日蘭辭典+

43 resultaten voor ‘band’
日蘭辭典 (trefwoord)
gairin外輪
zn. wielbeslag o.; band om een wiel; scheprad (汽船の) o. ¶ 外輪船 raderboot
hyōshi表紙
zn. boekband m.; boekomslag m. ¶ 表紙を附ける inbinden. ¶ 革表紙の in leder gebonden boek; boek met leeren band.
SUPPLEMENT (trefwoord)
obijō帯状
zn. adj. gevormd als een band. ¶ 天の川は、遠方のが巨大な帯状見えるものであって、その1つ1つは、われわれ知る太陽に似たものである。 Ama no gawa wa, enpō no hoshi ga kyodai na obijō ni mieru mono de atte, sono hitotsu hitotsu wa, wareware no shiru taiyō ni nita mono de aru. De Melkweg is zichtbaar als een gigantische band van ver verwijderde sterren, elk op zich een zon zoals onze eigen zon [de zon die ons vertrouwd is, de zon die wij kennen]. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <band>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
カセット・テープkasettoteepu cassetteband; cassettebandje; cassettetape; [verk.] tape; [verk.] band
クッションkusshyon (1) kussen; (2) zitcomfort; zitting; (3) [fig.] bemiddelaar; tussenpersoon; [時間の] afkoelingsperiode; (4) [ビリヤードで] band
タイヤtaiya band; buitenband; wielband; [i.h.b.] autoband; [i.h.b.] fietsband
テープteepu (1) lint; band; [i.h.b.] finishlint; (2) serpentine; slinger; papieren strook; tape; ticker-tape; tikkerband; (3) tape; plakband; kleefband; (4) tape; magneetband; cassettetape; cassetteband; bandje; (5) tape; videotape; videoband; (6) meetlint; centimeter
バンドbando (1) band; lint; riem; gordel; [腕時計の] bandje; (2) band; orkestje; kapel; (3) frequentieband; (4) [m.b.t. Verre Oosten; India] dijk; dijkweg; dam; kade
モールmooru (1) galon; boordsel; tres; passement; band; nestel; (2) groot winkelcentrum; winkelpromenade; verkeersvrije winkelstraat; [Belg.N.] winkelwandelstraat; (3) [rugby] maul; worsteling om de bal
リボンribon (1) lint; lintje; band; haarlint; (2) inktlint; carbonlint; schrijfmachinelint; schrijflint
naka betrekking; verstandhouding; band; verhouding; [in uitdr.] voet
包帯houtai verband; zwachtel; bandage; windsel; band
周波数帯shyuuhasuutai frequentieband; frequentiegebied; frequentiebereik; frequentie; band
寄せyose (1) verzameling; samenbrenging; (2) [go; shōgi] eindspel; laatste fase van een partij; laatste zetten; eindzetten; (3) [golf] approach; (4) aangetrokkenheid; vertrouwen; (5) zorg; hoede; toezicht; (6) band; betrekking; relatie; (7) reden; grond; (8) [tanka] geassocieerd woord; associatiewoord; (9) [kabuki] trommuziek bij de entree van een personage
巻きmaki (1) rol; (2) winding; oprolling; (3) boekrol; boekdeel; volume; volumen; band; rotulus; (4) [haiku] sectie; rubriek; (5) [hofdamesjargon] in bamboeblad gewikkelde mochi; (6) [maatwoord voor makimono; boekrollen; boekdelen]; (7) [maatwoord voor het aantal windingen]
kan boek; volumen; boekdeel; deel; band
帯域taiiki band; [周波数の] frequentieband
tai band; zone; gordel; kring; [i.h.b.] aardgordel
te (1) hand; [volkst.] jat; [inform.] klauw; krauwel; [Barg.] fietsen; (2) arm; (3) poot; [i.h.b.] voorpoot; (4) handvat; oor; (5) [meton.] hand; arbeidskracht; kracht; hulpkracht; hulp; helper; (6) [meton.] iems. handen; iems. bezit; (7) handschrift; schrift; (8) middel; truc; foefje; manoeuvre; techniek; (9) verwonding; wond; (10) [将棋の] zet; (11) [トランプの] hand; kaarten; (12) richting; kant; zijde; (13) soort; slag; merk; (14) vaardigheid; bekwaamheid; (15) betrekking; band; (16) hand-; handgemaakt; handgemaakte …; (17) hand-; meeneem-; (18) [~keiyōshi; keiyōdōshi] [beklemtonend voorvoegsel]; (19) in de richting van …; -waarts; (20) [noemt een zekere kwaliteit]; (21) [RYK~] -er [achtervoegsel waarmee nomina agentis gevormd worden]; (22) [maatwoord voor shogi-; schaakzetten]
