日蘭辭典+

28 resultaten voor ‘belang’
日蘭辭典 (trefwoord)
taisetsu大切
zn. belang o.; gewicht o. ¶ 大切でない onbelangrijk. ¶ 大切な belangrijk; gewichtig. ¶ 大切に mmet zorg; zorgvuldig; zorgzaam. ¶ 大切にする prijs stellen op; zorg hebben voor; van groot belang achten.
imi意味
zn. (1) [意味] beteekenis v.; zin m. (2) [旨味] bedoeling v.; belang o. ¶ 意味する beteekenen. ¶ 意味ある belangrijk; beteekenis hebben. ¶ 意味深長の met diepe beteekenis; diepzinnig; zeer belangrijk. ¶ 或る意味に於いては in zekeren zin. ¶ 意味なき zonder beteekenis; zonder zin. ¶ 意味ありげな顏つきをして見せた hij wierp mij een veelbeteekenenden blik toe.
bokkyaku沒却

zn. verwaarloozing v.; voorbijzien o.; vernieling v. ¶ 沒却する negeeren; vernielen; vernietigen. ¶ 自分利益を沒却する zijn eigen belang ter zijde stellen. ¶ 當初の目的を沒却する oorspronkelijk doel uit het oog verliezen.

SUPPLEMENT (trefwoord)
gaiatsu外圧
(znw) externe druk; druk van buitenaf; buitenlandse druk. ¶ 外圧の重要性は日々感じるところではあります Gaiatsu no jūyōsei wa hibi kanjiru tokoro de wa arimasu. We ervaren het belang van externe druk iedere dag. (blog)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <belang>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ウエートueeto (1) gewicht; zwaarte; (2) gewicht; gewichtigheid; belang; invloed; aanzien; nadruk; klemtoon
一口hitokuchi (1) mondvol; mondjevol; mondje; hap; hapje; beet; beetje; brok; brokje; (2) slok; slokje; teug; teugje; gulp; gulpje; nip; nipje; (3) woord; woordje; [meton.] mondje; (4) belang; deelneming; participatie; (5) [寄付の] schijf; tranche
一大事ichidaiji (1) gewichtige; ernstige; serieuze zaak; zaak van groot gewicht; belang; belangrijke gebeurtenis; vitale kwestie; bijzonder gebeuren; iets belangrijks; [i.h.b.] crisis; noodgeval; (2) [boeddh.] grote gebeurtenis [= komst van boeddha als verlosser van de mensheid]; (3) [boeddh.] het belangrijkste [= het bereiken van de verlichting]
koto (1) ding; voorwerp; zaak; (2) zaak; aangelegenheid; affaire; omstandigheid; belang; (3) probleem; vraagstuk; kwestie; vraag; (4) feit; feitelijkheid; (5) omstandigheid; omstandigheden; toestand van een zaak; staat van zaken; toestand; situatie; (6) geval; (7) voorval; incident; onverwachte gebeurtenis; ongewone gebeurtenis; (8) ongeluk; ongeval; tegenspoed; pech; onheil; moeilijkheid; verwikkeling; (9) werk; werkzaamheid; ambtelijke werkzaamheid; functie; taak; opdracht; plicht; wat van iemand geëist wordt; (10) oorzaak; motief; reden; beweeggrond; (11) ervaring; ondervinding
利害rigai belang; interesse; voor- en nadelen
利益rieki (1) winst; winstje; profijt; gewin; baten; opbrengst; vruchten; [fin.] return; verdienste; [Lat.] lucrum; (2) voordeel; nut; nuttigheid; baat; belang; [veroud.] avance; [veroud.] oorbaar
名士meishi vooraanstaand; belangrijk; beroemd; welbekend; prominent; aanzienlijk; eminent; voornaam man; man van aanzien; gewicht; belang; betekenis; naam; man met een reputatie; belangwekkend figuur; bekendheid; beroemdheid; vermaardheid; notabele; waardigheidsbekleder; coryfee; vedette; kanon; kopstuk; klinkende naam; hoge heer; grote meneer; geweldige
大したtaishita (1) enorm; gigantisch; geweldig (groot); wat (een); immens; machtig; kolossaal; formidabel; buitengewoon; buitengemeen; ontzaglijk; verbazend veel; indrukwekkend; imposant; reusachtig; fantastisch; ontzettend; fameus; fabelachtig; fabuleus; grandioos; groots; wonder-; van je welste; belang; (2) niet zo'n ~; niet bepaald een ~; niets bijzonders; niet iets om over naar huis te schrijven [gevolgd door een negatie]
