日蘭辭典+

4 resultaten voor ‘ben’
SUPPLEMENT (trefwoord)
desuです
(koppelwerkwoord, beleefde vorm) [tegenwoordige tijd] です desu ben; is; zijn. [verleden tijd] でした deshita was; waren; geweest. [dubitatief] でしょう deshō dat zal wel; zal wel zo zijn. [voortzettende vorm] でして deshite en; doordat. ¶ 日本人ですIk ben een Japanner.以前タバコを吸い、かなりのヘビースモーカーでした。 Izen wa tabako wo sui, kanari no hebīsumōkā deshita. Voorheen rookte ik en was ik een nogal zware roker. ¶ ねえそうでしょう。 Nee, sō deshō. Zo is het toch? (TTC) ¶ 申し訳ありません、明日朝、お取引が難しそうでして…。 Mōshiwake arimasen, ashita asa, o-torihiki ga muzukashisō deshite…. Het spijt mij zeer, maar aangezien morgenochtend zakendoen moeilijk zal zijn... (Twitter)

NB です desu kan ook een zin afsluiten, puur en alleen om het beleefde aspect van dit woord. Werkwoordelijk voegt het dan niets toe aan de zin. Bijvoorbeeld: 悔しいです kuyashii desu en 悔しい kuyashii betekenen beide ‘het is betreurenswaardig’, alleen is de versie met desu beleefd in de zin dat Nederlands u beleefder is dan jij.
seikai正解
(znw) (1) het juiste antwoord; de juiste verklaring [interpretatie]; correct; juist; goed. ¶ 正解をまるで囲みなさいSeikai wo maru de kakominasai. Omcirkel het juiste antwoord alsjeblieft. (TTC) ¶ そっか!!それ正解だよね Sokka! Sore ga seika da yo ne! Ja toch! Zo is het toch! (twitter) (2) (als evaluatie achteraf) de juiste beslissing; de juiste keuze. ¶ どんどんひどくなっていく今日は出かけなくて正解だったAme ga dondon hidoku natte iku. Kyō wa dekakenakute seikai datta. De regen wordt steeds erger. Ik ben blij dat we niet weg zijn gegaan. (yamasv)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ben>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ben 12. [maatwoord voor bloemblaadjes]; ; (1) betaling; teruggave; vergoeding; (2) [Jap.gesch.] benkan 弁官 [binnen de daijōkan 太政官 ondergebrachte griffie]; (3) verpakte lunch; (4) [plantk.] bloemblad; bloemblaadje; kroonblad; petaal; [Lat.] petala; (5) [plantk.] vruchtvlees van een meloen; satsoemamandarijn; (6) klep; afsluiter; ventiel; (7) [anat.] klepvlies; (8) toespraak; rede; redevoering; speech; (9) tongval; dialect; accent; spraak; (10) 10. welsprekendheid; eloquentie; elocutie; (11) 11. ben [soort Kanbun-genre dat handelt over de moraliteit of waarachtigheid van woorden en daden]
便 ben (1) gemak; gerief; conveniëntie; gelegenheid; gerieflijkheid; comfort; faciliteit; accommodatie; voorziening; (2) excreten; [i.h.b.] feces; poep; excrement; ontlasting; stoelgang; afgang; [med.] dejectie; [kindert.] bah
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.38 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 2 treffers (zoekopdracht: 'ben', strategie: exact). 
2005-2019