日蘭辭典+

73 resultaten voor ‘begin’
日蘭辭典 (trefwoord)
hajime
(初め、始め、初) zn. begin o.; aanvang m.; oorsprong m. ¶ 始の eerst; aanvankelijk; oorspronkelijk. ¶ 始に in het begin; in den beginne; aanvankelijk.
atama
zn. (1) [頭] hoofd o.; kop m. (2) [頭腦] hersens m. (3) [頭初] begin o. (4) [首領] hoofd o.; aanvoerder m. ¶ 頭の天邊から足の爪迄 van top teen. ¶ 頭をはねる commissie nemen op loon, dat men uitbetaalt. ¶ 頭を痛める zich het hoofd breken; zich ongerust maken. ¶ 頭を刈って貰ふ zijn haar laten knippen. ¶ 頭を上げる het hoofd buigen. ¶ 頭がある verstandig. ¶ 頭なき onverstandig; dom; zinneloos.
yaridashi遣出
(遣り出し) zn. begin o.; boegspriet (船首の) m.
yarikake遣掛
(遣り掛け; 遣りかけ) zn. begin o. ¶ 遣掛の begonnen; half afgedaan; onafgedaan; aanvankelijk. ¶ 遣掛ける beginnen; een aanvang maken; bezig zijn met.
hana
zn. uiteinde v.; uiterste punt o.; begin (始め) v. ¶ から van het begin af.
tansho端緖
(端緒) zn. begin o.; eerste stap o.; zwakke zijde v. ※ Uitspraak tevens ‘tancho’.
itoguchi絲口
(緖、緒、糸口) zn. (1) [絲の] het einde van een draad. (2) [端緖] het begin van een spoor; aanwijzing v. ¶ 絲口が開けた een begin is gemaakt. ¶ 探索する絲口がない er is geen enkel spoor, dat men kan volgen; er is geen enkele aanwijzing.
shuppatsu出發
(出発) zn. vertrek o. ¶ 出發點 beginpunt; “start” (英語). ¶ 出發する vertrekken; zich op weg begeven.
makuaki幕開
(幕開き) zn. begin der voorstelling.
sakigake
(先駆け) zn. (1) [] eerste m.; pionier m.; baanbreker m. (2) [] eerste o.; begin o. ¶ の魁 voorbode. ¶ 魁する de eerste zijn; de anderen voor zijn; het initiatief nemen.
kaigyō開業

zn. opening van een zaak; begin van een bedrijf. ¶ 開業する zaak openen; bedrijf beginnen.

shijū始終

bw. van begin tot eind; voortdurend; steeds; gestadig. ¶ 始終する voortduren.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <begin>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
アルファarufa (1) alfa; (2) [fig.] alfa; begin; aanvang; eerste; (3) alfa [= onbekende grootheid]; (4) [honkb.; veroud.] alfa [markeert een virtuele overwinning]; (5) [atlet.] alfa [markeert een virtueel record bij het (polsstok)hoogspringen]; (6) iets extra's; extraatje meer
オフofu (1) uit-stand; uitgeschakeld; buiten werking; niet aan; afgesloten; (2) laagseizoen; kalme periode; stille; slappe tijd; (3) vrijaf; (4) [sportt.] start; begin; af; (5) afslag; korting; vermindering; (6) [drukk.] offsetdruk; offset
スタートsutaato (1) start; begin; vertrek; (2) start; startplaats; vertrekpunt; (3) START [afkorting van: Strategic Arms Reduction Talks; Treaty]; (4) start!
