日蘭辭典+

32 resultaten voor ‘bekwaamheid’
日蘭辭典 (trefwoord)
yaseude痩腕
(痩せ腕; 瘠せ腕) zn. magere arm m.; geringe bekwaamheid v.; zwakke kracht v.
chikara
zn. (1) [] kracht v. (2) [權] macht v.; invloed m. (3) [能力] bekwaamheid v.; vermogen o. (4) [效果] doeltreffendheid v.; doelmatigheid v. (5) [助] steun m. (6) [氣力] energie v.; geestkracht v. (7) [語勢] nadruk m.; klem v. ¶ の及ぶ限り naar zijn beste vermogen. ¶ に任せて uit alle macht. ¶ 人のになる iemand tot steun zijn. ¶ を籠めて言ふ met nadruk zeggen. ¶ を落す den moed verliezen. ¶ 之にを得て hierdoor aangemoedigd. ¶ 不滅 behoud van arbeidsvermogen. ¶ calorische energie.
nōryoku能力
zn. bekwaamheid v.; geschiktheid v.; (法) bevoegdheid v.; competentie v. ¶ 能力ある bekwaam; geschikt; bevoegd; competent; in staat zijn; kunnen; vermogen. ¶ 能力喪失 desqualificatie; verlies eener bevoegdheid.
hataraki

(働き) zn. (1) [勞働] arbeid m.; werk o.; verrichting v. (2) [才能] bekwaamheid v.; geschiktheid v.; talent o. (3) [功績] verdienste v. (4) [骨折] inspanning v. (5) [動作] actie v. (6) [運轉] beweging v. ¶ 働者 bekwaam man; energiek persoon.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bekwaamheid>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
アビリティーabiritii bekwaamheid; vermogen; vaardigheid; begaafdheid; capaciteit
働きhataraki (1) arbeid; werk; verrichting; bezigheid; activiteit; emplooi; (2) werking; functie; functionering; werkzaamheid; uitwerking; [i.h.b. taalk.] vervoeging; uitoefening; (3) bekwaamheid; kundigheid; dienstigheid; verdienstelijkheid; resultaten; prestatie
力量rikiryou aanleg; talent; gave; begaafdheid; kwaliteiten; capaciteiten; bekwaamheid; vermogen; capabiliteit
chikara (1) kracht; macht; energie; force; invloed; potentie; [i.h.b.] geweld; [volkst.] forsie; (2) sterkte; kracht; moed; (3) hulp; behulp; middelen; (4) kracht; inspanning; moeite; (5) vermogen; kunnen; capaciteit; bekwaamheid; vaardigheid
器用kiyou (1) slimheid; vaardigheid; bekwaamheid; handigheid; (2) bekwaam; handig; behendig; bijdehand; vernuftig
器用さkiyousa vaardigheid; bekwaamheid; behendigheid; handigheid; bedrevenheid
器量kiryou (1) talent; vermogen; capaciteit; gave; bekwaamheid; kaliber; formaat; (2) [女性の] uiterlijk; voorkomen; looks; trekken; gelaatstrekken; gezicht; (3) [男性の] reputatie; verdienste; eer; goede naam
実力jitsuryoku (1) prestatievermogen; vermogen; bekwaamheid; vaardigheid; competentie; praktische beheersing; capaciteit; capabiliteit; iems. kunnen; begaafdheid; (2) geweld; wapengeweld; [fig.] de wapenen
巧みさtakumisa vakkundigheid; ervarenheid; deskundigheid; kundigheid; bekwaamheid; vaardigheid; slagvaardigheid; bedrevenheid; handigheid; behendigheid; vernuftigheid; kunstigheid; knapheid; slimheid; vindingrijkheid; spitsvondigheid; listigheid; sluwheid
御手前 ; 御点前 (bet. 3)otemae (1) kost; kostwinning; levensonderhoud; onderhoud; (2) talent; bekwaamheid; vaardigheid; capaciteit; (3) [m.b.t. theeceremonie] etiquette; protocol; ceremonieel; ceremoniële handelingen; procedure; (4) jij [gebruikt sedert de Muromachi-periode door samurai jegens een gelijke of iem. iets minder in rang]
慣熟kanjuku beheersing; bekwaamheid; deskundigheid; bedrevenheid; vakkundigheid; meesterschap; expertise; competentie; onderlegdheid
手前 ; 点前 (bet. 3)temae (1) aan deze zijde; aan deze kant; vóór; (2) bekwaamheid; vaardigheid; vakkundigheid; deskundigheid; (3) [m.b.t. theeceremonie] etiquette; protocol; ceremonieel; ceremoniële handelingen; procedure; (4) [ter] wille [van]; -halve; [in het] belang [van]; [uit] consideratie [voor]; [uit] eerbied [voor]; [uit] achting [voor]; [uit] piëteit [jegens]; (5) ik; (6) jij; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge
