日蘭辭典+

28 resultaten voor ‘band’
日蘭辭典 (trefwoord)
gairin外輪
zn. wielbeslag o.; band om een wiel; scheprad (汽船の) o. ¶ 外輪船 raderboot
hyōshi表紙
zn. boekband m.; boekomslag m. ¶ 表紙を附ける inbinden. ¶ 革表紙の in leder gebonden boek; boek met leeren band.
SUPPLEMENT (trefwoord)
obijō帯状
zn. adj. gevormd als een band. ¶ 天の川は、遠方のが巨大な帯状見えるものであって、その1つ1つは、われわれ知る太陽に似たものである。 Ama no gawa wa, enpō no hoshi ga kyodai na obijō ni mieru mono de atte, sono hitotsu hitotsu wa, wareware no shiru taiyō ni nita mono de aru. De Melkweg is zichtbaar als een gigantische band van ver verwijderde sterren, elk op zich een zon zoals onze eigen zon [de zon die ons vertrouwd is, de zon die wij kennen]. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <band>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
莫臥児 mooru galon; boordsel; tres; passement; band; nestel
sou (1) a. zich opkleden; zich tooien; (2) b. versieren; aankleden; (3) c. monteren; uitrusten; ; (1) het zich-kleden; kleding; tooi; (2) [boekdr.] band
te 22. [maatwoord voor shogi-; schaakzetten]; ; (1) 16. hand-; handgemaakt; handgemaakte …; (2) 17. hand-; meeneem-; (3) 18. [~keiyōshi; keiyōdōshi] [beklemtonend voorvoegsel]; ; (1) 19. in de richting van …; -waarts; (2) 20. [noemt een zekere kwaliteit]; (3) 21. [RYK~] -er [achtervoegsel waarmee nomina agentis gevormd worden]; ; (1) hand; [volkst.] jat; [inform.] klauw; krauwel; [Barg.] fietsen; (2) arm; (3) poot; [i.h.b.] voorpoot; (4) handvat; oor; (5) [meton.] hand; arbeidskracht; kracht; hulpkracht; hulp; helper; (6) [meton.] iems. handen; iems. bezit; (7) handschrift; schrift; (8) middel; truc; foefje; manoeuvre; techniek; (9) verwonding; wond; (10) 10. [将棋の] zet; (11) 11. [トランプの] hand; kaarten; (12) 12. richting; kant; zijde; (13) 13. soort; slag; merk; (14) 14. vaardigheid; bekwaamheid; (15) 15. betrekking; band
テープ teepu (1) lint; band; [i.h.b.] finishlint; (2) serpentine; slinger; papieren strook; tape; ticker-tape; tikkerband; (3) tape; plakband; kleefband; (4) tape; magneetband; cassettetape; cassetteband; bandje; (5) tape; videotape; videoband; (6) meetlint; centimeter
繋ぎ tsunagi (1) verbinding; binding; bindsel; band; (2) overbrugging; tussenstuk; verbindingsstuk; overgang; lapmiddel; opvulling; stopper; (3) interim; interimaris; invaller; substituut; (4) collecte; inzameling; (5) bindmiddel; (6) [kabuki] pauzemuziek; entr'acte; (7) [muz.] instrumentaal intermezzo; (8) [geldw.] hedging; (9) overall; ketelpak
繋がり tsunagari (1) verband; betrekking; relatie; binding; link; band; verhouding; connectie; verbinding; [i.h.b.] betrokkenheid; (2) verwantschap; parentage; filiatie; maagschap(sband)
結び付き musubitsuki relatie; betrekking; connectie; verband; band; verbinding
kusabi (1) wig; keg; spie; splitpen; klamp; luns; [drukk.] kooi; (2) [fig.] dat wat verbindt; band; binding
包帯 houtai verband; zwachtel; bandage; windsel; band
wa (1) cirkel; ring; kring; krans; kreits; gordel; lus; schakel; krinkeling; (2) wiel; rad; (3) hoepel; hoep; band
naka betrekking; verstandhouding; band; verhouding; [in uitdr.] voet
tai band; zone; gordel; kring; [i.h.b.] aardgordel
帯域 taiiki band; [周波数の] frequentieband
タイヤ taiya band; buitenband; wielband; [i.h.b.] autoband; [i.h.b.] fietsband
真田 sanada (1) lint; band; (2) gevlochten weefsel; (3) vlechtwerk; vlecht; (4) Sanada
gi (1) aangetrouwd; behuwd-; schoon-; (2) kunst-; vals; ; (1) gerechtigheid; recht; rechtvaardigheid; gerechtvaardigdheid; gerechtige zaak; (2) betekenis; inhoud; zin; strekking; (3) band; betrekking; relatie
連絡 renraku (1) verbinding; aansluiting; koppeling; schakeling; (2) contact; [m.b.t. leger] liaison; connectie; band; voeling; aanraking; (3) communicatie; correspondentie
バンド bando (1) band; lint; riem; gordel; [腕時計の] bandje; (2) band; orkestje; kapel; (3) frequentieband; (4) [m.b.t. Verre Oosten; India] dijk; dijkweg; dam; kade
カセット・テープ kasettoteepu cassetteband; cassettebandje; cassettetape; [verk.] tape; [verk.] band
楽団 gakudan orkest; kapel; muziekkorps; band; [verzameln.] muziek
楽隊 gakutai muziekkorps; orkest; kapel; band; [i.h.b.] harmonieorkest; [i.h.b.] harmonie
表紙 hyoushi omslag; cover; kaft; boekband; band
間柄 aidagara verhouding; relatie; betrekking; band; binding; verstandhouding; [fig.] voet; omgang
yukari band; betrekking; relatie; connectie
en (1) kans; toevallige gebeurtenis; lot; toeval; karma; (2) band; betrekking; relatie; connectie; verwantschap; (3) verband; relatie; connectie; samenhang; (4) veranda; waranda; loggia
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.67 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 25 treffers (zoekopdracht: 'band', strategie: exact). 
2005-2019