日蘭辭典+

29 resultaten voor ‘bedoeling’
日蘭辭典 (trefwoord)
arawasu現す
(現わす・表す・表わす・著す・著わす) t.w. (1) [教示する] toonen; doen blijken; vertoonen. (2) [露す] aan het licht brengen; ontdekken. (3) [著作する] publiceeren. (4) [名を顯す] i.w. beroemd worden; zich naam maken. ¶ 意志を表す zijne bedoeling blootleggen. ¶ そこでしっぽを露はした toen kwam de aap uit de mouw.
akui惡意
(悪意) zn. (1) [敵意] vijandschap v.; wrok m.; boosaardigheid v. (2) [故意] kwade bedoeling v.; boos opzet o.; voorbedachte raad m.
ki
(気) zn. (1) [力] geest m.; hart o.; ziel v. (2) [質] karakter o. (3) [分] humeur o.; stemming v. (4) [傾向] neiging v.; geneigdheid v. (5) [注意] zorg v.; aandacht v. (6) [呼吸] adem m. (7) [空] lucht v.; atmosfeer v. (8) [蒸] damp m.; uitwaseming v.(9) [香] smaak m.; geur m. (10) [精] ether m. ¶ がある lust hebben; geneigd zijn. ¶ がさす ongerust zijn. ¶ が狂ふ gek worden. ¶ が違って居る niet goedwijs zijn. ¶ がふれる buiten zich zelven zijn; niet wel bij het hoofd zijn. ¶ が長い geduldig. ¶ が拔けた afgetrokken; verstrooid. ¶ が塞ぐ somber gestemd zijn; tobben; (俗) in de put zitten. ¶ が詰まる benauwd zijn. が進む volgaarne; van ganschen harte. ¶ が進まぬ geen zin hebben. ¶ が立って居る opgewonden zijn.¶ が向く geneigd zijn; lust hebben. ¶ が濟まぬ niet op zijn gemak zijn. ¶ が重くなる gedrukt zijn; somber zijn. ¶ が遠くなる bewusteloos worden; bezwijmen; flauw vallen. ¶ が咎める niet op zijn gemak zijn; zelfverwijt gevoelen. ¶ に病む ongerust zijn. ¶ ....... するになる er toe komen om; lust krijgen om. ¶ に障る hinderen; ergeren. ¶ の強い stoutmoedig; dapper. ¶ の弱い slap. ¶ の合った gelijkgezind; sympathiek. ¶ のない zouteloos; laf. ¶ の小さい kleinmoedig.¶ の狹い bekrompen; kleinzielig. ¶ 樹の大きい grootmoedig; edelmoedig (寬大); moedig. ¶ の早い driftig; opvliegend. ¶ の好い goedhartig. ¶ の利いた behendig; knap. ¶ 變り易い wispelturig. ¶ を揉む tobben; zich bezorgd maken.¶ をゆるす aandacht laten verslappen; niet goed opletten. ¶ を勵ます moedvatten. ¶ を晴らす zich ontspannen. ¶ を養ふ geest voedenを失ふ flauw vallen; bewusteloos worden; bezwijmen; bewustzijn verliezen. ¶ を探る polsen. ¶ を變へる van opinie veranderen. ¶ を配る zijn aandacht gevestigd houden op; (俗) in de gaten houden. ¶ を持つ (心をかける) zich wijden aan.¶ を長くする geduld oefenen. ¶ を拔く verslappen. ¶ を落ちつける zijn gedachten verzamelen; tot zich zelven komen. ¶ を落す den moed verliezen; den moed laten zinken. ¶ を負ふ zich laten voorstaan op; prat gaan op. ¶ を惡くする kwalijk nemen. ¶ 人のを惡くする iemand’s gevoelens kwetsen. ¶ を利かせる een wenk begrijpen. ¶ を廻す achterdocht koesteren. ¶ を附ける goed opletten; oppassen. ¶ を附け pas op !; geef acht ! (號令). ¶ は心 neem den wil voor de daad; waardeer de goede bedoeling. ¶ 何のもなしに zonder eenige (kwade) bedoeling. ¶ に懸けるな trek je er niets van aan ! ¶ あとでがついた later viel mij in ....... . ¶ が濟んだ het is mij een pak van het hart.
