日蘭辭典+

38 resultaten voor ‘bekwaam’
日蘭辭典 (trefwoord)
akarui明るい
bn. (1) [明るい] licht; helder. ¶ に明るい goed op de hoogte van; bekwaam in. ¶ ......に明るい人 deskundige. (2) [潔白な] onschuldig.
akaruku明るく
bw. licht; helder; duidelijk. ¶ 明るくなる dagen (夜が明ける); (通曉する) op de hoogte komen van; bekwaam worden in. ¶ 明るくする licht maken. ¶ ランプを明るくする de lamp opdraaien.
yarite遣手
(遣り手) zn. (1) [仕手] maker m.; dader m. (2) [與へる人] gever m.; schenker m. (3) [手腕家] bekwaam man m. (4) [妓樓の] hoerenwaardin v.
tasshana達者な
bn. (1) [壯健] gezond; stevig; sterk; kras (老人の). (2) [巧者] bekwaam. ¶ 口が達者である goed kunnen praten. ¶ 達者に蘭語を話す vloeiend Hollandsch spreken.
nōryoku能力
zn. bekwaamheid v.; geschiktheid v.; (法) bevoegdheid v.; competentie v. ¶ 能力ある bekwaam; geschikt; bevoegd; competent; in staat zijn; kunnen; vermogen. ¶ 能力喪失 desqualificatie; verlies eener bevoegdheid.
sainō才能
zn. talent o.; gave v.; geschiktheid v.; ¶ 才能ある begaafd; talentvol; geschikt; bekwaam.
dekiru出來る
(出来る) i.w. (1) [仕上がる] gereed zijn; voltooid zijn. (2) [製造] gemaakt zijn; vervaardigd zijn. (3) [生長] groeien. (4) [出産] geboren zijn. (5) [發生] voorkomen; gebeuren; voortspruiten uit. (6) [熟達] bekwaam zijn in; goed kennen. (7) [能] kunnen; in staat zijn. ¶ 出來るなら zoo mogelijk. ¶ 出來るだけ zoo veel mogelijk. ¶ 出來る限りで met alle macht. ¶ 御飯が出來ました het eten is klaar. ¶ 此の卓子は能く出來て居る deze tafel is goed gemaakt. ¶ 松はことによく出來る denneboomen groeien hier goed. ¶ コレラ患者に出來た er is een geval van cholera aan boord voorgekomen. ¶ 蘭語出來る hij kent Hollandsch. ¶ 十步くことが出來る tien mijl kunnen lopen.
hataraki

(働き) zn. (1) [勞働] arbeid m.; werk o.; verrichting v. (2) [才能] bekwaamheid v.; geschiktheid v.; talent o. (3) [功績] verdienste v. (4) [骨折] inspanning v. (5) [動作] actie v. (6) [運轉] beweging v. ¶ 働者 bekwaam man; energiek persoon.

SUPPLEMENT (trefwoord)
sugoi凄い
(すごい、スゴイ) bn. (1) afschrikwekkend; benauwend; gruwelijk; huiveringwekkend. ¶ すごいにらむ sugoi me de niramu met een ijselijke blik aanstaren; met een schrikaanjagende blik aankijken. (2) ongewoon; verbazend; opmerkelijk; bewonderenswaardig; geweldig; excellent; fameus; fantastisch; ongelooflijk; ongehoord; verbluffend. ¶ すごい腕前 sugoi udemae opvallend bekwaam. ¶ はすごい知識を持ったです。すなわち、生き字引ですKare wa sugoi chishiki wo motta hito desu. Sunawachi, ikijibiki desu. Hij beschikt over ongelooflijke kennis. Hij is een levende encyclopedie. (TTC) ¶ 姉さんはすごい美人だ。 Kare no neesan wa sogoi bijin da. Zijn zus is een opmerkelijke schoonheid. (TTC) (tevens als uitroep van bewondering of emotie) ¶ へー、キーボード見ないで文字打てるんだ。スゴイわねー。♀ Hèè? kiiboodo minaide moji uterun da. Sugoi wa nèè. Hé, jij kunt tikken zonder te kijken naar het toetsenbord. Cool zeg! (TTC) (3) (zowel in negatieve als positieve zin) in ongewone mate; excessief; extreem; vreselijk; bovenmatig; ontstellend; ontzettend; uiterst; verdomd; zeer; erg; groot (aantal). 半時間ほどすごい土砂降りだった。Hanjikan hodo sugoi doshaburi datta. Een half uur lang hadden we een vreselijke stortregen; Het was een ontzettende stortbui van een half uur. (TTC) bw. ¶ 今日はすごく暑いKyō wa sugoku atsui. Het is vandaag vreselijk warm. (TTC) ¶ が光に対してすごく敏感なのですMe ga hikari ni taishite sugoku binkan na no desu. Mijn ogen zijn enorm gevoelig voor licht. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bekwaam>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
