopen is. ¶ あの人が君の叔父さんと思った ik zag dien man voor je oom aan; ik dacht, dat het je oom was.
sayō左樣
(左様) bw. (1) [其通り] zoo; op die wijze. (2) [然り] inderdaad; ja. ¶ 左樣ならば als dat zoo is; wel, dan ........ ¶ 左樣な zulk; zoodanig.
saru
(サル) zn. aap m. ¶ から落ちたの如く als een visch op het droge. ¶ の尻笑ひ de pot verwijt de ketel, dat hij zwart is.
demoでも
bw. zelfs; vw. en toch; evenwel; zelfs indien; zoowel......als; hoezeer ook. ¶ 子供でも分かる zelfs een kind begrijpt dat. ¶ でも僕に話して呉れゝば宜しかったのに en toch wou ik dat je het me verteld had. 馬鹿でもなく利口でもない hij is noch dom noch knap. ¶ 人はいくら金持ちでも hoe rijk men ook zij.
(様) bn. (1) [式] manier v.; wijze v.; methode v. (2) [種類] soort v. (3) [外觀] uiterlijk o.; voorkomen o. ¶ 此zoo; op deze wijze. ¶ 同じに op dezelfde wijze. ¶ ……のals; gelijk; alsof. ¶ 狂人のals een krankzinnige. ¶ いつzooals gewoonlijk; als altijd.
shōgai生涯
het geheele leven o. ¶ 生涯levenslang. ¶ 生涯事業する als een levenstaak beschouwen.
kokoroeru心得る
t.w. (1) [會得する] weten; begrijpen; inzien. i.w. (2) [と思ふ] beschouwen als; houden voor. ¶ 心得ました ik heb u begrepen; ik zal er voor zorgen.
otoru劣る
i.w. achterstaan bij; minder zijn dan; niet aan kunnen. ¶ 劣らぬ niet onderdoen voor; even goed zijn als.
benzuru辨ずる
(弁ずる) t.w. (1) [辨別] onderscheiden; onderscheid maken. (2) [供給] verschaffen. (3) [處辨] afhandelen; uitvoeren; afdoen. ¶ 直ぐに外に出れば何でも用が辨じます als wij maar even de deur uitgaan kunnen we alles krijgen. ¶ お前を使にやっても用が辨じない als ik jou om een boodschap uitzend word die nooit behoorlijk uitgevoerd.
SUPPLEMENT (trefwoord)
atama ga ii頭がいい
(ook kort: 頭いい atama ii) uitdr. adj. intelligent; verstandig; scherpzinnig; slim; schrander; ontwikkeld; begaafd; knap. ¶ 彼女と同じくらい頭がいい。 Kanojo wa kare to onaji kurai atama ga ii. Zij is net zo slim als hij. (TTC) ¶ なるほどは頭がいいかもしれませんが、よく不注意な誤りをします。 Naruhodo kare wa atama ga ii ka mo shiremasen ga, yoku fuchūi na ayamari wo shimasu. Wel, het zou dan wel zo kunnen zijn dan hij slim is, maar hij maakt vaak fouten door niet op te letten. (TTC) ¶ は大学生ではないが大学生より頭いい。 Boku wa daigakusei de wa nai ga daigakusei yori atama ii. Ik studeer niet, maar ik ben slimmer dan een student. (TTC) ¶ 頭がいいかもしれないが、人間的に嫌われる。 Atama ga ii ka mo shirenai ga, ningenteki ni kirawareru. Kan zijn dat hij [ze] slim is, maar op het menselijke vlak roept hij [ze] afkeer op. (blog)
unazuku頷く
(iw) (1) een bevestigende of instemmende knik met het hoofd geven; instemmen (met). (2) het hoofd laten hangen. (3) (frase) …のも頷ける ...no mo unazukeru het is begrijpelijk dat...; het is geen wonder dat. ¶ 寂しい子供時代を慰めてくれた存在が櫻子ちゃんだったのかな…と思うと、あれだけを溺愛するのも頷ける。Sabisii kodomo jidai wo nagusamete kureta sonzai ga Sakurako-chan datta no ka na ... to omou to, aredake imōto wo dekiaisuru no mo unazukeru. Als ik erover nadenk dat het Sakurako was die zijn eenzame kindertijd verzachtte... dan is het geen wonder dat hij zijn zus zo verafgoodde. (twitter)
SUPPLEMENT (trefwoord)
zus, zuster

