日蘭辭典+

20 resultaten voor ‘beantwoorden’
日蘭辭典 (trefwoord)
au合ふ
(合う) i.w. (1) [適合] passen. (2) [一致] het eens zijn; eensgezind zijn. (3) [符號] overeenstemmen; uitkomen; beantwoorden aan. (俗) kloppen. (4) [氣候食物が] goed bekomen; goed zijn voor. (5) [調律] harmonieeren; goed samenklinken. (6) [正當] juist zijn; goed loopen (時計が). ¶ 上衣が合はない de jas past niet. ¶ 意見が合ふ van dezelfde opinie zijn. ¶ 勘定が合はない de rekening klopt niet. ¶ 人相書に合って居る stemt overeen met het signalement; beantwoordt aan de beschrijving. ¶ 御口に合ひますか is het naar uw smaak? ¶ 蝦が性に合はない kreeft bekomt mij niet goed; ik kan niet tegen kreeft. ¶ 此のピアノは調子が合はない deze piano is ontstemd. ¶ 間に合ふ op tijd zijn.
mukui
(報い) zn. (1) [報償] vergelding v.; belooning v. (2) [] straf v. ¶ 報いる vergelden; beloonen. ¶ を以って報いる kwaad met goed vergelden; vurige kolen op het hoofd stapelen.
taiō對應
(対応) zn. overeenstemming v.; beantwoording v. ¶ 對應する overeenstemmen met; beantwoorden aan.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <beantwoorden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
報いる mukuiru (1) vergoeden; vergelden; goedmaken; belonen; [愛に] beantwoorden; (2) betaald zetten
迎え撃つ mukaeutsu het hoofd bieden; pareren; counteren; opvangen; onderscheppen; intercepteren; beantwoorden
受ける ukeru (1) ontvangen; krijgen; verkrijgen; verwerven; (2) aanvaarden; aannemen; accepteren; nemen; (3) pakken; tegenhouden; [een bal] vangen; [een slag] pareren; afwenden; (4) [de telefoon] opnemen; beantwoorden; gehoor geven bij het telefoneren; (5) ondergaan; meemaken; ervaren; [誘惑を] op de proef gesteld worden; [試験を] afleggen; [洗礼を] gedoopt worden; (6) [een verlies] lijden; [een verwonding] oplopen; [een belediging] incasseren; moeten verduren; blootgesteld worden aan; onderworpen worden aan; (7) [lessen] nemen; [een opleiding] volgen; genieten; (8) geloven; geloof hechten aan; aannemen; als waar beschouwen; voor zoete koek slikken; als juist aanvaarden; als zo zijnd aanvaarden; (9) staan; gelegen zijn tegenover; uitzicht geven op; gericht zijn naar [een windstreek; ander referentiepunt]; (10) 10. erven; overerven; [eigenschappen] van zijn (voor)ouders meekrijgen; (11) 11. populair worden; aan populariteit winnen; in de smaak vallen; tot de verbeelding spreken; in trek raken; geliefd worden; in zwang raken; aanslaan
報ずる houzuru (1) terugdoen; belonen; vergelden; beantwoorden; terugbetalen; (2) wraak nemen; wreken; vergelden; betaald zetten; (3) berichten; melden; laten weten; op de hoogte brengen; stellen; aankondigen; rapporteren; meedelen; bekendmaken; informeren; inlichten
報じる houjiru (1) terugdoen; belonen; vergelden; beantwoorden; terugbetalen; (2) wraak nemen; wreken; vergelden; betaald zetten; (3) berichten; melden; laten weten; op de hoogte brengen; stellen; aankondigen; rapporteren; meedelen; bekendmaken; informeren; inlichten
返事する henjisuru antwoorden; (een) antwoord geven; repliceren; responderen; reageren; beantwoorden; [arch.] bescheid geven; [i.h.b.] rescriberen
満つ mitsu bereiken; halen; voldoen; beantwoorden
