日蘭辭典+

12 resultaten voor ‘bedotten’
日蘭辭典 (trefwoord)
gomakashi誤魔化し
(誤摩化し、胡魔化し) zn. bedriegerij v.; fopperij v. ¶ 胡魔化す bedriegen; bedotten; foppen; (卑) verneuken. ¶ 勘定を胡魔化す rekening vervalschen. ¶ 場を胡魔化す zich ergens uitdraaien. ¶ 過失を胡魔化す een fout weten te verbergen. ¶ を胡魔化す iemand bedotten.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bedotten>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
一杯食わせるippaikuwaseru [人に] voor de gek houden; bedotten; beetnemen; foppen; in de maling nemen; om de tuin leiden; bij de neus nemen; in de luren leggen; te slim af zijn; ertussen nemen; beduvelen; belazeren; iem. een streek leveren; iem. een kunstje flikken
填める ; 嵌めるhameru (1) [een deur enz.] inmonteren; monteren; fitten; inpassen; vatten; [een diamant enz.] zetten; invatten; inkassen; [goudsm.] kassen; (juist) plaatsen; inzetten; inbrengen; inleggen; [een ring enz.] aandoen; [aan iems. vinger enz.] steken; omdoen; [handschoenen enz.] aantrekken; (2) verstrikken; vangen; foppen; bedotten; bedriegen; in de val laten lopen; beetnemen; [fig.] beethebben; erin laten lopen; bedotten; erin luizen; ertussen nemen; te pakken nemen; [uitdr.] te grazen nemen
引っ掛ける ; 引掛ける ; 引っかける ; 引っ懸けるhikkakeru (1) ophangen (aan); hangen (aan); [i.h.b.] vasthaken; (2) (nonchalant; haastig) aantrekken; [een trui enz.] aanschieten; [zijn kleren] aangooien; (3) spatten (op); bespatten; spetten; plassen; [een vloeistof] uitstorten; (4) [een drankje] achteroverslaan; in één teug legen; [er eentje] achterovergooien; (5) strikken; vangen; verstrikken; verschalken; verlokken; beetnemen; bedotten; om de tuin leiden; in de val laten lopen; iem. in de luren leggen; (6) aanrijden; omverrijden; grijpen
担ぐkatsugu (1) iets op de schouders nemen; iets over zijn schouders dragen; (2) kiezen tot [president]; [iem.] voordragen [tot een functie]; (3) gemakkelijk geloven in; (4) iemand voor de gek houden; bedotten; bedonderen; beetnemen; beethebben; bij de neus nemen; iemand op de arm nemen
暗ますkuramasu (1) verbergen; verhullen; verhelen; (2) misleiden; om de tuin leiden; bedotten; (3) donker maken; verdonkeren; verduisteren
欺くazamuku (1) bedriegen; misleiden; beduvelen; bedotten; wijsmaken; om de tuin leiden; voor de gek houden; beetnemen; bij de neus nemen; erin luizen; bedonderen; foppen; duperen; verschalken; te slim af zijn; in de maling nemen; voor het lapje houden; beguichelen; [inform.] belazeren; [inform.] besodemieteren; [inform.] neppen; [inform.] verlakken; [inform.] vernachelen; [inform.] verneuriën; [inform.] verneuken; [inform.] kullen; [inform.] vernichelen; [inform.] vernikkelen; [inform.] piepelen; [inform.] beseibelen; [inform.] op teil nemen; [volkst.] vernaaien; [volkst.] opnaaien; [uitdr.; gew.] iem. een tand trekken; [vulg.] fucken; [vulg.] in de zeik nemen; [vulg.] bezeiken; [gew.] betoppen; [gew.] betrekken; [gew.] verpieren; [Belg.N.; uitdr.] iem. op flessen trekken; [Barg.; uitdr.] iem. een voertje zetten; [Barg.] een kunstje flikken; (2) […を~] niet onderdoen voor; evenaren; als ware het; (3) ridiculiseren; spotten met; de spot drijven met; belachelijk maken; uitlachen; (4) hekelen; bekritiseren; kritiseren; berispen; laken; verwijten; (5) bezingen; roemen; zich vermeien in
計るhakaru (1) meten; opmeten; uitmeten; afmeten; [de temperatuur; de tijd enz.] opnemen; [de maat e.d.] nemen; [de grootheid enz.] bepalen; berekenen; uitrekenen; (2) peilen; schatten; polsen; [fig.] sonderen; gronden; raden; inschatten; [ook fig.] taxeren; hoogte nemen; opnemen; opmaken; ramen; begroten; calculeren; (3) plannen; beramen; beproeven; (4) bedriegen; bedotten; beetnemen
誤魔化すgomakasu bedriegen; bedotten; te slim af zijn; oplichten; foppen; misleiden; om de tuin leiden; afzetten; afhandig maken; [inform.] beduvelen; smokkelen; [返事を] omzeilen
食わすkuwasu (1) voeden; eten geven; voeren; (2) onderhouden; in de levensbehoeften voorzien; (3) slaan; een klap toedienen; (4) bedotten; bedriegen; beetnemen; in de luren leggen
食わせるkuwaseru (1) voeden; eten geven; voeren; (2) in de mond steken; (3) samenbrengen; invoegen; (4) onderhouden; in de levensbehoeften voorzien; (5) opleggen; opdringen; berokkenen; doen slikken; (6) slaan; een klap toedienen; (7) een pijl aanleggen; (8) bedotten; bedriegen; beetnemen; in de luren leggen; (9) culinair verwennen; delicatessen voorschotelen
騙すdamasu (1) bedriegen; foppen; bedotten; beetnemen; beethebben; ertussen nemen; misleiden; verschalken; beduvelen; bedonderen; erin luizen; iem. erin laten lopen; [inform.] beduvelen; [inform.] belazeren; [inform.] besodemieteren; [inform.] verlakken; [inform.] naaien; [inform.] vernachelen; [inform.] vernaaien; [inform.] verneuriën; [inform.] neppen; [volkst.] besjoemelen; [volkst.] besjoechelen; [vulg.] verneuken; [Barg.] oetsen; [uitdr.] iem. knollen voor citroenen verkopen; (2) iem. zover krijgen dat; iem. overreden tot; ertoe brengen te; verlokken tot; [i.h.b.] sussen; [i.h.b.] paaien; [i.h.b.] vleien
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.6 sec. jiten.nl: 1 treffer, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'bedotten', strategie: exact). 
2005-2022