[de, zussen; zusters] (1.a.a) [oudere zus(ter); mijn [onze] zus(ter)] ane (beleefheid: geen of nederig; richting: geschikt voor benoemen van de eigen zuster tegen tweede persoon; over een derde persoons oudere zuster (niet erend, niet beleefd); over een oudere zuster in algemene zin). ¶ 回転いいAne wa atama no kaiten ga ii. Mijn zus is vlot van begrip. 料理先生にして習いました。 Ryōri wa ane wo sensei ni shite naraimashita. Mijn zus heeft me koken geleerd. (TTC) (1.a.b.) [oudere zus; jongedame; aanspreekvorm serveerster] 姉さん anesan (algemeen of neutraal beleefd).

(1.b) [oudere zus(ter), uw [hun] zus(ter); aanspreekvorm serveerster] 姉さん neesan; お姉さん oneesan (beleefdheid: erend of algemeen beleefd; richting: over tweede of derde persoons oudere zuster; binnen wij-groep over of naar de eigen oudere zuster; in algemene zin); おちゃん oneechan (idem, maar meer familiair of vertroetelend). NB met name onder en naar kinderen worden deze vormen ook gebruikt om in algemene zin naar oudere zussen te verwijzen. ¶ メアリーは遊園地で一人で泣いている男の子を見つけて、やさしくをかけた。「ねえぼくどうしたの? 迷子になっちゃったの? おちゃんが迷子センターに連れてってあげようか?」 Mearii wa yūenchi de hitori de naite iru otoko no ko wo mitsukete, yasashiku koe wo kaketa. ‘Nee, boku, dōshita no? Meigo ni nattyatta no? Oneechan ga meigo-sentā ni tsurete tte ageyō ka?’ In het pretpark vond Mary een huilend jongetje. Met zachte stem sprak ze: ‘Hee, jongetje, wat is er aan de hand? Ben je je ouders kwijt? Zal ik [lett. de oude zus] je naar de informatiebalie brengen [lett. zoekgeraakte-kinderen-afdeling]?’ (TTC)

(2.a) [jongere zusje/zuster, mijn [onze] zuster/zusje] imōto (beleefheid: geen of nederig; richting: geschikt voor benoemen van de eigen zuster tegen tweede persoon; over een derde persoons jongere zuster (niet erend, niet beleefd); over een jongere zuster in algemene zin). ¶ の咲子ですと年子で、受験生ですImōto no Sakiko desu. Boku to toshigo de, ima jukensei desu. Dit is mijn zusje Sakiko. Ze minder dan een jaar jonger dan ik en studeert nu voor haar toelatingsexamens. ¶ をパーティーに連れて行きます。 Imōto wo paatii ni tsurete ikimasu. Ik neem mijn zus mee naar het feestje. (TTC) NB in een wij-groep noemen oudere broers en zussen hun jongere zuster alleen bij naam (dit vloeit voort uit de hiërarchie), omgekeerd spreken jongere broers en zussen hun oudere zussen normaal gesproken als姉さん oneesan aan. (Miura)

(2.b) [jongere zusje/zus(ter), uw [hun] zusje/zus(ter)] さん imōtosan (beleefdheid: erend of algemeen beleefd; richting: over tweede of derde persoons jongere zuster, of in algemene zin). ¶ 今度さんを連れていらっしゃい。 Kondo wa imōtosan wo tsurete irasshai. Neem de volgende keer je zus mee. ¶ さんによろしくね。 Imōtosan ni yoroshiku ne. Doe de groetjes aan je zus. (TTC)

(3) [zusters, zussen, zusjes] shimai; [oudere zus en jongere broer] 姉弟 kyōdai;[oudere broer en jongere zus] 兄妹 kyōdai; [broer en zus] 兄姉 kyōdai; [broers of broer en zus] 兄弟 kyōdai.