gyaku
bn. (1) [反對] tegengesteld; omgekeerd. (2) [叛逆] oproerig. ¶ 逆壓 tegen-druk. ¶ 逆潮 tegenstroom. ¶ 逆動する achteruitgaan. ¶ 逆緣 ongeluk; noodlot; omgekeerde volgorde van overlijden; dood van de kinderenvoor de ouders. ¶ 逆風 tegenwind. ¶ 逆擊 tegenaanval. ¶ 逆比 omgekeerdereden. ¶ 逆比例の omgekeerd evenredig. ¶ 逆意 verraderlijke bedoeling. ¶ 逆上 stijgen van bloed naar de hersenen; duizeligheid (眩暈). ¶ 逆上する gek worden. ¶ 逆戾りする teruggaan. ¶ 逆に in tegengestelde richting; den anderen kant uit; verkeerd. ¶ 逆流 tegenstroom. ¶ 逆算する terugrekenen. 逆説 paradox. ¶ 逆心 verraderlijke bedoeling. ¶ 逆臣 verrader. ¶ 逆進 achterwaartsche beweging; achteruitgaan. ¶ 逆襲 tegenaanval. ¶ 逆提供 contra-offerte. ¶ 逆轉 omzetting. ¶ 逆轉する terugdraaien; omzetten. ¶ 逆徒 verrader. ¶ 逆睹 voorspelling. ¶ 逆運 tegenspoed; tegenslag; ongeluk. ¶ 逆運動 teruggang; acherwaartsche beweging. ¶ 逆産 omgekeerde geboorte; geboorte met de voeten vooruit.
omomuki
(き) zn. (1) [旨] bedoeling v.; beteekenis v.; inhoud van een brief (手紙の).(2) [雅] smaak m.
imi意味
zn. (1) [意味] beteekenis v.; zin m. (2) [旨味] bedoeling v.; belang o. ¶ 意味する beteekenen. ¶ 意味ある belangrijk; beteekenis hebben. ¶ 意味深長の met diepe beteekenis; diepzinnig; zeer belangrijk. ¶ 或る意味に於いては in zekeren zin. ¶ 意味なき zonder beteekenis; zonder zin. ¶ 意味ありげな顏つきをして見せた hij wierp mij een veelbeteekenenden blik toe.
kokorozashi
zn. (1) [意向] wil m.; meening v. (2) [意圖] bedoeling v. (3) [目的] doel o. (4) [親切] welwillendheid v.; vriendelijkheid v. (5) [贈物] geschenk o. ¶ 志を達する zijn doel bereiken; zijn wensch vervuld zien. ¶ 志を抱く een doel hebben. ¶ お志だけ澤山です ik neem gaarne den wil voor de daad.
hyōi表意
zn. wilsverklaring v.; uitgesproken bedoeling v.
WACHTKAMER (deze lemma’s zijn nieuw of bevatten wijzigingen)
kibō希望

zn. (1) [] hoop v. (2) [豫期] verwachting v. (3) [所望] bedoeling v.; wensch m.; verlangen o. ¶ の希望して in de hoop op; met de bedoeling om. ¶ 希望を棄てる de hoop opgeven. ¶ 希望に副う aan de verwachting beantwoorden. ¶ 希望する hopen; wenschen; verlangen; verwachten. ¶ 希望者 sollicitant. ¶ 希望者は自身來訪ありたし sollicitanten gelieven zich persoonlijk te vervoegen bij......