バースbaasu (1) [scheepv.] ligplaats; ankerplaats; aanlegplaats; (2) slaapplaats; couchette; [scheepv.] hut; kooi; (3) [タクシーの] standplaats; [バスの] perron; (4) verzen; dichtwerk; gedichten; poëzie; (5) vers; versregel; dichtregel; (6) geboorte; ontstaan; begin; oorsprong; (7) Bath; (8) Barth; Bass
ピンpin (1) speld; (2) pin; stift; pen; (3) haarspeld; (4) [ゴルフの] vlaggenstok; (5) [ボーリングの] kegel; (6) [さいころの] één oog; [meton.] nummer één; beste; eerste; top; (7) begin; (8) ping!; knap! [kort knappend geluid]; (9) rinkel [hel klinkend; knitsend geluid]
kami (1) top; bovenste gedeelte; (2) begin; (3) stroomopwaarts; (4) opperste; zijne; hare majesteit; (5) regering; autoriteiten
入りiri (1) binnenkomst; intrede; entree; betreding; intocht; inkomst; [Belg.N.] inkom; (2) inhoud; het aanwezig zijn van; aanwezigheid; opkomst; (3) [日; 月の] ondergang; (4) begin; aanvang; start; eerste dag; (5) inkomen; inkomsten; oogst; opbrengst; winst; recette; (6) kost; kosten; onkosten; lasten; uitgaven; (7) "aan"-stand; aan; ingeschakeld
冒頭boutou begin; opening; aanhef
出出しdedashi begin; start; aanvang
出掛けdegake (1) [~に] net voor z'n vertrek; toen iem. net op het punt staat te vertrekken; […への~に] onderweg naar; (2) eerste stap; begin; aanvang; start
出発shyuppatsu (1) vertrek; afreis; heengaan; [fig.] aftocht; [m.b.t. vaartuig] afvaart; [m.b.t. vliegtuig] opstijging; (2) start; begin
切っ掛けkikkake (1) start; aanzet; begin; signaal; (2) kans; gelegenheid; aanleiding; (3) aanknopingspunt; hint; aanwijzing; houvast; spoor; [fig.] ingang
初めの ; 始めのhajimeno eerste; begin-; beginnend; aanvangs-; aanvangend; initieel; vroeg; vroege; eerstgenoemde; origineel; oorspronkelijk; vroegst; aanvankelijk; primair; pril
初期のshyokino begin-; aanvangs-; aanvankelijk; vroeg; eerste; pril
初歩のshyohono inleidend; beginners-; begin-; basis-; aanvangs-; grondslagen-; elementair; rudimentair
前奏曲zensoukyoku (1) [muz.] prelude; preludium; (2) [muz.] ouverture; (3) voorspel; inleiding; begin
劈頭hekitou begin; aanvang; start
原始genshi (1) begin; ontstaan; totstandkoming; genese; wording; (2) primitief; behorend tot de eerste fase van de ontwikkeling van iets; behorend tot het vroegste stadium van de ontwikkeling van iets; primair; oorspronkelijk; vroeg; eerst
原点genten (1) beginpunt; begin; bron; oorsprong; uitgangspunt; aanvangspunt; startpunt; vertrekpunt; (2) [meetk.] oorsprong; (3) puntenaantal aan het begin van een spel; puntental waarmee een speler begint
gen (1) origineel; oorspronkelijk; oer-; basis-; grond-; (a) vlakte; veld; grasland; braakland; woestenij; (b) bron; begin; oorsprong; (c) basis; (d) [afk.] atoom; kernenergie
kuchi (1) mond; muil; bek; [inform.] bakkes; (2) taal; spraak; woord; (3) smaak; smaakzin; (4) persoon ten laste; mond die gevoed moet worden; (5) openstaande betrekking; vacature; vacante plaats; (6) betrekking; dienstbetrekking; baan; job; aanstelling; (7) mondstuk (van een muziekinstrument); (8) kurk; stop (van een fles); (9) opening; gat; fuit; (10) route; bergpad; riviermonding; estuarium; natuurlijke haven; (11) deur; poort; ingang; uitgang; (12) soort; artikel; merk; (13) begin; (14) gerucht; praatje; verhaal dat de ronde doet; (15) aandeel; actie; effect; portie; (16) opening van een zweer
嚆矢koushi (1) fluitende pijl; (2) [fig.] startschot; aftrap; begin; eerste geval; (3) de eerste; pionier
始まりhajimari (1) begin; aanvang; start; opening; [i.h.b.] aanhef; (2) begin; oorsprong; origine; aanzet
