日蘭辭典+

7 resultaten voor ‘argument’
日蘭辭典 (trefwoord)
kōron口論
zn. woordenstrijd m.; ruzie v.; gekijf o. ¶ 口論する redetwisten; kijven; ruzie hebben.
rikutsu理窟
(理屈) zn. (1) [議論] redenering v.; argument o. (2) [道理] reden v. (3) [理論] theorie v. (4) [口實] voorwendsel o. (5) [屁理窟] spitsvondigheid v. ¶ 理窟が立つ gemotiveerd zijn; in de rede liggen. ¶ 理窟をつける een reden vinden. ¶ 理窟攻めにする met argumenten aanvallen.
yowai弱い
bn. zwak; slap; teer; flauw. ¶ 弱い身體 zwak gestel. ¶ 弱い spoedig zeekziek zijn. ¶ 弱い slecht tegen drank kunnen. ¶ 弱い議論 zwak argument. ¶ の午後の弱い日光 het flauwe licht van de winternamiddag. ¶ 弱者 zwakkeling. ¶ 弱者いぢめ verdrukking der zwakken; negeraar (人); iemand, die misbruk maakt van zijn kracht om zwakkeren onrecht te doen.
tatakai
(戦い、闘い、鬪ひ) zn. strijd m.; (合戰) gevecht o.; slag m.; (戰役) oorlog m.; krijg m.; (競爭) wedkamp m.; wedstrijd m. ¶ 戰を始める strijd beginnen; vijandelijkheden openen. ¶ 戰を宣する oorlog verklaren. ¶ 戰をする oorlog voeren. ¶ 戰好きの oorlogzuchtig; strijdlustig. ¶ 戰利あり overwinning behalen. ¶ 戰ふ vechten; strijden; kampen. ¶ 自由に戰ふ strijden voor de vrijheid. ¶ 誘惑と戰ふ strijden tegen de verleiding. ¶ 困難と戰ふ moeilijkheden bestrijden. ¶ 鬪はす laten vechten. ¶ 論を鬪はす argumenteeren; argumenten aanvoeren.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <argument>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
論拠 ronkyo grond; basis; grondslag van een redenering; uitgangspunt; argument
論点 ronten geschilpunt; twistpunt; vraagpunt; punt; argument; strijdvraag; kwestie
アーギュメント aagyumento (1) argument; bewijs; bewijsgrond; (2) bewijsvoering; redenering; betoog; (3) discussie; debat; dispuut; gedachtewisseling; redetwist; (4) ruzie; onenigheid; woordenwisseling; twist
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.43 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 3 treffers (zoekopdracht: 'argument', strategie: exact). 
2005-2020