答える kotaeru (1) antwoorden; beantwoorden; een antwoord geven op; ten antwoord geven; repliceren; een repliek geven; (2) reageren op; reactie vertonen op; weerwerk geven; (3) oplossen; een oplossing vinden voor; eruit komen; berekenen; (4) belonen; vergelden; vergoeden; als loon geven voor; voldoening geven voor; een wederdienst bewijzen; (5) effect hebben; effect ressorteren; invloed hebben op; beïnvloeden; aangrijpen; aanpakken; treffen; een sterke indruk op het gevoel nalaten; een sterke indruk op het gestel maken; moeilijk zijn; hard zijn
解く toku (1) losbinden; losknopen; losmaken; losdoen; losstrikken; [包みを] openmaken; uitpakken; [包帯を] loswinden; loswikkelen; [連結を] loshaken; afhaken; loskoppelen; afkoppelen; ontkoppelen; (2) ontwarren; ontknopen; ontstrikken; tornen; lostornen; ontrafelen; uit elkaar halen; uitrafelen; lostrekken; (3) [装束を] afleggen; afgorden; afdoen; [荷を] ontdoen; (4) [誤解を] ophelderen; uit de wereld helpen; wegruimen; (5) [禁止を] opheffen; wegnemen; beëindigen; [契約を] verbreken; [責任を] ontheffen van; [任務を] ontlasten van; ontslaan uit; iem. bedanken; releveren; vrijmaken van; degageren; [包囲を] opbreken; [jur.] ontbinden; (6) [問題を] oplossen; uitzoeken; [方程式を] uitwerken; [inform.] uitpuzzelen; [質問を] beantwoorden; [謎を] erachter komen
応じる oujiru (1) antwoorden; antwoord geven; ten antwoord geven; (2) [m.b.t. handeling, situatie etc.] beantwoorden; reageren op; weerwerk geven; (3) toestemmen; instemmen; akkoord gaan; aanvaarden; honoreren; inwilligen; toestaan; aannemen; consenteren; het groene licht geven voor; (4) solliciteren; zich inschrijven; zich opgeven; zich aanmelden; [w.g.] appliceren; (5) vervullen; voldoen aan; voldoende zijn; tevreden stellen; bevredigen
応ずる ouzuru (1) antwoorden; antwoord geven; ten antwoord geven; (2) [m.b.t. handeling, situatie etc.] beantwoorden; reageren op; weerwerk geven; (3) toestemmen; instemmen; akkoord gaan; inwilligen; toestaan; consenteren; het groene licht geven voor; (4) solliciteren; zich inschrijven; zich opgeven; zich aanmelden; [w.g.] appliceren; (5) vervullen; voldoen aan; voldoende zijn; tevreden stellen; bevredigen
応答する outousuru reageren; antwoorden; gehoor geven; beantwoorden; repliceren; responderen
返す kaesu (1) teruggeven; terugbetalen; (2) terugzetten; terugplaatsen; (3) iets omdraaien; ondersteboven gooien; (4) iets terugdoen; terugbetalen; beantwoorden
感ずる kanzuru (1) voelen; aanvoelen; ervaren; een gevoel hebben dat ~; (2) geïmponeerd zijn door; onder de indruk zijn van ~; geraakt zijn door ~; ; reageren op; beantwoorden
感じる kanjiru (1) voelen; aanvoelen; ervaren; een gevoel hebben dat ~; (2) geïmponeerd zijn door; onder de indruk zijn van ~; geraakt zijn door ~; ; reageren op; beantwoorden
感応する kannousuru (1) reageren; gehoor geven; beantwoorden; (2) meevoelen; sympathiseren; (3) induceren
引き取る hikitoru (1) terugnemen; (terug) overnemen; (2) vorderen; opvorderen; terugvorderen; terugeisen; reclameren; aanspraak maken op; claimen; opvragen; (3) zich belasten met; verantwoordelijkheid opnemen voor; onder z'n hoede nemen; zorgen voor; instaan voor; [話を] beantwoorden; antwoorden op; (4) [息を] sterven; z'n laatste adem(tocht) uitblazen; de laatste snik geven; de geest geven; ; (1) weggaan; zich terugtrekken; zich verwijderen; heengaan; verlaten; vertrekken; (2) [mil.] zich terugtrekken; aftrekken; de aftocht blazen; afrukken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.4 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'beantwoorden', strategie: exact). 
2005-2020