yue (1) reden; oorzaak; (2) aanzienlijke afkomst; goede komaf; (3) smaak; charme; (4) band; betrekking; relatie; (5) ongeval; ongeluk; (6) […ゆえ] door; wegens; vanwege; (7) […ゆえ] hoewel; ofschoon; schoon; terwijl
束縛sokubaku beperking; restrictie; band; [fig.] rem; boei; keten; kluister
kusabi (1) wig; keg; spie; splitpen; klamp; luns; [drukk.] kooi; (2) [fig.] dat wat verbindt; band; binding
楽団gakudan orkest; kapel; muziekkorps; band; [verzameln.] muziek; muziekgezelschap
楽隊gakutai muziekkorps; orkest; kapel; band; [i.h.b.] harmonieorkest; [i.h.b.] harmonie
真田sanada (1) lint; band; (2) gevlochten weefsel; (3) vlechtwerk; vlecht; (4) Sanada
taga hoepel; hoep; ring; band
kizuna (1) band; betrekking; [fig.] keten; [fig.] kluister; [fig.] boei; (2) tui; tuier; tuiertouw; tuierketting; lijn; ketting; [鷹狩りで] langveter; veter
結び付きmusubitsuki relatie; betrekking; connectie; verband; band; verbinding
en (1) kans; toevallige gebeurtenis; lot; toeval; karma; (2) band; betrekking; relatie; connectie; verwantschap; (3) verband; relatie; connectie; samenhang; (4) veranda; waranda; loggia
縁 ; 所縁yukari band; betrekking; relatie; connectie
baku (1) hechtenis; aanhouding; arrestatie; (2) band; binding; gebondenheid; (3) [boeddh.] gehechtheid; bandha; (a) binden; met touwen vastbinden; (b) vasthouden; gevangen houden
繋がり ; 繋tsunagari (1) verband; betrekking; relatie; binding; link; band; verhouding; connectie; verbinding; [i.h.b.] betrokkenheid; (2) verwantschap; parentage; filiatie; maagschap(sband)
繋ぎtsunagi (1) verbinding; binding; bindsel; band; (2) overbrugging; tussenstuk; verbindingsstuk; overgang; lapmiddel; opvulling; stopper; (3) interim; interimaris; invaller; substituut; (4) collecte; inzameling; (5) bindmiddel; (6) [kabuki] pauzemuziek; entr'acte; (7) [muz.] instrumentaal intermezzo; (8) [geldw.] hedging; (9) overall; ketelpak
gi (1) gerechtigheid; recht; rechtvaardigheid; gerechtvaardigdheid; gerechtige zaak; (2) betekenis; inhoud; zin; strekking; (3) band; betrekking; relatie; (4) aangetrouwd; behuwd-; schoon-; (5) kunst-; vals
莫臥児 ; 莫臥爾mooru galon; boordsel; tres; passement; band; nestel
表紙hyoushi omslag; cover; kaft; boekband; band
装丁soutei (1) het boekbinden; het binden; (2) band; bindwerk; (2) boekdesign
sou (1) het zich-kleden; kleding; tooi; (2) [boekdr.] band; (a) zich opkleden; zich tooien; (b) versieren; aankleden; (c) monteren; uitrusten
wa (1) cirkel; ring; kring; krans; kreits; gordel; lus; schakel; krinkeling; (2) wiel; rad; (3) hoepel; hoep; band
連絡renraku (1) verbinding; aansluiting; koppeling; schakeling; (2) contact; [m.b.t. leger] liaison; connectie; band; voeling; aanraking; (3) communicatie; correspondentie
間柄aidagara verhouding; relatie; betrekking; band; binding; verstandhouding; [fig.] voet; omgang
靱帯jintai (1) [anat.] ligament; bindweefselband; gewrichtsband; band; fascia; fascie; (2) [dierk.] ligament tussen schalen van een dubbele schelp; slotband
首輪 ; 頸輪kubiwa (1) halsband; halsring; collier; band; (2) halsketting; halssnoer; collier; (3) [dierk.] halskraagje
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.51 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 40 treffers (zoekopdracht: 'band', strategie: exact). 
2005-2022