日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘bederven’
日蘭辭典 (trefwoord)
akuhen suru惡變する
(悪変する) i.w. degenereeren; bederven.
dame駄目

zn. onmogelijkheid v; nutteloosheid v.; bn. vergeefsch; nutteloos; onbruikbaar; onmogelijk. ¶ 駄目にする bederven; onbruikbaar maken. ¶ 駄目になる mislukken; nutteloos zijn; vergeeefsch zijn. ¶ やって見ても駄目だ we behoeven het niet eens te probeeren. ¶ それは駄目だ dat lukt niet; dat zal niet gaan; dat kan niet; dat mag niet. ¶ もう駄目だ het loopt mis het hem; er is geen hoop meer voor hem. ¶ とても駄目だから諦めなさい daar er toch niets meer aan te doen is, moet er nu maar in berusten.

kusaru腐る

i.w. bederven; verrotten; rotten; tot ontbinding overgaan. ¶ 腐り易い onderhevig aan bederf. ¶ が腐る ontmoedigd zijn; den moed laten zinken. ¶ 死體が腐りかかってゐる het lijk begint in staat van ontbinding over te gaan. ¶ 牛乳が腐って居る de melk is verzuurd.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bederven>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
損なう sokonau (1) er niet in slagen te ~; (2) verkeerd ~; mis-; (3) op een haar na ~; bijna ~; ; schaden; aantasten; [楽しみを] bederven; vergallen; [感情を] kwetsen; aangrijpen; aanpakken
虫食む mushibamu wormstekig worden; door houtworm aangetast worden; aangevreten worden; ; aantasten; aanvreten; bederven; [fig.] ondergraven; ondermijnen
痛む itamu (1) pijn hebben; pijn doen; zeer doen; (2) beschadigd raken; schade vertonen; versleten raken; (3) rot worden; slecht worden; bedorven raken; bederven; tot bederf overgaan; gekneusd raken; gecorrumpeerd raken
腐る kusaru (1) rotten; verrotten; bederven; tot bederf overgaan; ontbinden; tot ontbinding overgaan; (2) zich neerslachtig voelen; zich gedeprimeerd voelen; zich depressief voelen; down zijn; droefgeestig zijn; (3) gecorrumpeerd zijn; corrupt zijn; bedorven zijn; moreel aangetast zijn; verloederd zijn
変質する henshitsusuru kwalitatief veranderen; degenereren; ontaarden; verworden; [m.b.t. voeding] bederven; slecht worden; [m.b.t. alchemie] transmuteren
悪くなる warukunaru (1) verslechteren; verergeren; erger worden; slechter worden; minder worden; achteruitgaan; verminderen; er niet mooier op worden; fout gaan; mis gaan; achteruitboeren; achteruitsukkelen; [ますます] van kwaad tot erger vervallen; slechter en slechter gaan; (2) slecht worden; bederven; (3) ontregeld raken; stuk gaan
御座る gozaru [hoffelijkheidsvariant van aru; iru] zijn; hebben; ; (1) [honoratieve variant van iru] zijn; zich bevinden; bestaan; (2) [honoratieve variant van aru] zijn; zich bevinden; bestaan; hebben; liggen; gelegen zijn; staan; (3) [honoratieve variant van iku en kuru] gaan; komen; zich begeven; (4) [hoffelijkheidsvariant van aru] zijn; hebben; (5) gaan houden van; verliefd worden; (6) bederven; slecht worden; rotten; (7) [腹が~] honger krijgen; trek krijgen
壊す kowasu (1) breken; afbreken; vernietigen; slopen; kapotmaken; stukmaken; kapotslaan; (2) beschadigen; schade toebrengen aan; schaden; (3) uit elkaar halen; uit elkaar nemen; demonteren; ontmantelen; opbreken; afbreken; neerhalen; (4) in de war sturen; in het honderd doen lopen; verknoeien; verpesten; verprutsen; bederven; onbruikbaar maken
台無しにする dainashinisuru er een potje van maken; verbroddelen; verknoeien; bederven; verbruien; verknallen; doen mislukken; verprutsen; om zeep brengen; helpen; verpesten; vermassacreren; [inform.] verknollen; [inform.] vermodderen; [inform.] verpoedelen; [Belg.N.] verbrodden; [volkst.] verkankelemienen; [vulg.] verkloten; [gew.] verfotsen; [gew.] verneuken; [gew.] veronnutten; [gew.] verpeuteren; [gew.] verprossen
駄目にする damenisuru bederven; verknoeien; tenietdoen; ongedaan maken; verknallen; verprutsen; verpesten; doen mislukken; te gronde richten; ruïneren; vergallen; een streep halen door; ondersteboven gooien; dwarsbomen; doorkruisen; fnuiken; verijdelen; verstoren; de grond in boren; een puinhoop maken van; naar de knoppen helpen; [vulg.] verkloten
冷ます samasu (1) afkoelen; koelen; bekoelen; verkoelen; koud laten worden; [fig.] laten antichambreren; (2) temperen; doen bekoelen; [m.b.t. koorts] doen afnemen; [m.b.t. koorts] naar beneden brengen; [m.b.t. koorts] doen zakken; [m.b.t. pret] drukken; [m.b.t. pret] bederven; [m.b.t. pret] vergallen; [uitdr.] een domper zetten op; [uitdr.] een koude douche bezorgen; [uitdr.] een schaduw werpen op
障る sawaru (1) hinderen; storen; belemmeren; (2) [体に] schaden; kwaad berokkenen; slecht zijn voor; bederven; een slechte invloed hebben op; [神経に] werken op
害する gaisuru schaden; kwaad doen; schenden; benadelen; deren; beschadigen; bederven; krenken; afbreuk doen aan; schade berokkenen; letsel toebrengen; aantasten; geen goed doen
甘やかす amayakasu verwennen; vertroetelen; bederven
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.41 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'bederven', strategie: exact). 
2005-2019