日蘭辭典+

31 resultaten voor ‘arm’
日蘭辭典 (trefwoord)
akahadaka赤裸
zn. naaktheid v. ¶ 赤裸の spiernaakt. ¶ 赤裸になる spiernaakt uitkleeden. ¶ 無一文になる arm worden; doodarm worden.
yaseude痩腕
(痩せ腕; 瘠せ腕) zn. magere arm m.; geringe bekwaamheid v.; zwakke kracht v.
binbō貧乏
zn. armoede v. ¶ 貧乏な arm; armoedig. ¶ 貧乏する arm zijn. ¶ 其の日暮らし van de hand in den tand leven. ¶ 貧乏にする arm maken. ¶ 貧乏 een niet. ¶ 貧乏町 achterbuurt. ¶ 貧乏人 arme; pauper.
komanuku拱く
¶ 手を拱いて傍觀する met gekruiste armen toezien; zich er niets van aantrekken. ※ Tevens komaneku (拱く; 拱ねく).
kakae抱へ
zn. (1) [抱くこと] omhelzing v. (2) [雇入] dienst m.; emplooi o. ¶ 抱への in dienst. ¶ 抱主 baas; meester. ¶ 抱車 eigen rijtuig. ¶ 抱醫 lijfarts. ¶ 抱入れる in dienst nemen. ¶ 抱へる in de armen houden; onder den arm houden; omhelzen; in dienst hebben; houden.
fuchin浮沈
zn. wisselvalligheid v.; rad van fortuin; grootheid en val. ¶ 浮沈する leven leiden vol wisselvalligheid; nu eens rijk dan eens arm zijn.
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
over:bimbo
Het Engelse woordje bimbo spreek je vrijwel precies hetzelfde uit als het Japanse woordje binbō, 貧乏. De reden daarvoor is dat net als in het Nederlands (en Engels) in het Japans een n voor een b of een p als een m wordt uitgesproken (oude Hepburn spelling was dan ook bimbô). Verder is de ō eenvoudig een lange o. Een bimbo betekent in het Engels zoiets als ‘dom blondje’ en is trouwens als zodanig ook in het Nederlands niet onbekend. In het Japans betekent het echter ‘arm; armoedig; berooid’.

¶ 貧乏であることを恥ずかしいと思わない。Binbō de aru koto wo hazukashii to omowanai. Ik schaam me er niet voor dat ik arm ben; Ik denk niet dat arm zijn iets is om je voor te schamen. (TTC) ¶ 貧乏だけれど彼は幸福だ。 Binbou da keredo kare wa kōfuku da. Hoewel hij arm is, is hij gelukkig; Hij is dan wel arm, maar hij is toch gelukkig. ¶ 僕はその貧乏な少年になけなしの金を与えた。 Boku wa sono binbō na shōnen ni nakenashi no kane wo ataeta. Ik gaf die arme jongen een kleinigheid. (TTC)

