日蘭辭典+

25 resultaten voor ‘bedwingen’
日蘭辭典 (trefwoord)
amaru餘る
(余る) i.w. (1) [殘る] overblijven; te boven gaan; overschieten; resteeren. (2) [目に餘る] te groot om te overzien (餘り大きい); niet om aan te zien (餘りひどい). ¶ 力に餘る boven zijn krachten; boven zijn macht. ¶ 手に餘る niet te bedwingen; niet aankunnen; niet opgewassen zijn tegen.
appuku壓服
(圧服) zn. onderdrukking v. ¶ 壓服する onderdrukken; bedwingen.
nomu飮む
(呑む、飲む) t.w. (1) [飮料を] drinken. (2) [吸ふ] inzuigen; zuigen (3) [煙草を] rooken. (4) [嚥下する] doorslikken; verzwelgen. (5) [隱す] verbergen. (6) [を] bedwingen; onderdrukken (7) [侮る] geringschatten; i.w. neerzien op. t.w. (8) [著服する] verduisteren.
warau笑ふ
(笑う) i.w. lachen; lachen om.; t.w. bespotten. ¶ 笑ふべき belachelijk; lachwekkend; bespottelijk; grappig. ¶ 笑ひながら lachend; met een lachend gezicht. ¶ 笑はれる uitgelachen worden. ¶ 陰にて笑ふ in zijn vuistje lachen. ¶ 皮肉に笑ふ smalend lachen. ¶ 笑ひ崩れる schudden van ’t lachen; zich doodlachen. ¶ 笑って迎える glimlachend verwelkomen. ¶ 笑はずに居れぬ zijn lachen niet kunnen bedwingen.
hikaeru控へる
(控える) t.w. (1) [書き留める] noteeren; aanteekenen. (2) [抑制] beperken; bedwingen.; i.w. zich onthouden van. i.w. (3) [待つ] wachten. ¶ 食物を控へる matig zijn inhet eten. ¶ そのこと今日控へて居た ik het er tot dusverre over gezwegen. ¶ 控へろ houd je mond!; zwijg! ¶ は急ぎの用事を控へて居る ik heb dringende bezigheden. ¶ に控へて居る in de kamer ernaast wachten. ¶ 手編を控へる de teugels inhouden.
mushi
(虫) zn. (1) [昆] insect o. (2) [蛆など] wurm v.; beestje o. ¶ の知らせ voorgevoel. ¶ よい arrogante vent. ¶ 居る nog slechts flauw ademhalen. ¶ が好かぬ antipathiek. ¶ の居どこが惡い slecht gehumeurd zijn. ¶ を殺す zijn woede bedwingen; zich inhouden.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bedwingen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
呑む nomu (1) [fig.] slikken; nemen; pikken; accepteren; aanvaarden; [i.c.m. ontkenning] pruimen; incasseren; [fig.] verduwen; [inform., fig.] vreten; (2) overweldigen; overdonderen; inpakken; [fig., sportt.] inblikken; [fig.] inmaken; [fig., sportt.] afdrogen; (3) bedwingen; onderdrukken; [m.b.t. tranen] inslikken; inhouden; smoren; (4) verborgen houden; verhelen; achterhouden
従える shitagaeru (1) met zich meenemen; met zich meebrengen; zich laten vergezellen; flankeren door; (2) onderwerpen; overwinnen; bedwingen; temmen; er onderhouden; [fig.] dienstbaar maken; gedwee maken; tot gehoorzaamheid dwingen
収拾する shuushuusuru (1) vergaren; verzamelen; sprokkelen; bijeenrapen; (2) beheersen; bedwingen; in bedwang houden; in toom houden; controleren; onder controle houden; de baas blijven; beteugelen
静める shizumeru (1) [鳴りを] tot stilte brengen; [場内を] stil doen worden; tot rust brengen; stemmen; rustig maken; doen verstommen; dempen; (2) matigen; temperen; afzwakken; smoren; [火事を] doven; [波を] bedaren; tot bedaren brengen; doen luwen; (3) [暴動を] bedwingen; beteugelen; beheersen; onderdrukken; de kop indrukken; supprimeren; [veroud.] neerzetten; [喧嘩を] beslechten; bijleggen; [怒りを] koelen; (4) [せきを] stillen; [心; 神経を] kalmeren; opluchten; [痛みを] verlichten; lenigen; verzachten; doen afnemen; verminderen; [scherts.] afwinden; (5) [神を] verzoenen; tevredenstellen; bevredigen; [御霊を] sussen; paaien; apaiseren; troosten; [怨霊を] bezweren; (6) in slaap brengen; doen inslapen
堪える koraeru (1) dulden; verdragen; tolereren; verduren; (2) bedwingen; onderdrukken; inhouden; tegenhouden; (3) vergeven; vergiffenis schenken; verschonen; verontschuldigen; lankmoedig zijn; toegevend zijn
克服する kokufukusuru overwinnen; de baas worden; te boven komen; bedwingen; de zege behalen over; onderwerpen; onder zijn gezag brengen; op de knieën krijgen; onder het juk brengen; veroveren; in bezit nemen
殺す korosu (1) doden; (2) vermoorden; moorden; slachten; afslachten; over de kling jagen; ombrengen; koud maken; om zeep helpen; voorgoed tot zwijgen brengen; [euf.] onschadelijk maken; [uitdr.] de handen in iemands bloed wassen; (3) ter dood brengen; executeren; op grond van een vonnis terechtstellen; (4) verspillen; vermorsen; roekeloos besteden; nutteloos besteden; erdoor jagen; erdoor draaien; verkwisten; verpanden; belenen; in onderpand geven; (5) bedwingen; onderdrukken; inhouden; beheersen; in toom houden [Het lijdend voorwerp van dit werkwoord kan een gevoel, een lach, een geeuw, tranen, zijn adem etc. zijn.]; (6) [honkbal] een slagman uit het spel spelen; een slagman uitspelen