始め ; 初め ; 始 ; 初hajime (1) begin; oorsprong; origine; eerste; (2) begin; aanvang; start; opening; [i.h.b.] aanhef; (3) ~ inbegrepen; ~ en anderen; [iedereen; allen enz.] te beginnen met ~
mou (a) begin; start van een seizoen; (b) oudste zoon; dochter; eerstgeborene; (c) [afk.] Mencius; Mèngzǐ
山口yamaguchi (1) toegang tot een berg; (2) [valkenjacht] toegang een jachtgrond; (3) begin; [i.h.b.] voorteken; (4) Yamaguchi; (5) Yamaguchi
巻頭kantou (1) [巻物; 書物; 雑誌の] begin van een boek; eerste gedeelte; (2) begin; aanvang
bou (1) hoed; pet; hoofddeksel; (a) hoofddeksel; (b) begin; (c) trotseren; (d) schenden; (e) bij naam noemen
庇髪hisashigami (1) pompadoerkapsel [= hoog opgekamd kapsel]; (2) [op het kapsel geïnspireerd slangwoord (eind-Meiji; begin-Taishō)] studente; meisjesstudent; [Belg.N.] studentin; [Belg.N.; studentent.; veroud.] por
jo (1) orde; schikking; voorrang; (2) voorwoord; woord vooraf; inleiding; voorbericht; prolegomena; intro; (3) begin; start; opening; aanvang; beginstadium; aanvangsstadium; voorstadium; (4) [Jap.stijll.] jokotoba; (5) [nō-toneel] introductie; [theat.] voorstukje; lever de rideau; (6) afscheidsrede; (a) orde; schikking; (b) begin; start; (c) voorwoord
振り出しfuridashi (1) het naar buiten schudden; strooien; (2) strooier; bus; vaatje met doorboord deksel; (3) infusie; aftreksel als geneesmiddel; drankje; infusum; geneesthee; (4) [hand.] emissie; uitgifte; [手形の] trekking; (5) eerste dobbelsteenworp; (6) begin; aanvang; start; aanvangspunt; beginpunt; startpunt
書き出しkakidashi aanhef; begin; openingswoord
最初saishyo begin; aanvang; start
最初のsaishyono begin-; eerste; aanvankelijk; aanvangs-; initieel; initiaal; primair; maiden-; openings-
本来honrai (1) (in het) begin; van huis uit; (van) oorsprong; (in) origine; (in de) eerste plaats; (2) (in de) grond; (in) principe; (in) beginsel; (in) wezen; (3) aanvankelijk; oorspronkelijk; origineel; primair; (4) essentieel; principieel; fundamenteel; wezenlijk; eigenlijk; au fond; per se; op zichzelf; (5) normaliter; (van) nature; ~ van aard; in se; in eigenlijke zin; [i.h.b.] rechtmatig
kon (1) wortel; oorsprong; grondslag; begin; origine; bron; (2) [boeddh.] indriya; ± vermogens; (3) uithouding; volharding; vitaliteit; (4) geslachtsorgaan; [i.h.b.] mannelijk lid; (5) [wisk.] wortel van een vergelijking; (6) [wisk.] wortel; (7) [chem.] radicaal; groep; (a) [biol.] wortel; (b) basis; oorsprong; origine; (c) energie; vermogen; (d) [boeddh.] indriya; (e) [wisk.] wortel
源流genryuu (1) bron; oorsprong; rivierbron; bovenloop; (2) [fig.] oorsprong; bron; begin; origine
ho (a) heer; (b) begin; aanvang; (c) uitgestrekt; omvangrijk
kou (1) [dierk.] pantser; [蟹の] schaal; [亀の] schild; (2) [手の] rug; bovenkant; (3) [astrol.] eerste van de tien hemelse stammen; (4) eerste klasse; eerste rang; (5) eerste veronderstelde persoon of zaak; A; (6) wapenrusting; helm; (7) gebogen vlak van een citer; luit; (8) [Jap.muz.] hoge register; hoge toon; [i.h.b.] octaaf hogere toon; (a) pantser; schaal; schild; harnas; (b) [astrol.] eerste van de tien hemelse stammen; (c) begin; eerste; (d) provincie Kai
発生hassei het voorvallen; het uitbreken; het zich voordoen; het voorkomen; [伝染病の] uitbraak; outbreak; ontstaan; wording; genese; begin; [電気の] opwekking
発症hasshyou [geneesk.] begin; eerste symptomen; uitbraak; crisis
発祥hasshyou (1) opkomst; ontstaan; oorsprong; begin; aanvang; (2) [Chin.gesch.] verschijning van een gunstig voorteken dat men keizer zal worden