いずれ劣らぬizureotoranu even goed; bekwaam; capabel; niet voor elkaar onderdoen; aan elkaar gewaagd zijn; tegen elkaar opgewassen zijn; gelijkwaardig
プロフェッショナルpurofuxesshyonaru (1) professional; professioneel beoefenaar; beroeps; vakman; deskundige; (2) professioneel; vakkundig; bekwaam
一端ippashi (1) [~の] redelijk; vrij goed; behoorlijk; kundig; capabel; bekwaam; vaardig; competent; volleerd; (2) zoals de meesten; zoals de doorsnee mensen
上手なjouzuna goed (in); vaardig; bedreven; behendig; kundig; knap; meesterlijk; deskundig; vakkundig; bekwaam; sterk; ervaren; habiel; handig; geverseerd; onderlegd; [Belg.N.; niet alg.] beslagen
上手jouzu (1) expert (in); deskundige; meester; vakkundige; kenner; baas; piet; [inform.] kei; [inform.] kraan; (2) vleierij; mooipraterij; flemerij; (3) goed (in); vaardig; bedreven; behendig; kundig; knap; meesterlijk; deskundig; vakkundig; bekwaam; sterk; ervaren; habiel; handig; geverseerd; onderlegd; [Belg.N.; niet alg.] beslagen
ue (1) bovenste gedeelte; bovenkant; bovendeel; (2) gebied boven iets; (3) top van een berg; bovenverdieping van een huis; (4) superioriteit; summum; het beter zijn in iets; het meer getalenteerd zijn in iets; het meer begaafd zijn in iets; het kundiger zijn in iets; autoriteit; (5) superieure positie; hoge(re) rang; betere stand; betere maatschappelijke positie; (6) keizer; vorst; soeverein; (7) hoger; (8) in leeftijd ouder; (9) superieur; hoger in rang; hoger qua maatschappelijke positie; (10) goed; beter; kundig(er); begaafd(er); (meer) getalenteerd; bekwaam; bedreven; capabel; (11) bovenop; als klap op de vuurpijl; op de koop toe; behalve; (12) na; achter; als resultaat van; ten gevolge van; als uitkomst van; (13) wat betreft; (14) nu dat; nadat; (15) aangezien
器用kiyou (1) slimheid; vaardigheid; bekwaamheid; handigheid; (2) bekwaam; handig; behendig; bijdehand; vernuftig
器用なkiyouna bekwaam; handig; behendig; bijdehand; vernuftig
堪能tannou (1) voldaanheid; (2) voldoening; verzadiging; bevrediging; tevredenstelling; (3) meesterlijk bedreven; vakkundig; volleerd; vaardig; deskundig; bekwaam; competent
巧いumai bekwaam; capabel; getalenteerd; knap; bedreven; behendig; vaardig; vakkundig; deskundig; kundig
巧みtakumi vakkundig; ervaren; deskundig; kundig; bekwaam; vaardig; slagvaardig; bedreven; goed; onderlegd; handig; behendig; ingenieus; vernuftig; kunstig; knap; slim; vindingrijk; spitsvondig; listig; sluw
巧みなtakumina vakkundig; ervaren; deskundig; kundig; bekwaam; vaardig; slagvaardig; bedreven; goed; onderlegd; handig; behendig; ingenieus; vernuftig; kunstig; knap; slim; vindingrijk; spitsvondig; listig; sluw
巧みにtakumini vakkundig; deskundig; kundig; bekwaam; vaardig; slagvaardig; bedreven; handig; behendig; vernuftig; kunstig; knap; fijntjes; slim; vindingrijk; spitsvondig; listig; sluw
巧妙koumyou ingenieus; vernuftig; vindingrijk; bekwaam; kundig; deskundig; capabel; vakkundig; handig; vlug; behendig; ervaren; vaardig; knap; slim; intelligent; schrander; scherpzinnig; uitgeslapen; [pej.] doortrapt; sluw; slinks; gewiekst; uitgekookt; geraffineerd; leep; pienter; geslepen; bedreven; [i.h.b.] vingervlug; kundig; kien