手腕shyuwan bekwaamheid; vaardigheid; vermogen; kundigheid; vakkundigheid
手際tegiwa (1) behendigheid; handigheid; bedrevenheid; vaardigheid; bekwaamheid; kunde; kundigheid; kunnen; (2) vakmanschap; vakbekwaamheid; vakkennis
te (1) hand; [volkst.] jat; [inform.] klauw; krauwel; [Barg.] fietsen; (2) arm; (3) poot; [i.h.b.] voorpoot; (4) handvat; oor; (5) [meton.] hand; arbeidskracht; kracht; hulpkracht; hulp; helper; (6) [meton.] iems. handen; iems. bezit; (7) handschrift; schrift; (8) middel; truc; foefje; manoeuvre; techniek; (9) verwonding; wond; (10) [将棋の] zet; (11) [トランプの] hand; kaarten; (12) richting; kant; zijde; (13) soort; slag; merk; (14) vaardigheid; bekwaamheid; (15) betrekking; band; (16) hand-; handgemaakt; handgemaakte …; (17) hand-; meeneem-; (18) [~keiyōshi; keiyōdōshi] [beklemtonend voorvoegsel]; (19) in de richting van …; -waarts; (20) [noemt een zekere kwaliteit]; (21) [RYK~] -er [achtervoegsel waarmee nomina agentis gevormd worden]; (22) [maatwoord voor shogi-; schaakzetten]
技量giryou bedrevenheid; bekwaamheid; talent; vaardigheid; kundigheid; kunde; deskundigheid; bekwaamheid; competentie
gi (1) kunst; vaardigheid; bekwaamheid; kundigheid; kunde; bedrevenheid; techniek; (2) prestatie; toer; (3) opvoering; vertolking
敏腕binwan (1) bekwaamheid; competentie; vakkundigheid; behendigheid; bedrevenheid; vaardigheid; kundigheid; (2) bekwaam; competent; vakkundig; behendig; bedreven; vaardig; kundig
sai kunde; talent; bekwaamheid
熟練jukuren vakkundigheid; kunde; kundigheid; vaardigheid; bedrevenheid; beheersing; bekwaamheid; deskundigheid; behendigheid
熟達jukutatsu vakkundigheid; kunde; kundigheid; vaardigheid; bedrevenheid; beheersing; bekwaamheid; deskundigheid
練達rentatsu deskundigheid; expertise; kunde; bedrevenheid; kundigheid; vaardigheid; behendigheid; bekwaamheid
能力nouryoku (1) bekwaamheid; vaardigheid; vermogen; [i.h.b. psych.] faculteiten; competentie; geschiktheid; capaciteit; kunde; knapheid; kundigheid; capabiliteit; [veroud.] vatbaarheid; (2) [jur.] bevoegdheid; competentie; (3) [taalk.] beheersing
腕前udemae talent; bekwaamheid; kundigheid; deskundigheid; bedrevenheid
ude (1) [anat.] arm; (2) bekwaamheid; vaardigheid; geschiktheid; talent; bedrevenheid
gei (1) artistieke vaardigheid; bekwaamheid; kunst; kundigheid; talent; (2) opvoering; vertolking; [pregn.] prestatie; kunststuk; knap stuk werk; staaltje; (3) truc; kunstje; toer; (a) kunde; vaardigheid; techniek; (b) kunst; (c) amusement; entertainment; (d) provincie Aki 安芸
通達tsuutatsu (1) doordringing; (2) bekwaamheid; vaardigheid; vakkundigheid; beheersing; bedrevenheid; geoefendheid; geverseerdheid; habiliteit; volleerdheid; (3) bekendmaking; mededeling; bericht; kennisgeving; aankondiging; (4) nota; formele kennisgeving; officiële mededeling; aanzegging; notificatie; zendbrief
適格tekikaku (1) competentie; bevoegdheid; geschiktheid; kwalificatie; adequatie; capabiliteit; bekwaamheid; habiliteit; capaciteit; (2) bevoegd; competent; geschikt; capabel; adequaat; gekwalificeerd; gerechtigd; bekwaam; habiel
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.57 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 28 treffers (zoekopdracht: 'bekwaamheid', strategie: exact). 
2005-2021