制止する seishisuru bedwingen; beteugelen; in toom houden; in bedwang houden; inhouden; onder controle houden; tegenhouden
制圧する seiatsusuru in bedwang krijgen; onder controle krijgen; bedwingen; beteugelen
制する seisuru (1) in toom houden; in bedwang houden; beteugelen; beheersen; onder controle houden; in de hand houden; (2) bedwingen; onderdrukken; smoren; supprimeren; (3) heersen over; meester zijn over; bevelen; domineren; regeren; [bijb., lit.t.] gebieden; [勝ちを] in de hand hebben
塞き止める sekitomeru (1) afdammen; dammen; keren; (2) tegenhouden; inhouden; indammen; bedwingen; intomen; beteugelen; opkroppen; onderdrukken; stuiten; stremmen
止める tomeru (1) stoppen; stopzetten; stilleggen; stilhouden; laten stilstaan; stillen; stuiten; tot stilstand brengen; stilzetten; tot staan brengen; parkeren; stallen; [aan de kant enz.] zetten; neerzetten; arrêteren; [de dief enz.] houden; een halt toeroepen; een punt zetten achter ~; een einde maken aan [een ruzie enz.]; ophouden; stremmen; [de aanvoer enz.] staken; afbreken; afsnijden; [een paard enz.] tegenhouden; vasthouden; aanhouden; inhouden; keren; [fig.] afdammen; [m.b.t. geluid, pijn] weren; ophouden; stelpen; (2) [het licht enz.] uitdoen; uitschakelen; [m.b.t. gas, water, radio] uitdraaien; dichtdraaien; afsluiten; uitzetten; afzetten; [de stroom] afbreken; afsnijden; (3) [m.b.t. inflatie enz.] bedwingen; beheersen; afremmen; beteugelen; breidelen; in toom houden; in bedwang houden; intomen; [de groei enz.] belemmeren; (4) beletten; verhinderen; verbieden; voorkomen; ontzeggen; verhoeden
鎮圧する chinatsusuru onderdrukken; beteugelen; bedwingen; neerslaan; versmoren; supprimeren; onder controle krijgen; smoren; de kop indrukken; fnuiken
支える sasaeru (1) steunen; ondersteunen; stutten; schragen; dragen; overeind houden; op de been houden; (2) op een afstand houden; afhouden; bedwingen; in bedwang; toom houden; (3) onderhouden; in stand houden; voorzien in de levensbehoeften van
抑圧する yokuatsusuru onderdrukken; beteugelen; bedwingen; smoren; supprimeren; verdrukken; [w.g.] opprimeren
阻む habamu (1) versperren; blokkeren; afsluiten; ondoorgankelijk maken; obstrueren; (2) belemmeren; hinderen; in de weg staan; bedwingen; in bedwang; toom houden; (3) voorkómen; beletten; verhinderen; verhoeden; verijdelen; dwarsbomen; zorgen dat niet
封ずる fuuzuru (1) verzegelen; afsluiten; insluiten; blokkeren; afgrendelen; (2) beteugelen; in bedwang houden; bedwingen; beheersen; (3) [rel.] bezweren; (4) verbieden; bannen
押さえる osaeru (1) onderdrukken; naar beneden drukken; (2) beheersen; bedwingen; (met overmacht) in bedwang houden; eronder houden; (3) tegenhouden; voorkomen; terughouden; (4) arresteren; gevangennemen; in hechtenis nemen; aanhouden; in zijn kraag grijpen; (5) [de oren] dichtstoppen; [met de handen de ogen] bedekken; verbergen; [met de handen het hoofd] vasthouden; [de hand voor de mond] houden; (6) [waar men recht op heeft, een deel van het loon etc.] achterhouden; terughouden; niet geven; onthouden; (7) beslag leggen op [goederen, eigendom, documenten etc.]; gerechtelijk in beslag nemen; confisqueren; (8) grijpen; pakken; nemen; in zijn klauwen krijgen; (9) een voorzichtige raming doen; een voorzichtige schatting maken; behoedzaam begroten; (10) 10. plafonneren; niet hoger laten oplopen dan; [de prijzen] drukken; binnen een bepaalde limiet houden; onder een bepaalde limiet houden
治める osameru (1) regeren; heersen over; een land besturen; de scepter zwaaien; de scepter voeren; (2) tot rust brengen; tot vrede brengen; pacificeren; (3) regelen; in orde brengen; in orde maken; organiseren; behandelen; afhandelen; afdoen; voor elkaar krijgen; (4) bedwingen; beteugelen; onderdrukken; betomen; intomen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.42 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'bedwingen', strategie: exact). 
2005-2020