(4) [verpleegster] 看護婦 kangofu; [verpleger m/v] 看護士 kangoshi.

(5) [non] 修道女 shūdōjo; 修道尼 shūdōni; 尼僧 nisō.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <als>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
たらtara (1) [partikel dat een topic met lichte kritiek; minachting of genegenheid aangeeft; vaak ttara ったら gespeld]; (2) wat!; hoe! [uitgang waarmee iems. gebrek aan inzicht bekritiseerd; berispt wordt]; (3) als; wanneer; toen
としてtoshite (1) [drukt een hoedanigheid; positie uit] als; in z'n hoedanigheid van; (2) [drukt overgang naar een nieuw topic uit]; (3) […~…ない] [drukt een totaliteit zonder enige uitzondering uit]; (4) [duidt een gesteldheid aan] in; op z'n; met; al …de
to (1) […~] [verbindt handelingen die gelijktijdig of achtereenvolgend gebeuren] wanneer; bij; (2) […~] [drukt een consecutief verband uit]; (3) […~] [drukt een voorwaarde uit] als; indien; (4) […う; まい~] [drukt toegeving uit] al; ook al; of het nu … (of niet); (5) […~] [drukt toegeving uit]; (6) […~] [vormt een aanloop naar het onderwerp]
にてnite (1) […~] [duidt een plaats aan] in; te; op; (2) […~] [duidt een tijd; leeftijd aan] om; in; (3) […~] [duidt een middel; methode; grondstof aan] met; per; door; door middel van; via; middels; (4) […~] [duidt een oorzaak; reden aan] door; wegens; vanwege; uit; (5) […~] [duidt een hoedanigheid; omstandigheid aan] als
に依ってniyotte (1) op grond van; [afk.] o.g.v.; krachtens; [jur.] ex; uit hoofde van; uit kracht van; uitgaande van; vertrouwend op; (2) volgens; naar; overeenkomstig; in overeenstemming met; conform; zoals; als; (3) wegens; tengevolge van; [afk.] t.g.v.; ingevolge; als gevolg van; vanwege; door; door toedoen van; naar aanleiding van; [Belg.N.] omwille van; (4) door middel van; via; met behulp van; aan de hand van; dankzij; (5) in antwoord op; als reactie op
ni (1) […~] [duidt tijdstip; plaats van handeling aan] om; in; te; op; aan; bij; (2) […~] [duidt de plaats aan waar iets; iem. zich bevindt of zich vertoont] in; te; op; (3) […~] [duidt een bestemming; richting aan] naar; (4) […~] [duidt het resultaat van een handeling; verandering aan] tot; (5) […~] [duidt een doel aan] naar; (6) […~] [duidt het meewerkend voorwerp aan] naar; (7) […~] [duidt reden; oorzaak of aanleiding aan] door; wegens; uit; van; (8) […~] [duidt een wijze; toestand aan]; (9) […~] [duidt een hoedanigheid; positie aan] als; in z'n hoedanigheid van; (10) […~] [duidt het geïmpliceerd of logisch onderwerp van een passief; causatief aan]; (11) […~] [duidt de basis van vergelijking of verhouding aan] op; per; voor elk; elke; (12) […~は] [honoratief onderwerpspartikel]; (13) […~…] [nadrukpartikel]; (14) […~思う; 聞く; 見る; 知る] [duidt een toestand; inhoud aan]; (15) […~] [duidt overdrachtelijkheid aan]
ha (1) [geeft het onderwerp aan dat toegelicht of beoordeeld wordt]; (2) [geeft het onderwerp aan waarvan een eigenschap genoemd wordt]; (3) [geeft toelichting bij twee gecontrasteerde onderwerpen]; (4) [herneemt het onderwerp dat eerder in de mededeling aan bod kwam]; (5) [besluit het onderwerp dat door een bepaling; bepalende bijzin voorafgegaan wordt]; (6) [licht één gegeven uit om het te beklemtonen]; (7) [beklemtoont het gezegde]; (8) [noemt het onderwerp van het eindwerkwoord van een samengestelde zin]; (9) [drukt in zinsfinale positie een uitroep uit]; (10) […く; ず~] [drukt een voorwaarde uit] indien; als; ingeval; wanneer; zo
