日蘭辭典+

8 resultaten voor ‘beschaamd’
日蘭辭典 (trefwoord)
yamashii疚しい
bn. beschaamd; i.w. gevoel van schuld hebben; zich schuldig voelen; zich schamen. ¶ 疚しい心 gewetenswroeging; slecht geweten.
hazukashii恥しい
(恥ずかしい) bn. beschaamd; bedeesd; beschroomd; verlegen. ¶ お恥しいですが tot mijn schande moet ik bekennen. ¶ 恥しからぬ waardig; onberispelijk.
menboku面目
zn (1) [名譽] waardigheid v.; eer v. (2) [顏色] gezicht o. ¶ 面目なる zijn familie tot eer strekken. ¶ 面目關する de eer is er mede gemoeid. ¶ 面目保つ zijn eer hoog houden; (俗) zijn figuur redden. ¶ 面目失ふ een gek figuur slaan; beschaamd staan. ¶ 面目改める een geheel ander aanzien krijgen.
ushinau失ふ
t.w. verliezen; i.w. kwijtraken; beroofd worden van. ¶ 子を失ふ een kind verliezen. ¶ 職を失ふ buiten betrekking geraken; baantje verliezen. ¶ 失ふ blind worden. ¶ 面目失ふ beschaamd staan.
haji
zn. schande v. ¶ 恥を雪ぐ schande uitwisschen. ¶ 恥を知らぬ geen schaamte kennen; schaamteloos. ¶ に恥をかかす iemand beschaamd maken. ¶ 此の恥かきめ foei!; schandelijk!. ¶ 恩惠を乞ふを恥とする ik schaam mij om een gunst te vragen. ¶ 恥をかく schaamte op zich laden. ¶ 恥ぢる zich schamen; beschaamd zijn.
hazu恥づ
hazukashigaru恥かしがる
(恥ずかしがる) i.w. verlegen zijn; bedeesd zijn; beschroomd zijn; beschaamd zijn.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <beschaamd>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
恥ずかしい hazukashii (1) beschaamd; gegeneerd; schaamtevol; opgelaten; bedremmeld; (2) gênant; beschamend; pijnlijk; (3) schaamachtig; verlegen; bedeesd; beschroomd
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.61 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 1 treffer (zoekopdracht: 'beschaamd', strategie: exact). 
2005-2019