日蘭辭典+

19 resultaten voor ‘belemmeren’
日蘭辭典 (trefwoord)
sogai阻害
zn. belemmering v.; beletsel o. ¶ 阻害する belemmeren; hinderen
samatageru妨げる
sokubaku束縛
zn. beperking v.; vastbinding v. ¶ 束縛する binden; beperken; in zijn bewegingen belemmeren. ¶ 束縛を脱する zich vrij maken; de boeienslaken.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <belemmeren>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
狂わす kuruwasu (1) gek; dol; zot; krankzinnig maken; onthutsen; storen; van z'n stuk brengen; uit z'n evenwicht brengen; overstuur maken; (2) ontregelen; onklaar maken; in de war brengen; sturen; in wanorde brengen; verstoren; overhoophalen; dooreengooien; (3) dwarsbomen; verhinderen; verijdelen; frustreren; belemmeren; een spaak in het wiel steken; (4) doen ontsporen
狂わせる kuruwaseru (1) gek; dol; zot; krankzinnig maken; onthutsen; storen; van z'n stuk brengen; uit z'n evenwicht brengen; overstuur maken; (2) ontregelen; onklaar maken; in de war brengen; sturen; in wanorde brengen; verstoren; overhoophalen; dooreengooien; (3) dwarsbomen; verhinderen; verijdelen; frustreren; belemmeren; een spaak in het wiel steken; (4) doen ontsporen
妨害する bougaisuru storen; verstoren; hinderen; verhinderen; belemmeren; dwarsbomen; tegenhouden; ophouden; in de weg staan; obstrueren; obstructie voeren; plegen; blokkeren; onderbreken; verijdelen; roet in het eten gooien; [uitdr.] stokken in de wielen steken; [uitdr.] een spaak in het wiel steken; [uitdr.] iem. de voet dwars zetten; [uitdr.] iem. in de wielen rijden; [i.h.b.] saboteren; [i.h.b. muz.] jammen
邪魔する jamasuru (1) storen; voor de voeten lopen; in de weg lopen; staan; [form.] impediëren; belemmeren; hinderen; [moeilijkheden] in de weg leggen; dwarsbomen; doorkruisen; tegenwerken; dwarszitten; iem. de voet dwars zetten; in iems. vaarwater komen; obstrueren; verstoren; ophouden; lastig vallen; bemoeilijken; beslag leggen op; [m.b.t. gesprek] onderbreken; in de rede vallen; interrumperen; (2) bezoek brengen; bezoeken; een bezoek afleggen; op bezoek; visite komen; op bezoek; visite gaan; opzoeken; langsgaan bij; langskomen; langslopen bij
拒む kobamu (1) weigeren; afslaan; afwijzen; refuseren; ontzeggen; van de hand wijzen; bedanken; verwerpen; declineren; (2) versperren; blokkeren; belemmeren; verhinderen; beletten; obstrueren
止める tomeru (1) stoppen; stopzetten; stilleggen; stilhouden; laten stilstaan; stillen; stuiten; tot stilstand brengen; stilzetten; tot staan brengen; parkeren; stallen; [aan de kant enz.] zetten; neerzetten; arrêteren; [de dief enz.] houden; een halt toeroepen; een punt zetten achter ~; een einde maken aan [een ruzie enz.]; ophouden; stremmen; [de aanvoer enz.] staken; afbreken; afsnijden; [een paard enz.] tegenhouden; vasthouden; aanhouden; inhouden; keren; [fig.] afdammen; [m.b.t. geluid, pijn] weren; ophouden; stelpen; (2) [het licht enz.] uitdoen; uitschakelen; [m.b.t. gas, water, radio] uitdraaien; dichtdraaien; afsluiten; uitzetten; afzetten; [de stroom] afbreken; afsnijden; (3) [m.b.t. inflatie enz.] bedwingen; beheersen; afremmen; beteugelen; breidelen; in toom houden; in bedwang houden; intomen; [de groei enz.] belemmeren; (4) beletten; verhinderen; verbieden; voorkomen; ontzeggen; verhoeden
妨げる samatageru belemmeren; hinderen; storen; bemoeilijken; obstrueren; [form.] impediëren; verstoren; ophouden; tegenhouden; dwarsbomen; dwars zitten; in de weg staan; blokkeren; beletten; verijdelen; verhinderen; [Belg.N.] vermoeilijken; [i.h.b.] vertragen; stuiten; stremmen
差し支える sashitsukaeru belemmeren; verstoren; storen; hinderen; in de weg staan; een beletsel vormen voor
障る sawaru (1) hinderen; storen; belemmeren; (2) [体に] schaden; kwaad berokkenen; slecht zijn voor; bederven; een slechte invloed hebben op; [神経に] werken op
阻む habamu (1) versperren; blokkeren; afsluiten; ondoorgankelijk maken; obstrueren; (2) belemmeren; hinderen; in de weg staan; bedwingen; in bedwang; toom houden; (3) voorkómen; beletten; verhinderen; verhoeden; verijdelen; dwarsbomen; zorgen dat niet
塞ぐ fusagu (1) afsluiten; dichten; dichtmaken; afdichten; afstoppen; dichtgooien; toegooien; stoppen; vullen; dempen; plempen; dichtstoppen; verstoppen; toestoppen; toedammen; opvullen; opstoppen; opproppen; stremmen; versperren; [veroud.] sperren; blokkeren; belemmeren; obstrueren; (2) de handen voor [z'n ogen, oren, mond enz.] houden; met z'n handen afdekken; bedekken; (3) [de deur e.d.] sluiten; dichtdoen; toedoen; toesluiten; (4) [plicht e.d.] vervullen; doen; voldoen; volbrengen; betrachten; (5) [tijd, plaats e.d.] in beslag nemen; innemen; beslaan; bezetten; ; versomberen; in de put raken; zich depri gaan voelen; depressief worden; ontmoedigd raken; mismoedig worden; terneergedrukt raken; gedeprimeerd raken; down raken
構う kamau (1) letten op; betrokken zijn; zorgen voor; bekommerd zijn om; te maken hebben met; (2) zich bemoeien met; storen; belemmeren; hinderen; raken; kunnen schelen; (3) zorgen voor [iemand]; onderhouden; steunen; (4) plagen; lastig vallen
足手纏いになる ashidematoininaru de handen binden; belemmeren; hinderen; een blok aan het been worden; in de weg staan
足手纏いになる ashitematoininaru de handen binden; belemmeren; hinderen; een blok aan het been worden; in de weg staan
足手纏いになる ashitemadoininaru de handen binden; belemmeren; hinderen; een blok aan het been worden; in de weg staan
足枷を掛ける ashikasewokakeru (1) boeien; ketenen; vastketenen; kluisteren; in het blok zetten; (2) belemmeren; hinderen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.41 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'belemmeren', strategie: exact). 
2005-2020