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bedoeling>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
目途 mokuto doel; doelstelling; oogmerk; bedoeling; [Belg.N., niet alg.] objectief
目論見 mokuromi plan; opzet; oogmerk; bedoeling; [i.h.b.] bijbedoeling; heimelijk motief
目的 mokuteki doel; oogmerk; [veroud.] oogwit; bedoeling; doelstelling; intentie; voornemen; streefdoel; doeleinde; plan; opzet; objectief; onderwerp; streven; mikpunt; bestemming; einddoel
目標 mokuhyou (1) doel; doelwit; doeleinde; bedoeling; doelstelling; streefdoel; objectief; object; (2) merkteken; merk; baken; luchtbaken; markering; oriëntatiepunt
積り tsumori (1) voornemen; intentie; plan; bedoeling; opzet; oogmerk; van zins ~; [veroud.] voorhebben; (2) verwachting; overtuiging; (onder de) indruk (dat); (in de ) veronderstelling (dat); (3) zich wijsmakend dat ~; zich inbeeldend dat; als ware ~; (4) raming; schatting; (5) laatste glaasje op een receptie; afzakkertje
向き muki (1) richting; ligging; oriëntatie; positie; gerichtheid; (2) bestemming; geschiktheid; aangewezenheid; bedoeling; (3) betrokkene; belanghebbende; mensen die ~; (4) opvliegendheid
i (1) gevoel; gevoelen; betuiging; mening; gedachte; opinie; (2) voornemen; wil; zin; plan; [Belg.N.] gedacht; intentie; wens; (3) aandacht; attentie; zorg; behartiging; (4) voorkeur; zin; smaak; (5) zin; betekenis; bedoeling; teneur; strekking; inhoud; (6) goede gezindheid; genegenheid; (7) [boeddh.] geest; ziel
意味 imi (1) betekenis; zin; (2) bedoeling; strekking; belang; punt waar het op aankomt; (3) implicatie; gevolgtrekking
意思 ishi intentie; bedoeling; doel; plan; wens
企て kuwadate (1) plan; ontwerp; beraming; opzet; bedoeling; (2) project; onderneming; (3) poging; (4) complot; intrige; list
心掛け kokorogake (1) plan; opzet; bedoeling; intentie; voornemen; oogmerk; (2) voorzichtigheid; zorg; behoedzaamheid; omzichtigheid; (3) instelling; attitude; mentaliteit
kokoro (1) geest; ziel; (2) hart; innerlijk; inborst; aard; karakter; (3) gevoel; gevoelens; emotie; sentiment; hartstocht; (4) hartelijkheid; cordialiteit; warmte; vriendelijkheid; oprechtheid; eerlijkheid; (5) sympathie; genegenheid; medegevoel; deelneming; (6) aandacht; attentie; interesse; belangstelling; (7) geheugen; memorie; herinneringsvermogen; (8) wil; wilskracht; (9) intentie; bedoeling; (10) 10. stemming; humeur; gemoedsgesteldheid; (11) 11. betekenis; ware betekenis; zin; antwoord; het waarom
ゴール gooru (1) [sportt.] goal; doelpunt; doel; (2) finish; finishplaats; eindstreep; meet; (3) doel; bedoeling; doeleinde; opzet; oogmerk; richtpunt; (4) Gallië; ; [maatwoord voor goals, doelpunten]
作意 sakui (1) concept; idee; thema; motief; (2) beleid; tact; attentheid; bedachtzaamheid; (3) bedoeling; intentie; opzet; voornemen; oogmerk; (4) [shogi] strategie aangewend bij probleemschaak
企図 kito (1) plan; voornemen; opzet; bedoeling; doel; oogmerk; beoging; (2) project; onderneming
目処 medo (1) doel; streefdoel; oogmerk; bedoeling; (2) vooruitzicht; verwachting; perspectief; hoop; (3) [針の] oog
目安 meyasu (1) richtsnoer; leidraad; maatstaf; ijkpunt; norm; richtlijn; referentie; (2) oogmerk; bedoeling; intentie; opzet
狙い nerai (1) aanleg [van het geweer enz.]; richting; mik; het mikken; het richten; het aanleggen; (2) doel; streven; oogmerk; bedoeling; doelstelling; doeleinde
オブジェクト obujixekuto (1) voorwerp; object; ding; (2) doel; oogmerk; bedoeling; (3) [spraakk.] voorwerp; object; (4) [fil.] object; (5) [comp.] object; systeemcomponent
当て ate (1) doel; streefdoel; bedoeling; oogmerk; plan; (2) verwachting; vooruitzicht; uitzicht; mogelijkheid; (3) betrouwbaarheid; vertrouwen; krediet; geloofwaardigheid
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.36 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 20 treffers (zoekopdracht: 'bedoeling', strategie: exact). 
2005-2019