巧妙なkoumyouna ingenieus; vernuftig; vindingrijk; bekwaam; kundig; deskundig; capabel; vakkundig; handig; vlug; behendig; ervaren; vaardig; knap; slim; intelligent; schrander; scherpzinnig; uitgeslapen; [pej.] doortrapt; sluw; slinks; gewiekst; uitgekookt; geraffineerd; leep; pienter; geslepen; bedreven; [i.h.b.] vingervlug; kundig; kien
巧妙にkoumyouni bekwaam; handig; behendig; kundig; kunstig; ingenieus; vernuftig; vindingrijk; knap; intelligent; scherpzinnig; schrander; bijdehand; slim; tactisch; beleidvol; met tact en beleid; gevat; slagvaardig; sluw; spitsvondig; uitgekiend; bekeken; op slimme wijze; fijntjes
手際良くtegiwayoku vakkundig; kundig; deskundig; professioneel; meesterlijk; bekwaam; capabel; efficiënt; vaardig; handig; behendig; knap; elegant; slim; tactvol; kies; fijnzinnig
才能のあるsainounoaru getalenteerd; talentrijk; talentvol; begaafd; begiftigd; begenadigd; gezegend; kundig; bekwaam
敏腕binwan (1) bekwaamheid; competentie; vakkundigheid; behendigheid; bedrevenheid; vaardigheid; kundigheid; (2) bekwaam; competent; vakkundig; behendig; bedreven; vaardig; kundig
有能yuunou bekwaam; competent; capabel; kundig
有能なyuunouna bekwaam; competent; capabel; kundig
熟練したjukurenshita vakkundig; kundig; vaardig; bedreven; geschoold; onderlegd; ervaren; bekwaam; deskundig; [Belg.N.; niet alg.] beslagen
熟達したjukutatsushita bedreven; vakkundig; deskundig; vaardig; kundig; bekwaam; onderlegd; ervaren
美味い (bet.1) ; 上手い (bet.2)umai (1) smakelijk; lekker; fijn; (2) bekwaam; capabel; getalenteerd; knap; bedreven; (3) uitstekend; uitmuntend; voortreffelijk; (4) succesvol; bevredigend; gelukkig; veelbelovend; voordelig; (5) Mooi zo!; Goed zo!; Bravo!; Puik!; Puik werk!
腕利きのudekikino kundig; bekwaam; capabel; bedreven; vaardig; competent; vakbekwaam; deskundig
達者tasshya (1) meester; expert; deskundige; vakman; specialist; kenner; (2) goed; knap; sterk; thuis in; vaardig; bedreven; behendig; deskundig; doorkneed; geverseerd; vertrouwd; ervaren; kundig; vakkundig; bekwaam; capabel; geroutineerd; routineus; habiel; (3) uitstekend; prima; fris en gezond; tiptop; kerngezond; fit; kranig; kras; fiks; flink; springlevend; (4) gewiekst; leep; bijdehand; gehaaid; uitgekookt
適任tekinin (1) aangewezen persoon; juiste man; vrouw; (2) geschikt; passend; gepast; geknipt; geëigend; uit het goede hout gesneden; bekwaam; competent; gekwalificeerd
適格tekikaku (1) competentie; bevoegdheid; geschiktheid; kwalificatie; adequatie; capabiliteit; bekwaamheid; habiliteit; capaciteit; (2) bevoegd; competent; geschikt; capabel; adequaat; gekwalificeerd; gerechtigd; bekwaam; habiel
鮮やかazayaka (1) klaar; scherp; helder; hel; duidelijk; intens; geprononceerd; fel; levendig; sprekend; sterk uitkomend; schel; knal-; hard-; (2) bedreven; handig; kundig; deskundig; vakkundig; capabel; bekwaam; vaardig; behendig; slim; kunstig; prima; (3) prachtig; fraai; mooi; knap; schitterend; stralend; briljant; (4) vers; fris; fleurig
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.51 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 29 treffers (zoekopdracht: 'bekwaam', strategie: exact). 
2005-2022