日蘭辭典+

14 resultaten voor ‘beetje’
日蘭辭典 (trefwoord)
amari餘り
(余り) vz. & bw. (1) [より以上] meer dan; over; boven. (2) [過度に] te; al te; tezeer; erg; over. (3) [差程] zeer; bijzonder; zoozeer......, dat; zoo......dat. ¶ 餘り……ない niet erg; niet zeer; niet bijzonder; zelden. ¶ 餘り高くて手が屆かぬ zoo hoog, dat men er niet bij kan. ¶ そりゃあんまりだ dat is een beetje te erg.
yasui安い
bn. (1) [安意] vredig; rustig. (2) [安價] goedkoop; laag in prijs. ¶ 安く買ふ voordelig koopen. ¶ 安く見る niet naar waarde schatten. ¶ も少し安くしておけ laat nog wat van den prijs vallen. ¶ 安からぬ心地 ongerustheid.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kasureru掠れる
(擦れる, かすれる) (1. i.ww) het deels wegvallen van lijnen van geschreven of gedrukte tekst, of van een afbeelding, of van iets vergelijkbaars. (1.b. znw) かすれ kasure dat wat weggevallen is (beschadigingen, onscherptes, leemtes, etc.) ¶ かすれは修正した Kasure nado wa shūseishita Weggevallen lijnen en dergelijke zijn geretoucheerd (afbeeldingsonderschrift in boek) (2. i.ww) het hees of schor worden van de stem. ¶ かすれた kasureta koe een hese of schorre stem (twitter) ¶ かすれた渋い子供から好きだったKasureta shibui koe ga kodomo no koro kara suki datta. Sinds mijn kindertijd heb ik een zwak voor een schorre en donkere stem. (twitter) ¶ 鈴木さん、少しがかすれ気味だったなあ。Suzuki-san, sukoshi koe ga kasure-gimi datta naa. Je [Suzuki] klonk wel een beetje schor hoor! (twitter)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <beetje>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
至って itatte heel; erg; zeer; uiterst; ontzettend; buitengewoon; uitermate; buitenmate; bovenmate; in hoge mate; buitengemeen; super; niet zo’n (klein) beetje
幾らか ikuraka (1) een beetje; wat; iets; enigszins; (2) [~でも] hoe bescheiden ook; al is het maar een beetje; ; beetje; geringe hoeveelheid; gering aantal
一片 ippen (1) stuk(je); onderdeel; deel; brok; fragment; [ニンニクの] teentje; (2) beetje; greintje; zweem; zweempje; spoor; spoortje; kleine hoeveelheid; zier; ziertje
kusuri (1) geneesmiddel; medicijn; medicament; artsenij; (2) scheikundige stoffen; chemicaliën; (3) glazuur; email; (4) buskruit; kruit; (5) voordeel; nut; heil; baat; goed; (6) greintje; grein; beetje; kleine hoeveelheid
片鱗 henrin (1) schub; schilfer; (2) zeer gering deel; beetje; stukje; glimp; spoor; zweem; [Belg.N.] morzel
僅か; 纔か wazuka (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; luttel; greintje; (2) gering; klein; licht; schaars; karig; (3) krap; nauw; eng; ; (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; ietwat; enigermate; enigszins; (2) amper; nauwelijks; maar net; ternauwernood; (3) slechts; maar; enkel
僅かな wazukana (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; luttel; greintje; (2) gering; klein; licht; schaars; karig; (3) krap; nauw; eng
黒子 kokushi (1) moedervlekje; vlekje; (2) kleinigheid; ziertje; beetje; schijntje
一寸 chotto (1) (een) beetje; wat; een tikkeltje; ietsje(s); een tikje; iets; een weinig; ietwat; lichtjes; lichtelijk; enigszins; even; eventjes; (een) ogenblikje; (een) momentje; (2) nogal; best (wel); vrij; tamelijk; behoorlijk; (3) (niet enz.) zomaar; (niet enz.) meteen [i.c.m. negatie]; ; hé; hei; hallo (daar); excuseer; hoor eens; [i.h.b.] kom eens
半片 hanpen (1) half stukje; half deel; half plakje; half sneetje; beetje; (2) ene zijde; ene kant; (3) [Jap.gesch.] zilverstuk ter waarde van 1; 16 ryō; (4) controlestrookje; reçustrookje; (5) [cul.] visgehaktbrood [in een cakevorm gekookt of gestoomd visgehakt; toebereid met Japanse yam]
一口 hitokuchi (1) mondvol; mondjevol; mondje; hap; hapje; beet; beetje; brok; brokje; (2) slok; slokje; teug; teugje; gulp; gulpje; nip; nipje; (3) woord; woordje; [meton.] mondje; (4) belang; deelneming; participatie; (5) [寄付の] schijf; tranche
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.42 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'beetje', strategie: exact). 
2005-2020