NB mnemonic: een bimbo is arm van geest TW HOMONIEM


RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <arm>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
アームaamu (1) arm; (2) armleuning; (3) [comp.] ARMM [= Automated Retroactive Minimal Moderation]
不憫な ; 不愍なfubinna (1) arm; zielig; erbarmelijk; beklagenswaardig; meelijwekkend; deerniswekkend; (2) vertederend
不自由なfujiyuuna (1) ongerieflijk; ongemakkelijk; gebrekkig; gehandicapt; gehinderd; onthand; geïnvalideerd; ontriefd; [i.h.b.] mank; [gew.] gebrekkelijk; (2) behoeftig; arm
乏しいtoboshii schaars; krap; schraal; mager; beperkt; arm; armoedig; schrepel; schrapel; [gew.] betuin; betuun; [gew.] schier
tei laag-; hypo-; neder-; met laag …; -arm
入江irie inham; kreek; kleine baai; bocht; arm; boezem; bassin
可哀相な ; 可愛想なkawaisouna beklagenswaardig; zielig; deerniswekkend; treurig; arm; armzalig; erbarmelijk; jammerlijk; deerniswekkend; meelijwekkend; ellendig; droevig; triest; triestig; aandoenlijk; ontroerend; wreed; hard
可憐karen (1) lief; snoezig; beminnelijk; aantrekkelijk; innemend; lieflijk; schattig; (2) aandoenlijk; erbarmelijk; deerniswekkend; arm
哀れなawarena (1) treurig; droevig; bedroefd; droef; triest; verdrietig; ongelukkig; (2) ellendig; akelig; beroerd; belabberd; bedroevend; zielig; arm; (3) erbarmelijk; beklagenswaardig; jammerlijk; aandoenlijk; ontroerend; deerniswekkend; meelijwekkend
寒いsabui (1) [気温が] koud; frisjes; (2) arm; behoeftig
幼けitaike (1) aandoenlijk; ontroerend; aangrijpend; erbarmelijk; beklagenswaardig; arm; hulpeloos; zielig; (2) lief; snoezig; schattig; (3) klein; jong; onschuldig; pril; teer
愛しいitoshii (1) dierbaar; lief; geliefd; bemind; teder; (2) erbarmelijk; arm; beklagenswaardig
te (1) hand; [volkst.] jat; [inform.] klauw; krauwel; [Barg.] fietsen; (2) arm; (3) poot; [i.h.b.] voorpoot; (4) handvat; oor; (5) [meton.] hand; arbeidskracht; kracht; hulpkracht; hulp; helper; (6) [meton.] iems. handen; iems. bezit; (7) handschrift; schrift; (8) middel; truc; foefje; manoeuvre; techniek; (9) verwonding; wond; (10) [将棋の] zet; (11) [トランプの] hand; kaarten; (12) richting; kant; zijde; (13) soort; slag; merk; (14) vaardigheid; bekwaamheid; (15) betrekking; band; (16) hand-; handgemaakt; handgemaakte …; (17) hand-; meeneem-; (18) [~keiyōshi; keiyōdōshi] [beklemtonend voorvoegsel]; (19) in de richting van …; -waarts; (20) [noemt een zekere kwaliteit]; (21) [RYK~] -er [achtervoegsel waarmee nomina agentis gevormd worden]; (22) [maatwoord voor shogi-; schaakzetten]
支流shiryuu (1) zijrivier; bijrivier; zijarm; arm; tak van een rivier; (2) [geneal.] zijtak; zijlijn; tak; (3) aftakking; afsplitsing; onderafdeling
気の毒kinodoku arm; armzalig; miserabel; beklagenswaardig; deerniswekkend
気の毒なkinodokuna jammer; betreurenswaardig; spijtig; jammerlijk; erbarmelijk; beklagenswaardig; deerniswekkend; arm; zielig; ellendig; droevig; ongelukkig; onfortuinlijk
痛ましいitamashii (1) schrijnend; smartelijk; pijnlijk; treurig; bedroevend; erbarmelijk; miserabel; meelijwekkend; deerniswekkend; beklagenswaardig; jammerlijk; hartverscheurend; tragisch; (2) kommerlijk; hard; ellendig; bitter; armzalig; arm; ongelukkig; triest
腕木udegi (1) dwarshout; schoor; karbeel; [電柱の] dwarsstuk; dwarsbalk; [汽車の座席の] armleuning; armsteun; (2) [信号の] arm; dwarsbalk; wiek
ude (1) [anat.] arm; (2) bekwaamheid; vaardigheid; geschiktheid; talent; bedrevenheid
sode (1) mouw; arm; armbekleedsel; (2) [建物の] zijvleugel; [舞台; 机の] zijstuk; [i.h.b.] coulisse
貧しいmazushii (1) arm; behoeftig; armoedig; noodlijdend; (2) zwak; pover; armzalig; schamel; mager; karig; schraal; gebrekkig
貧乏なbinbouna arm; armoedig; behoeftig; nooddruftig; onbemiddeld; kaal; onvermogend; minvermogend; ongegoed; armlastig
貧困hinkon (1) armoede; armoe; behoeftigheid; noodlijdendheid; gebrek; nooddruft; kommer; indigentie; (2) gebrek; tekort; schaarste; (3) arm; behoeftig; armoedig; noodlijdend; gebrekkig; nooddruftig; kommervol; indigent; minvermogend
ashi (1) [anat.] been; poot; [inform.] stelt; [烏賊; 蛸の] arm; tentakel; (2) [anat.] voet; (3) mannelijk geslachtsdeel; derde been; (4) [fig.] poot; onderstel; stut; [山の] voet; [旗の] vlucht; (5) [wisk.] voet; voetpunt; (6) onderste gedeelte van een Chinees karakter; (7) ashikanamono [= metalen ringen aan een zwaardschede ter bevestiging van rijgsnoeren]; (8) stap; tred; schrede; pas; gang; loop; tempo; (9) [paardensport] [馬の] gang; snelheid; (10) [scheepv.] vaart; snelheid; (11) [scheepv.] levend werk [= deel van een schip dat zich in het water bevindt]; diepgang; (12) [scheepv.] stabiliteit; stijfheid; (13) [客の] bezoek; aanloop; opkomst; klandizie; (14) [犯人の] gangen; spoor; [i.h.b.] vluchtroute; (15) aanwijzing; spoor; aanknopingspunt; (16) [雨; 雲; 風の] drift; gesteldheid; (17) vervoer; transport; vervoermiddel; transportmiddel; [meton.] gelegenheid; (18) transportkosten; vervoerkosten; vervoerprijs; reiskosten; (19) geld; geldmiddelen; middelen; (20) [武士の] dotatie; apanage; toelage; (21) rente; interest; intrest; (22) verlies; derving; tekort; gebrek; [i.h.b.] schuld; (23) [beurst.] koers; marktbeweging; trend; tendens; (24) [食べ物の] houdbaarheid; (25) [餅の] kleverigheid; plakkerigheid; (26) [酒の] kwaliteit; karakter; (27) [網目の] maaswijdte; (28) [柿葺きで] overstek [= afstand waarmee de ene dakspaan over de andere uitsteekt]; (29) poppenspeler die het voetenwerk van een marionet bedient; (30) prostituee; liefje; (31) circa …; ongeveer …
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.51 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 24 treffers (zoekopdracht: 'arm', strategie: exact). 
2005-2022