toku (1) winst; gewin; baat; [Lat.] lucrum; (2) voordeel; belang; profijt; nut; (3) [boeddh.] prāpti [= handhaving van verworvenheden]; (3) winstgevend; voordelig; economisch; profitabel; profijtelijk; gunstig; lonend; lucratief; renderend; nuttig; rendabel; nut
意味imi (1) betekenis; zin; (2) bedoeling; strekking; belang; punt waar het op aankomt; (3) implicatie; gevolgtrekking
持ち株mochikabu aandelen die men bezit; aandelenbezit; belang
有志yuushi (1) belangstelling; interesse; belang; (2) belanghebbende; belangstellende; betrokkene; gegadigde; geïnteresseerde; (3) vrijwilliger
比重hijuu (1) [natuurk.] soortelijk; specifiek gewicht; [afk.] s.g.; (2) [fig.] belang
tame (1) belang; behoeve; bestwil; voordeel; profijt; (2) voor; ten behoeve van; ten dienste van; ten gerieve van; ten voordele van; -halve; [i.h.b.] ter ere van [meestal voorafgegaan door een taigen + の; が; of volgend op een yōgen in de rentaikei]; (3) voor; om; tot; opdat; ter wille van; omwille van; teneinde; met het oog op; met het doel; het idee; de bedoeling; het oogmerk om [meestal voorafgegaan door een taigen + の; が; of volgend op een yōgen in de rentaikei]; (4) wegens; door; bij; vanwege; uit; om reden dat; aangezien; omdat; tengevolge van; ingevolge; als gevolg van; krachtens; op grond van; uit hoofde van; doordat; [veroud.] alzo; [arch.] doordien; [i.h.b.] dankzij; [i.h.b.] te wijten aan [meestal voorafgegaan door een taigen + の; が; of volgend op een yōgen in de rentaikei]; (5) voor; met betrekking tot; in verband met [meestal voorafgegaan door een taigen + の; が; of volgend op een yōgen in de rentaikei]
都合tsugou (1) geschiktheid; moment; gelegenheid; gemak; conveniëntie; voordeel; belang; (2) redenen; omstandigheden; (3) in totaal; alles bij elkaar; alles samen; alles erop en eraan; welgeteld; in summa; in toto
重きomoki gewicht; zwaarte; [i.h.b.] nadruk; klemtoon; gewichtigheid; belang
重みomomi (1) gewicht; zwaarte; (2) belang; gewichtigheid; belangrijkheid; lading; invloed; aanzien
重大さjuudaisa ernst; ernstigheid; belang; belangrijkheid; gewicht; gewichtigheid; zwaarte; graviteit; betekenis; serieusheid; seriositeit; importantie
重点juuten (1) belangrijk punt; hoofdpunt; voornaamste punt; punten; (2) belang; gewicht; nadruk; accent; klemtoon; zwaartepunt; prioriteit; (3) herhalingsteken; verdubbelingsteken; (4) dubbelepunt; colon
重点chouten (1) belangrijk punt; belang; prioriteit; nadruk; (2) [nat.; wisk.] zwaartepunt; barycentrum
重要juuyou (1) belang; belangrijkheid; importantie; gewicht; betekenis; gewichtigheid; zwaarwichtigheid; (2) belangrijk; gewichtig; important; zwaarwegend; zwaarwichtig; van (essentieel; wezenlijk; primair; vitaal) belang; van gewicht; van betekenis; cruciaal; sleutel-
重要なjuuyouna belangrijk; gewichtig; important; zwaarwegend; zwaarwichtig; ~ van (essentieel; wezenlijk; primair; vitaal) belang; ~ van gewicht; ~ van betekenis; cruciaal; sleutel-
重要性juuyousei belang; belangrijkheid; gewicht; gewichtigheid; betekenis; importantie
重視するjuushisuru (veel) belang; betekenis; gewicht hechten aan; (grote; veel) waarde hechten aan; de nadruk leggen (op); nadruk geven; accentueren; (heel) belangrijk achten; vinden; benadrukken; beklemtonen; [uitdr.] zwaar tillen; [uitdr.] zwaar laten wegen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 24 treffers (zoekopdracht: 'belang', strategie: exact). 
2005-2022