発足hossoku start; aanvang; begin; totstandkoming; [i.h.b.] stichting; [fig.] lancering
皮切りkawakiri (1) begin; start; opening; (2) eerst aangestoken moksa-propje
着手chakushyu terhandneming; begin; aanvang; aanvaarding
突っ掛けtsukkake (1) geconcentreerde en prompte aanpak; (2) begin; aanvang; (3) [kabuki] tsukkake [soort van orkestmuziek opgevoerd bij de onstuimige opkomst van een hoofdrolspeler]; (4) tsukkake [= soort van sandaal]
hashi (1) uiteinde; einde; tip; staart; (2) rand; kant; boord; zoom; marge; grens; uithoek; hoek; [gew.] uitkant; (3) eindje; fragment; stukje; (4) flard; gedeelte; (5) begin; eerste; (6) [bouwk.] buitenkant; buitenzijde; voor; voorgedeelte; [i.h.b.] straatzijde; straatkant; (7) aanhef; voorwoord; voorbericht; inleiding; (8) aanvang; start; begin; (9) bescheiden positie; status; (10) lagere prostituee; (11) […~に] terwijl; en daarnaast
第一daiichi (1) belangrijkste ~; voornaamste ~; grootste ~; hoofd-; primair; ~ nummer een; leidend; (2) eerst(e); aanvangs-; begin-; (3) in de eerste plaats; om te beginnen; in eerste instantie; ten; als eerste; primo; voorop; bovenal; vooral; vóór alles; in elk geval; eigenlijk
糸口itoguchi (1) eind van een draad; (2) begin; start; aanvang; aanzet; (3) aanwijzing; aanduiding; spoor; hint; aanknopingspunt; vingerwijzing; gegeven dat de weg wijst; draad
緒戦shyosen (1) begin; beginstadium van een oorlog; (2) [sportt.] beginstadium van een wedstrijd; match; toernooi; [i.h.b.] voorronde
chou beginnen; begin
sou (1) klad; schets; ontwerp; concept; (2) cursief schrift; grasschrift; verkort schrift; (3) cursieve variant van Man'yōgana; (4) [~の] informeel; alledaags; vereenvoudigd; (a) gras; (b) grasrijk; landelijk; (c) geïmproviseerd; eenvoudig; (d) klad; schets; (e) grasschrift; (f) begin; aanvang
萌芽houga (1) ontspruiting; ontluiking; ontkieming; (2) [fig.] begin; aanvang; teken; aankondiging; voorteken; voorbode; (3) spruit; scheut; uitspruitsel; schoot; kiem; loot; uitloper
起源 ; 起原kigen oorsprong; origine; begin; bron; afkomst
起点kiten uitgangspunt; aanvangspunt; beginpunt; startpunt; oorsprong; origine; begin
開始kaishi begin; aanvang; start; aanzet; [旅行の] aanvaarding
開幕kaimaku (1) [ton.] het opgaan van het doek; (2) start; begin; opening
開校kaikou (1) oprichting; stichting; begin; opening van een school; (2) het geopend zijn van een school
kashira (1) hoofd; kop; (2) hoofdhaar; (3) begin; kop; (4) chef; baas; leider; boss; hoofd; aanvoerder; voorman; ploegbaas; (5) hoofd; kop van een pop; poppenkop; (6) [nō-jargon] langharige pruik; (7) [nō-jargon] aanhef van een stuk; (8) degenknop; knop aan zwaardgevest; (9) radicaal in het topdeel van een kanji; (10) [maatwoord voor mensen; dieren]; (11) [maatwoord voor boeddhistische beelden]; (12) [maatwoord voor leiders (i.h.b. generaals; daimyō)]; (13) [maatwoord voor eboshi-hoofddeksels]
dai (1) titel; opschrift; kop; hoofdje; (2) onderwerp; opgave; thema; topic (voor een verhandeling); (3) vraagstuk; opgave; probleem; vraag; (4) [maatwoord voor titels; onderwerpen; vraagstukken]; (a) kop; begin; (b) titel; opschrift; (c) onderwerp; thema; vraagstuk; (d) opschrijven; noteren; (e) evaluatie; taxatie
shyu (1) hoofd; kop; (2) hoofd; leider; aanvoerder; (3) kopstuk; aanstoker; bendeleider; (4) begin; oorsprong; (5) [maatwoord voor tanka en Chinese gedichten (Kanshi 漢詩)]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.72 sec. jiten.nl: 12 treffers, warandict: 61 treffers (zoekopdracht: 'begin', strategie: exact). 
2005-2021