ba (1) […~] [drukt een veronderstelling uit zonder meer] als; indien; ingeval; zo; gesteld dat; wanneer; mocht; (2) […~] [drukt een veronderstelling die als voorwaarde bedoeld is of een algemene geldigheid uit] als; op voorwaarde dat; indien; wanneer; mits; (3) […~] [drukt de aanleiding tot een waarneming; constatering uit] als; wanneer; (4) […~] [drukt een nevenschikking of opsomming uit] en … en …; (5) […~] [drukt de premisse van een onderwerp uit]; (6) […ば…ほど] [drukt proportionaliteit uit] hoe … des te …; (7) […~] [drukt een veronderstelling uit zonder meer] als; indien; ingeval; zo; gesteld dat; wanneer; mocht; (8) […~] [drukt een veronderstelling die als voorwaarde bedoeld is of een algemene geldigheid uit] als; op voorwaarde dat; indien; wanneer; mits; (9) […~] [drukt de aanleiding tot een waarneming; constatering uit] als; wanneer; (10) […~] [drukt reden; oorzaak uit] doordat; door; omdat; om; aangezien; daar; nu; om reden van; vanwege; wegens; uit; als gevolg van; tengevolge van; op grond van; [Belg.N.] vermits; (11) […~] [drukt een contrast uit] maar; daar waar; terwijl; (12) […ね~] [drukt toegeving uit] hoewel; alhoewel; ofschoon
何時ものようにitsumonoyouni als; zoals gewoonlijk; naar; volgens gewoonte; zoals z'n gewoonte is; zoals men pleegt te doen; gewoontegetrouw; op de gebruikelijke wijze; [form.] ouder gewoonte
因って ; 仍ってyotte (1) daarom; bijgevolg; om die reden; vandaar; dus; op grond daarvan; zodoende; derhalve; dientengevolge; dienovereenkomstig; (2) op grond van; krachtens; uit hoofde van; uit kracht van; ingevolge; overeenkomstig; in conformiteit; overeenstemming met; volgens; naar (gelang van); conform; als; in antwoord op; onder; wegens; uitgaand van; vertrouwend op; door; uit; vanwege; tengevolge van; als gevolg van; omwille van; ter wille van; door middel van
如きgotoki […(が/の)~] als; zoals; zulk; zulke … als; [arch.] gelijk
様にyouni (1) als; zoals; [arch.] gelijk; (2) overeenkomstig; volgens; (3) om; teneinde; zodat; (4) [ter uitdrukking van een licht bevel]; (5) [ter uitdrukking van een wens; hoop]
若しもmoshimo indien ~; als ~; zo ~; ingeval ~; in geval van ~; bij [brand enz.]; verondersteld dat ~; aangenomen dat ~; mits ~; op voorwaarde dat ~; mocht ~; [gew.] moest ~
若しmoshi indien ~; als ~; zo ~; ingeval ~; in geval van ~; bij [brand enz.]; verondersteld dat ~; aangenomen dat ~; mits ~; op voorwaarde dat ~; mocht ~; [gew.] moest ~
通りtoori (1) straat; verkeersweg; (2) passage; (doorgaand) verkeer; mouvement; doorgang; (3) doorstroming; doorloop; ventilatie; [m.b.t. stem] bereik; doordringendheid; penetrantie; (4) reputatie; populariteit; [m.b.t. handel] goodwill; (5) aannemelijkheid; begrijpelijkheid; (6) zoals; als; naar; volgens; conform; overeenkomstig; in overeenstemming met; gelijkaardig met; op de wijze van; [arch.] gelijk; (7) [maatwoord voor manieren; wijzen; trants; soorten enz.]; (8) [maatwoord voor het aantal keren]; (9) ongeveer; om en bij; om en nabij; circa; plusminus; [inform.] pakweg
養子にするyoushinisuru adopteren; als; tot kind aannemen; als eigen kind opnemen; [veroud.] affiliëren
馬のumano als; van een paard; paard(en)-
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.63 sec. jiten.nl: 14 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'als', strategie: exact). 
2005-2021